Bouwen aan iets groters: Waarom geven belangrijker is dan je denkt
Waarom zou ik geven als ik zelf moeite heb rond te komen? In deze aflevering legt Bayless Conley uit wat we kunnen leren van David in 1 Kronieken 29, en hoe zijn hart voor Gods huis hem inspireerde om meer te geven dan hij ooit had verwacht. Geven gaat niet alleen om geld, maar om toewijding van je hart, tijd en energie voor iets groters dan jezelf. Ontdek waarom geven een krachtig onderdeel is van jouw geestelijke groei en hoe het bijdragen aan een hoger doel je vervulling en zegeningen kan brengen die verder gaan dan materiële rijkdom. Of je nu sceptisch bent of al ervaren in geven, deze aflevering biedt verfrissende inzichten die jouw perspectief kunnen verrijken.
-
David gaf geen waardeloze dingen die hij nooit zou missen. David gaf niet z’n restjes, maar zijn persoonlijke schat. Waarom? Omdat hij daar behagen in had. De Message Bible zegt het zo: Omdat mijn hart hierin ligt. Hallo, vriend. Ik wil iets met je delen wat interessant genoeg een onderwerp is waar meer mensen zich over opwinden dan vrijwel alle andere. Er zijn een paar dingen waarover iemands haren overeind gaan staan. Het eerste is de opvoeding van hun kinderen. Sommige mensen houden zich niet bepaald aan Bijbelse normen of aanwijzingen wat betreft de opvoeding van kinderen. Over sommige dingen die je volgens het boek Spreuken moet doen als je kind ongehoorzaam is, zeggen mensen: Dat kan niet kloppen. Het druist in tegen de hedendaagse psychologie. Maar als de Bijbel iets zegt en de psychologie iets anders zegt wie zou het dan mis hebben? Niet de Bijbel. Het tweede waar mensen zich soms over opwinden, is het onderwerp van vandaag en het heeft te maken met geven. Er zal iets in deze boodschap zijn voor iedereen die luistert. Er is iets dat God je hiermee wil zeggen. En het is zo essentieel voor ons leven. Het verhaal waar we naar kijken, komt uit 1 Kronieken 29. David en heel Israël zijn bijeengekomen en hij geeft ze aanwijzingen en moedigt ze aan om Gods huis te bouwen. Ik bekijk het als het bouwen van een kerk, van een gebouw. Kerken hebben een plek nodig of ze nu een ruimte huren of een eigen gebouw hebben. Het evangelie brengt kosten met zich mee. Iemand zei een keer: Toen m’n dochter werd geboren, kon ik niet geloven dat ze zo duur was. Ik wist niet hoe duur luiers, de wasserij en kleren waren. Als je kinderen hebt, weet je dat zo’n pakje evenveel kost als volwassen kleren. Ze gebruiken één tiende van de stof, maar rekenen dezelfde prijs. En sommige mensen zijn bereid dat te betalen. Babyvoeding kan duur zijn. Hij zei: En toen ze ouder werd, allemachtig toen moest ze de nieuwste sneakers, sportschoenen hebben en ze moest dit hebben en dat hebben. Het was zo duur. We stuurden haar naar een privéschool en dat was ongelooflijk duur. En toen leerde ze een jongeman kennen en ging trouwen en ik moest de bruiloft betalen. O, dat was zo duur. Maar kort nadat ze was getrouwd kreeg ze een vreselijk ongeluk en helaas kwam ze om het leven. Hij zei: De begrafenis was duur. Maar sinds mijn dochter is gestorven en naar de hemel is gegaan kost ze ons niets meer. En hier gaat het om: kerken die levend en wel zijn kosten geld. Ze kunnen duur zijn. Maar dode kerken kosten niets. Zolang een kerk leeft en groeit zolang zijn dochter leefde en groeide, lichamelijk, emotioneel en in ervaring, bracht ze kosten met zich mee. En hetzelfde geldt voor een kerk. In ons verhaal in 1 Kronieken 29 is heel Israël bijeengekomen en David moedigt ze aan om Gods huis te bouwen. Het verhaal heeft vier aspecten waarover ik wil praten en ze hebben betrekking op het leven van ieder van ons. Met name in verband met het geven aan Gods werk en het evangelie. Iemand zegt: Het evangelie is gratis. Ja, het evangelie is gratis maar de pijplijn om het naar de wereld te brengen kan duur zijn. Dit zijn de vier aspecten: Allereerst het doel. Ten tweede het hart. Ten derde de uitnodiging. En ten vierde het gebed. Ik wil jullie voorlezen uit vers 1, dit gaat over het doel. David spreekt : “Verder zei koning David tegen heel de gemeente: God heeft mijn zoon Salomo als enige uitgekozen, nog jong en onervaren. Dit werk daarentegen is groot, want het is geen bouwwerk voor een mens maar voor God, de Heere.”Â
