Als je je hele ziel aan God geeft…
Wat betekent het om je ziel écht aan God te geven?
In deze boodschap laat Bayless Conley zien waarom God wil dat je niet alleen je woorden, maar je gehele ziel — je denken, je wil, je emoties — aan Hem toevertrouwt.
Laat je bemoedigen, corrigeren en vernieuwen door een boodschap vol geestelijke diepgang en bijbelse waarheid.
Dit is geen religie. Dit is totale overgave.
-
Hallo. Ik hoop dat je klaar bent voor iets moois. Vorige week, of vorige keer Als je m’n vorige preek gezien hebt, weet je dat we een korte serie gestart zijn over dingen waarvan God wil dat we ze laten horen. Het eerste wat we daar bespraken, is dat God wil dat we onze stem verheffen. Hij wil dat we onze stem verheffen in aanbidding en in zang. Daarover hebben we een aantal Bijbelteksten gelezen. Hij wil dat we onze stem verheffen in gebed. Toen de discipelen bedreigd werden, verhieven ze hun stem tot God in gebed. Als derde wil God dat we onze stem verheffen met het getuigenis van het evangelie. Hij wil dat we het evangelie met anderen delen. In Romeinen 10 staat: “Ieder die de Naam van de Heere aanroept, zal behouden worden.”
‘Maar hoe moeten ze aanroepen van Wie ze niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen zonder iemand die gezonden is om te prediken?’ “Want hoe lieflijk zijn de voeten van hen die vrede verkondigen van hen die het goede verkondigen.” Je kunt Jezus niet aanroepen als je nooit van Hem hoort. Maar dat is toch het werk van de predikant? Momentje. Dat is niet het werk van de predikant, maar een taak van elke gelovige. De wereld komt heus niet bij onze kerk aankloppen. We moeten het evangelie uitdragen. Jezus zei in de gelijkenis: “Ga eropuit naar de landwegen en heggen en dwing hen binnen te komen.” En wij moeten ook naar de landwegen en heggen. Sterker, als je erover nadenkt Je hebt een gezond schaap nodig om nog een schaap te fokken. Alleen gezonde schapen krijgen jongen. De herder hoedt ze, voedt ze, wijst ze de weg en geeft ze te drinken maar de schapen maken zelf de schapen. En als jij geen nieuwe schapen maakt is er een gebrek aan geestelijke gezondheid in je leven. Dat betekent dat het de roeping van elke gelovige is om overal ter wereld het evangelie te preken. Dat je jouw verhaal vertelt van wat Jezus voor jou gedaan heeft en vertelt wat de Bijbel over redding te zeggen heeft. Sommige mensen in jouw wereld worden niet bereikt als jij ze niet bereikt. Ik ben dol op het verhaal van de bezetene van Gadara, wiens demonen Hij uitdreef. Hij werd genezen en zat gekleed en helder aan Jezus’ voeten. Hij wilde mee met Jezus, maar Die zei: Ga naar huis, naar je vrienden naar je familie en je kennissen. Ga naar de mensen die je kent en vertel ze dat de Heer je genadig was en wat voor mooie dingen Hij voor je gedaan heeft. Je moet eerst aan je familie vertellen wat Jezus voor je gedaan heeft. Dus verhef je stem in loftuitingen en aanbidding. Verhef je stem in gebed en verhef je stem in getuigenis en evangelisatie. Het volgende dat God ons in Zijn Woord zegt om op te heffen Ben je er klaar voor? Je knikt van ja? Ik zie het. Hij wil dat we onze ziel opheffen naar Hem. Hij wil dat we onze ziel opheffen. Ik vertel zo wat dat inhoudt, maar ik wil een paar verzen lezen. Ik begin met Psalm 25, vers 1 en 2. Dan lees ik uit Psalm 143 de verzen 3, 4 en 8. Dus eerst Psalm 25, vers 1 en 2. “Tot U, Heere, hef ik mijn ziel op. Mijn God, op U vertrouw ik. Laat mij niet beschaamd worden. Laat mijn vijanden niet van vreugde over mij opspringen.”
De context is dat je vijanden je belagen. Dit is een psalm van David. De vijanden belagen hem en hij wordt aangevallen of hij zich nu geestelijk overweldigd voelde vanwege verbale aanvallen, of dat het een fysieke vijand was. Hij zegt: “Laat mijn vijanden niet over mij opspringen. God, op U vertrouw ik. Laat mij niet beschaamd worden. En tot U, Heere, hef ik mijn ziel op.” Dat deed David concreet: hij hief z’n ziel op tot God. Dan de volgende verzen: vers 3 van die volgende Psalm, ik geloof 143. “Want de vijand vervolgt mijn ziel, hij vertrapt mijn leven op de grond. Hij doet mij wonen in duistere oorden, zoals zij die allang dood zijn.” “Daarom is mijn geest in mij bezweken, mijn hart is ontzet in mijn binnenste.” Dat beschrijft sommigen die nu naar me luisteren. De vijand vervolgt je ziel en vertrapt je leven op de grond. Je woont in duisternis en voelt je dood van binnen. “Daarom is mijn geest in mij bezweken, mijn hart is ontzet in mijn binnenste.”
