Een artikel van Bayless Conley

In Mattheüs 7:1-2 en 6 zegt Jezus: “Oordeel niet, opdat u niet geoordeeld wordt; want met het oordeel waarmee u oordeelt, zult u zelf geoordeeld worden; en met welke maat u meet, zal er bij u ook gemeten worden. Geef het ​heilige​ niet aan de ​honden, en werp uw parels niet voor de zwijnen, opdat die ze niet op enig moment met hun poten vertrappen, zich omkeren en u verscheuren.”

Jezus zegt eerst: “Oordeel niet.” Daarmee bedoelt Hij natuurlijk niet dat we nooit, in geen enkele situatie, over iemand mogen oordelen. Als wij nooit mogen oordelen, hoe zouden we dan kunnen bepalen wie de ‘honden’ of de ‘zwijnen’ zijn waar Jezus het over heeft?

Iedereen begrijpt dat oordelen, beoordelen en besluiten nemen nodig zijn voor het handhaven van de orde in de kerk.

Jezus zegt in Johannes 7:24: “Oordeel niet naar wat voor ogen is, maar vel een ​rechtvaardig​ oordeel.” Oordeel zuiver en ga niet op je eerste indruk af.

Bisschop Potter, een beroemde Engelse prediker uit de achttiende eeuw, reisde eens per schip naar Amerika. Toen hij aan boord ging, kwam hij erachter dat hij zijn hut met iemand moest delen.

Hij maakte kennis met zijn hutgenoot en ging toen naar de hofmeester: “Wilt u mijn gouden horloge en mijn andere waardevolle spullen achter slot en grendel bewaren? Ik heb kennis gemaakt met de man met wie ik mijn hut deel en gelet op zijn uiterlijk vertrouw ik hem niet.”

De hofmeester antwoordde: “Meneer, ik zal graag voor uw waardevolle spullen zorgen. Maar de man met wie u de hut gaat delen was hier zojuist en hij gaf mij zijn waardevolle zaken in bewaring om dezelfde reden.” Nogmaals, we moeten rechtvaardig oordelen.

Jezus zegt in Mattheüs 12:33: “Aan de vruchten wordt de boom gekend.” Paulus schrijft in 1 Korinthe 5:12 dat het niet aan ons is om over buitenstaanders te oordelen, maar juist wel over leden van Gods gemeente.

Het Griekse woord voor ‘oordelen’ wordt met verschillende woorden vertaald omdat het verschillende betekenissen kan hebben, zoals ‘wreken’, ‘voor de rechtbank dagen’, ‘besluiten’, ‘vaststellen’, ‘hoogachten’, ‘een oordeel vellen’, ‘denken’ en ‘veroordelen’. Om per geval de betekenis goed te begrijpen moeten we naar het verband kijken.

Wanneer Jezus zegt: “Oordeel niet,” zegt Hij ons dat we elkaar niet moeten controleren of veroordelen, of een oordeel over elkaar moeten uitspreken. Lukas voegt daar in zijn weergave aan toe: “Oordeel niet; veroordeel niet.”

We moeten anderen niet kritisch, hardvochtig veroordelen – geen oordeel uitspreken over wat er in hun hart is. Niemand kan andermans hart beoordelen. Alleen God kent iemands motieven en intenties.

John Wesley zag eens een man van wie hij dacht dat hij rijk was bij een collecte niet meer dan een kleine bijdrage geven voor een goed doel. Wesley uitte openlijk kritiek op deze man en noemde hem inhalig en gierig.

Later kwam deze man naar Wesley toe en zei:  “Meneer, ik wil u graag iets vertellen. Ik leef al wekenlang op pastinaak en water. Ik heb allerlei schulden gemaakt voordat ik Christus heb aangenomen en nu geef ik geen geld uit voor mijn eigen levensbehoeften, zodat ik mijn schulden kan terugbetalen. Christus heeft mij tot een eerlijk mens gemaakt en met al die schulden die ik moet terugbetalen, kan ik maar weinig geven naast mijn tienden. Ik moet eerst in het reine komen met mijn naasten in de wereld en hun laten zien wat de genade van God kan doen in het hart van een man die ooit zo oneerlijk is geweest.”

Wesley bood de man meteen zijn excuus aan en vroeg hem nederig om vergeving.

Ook hier gold: alleen God is in staat om iemands hart te beoordelen.

Laat een reactie achter

1

Breng met ons antwoorden uit de Bijbel direct in de woonkamers - met jouw gift!

Pin It on Pinterest

Inspireer je vrienden

Deel deze post in de sociale media en zegen uw vrienden.