Gods huis is het bouwwerk dat ze bouwen. Hij zegt: Het werk is groot maar het is niet voor een mens maar voor God, de Heer. Mensen zouden er dienen, mensen zouden er vereren mensen zouden er het Woord horen preken mensen zouden er verbonden zijn maar uiteindelijk werd het gebouwd voor Gods heerlijkheid voor Gods naam en voor Gods doel. En zo is het voor elke kerk. Mannen en vrouwen dienen er, mannen en vrouwen vereren er mensen horen er het Woord, mensen zijn er verbonden. Maar uiteindelijk is het gebouwd, en worden ze gebouwd voor de naam van Jezus zodat die kan worden verheerlijkt en geprezen. Wat we doen, doen we niet om zelf naam te maken. Als we een kerk bouwen of een ruimte huren om diensten te houden en mensen Gods Woord te onderwijzen of als we evangelisten of missionarissen op pad sturen maken we instrumenten om Gods doelen ten uitvoer te brengen. Een kerk was altijd een toevluchtsoord voor wie vermoeid is waar vandaan het licht van het evangelie kan schijnen naar de naties van de wereld. David zei: Het werk is groot, want het is voor God. Het is groot in reikwijdte, groot in schoonheid, groot in kwaliteit. En David gaf niet z’n restjes en de mensen gaven niet hun restjes aan God want het werk was groot en het was voor God. Een vriend van me, hij is nu in de hemel leidde een grote kerk in Europa. Ik heb er zelf vaak gepreekt. Het was geen enorm weelderig gebouw, maar het was mooi er was plaats voor een paar duizend mensen en het zat vol. Het was een kerk die leefde en die streek het evangelie bracht op een manier die weinig kerken in dat land ooit hadden gedaan. M’n vriend vertelde dat een vooraanstaande familie hem uitnodigde om op een avond bij ze te komen eten. Ze zeggen weleens: Dominee, pas op, een gratis lunch of avondmaal bestaat niet. Mensen willen hun hart luchten of ze willen iets van je. Dat is niet altijd zo want er zijn mensen die hun pastor, hun dominee willen zegenen zonder dat ze hem ergens toe willen overhalen of iets willen laten veranderen, of iets persoonlijks willen. Maar in dit geval hadden ze wel een verborgen agenda. Ze zaten aan tafel na het eten en dronken een kop koffie en toen zeiden ze: Pastor, we willen met u praten. Waarover, zei hij. Die kroonluchter in de hal van de kerk. We vinden het vreselijk dat u zoveel geld van de collecte uitgeeft aan een kroonluchter. U had het voor iets anders kunnen gebruiken. We vinden het verkeerd dat u die kosten heeft gemaakt. We hadden geen kroonluchter nodig in de kerk. De pastor zei: Ik keek omhoog en boven hun eettafel waar we zaten hing een prachtige kroonluchter. Je zou m’n vriend gekend moeten hebben om dit te begrijpen. Hij was heel direct. Je hoefde je nooit af te vragen wat hij dacht. Hij zei: Oké, het is goed genoeg voor jullie, maar het is te goed voor God. Gods huis verdient het beste. Gods huis is geweldig. Jullie geven het uit voor jezelf maar maken bezwaar als we zoiets doen voor Gods huis. Ze wisten niets meer te zeggen. Het doel is voor Gods huis en ik vind dat Gods huis het beste verdient. We hoeven niet te overdrijven en je kunt met alles tot het uiterste gaan. Maar we moeten niet aarzelen om aan onze kerken te geven. Tegenover de kerk waar je heen gaat moet je niet aarzelen en zeggen: Ik vind niet dat de kerk dit of dat moet hebben. Dit is te mooi voor de kerk. Wacht eens even, mensen dienen en vereren er en zoeken er verbinding. Maar uiteindelijk doen we wat we doen voor de naam van Christus en ik geloof dat God het beste van ons verdient en niet onze restjes. Ik geloof niet dat we God eren als we Hem iets brengen wat ons niets kost. Daar gaan we verder en we komen bij het hart. Eerst is er het doel, het is voor God, de Heer. Het werk is groot. Het tweede is het hart. Ik lees voor uit vers 2 en 3. David zegt: “Met heel m’n kracht heb ik voor het huis van mijn God gereedgemaakt: het goud voor de gouden voorwerpen, het zilver voor de zilveren het ijzer voor de ijzeren en het hout voor de houten voorwerpen en stenen als opvulling, sierstenen en allerlei edelstenen en marmeren stenen in overvloed.”Â
