Daartoe ben je geroepen!
Je hoeft niet aan de zijlijn te blijven staan – God wil jou gebruiken! In deze uitzending beschrijft Bayless Conley drie rollen waartoe God je roept. Ontdek jouw roeping, durf de stap te zetten en ervaar het avontuur van leven met een doel dat God geeft.
-
Hallo, vriend. Wat fijn dat je kijkt. Ik ga het hebben over een principe en een vers uit de Bijbel waarin staat dat we samenwerken met God. Maar de beste vertaling die ik in zoveel vertalingen gevonden heb… Ik heb in al m’n bijbels en overal online gekeken. En de beste vertaling van allemaal komt uit een Spaanse Bijbel. Er staat letterlijk: ‘We zijn Gods medewerkers.’ Daar gaan we het over hebben. 1 Korinthe 3:9 luidt: “Want Gods medearbeiders zijn wíj.”.
De beste vertaling staat in de Spaanse Reina Valera. Daar staat letterlijk: “We zijn Gods medewerkers.”. Dat komt het dichtst bij het Grieks: “We zijn Gods medewerkers.”. Dat zei Paulus over zichzelf en Apollos. Paulus was een apostel en leraar, en Apollos een reizend leraar. Ze werkten samen met en voor God om het Koninkrijk te verbreiden en het goede nieuws van de verlossing door Christus te verkondigen. We hebben zelf misschien niet de rol die Paulus en Apollos hadden. Daar zijn we misschien niet toe geroepen. Maar we zijn wel allemaal geroepen om op een of andere manier mee en samen te werken met God om de kennis van onze Heiland in deze gebroken wereld te brengen. Ik wil drie dingen met je delen waartoe ieder van ons geroepen is om aan deel te nemen. Drie manieren waarop iedere gelovige geroepen is om met God samen te werken aan het grote werk van het verbreiden van Zijn Koninkrijk, het goede nieuws te verspreiden en mensen voor Christus te winnen. Ze zijn best eenvoudig: bidden, verkondigen en planten. Ten eerste zijn we geroepen om met God mee te werken door te bidden. Luister maar naar Jezus in Mattheüs 9:36: “Toen Hij de menigte zag, voelde Hij medelijden met hen omdat ze uitgeput en hulpeloos waren als schapen zonder herder.”. “De oogst is wel groot, maar er zijn weinig arbeiders, zei Hij tegen Zijn discipelen. Bid daarom tot de Heer van de oogst dat Hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.”.
Jezus zegt ons niet te bidden om iets wat God niet wil doen. Hij zegt ons te bidden om iets wat de wil van de Vader is en wat we helemaal van God mogen verwachten. En Zijn hart brak toen Hij de mensenmenigte zag. Hun problemen waren zo groot dat ze zich geen raad wisten. En Z’n hart breekt, want ze zijn als schapen zonder herder. Bid daarom tot de Heer van de oogst dat Hij meer arbeiders uitzendt. Interessant genoeg noemt Jezus ze ‘schapen zonder herder’. Dat is hetzelfde Griekse woord dat als pastor wordt vertaald in de Bijbel. Gods beste strategie om de menigten te bereiken is om kerken te planten en herders te doen opstaan. Dat is Gods allerbeste strategie om de verlorenen te bereiken. En wij moeten bidden dat God kerken opricht in onze buurt, in ons land en overal ter wereld. Want ze zijn schapen zonder herder. En als je een goede kerk met goede herders krijgt met een evangeliserende focus, dan voedt die de schapen. Als die kerk evangeliseert, zullen de mensen naar Christus komen. En Jezus zei: Bid hierom, want ze zijn als schapen zonder herder. Bid om arbeiders, en vooral om voorgangers en om kerken te planten. God zal die gebeden verhoren als wij bidden. Hij zal ons nooit vragen te bidden om iets wat Hij niet wil doen. Ten tweede, en dit is 2 Thessalonicenzen 3:1: “Tot slot, broeders, nu ik aan het einde van deze brief kom vraag ik u om eerst voor ons te bidden dat de boodschap zich snel verspreidt en overal zal zegevieren en bekeerlingen zal winnen zoals toen die u bereikte.”.