De duivel kan niet direct bij je geest komen. Maar wel bij je ziel en gedachten. Dat zal ik nog omschrijven. Hij probeert je ziel te vervolgen en te onderdrukken zodat je geest bezwijkt. En je geest, je hart Daaruit vloeien alle uitingen van het leven voort. Dat staat in Spreuken, en ‘uitingen’ betekent letterlijk grenzen. De grenzen van ons leven, de omvang van God die we ervaren vloeit voort uit onze innerlijke relatie met God. Uit wat we van God hebben en wie we van binnen zijn. ‘Uit het hart vloeien de uitingen, de grenzen van het leven voort.’ Wat je meemaakt, hangt af van wat er in je hart gebeurt. En als je hart bezwijkt: geloof is van het hart. Petrus had het over ‘de verborgen mens van het hart’. De Bijbel spreekt van ‘een geest van geloof’. Dat duidt op je hart. Als je hart bezwijkt, werkt je geloof niet. Dus ‘de vijand vervolgt m’n ziel en ik voel me verdrukt’. En dan zegt hij in vers 8: “Doe mij in de morgen Uw goedertierenheid horen want God, ik vertrouw op U.” “Maak mij de weg bekend die ik te gaan heb, want tot U hef ik mijn ziel op.”
Toen David, de psalmist, zich overweldigd voelde en z’n vijanden hem belaagden. Toen hij zich verdrukt en in het duister voelde zitten, zei hij: “Tot U, Heere, hef ik mijn ziel op.” Dat betekent duidelijk dat je je leven tot God opheft. Soms staat het woord ‘ziel’ in de Bijbel ook voor je leven als geheel. En dat past hier zeker. Maar je ziel, als je de Bijbel, en zeker het Nieuwe Testament bestudeert De ziel bestaat uit de gedachten, de wil en emoties. Daaruit bestaat de ziel in z’n fundamenteelste vorm: de gedachten, de wil en emoties. En toen David zei dat hij z’n ziel zou opheffen ‘Ik zal m’n gedachten aan U aanbieden, Heer. Ik aanvaard Uw woord en uw wegen, en zal niet op m’n eigen inzicht steunen.’ Er staat: “Vertrouw op de Heere met heel je hart, en steun op je eigen inzicht niet.” Soms moet je je gedachten opheffen en zeggen: ‘God, Uw gedachten zijn niet mijn gedachten,’ aldus Jesaja. Uw wegen zijn niet mijn wegen, en Uw gedachten zijn hoger. Uw wegen zijn hoger dan mijn wegen.’ En dat accepteer ik, ‘en ik steun niet op m’n eigen inzicht’. Ik accepteer Uw woord als hoogste autoriteit. Ik onderwerp m’n gedachten, ook al begrijp ik het niet aan het gezag van Uw woord. Ik hef m’n ziel op tot U. Al zeggen ’s wereld grootste filosofen en geleerden dat het niet waar is ook al staat het in de Bijbel. Nee, Gods woord is waar en of je het gelooft of niet, het wordt uiteindelijk bewezen. Het Woord van de Schepper is het hoogste gezag, en ik onderwerp m’n gedachten eraan. Als God tegen me zegt: “Geef, en aan u zal gegeven worden: Een goede, vastgedrukte, geschudde, overlopende maat zal men u geven ” dan geloof ik dat. En de context van dat vers is trouwens dat je liefde en vergeving schenkt. Het geldt ook voor andere dingen. Natuurlijk gezien denk ik: Nee, ik ga niet weggeven. Als ik dat doe, heb ik minder. Maar God zegt: Nee, je krijgt het meervoudig terug. Als God zegt: “Vereer de Heere met de eerstelingen van heel je opbrengst dan vullen je schuren zich met overvloed en lopen je perskuipen over ” dan geeft Hij me een overschot. Natuurlijk gezien denk ik: als ik de eerstelingen weggeef Ik weet niet hoe de maand uitpakt. Misschien als al m’n rekeningen en alles wat ik wil, betaald zijn kan ik wel iets aan God geven. Maar God zegt: ‘Nee, vereer Mij met de eerstelingen van je opbrengst. Dan zorg Ik dat je gezegend wordt.’ Dat begrijp ik niet, en het lijkt wel of ik minder heb als ik iets weggeef, ook al is het aan de kerk. Maar God, ik vertrouw op U. “Overwin het kwade door het goede,” staat er. Natuurlijk gezien denk ik: ik neem wraak en geef je je verdiende loon. Maar God zegt: “Overwin het kwade door het goede.” En ga zo maar door. Ik hef m’n ziel, m’n gedachten naar U op en onderwerp ze aan Uw woord. We kunnen lang zo doorgaan, maar we gaan verder. Hij spreekt ook van onze wil. Als de psalmist zegt: “Tot U, Heere, hef ik mijn ziel op ” wil hij dat Gods wil zijn wil wordt. Ik wil niet m’n eigen plan trekken. Laat me Uw plannen zien en help m’n voeten het pad te vinden dat U voor me hebt uitgezet. Dat is ‘je ziel opheffen tot God’: God, ik onderwerp m’n leven aan U. Het is misschien niet mijn richting, maar Uw wil geschiede, niet die van mij. Ik hef m’n ziel op tot U. Voordat U de wereld schiep, bepaalde U dat ik bepaalde paden moet volgen. Ik ben Uw poëzie, zoals Paulus tegen de Efeziërs zei. Dat God voor de grondlegging van de wereld al goede werken voor ons had gekozen. Dat wil ik doen, en ik ga de keuzes in m’n leven niet zelf maken: ik ga dit, dit en dat doen. En God, zegent U het maar. Nee, ik wacht op God en zeg: God, waar U wilt dat ik ben, wat U wilt dat ik doe in m’n leven is van U. M’n wil is van U, en moge mijn wil door Uw wil worden opgeslokt. Jezus is m’n Heer en Redder, maar ik ben Zijn lijfeigene. Als U zegt ‘ga’, dan ga ik. Als U zegt ‘spreek’, spreek ik. Als U zegt ‘geef het weg’, dan doe ik dat. Want Uw wil geschiede. Dat is ‘je ziel opheffen naar Hem’. Je ziel opheffen betekent ook dat je je emoties opheft. Ik hef m’n emoties naar U op, Heer. Ik kom bij U met m’n vreugde en met m’n teleurstellingen. Ik kom bij U met wat me verdrietig en met wat me blij maakt. Ik hef m’n trofeeën en m’n littekens op naar Hem die me onvoorwaardelijk en eeuwig liefheeft. Kortom: God, ik doe helemaal mee. Ik kom niet alleen met m’n wensen als ik problemen heb om weer te verdwijnen als de storm gaat liggen. U bent meer dan m’n Redder van tijdelijke tegenslag en gevaar. U bent God, en U verdient de volledige toewijding van m’n ziel. Ik doe helemaal mee. Ik heb een geheimpje voor je: dit leven met Jezus werkt alleen op deze manier. Hij wil alles van je. Maar in ruil daarvoor geeft Hij ons alles. We moeten onze ziel opheffen tot God. Niet alleen ons gebed als we problemen hebben, maar onze ziel, te allen tijde. We moeten ons leven als geheel aan Hem overleveren. Ik wil nu verder met het derde dat we van de Bijbel tot God moeten opheffen. Namelijk onze handen. We moeten onze handen opheffen tot God. En dat is geen pinkstergedrag maar Bijbels gedrag van een volgeling van Christus. Er zijn drie basismomenten in de Bijbel voor het opheffen van onze handen naar God. Allereerst heffen we onze handen naar Hem op als lofprijzing. Ik lees Psalm 63, vers 3. En ik weet niet of je dit wist maar het boek Psalmen was het liedboek voor de vroege kerk. Denk eens aan de Joodse kerk. Allemaal nieuwe, Joodse gelovigen die hun leven aan Jezus hebben gegeven. Hun liturgie, hun liedboek, was Psalmen. En zij begrepen het. Er zijn zeven Hebreeuwse woorden die in onze Bijbel als ‘loven’ of ‘prijzen’ vertaald worden. En elk daarvan heeft een iets andere connotatie. En zij kenden ze allemaal. Sommige van die woorden duiden direct op fysiek handelen naast verbale lofprijzingen. Of ze duiden op een innerlijke houding, en dat begrepen de Joden. Dus ik lees uit die Psalm, vanaf vers 4. “Uw goedertierenheid is immers beter dan het leven. Daarom zullen mijn lippen U prijzen. Zo zal ik U loven in mijn leven, in Uw Naam zal ik mijn handen opheffen.”
Dus ik prijs en loof God en zal m’n handen opheffen in Uw naam, als daad van aanbidding. “Ik zal mijn handen opheffen.” Ik noemde dus die zeven Hebreeuwse woorden voor loven of prijzen. Een van de meest voorkomende daarvan in het hele boek Psalmen en in het hele Oude Testament, is het Hebreeuwse woord ‘yadah’. Het is ook een samengesteld woord: ‘Yad’ is Hebreeuws voor hand. Het tweede, ‘ah’, is de verkorte vorm van Jahweh, Jehova. Letterlijk betekent het ‘handen tot God’. Als ze zeiden ‘loof de Heer’, was dat het woord ‘yadah’: dat ze de Heer loofden en hun handen in aanbidding ophieven tot God. Het was een teken van aanbidding en van dankbaarheid. Psalm 134:2 luidt: “Hef uw handen op naar het heiligdom en loof de Heere.”