Hij heeft het over al die dingen, maar let op, hij zei: “Met heel mijn kracht heb ik gereedgemaakt.” Dat is belangrijk. En in vers 3 zegt hij: “En omdat ik een behagen schep in het huis van mijn God geef ik voor het huis van mijn God boven alles wat ik voor het huis al gereedgemaakt heb mijn persoonlijke vermogen aan goud en zilver.”Â
Als David spreekt over geven en gereedmaken voor Gods huis zegt hij: Ik heb het gedaan met heel mijn kracht en boven alles wat ik al gedaan heb. Waarom zou hij zoiets zeggen? Denk eraan, hij moedigt de mensen aan. Hij vertelt ze wat hij heeft gedaan. En hij zegt: Ik heb dit gedaan omdat ik behagen schep in het huis van mijn God. Want daar is mijn behagen. Ik heb het gedaan met al mijn kracht en boven wat ik al gedaan heb. In Kolossenzen 3:2 in het Nieuwe Testament staat: “Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn.”Â
Met andere woorden: schep behagen in dingen met een hemelse oorsprong dingen die uit het hart van God komen dingen die een eeuwige consequentie hebben. In Davids geval was het het bouwen van Gods huis. Luister, in Psalm 26:8 zei David: “Heere, ik heb lief het huis waar U woont.”Â
In Psalm 84:11 zegt David: “Ik verkoos liever te staan op de drempel van het huis van mijn God dan te wonen in de tenten van de goddeloosheid.”Â
In Psalm 122:1: “Ik ben verblijd, wanneer zij tegen mij zeggen: Wij zullen naar het huis van de Heere gaan.”Â
Omdat zijn behagen daar was, gaf hij zijn persoonlijke schat. Persoonlijk is een interessant woord als David zegt: Ik schep er behagen in, dus geef ik daarboven mijn persoonlijke vermogen. Het is een heel zeldzaam Hebreeuws woord dat maar enkele keren wordt gebruikt in de Schrift. Het wordt bijna alleen gebruikt door God om Zijn volk te beschrijven als Zijn persoonlijke schat. Het is iets met een hoge persoonlijke waarde, iets kostbaars iets wat een offer waard is om te hebben. Dat is wat David gaf. David gaf geen waardeloze dingen die hij nooit zou missen. David gaf niet z’n restjes, maar z’n persoonlijke schat. Waarom? Omdat hij daar behagen in had. De Message Bible zegt het zo: Omdat mijn hart hierin ligt. Een grote waarheid in het leven is dat onze harten en onze schatten verbonden zijn. Je hart en je schat zijn verbonden. Ze zijn onscheidbaar verbonden en je kunt ze niet van elkaar halen. Jezus zei dit in Mattheüs 6:21: “Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.”Â
Waar we van houden, daar investeren we in. Voor sommigen is dat golf. Ze hebben de duurste golfclubs op aarde. Ze hebben acht paar golfschoenen en meerdere golftassen. Ze hebben reisgolftassen en massa’s golfkleren. In hun kast vind je twee dozijn golfshirts. Ze hebben jacks om in de regen te golfen. Ze houden ervan, dus investeren ze erin. Voor andere mensen zijn het auto’s. Ze investeren in auto’s of motoren. Voor sommige mensen zijn het schoenen. Voor sommige mensen is het kunst. Voor sommigen is het dit of dat. Waar we van houden, daar investeren we in. En al die dingen kunnen legitiem zijn, maar het is tijdelijk en aards. Al hou ik nog zo van vissen, ik weet dat hij tijdelijk is. Het zal vergaan, het is aards. Daartegenover staat het eeuwige of dat wat hoewel het tijdelijk is, eeuwige consequenties heeft. Het huis dat David bouwde, was tijdelijk maar had eeuwige consequenties. Het kerkgebouw dat je bezoekt, is tijdelijk. Het parkeerterrein waar de auto’s moeten staan de doopvont in je kerk, die dingen zijn tijdelijk, dat begrijpen we. Maar ze hebben een eeuwige consequentie. Mensen kunnen er het Woord van God horen en worden gered. Hun huwelijk kan er worden hersteld. Ze kunnen worden verlost door