Een artikel van Bayless Conley

Jaren geleden woonde ik als jonge christen een tijd in Mexico. Ik was nog geen jaar daarvoor tot geloof gekomen. En als je je pas bekeerd hebt, weet je natuurlijk alles al, nietwaar? Ik hielp mee bij evangelisatie en preekte in kleine kerken. Moedig sprak ik erover dat God in staat is ons alles te geven wat we nodig hebben en riep de mensen ertoe op vast te staan in het geloof.

Hoewel dat absoluut waar is, werd ik een beetje arrogant en strandde door mijn ijver en gebrek aan wijsheid na enige tijd zonder geld middenin Mexico. Ten eerste had ik geen benzine meer voor mijn auto. En toen raakten mijn levensmiddelen op. In die situatie zat ik wekenlang vast. Ik at bijna niets. Niet omdat ik zeer gelovig was, maar omdat ik er gewoon geen geld voor had.

Ik viel meer dan tien kilo af en een diepe neerslachtigheid maakte zich van mij meester. Ik sliep op de houten vloer van een kleine hut in de bergen. Het dorp was stoffig en vol schorpioenen en door de straten zwierven zieke, kale honden. Hier groeide absoluut niets. ’s Avonds wilde ik niet naar bed en ’s morgens wilde ik er niet uit. Als de zon opkwam, trok ik de versleten deken over mijn hoofd en wilde dat de wereld me gewoon met rust liet.

Maar toen deed ik iets gevaarlijks. Ik las in de Bijbel. God leidde me naar de eerste Johannesbrief waar ik las: “Hij Die in u is, is groter dan hij die in de wereld is (1 Johannes 4:4 HSV).  Toen las ik dat God oneindig veel meer wil doen dan ik kan vragen of denken, overeenkomstig de kracht die in mij werkt. Daarmee had God mijn volle aandacht. Ik ging mijn hut uit en begon Hem te loven.

Stel je je die scene eens voor: Ik was zoveel afgevallen dat mijn broek afzakte als ik die niet vasthield. Zo stond ik daar dus buiten, hield met mijn ene hand mijn broek vast en hief mijn andere hand naar de hemel. Ik liep door het stof heen en weer en loofde God uit alle macht. Een kwartier lang loofde, dankte en prees ik God met luide stem.

Voor de andere mensen in het dorp zag ik er vast uit als een dwaas. Maar op dat moment leek mij dit de meest passende manier om mijn geloof tot uitdrukking te brengen. En opeens kwam God. Van het ene op het andere moment vulde Zijn aanwezigheid de atmosfeer. Het was ongelooflijk. En de neerslachtigheid die zwaar op me drukte verdween.

Twaalf uur later was mijn hele financiële situatie totaal veranderd. Het was een wonder. God gaf mij overvloedig, zodat ik alles had wat ik nodig had en er nog genoeg over was om een van de plaatselijke pastors en zijn gezin voor een paar weken te voorzien van levensmiddelen. Hoe heerlijk en wonderbaarlijk is het als Gods aanwezigheid zo tastbaar tot ons komt!

Maar we weten allemaal dat dat niet altijd zo is. Zijn aanwezigheid is niet altijd zo duidelijk. Maar als we God loven, zal Hij zich bekend maken – altijd!

  1. Hij vindt altijd degene die zich in Hem verheugt.
  2. Hij komt altijd degene tegemoet die naar Hem toekomt.
  3. Hij woont altijd in de lofprijs van Zijn kinderen.

Als je aan het eind van je latijn bent, moet je God meer loven dan ooit tevoren – want Hij zal zich altijd bekend maken. Misschien is loven op dat moment eerder een offer en een beproeving van je geloof. Maar het roept Gods aanwezigheid op.

Uit: maandbrief Bayless Conley, maart 2021

Laat een reactie achter

Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!

Pin It on Pinterest

Inspireer je vrienden

Deel deze post in de sociale media en zegen je vrienden.