Het is volkomen in orde en Bijbels om in de kerk je handen op te heffen. ‘Ik hef m’n handen op naar het heiligdom.’ Als teken van onderwerping aan God en aanbidding van God. Een teken van dankbaarheid jegens God. Klaagliederen 3:41 luidt: “Laten wij mét onze handen ook ons hart opheffen tot God in de hemel.”
‘Ik hef m’n hart wel naar Hem op.’ Er staat: “Laten wij met onze handen ook ons hart opheffen tot God in de hemel.” Sommigen hebben dat nooit gedaan. Maar je moet het doen. Helaas zijn veel mensen zich veel meer bewust van zichzelf dan van God. Ik hef m’n handen niet op, want iedereen kijkt. Welnee. En zo ja, wat dan nog? Je doet het niet voor de show, maar om God te aanbidden. En de Schrift draagt het ons op. We moeten onze handen opheffen om God te aanbidden en te loven. Wat zou het als er iemand kijkt? Dit is iets tussen mij en God. Jammer als je het niet leuk vindt maar ik doe het omdat de Schrift het me opdraagt. De tweede reden om onze handen op te heffen tot God is dat we instemmen met Zijn woord. Psalm 119:48: “Ik hef mijn handen op naar Uw geboden, die ik liefheb en ik overdenk Uw verordeningen.” Het is een teken van instemming en ontvangst. Ik hef m’n handen op als instemming met Uw woord. Het is een manier om een houding van het hart te uiten. “Ik hef mijn handen op naar Uw geboden.” Ja, Heer. De derde reden is dat we bidden. In 1 Timotheüs 2:8 schrijft Paulus onder invloed van de Heilige Geest een woord van de Heilige Geest voor jou, en voor alle gelovigen: “Ik wil dan dat de mannen op alle plaatsen bidden met opheffing van heilige handen zonder toorn en meningsverschil.”
Hef je handen op in gebed. “Ik wil dan dat de mannen op alle plaatsen bidden met opheffing van heilige handen, zonder toorn en meningsverschil.” Het is dus een teken van geloof om als je bidt zonder twijfel je handen op te heffen als teken dat je weet dat God je gebed hoort. Ik onderwerp me aan U en ben afhankelijk van U. Ik vertrouw op U. Zo bied je al je middelen, geest, ziel en lichaam, samen aan God aan. Voor sommige kijkers kan het geen kwaad om je handen op te heffen naar God en Hem te danken. Sommige kijkers hebben nog nooit zoiets gedaan, maar je moet het doen. Hef je handen op en aanbid God. Het volgende dat we moeten opheffen Ik weet niet of we dit kunnen afmaken. Maar je moet ook je ogen opheffen tot de Heer. Er staat dat we onze ogen moeten opheffen. Waarom moet dat van God, en waar moeten we dan naar kijken? Twee dingen. Eén: je moet je ogen opheffen om de oogst te bekijken. Ik lees uit Johannes 4 de verzen 34-36. Dit is het verhaal Vers 35 en 36. Jezus is naar de bron van Sichar gegaan en daar kwam de Samaritaanse met de vijf mannen, die nu ongetrouwd samenwoonde. Jezus leest eigenlijk haar mail en vertelt wat er speelt in haar leven. En ze was op zoek naar God. Dat zie je duidelijk aan haar taalgebruik en wat ze daar tegen Christus zei. Zij raakt overtuigd dat Hij de Messias is. Ze laat haar waterkruik staan en rent de stad in om het iedereen te vertellen. Deze Man heeft me alles over mezelf verteld. Is Hij soms de Messias? En de hele stad Samaria was trouwens een plek die de Joden meden. Ze trokken rond Samaria, want daar waren de noordelijke stammen met de lokale heidenen getrouwd. Toen ze terugkwamen uit gevangenschap in Assyrië trouwden ze met de lokale bevolking. En de ‘raszuivere’ Joden zagen ze als halfbloedjes. Er was veel vijandschap tussen ze en ze keken op ze neer. Maar Jezus ging naar die Samaritaanse. De Joden keken op ze neer, maar Jezus niet.
-
mis geen enkele uitzending
Onze service voor jou: we sturen je wekelijks een email met de link naar de nieuwste uitzending.
Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!
Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.
naar de preektekst
Als je ook regelmatig updates van Bayless wilt ontvangen, vul dan hier je e-mailadres in. Om technische redenen is dit ook nodig als je alleen het script wilt ontvangen.
Geef een reactie