Gods woord. Jezus zei: “Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.” En een van de voornaamste plekken waar we het Woord horen preken is in Gods huis, in de kerk. En zoveel van wat we doen in de kerk en van de kerk investeren we in tijdelijke dingen. Ik zit nu tegen een stel camera’s te praten. Als ik bij je thuis kon komen om aan je keukentafel te zitten met een lekkere kop thee… Ik heb hier trouwens een heerlijke kop thee. Maar als ik een kop thee kon drinken met jou en over de Bijbel praten Misschien heb je problemen met je kinderen misschien heb je vragen. Ik heb niet alle antwoorden maar ik weet hoe ik moet bidden. Ik zou graag je hand vasthouden en samen bidden maar dit is bijna even goed. Maar alle apparatuur die we hier hebben kost geld. Het wordt nagesynchroniseerd of ondertiteld in veel talen. Misschien luister je nu wel in het Farsi, Arabisch, Spaans of Frans. Misschien luister je in een Indiaas dialect waarin we dit nasynchroniseren. Misschien luister je in het Duits of het Russisch. We doen nasynchronisatie en ondertiteling in die talen en nog een heleboel meer. En we zenden het uit naar de naties van de wereld, meer dan honderd landen. Dat kost enorm veel geld. Maar dat is het waard, want we bereiken eeuwige zielen. Al maken we nog zoveel kosten als we jou bereiken en je in een relatie met Christus brengen is het dat waard vanuit het gezichtspunt van de hemel. Jezus zei: “Wat zal het een mens baten als hij heel de wereld wint en aan zijn ziel schade lijdt?” Volgens Jezus is één ziel meer waard dan de hele fysieke wereld. Zo kostbaar is een mens. Ja, zelfs wat we nu doen kost geld maar het heeft een eeuwige consequentie. Misschien heeft het iets betekend in jouw leven maar ik zeg het je ronduit, we krijgen voortdurend zoveel reacties van zoveel taalgroepen over de hele wereld voor wie de uitzending iets betekent, dat het dit allemaal waard is. Het brengt ook voor mij kosten met zich mee om hier te komen, deze boodschap voor te bereiden en mijn hart voor te bereiden. Ik ben niet bij m’n vrouw m’n kleinzonen zijn nu bij ons, ik ben nu niet bij ze m’n zoon en schoondochter logeren bij ons. Ik zou nu bij ze kunnen zijn. Maar dit is de tijd waard, dit is de kosten waard. Als je nu kijkt en je bent een van onze partners die ons helpt en ik was niet van plan dit te zeggen, maar dan wil ik je bedanken. Misschien ontmoet je nooit alle mensen die hier iets aan hebben maar wanneer we in de hemel komen, garandeer ik je dat er een menigte naar je toe zal komen en zal zeggen: Dank je. Je weet niet wie ik ben maar door wat je gaf aan de uitzending van de Cottonwood Church sprak Bayless Conley in de camera en hij kwam in mijn dorp, in de taal van mijn hart en ik hoorde voor het eerst over Jezus en ik werd gered en m’n kinderen en m’n vrouw werden gered. Ja, we investeren soms in dingen die tijdelijk zijn. Maar weet je, het heeft een eeuwige consequentie. En dat is zo belangrijk. Dat is het hart. We praten over eeuwigheid en eeuwige consequenties. En dan komen we bij de uitnodiging. Dat vinden we in vers 5 en dat wil ik je voorlezen. David zegt: Ik heb mijn persoonlijke vermogen gegeven en met al mijn kracht ben ik erachteraan gegaan. Dit huis is voor de Heer en het moet geweldig zijn. En aan het eind van vers 5 zegt David: “Wie is vandaag gewillig de Heere zijn gave te schenken?” “Wie is gewillig de Heere zijn gave te schenken?”Â
Het Hebreeuwse woord voor schenken betekent letterlijk: Wie zal zijn hand vullen voor de Heer? De Good News Translation zegt het zo: Wie anders is bereid een gulle gave te schenken aan de Heer? Wie zal zijn hand vullen zoals ik heb gedaan met een gulle gave? Als ons hart vol liefde is voor Gods huis en voor de dingen van Zijn Koninkrijk valt het ons niet zwaar om onze handen te vullen met steun voor Zijn huis of steun voor Zijn koninkrijk. Ons hart en ons vermogen zijn verbonden. Wie zal zijn hand vullen en een gulle gave schenken aan het werk van God vroeg David. Een opmerkelijk kenmerk van hun geven was dat het niet verplicht was. Het werd niet afgedwongen. Het was vrijwillig. David zei: “Wie is gewillig?” Wie is bereid om dit te doen? In vers 17, dat lezen we later staat dat David zei: “Ik heb vrijwillig gegeven.”Â
Dus David gaf vrijwillig zijn persoonlijke vermogen. In vers 6 staat dat de leiders van de stammen vrijwillig gaven. En in vers 9 staat dat het volk vrijwillig gaf. Iedereen was verblijd over wat ze deden. In het Nieuwe Testament schrijft Paulus de Korinthiërs over het geven van een offer. En hij gebruikt de Macedonische christenen in Filippi die zo gul hadden gegeven aan het werk van God. Ze steunden de bediening van Paulus toen hij de boodschap van Christus deelde in andere steden. En Paulus schrijft ze dit in 2 Korinthe 9:6: “En dit zeg ik: Wie karig zaait, zal ook karig oogsten en wie zegenrijk zaait, zal ook zegenrijk oogsten.”Â
Paulus sprak over geven en hij vergeleek het met zaaien, met planten. Hij zei: Als je weinig plant, als je karig en niet veel geeft krijg je hetzelfde terug. Maar als je overvloedig geeft met een gul hart krijg je hetzelfde terug. Hij schreef aan de Galaten: “God laat niet met Zich spotten want wat de mens zaait, zal hij ook oogsten.” In Lukas 6:38 zei Jezus: “Geef en aan u zal gegeven worden: Een goede, geschudde, overlopende maat zal men u in de schoot geven.”Â
De context is het geven van vergeving en liefde, maar het geldt voor alles. Wat we geven, krijgen we terug. Een goede, geschudde, overlopende maat. In het volgende vers, 2 Korinthe 9:7 staat: “Laat ieder doen zoals hij in zijn hart voorgenomen heeft niet met tegenzin of uit dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief.”Â
Hij zei: Geef niet met tegenzin geef niet uit noodzaak alsof je gedwongen wordt “want God heeft een blijmoedige gever lief”. Ik lees dit voor uit de klassieke Amplified Bible, dit is prachtig: Laat ieder geven zoals hij heeft voorgenomen in zijn hart niet met tegenzin of verdriet of onder dwang want God houdt van, schept behagen in, prijst boven andere dingen en is niet bereid afstand te doen van een blijmoedige, verheugde, bereidwillige gever wiens hart ligt in zijn geven. Vriend, als je het evangelie niet hebt ondersteund moedig ik je aan om je plaatselijke kerk te steunen. Geef blijmoedig, geef overvloedig aan het werk van Christus in de kerk die je bezoekt. En degenen die ons steunen, nogmaals bedankt. Je hebt geen idee hoe dankbaar we zijn. Maar ik denk dat niemand van ons begrijpt hoeveel impact we hebben. We doen dit al ruim een kwart eeuw in tal van talen over de hele wereld. En de enorme impact die we zeker hebben gehad is niet te meten. We kunnen het niet weten. En we zullen pas weten als we in de hemel zijn welke impact de uitzendingen over de hele wereld hebben gehad. Ik zeg dit om af te sluiten: God zegene je. God is echt, Hij ziet je, Hij weet je naam, Hij stuurde Zijn Zoon om je te verlossen. Jezus Christus heeft je lief en dat doen wij ook.
-
mis geen enkele uitzending
Onze service voor jou: we sturen je wekelijks een email met de link naar de nieuwste uitzending.
Hoe je kunt bidden als alles je overweldigt
Velen van ons ervaren stress in het dagelijks leven, we hebben last van de huidige situatie in de wereld, of we laten ons afleiden. Dit kan er snel toe leiden dat ons gebed, dat helemaal bovenaan ons prioriteitenlijstje zou moeten staan, pas ons laatste redmiddel wordt. Als jij je ook zo voelt en daar verandering in wilt brengen, kijk dan met mij mee in het eerste boek van Samuel. Daar vinden we het verhaal van Hanna. Van deze indrukwekkende vrouw van geloof kunnen we veel leren over hoe we ons doel in gebed kunnen bereiken.
Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!
Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.
naar de preektekst
Als je ook regelmatig updates van Bayless wilt ontvangen, vul dan hier je e-mailadres in. Om technische redenen is dit ook nodig als je alleen het script wilt ontvangen.
Geef een reactie