We moeten dus bidden dat de blijde boodschap zich snel verspreidt en zegeviert. Dat betekent letterlijk dat die gevierd en geëerd wordt in plaats van afgewezen. In de Schrift zegt Paulus ook, geïnspireerd door de Geest: Bid hier specifiek om, en wij moeten erom bidden dat het evangelie geëerd en omarmd en niet afgewezen wordt. Het zal zegevieren over de duisternis, de zonde en de duivel en mensen zullen tot geloof komen. Luister dan naar deze verzen, Kolossenzen 4:2-4 : “Houd sterk aan in het gebed, en wees daarin waakzaam met dankzegging. Bid meteen ook voor ons dat God voor ons de deur van het Woord opent om van het geheimenis van Christus te spreken, waarom ik ook gebonden ben. Opdat ik dit geheimenis mag openbaren zoals ik erover moet spreken.”.
Letterlijk ‘dat ik het helder en begrijpelijk mag maken, zoals ik moet’. Dus bid voor hen die het evangelie verkondigen. Dat er helderheid mag zijn. En bid om open deuren. Dat God deuren opent naar hun hart, en deuren opent naar families. En dat God deuren opent naar gemeenschappen en naties. Je zult er nog van opkijken hoe een open deur eruitziet. Misschien heb je niet-geredde dierbaren, familieleden of buren. Bid dan, en God zal deuren openen. Jouw gebed draagt daartoe bij. Dus het eerste wat we kunnen doen, is bidden. Het tweede is verkondigen. We hebben een verantwoordelijkheid. Nadat we met God over mensen gepraat hebben moeten we met mensen over God gaan praten. De verzen uit Kolossenzen waarin Paulus om gebed voor zichzelf vraagt zodat zijn boodschap helder is en er deuren zullen opengaan… Luister naar wat hij met de volgende ademtocht zegt, in vers 5: “Wandel met wijsheid bij hen die buiten zijn, en buit de geschikte tijd uit.”.
Dus benader degenen buiten het Koninkrijk, die niet gered zijn, met wijsheid en neem elke kans te baat. Hij bedoelt het verkondigen van Christus. Neem elke kans te baat. “Laat uw woord altijd aangenaam zijn, met zout smakelijk gemaakt opdat u weet hoe u iedereen moet antwoorden.”. We moeten in gebed met God over mensen praten maar ook met mensen over God praten. En we moeten in wijsheid omgaan ten opzichte van buitenstaanders. Ons spreken moet met zout gekruid zijn. Dat betekent dat het genadig, verstandig en interessant moet zijn. Zo moet je iedereen antwoorden. Jezus zei: “Volg Mij, en Ik zal u vissers van mensen maken.”. Je kunt op allerlei manieren vissen naar vis. En dat geldt ook voor vissen naar mensen. In een rivier vist één vent met een sleepnet, en een ander vist op de bodem. De een werpt vanaf de wal, een ander gebruikt aas, een ander kunstaas. Weer iemand doet aan vliegvissen, nog iemand werpt een net en nog iemand werpt een lange vislijn uit. Ze vissen allemaal, maar op andere manieren. Waarom zouden we aannemen dat je maar op één manier op mensen kunt vissen of maar op één manier het evangelie kunt verkondigen?. Ik noem snel zes mogelijke manieren, of methoden om ons geloof te verkondigen. Of zes manieren om op mensen te vissen. De eerste noem ik confronterend. Petrus is daar een schoolvoorbeeld van. In Handelingen 2 spreekt hij met Pinksteren een grote menigte toe. Hij zegt eerst: God getuigde van Jezus door de wonderen die Hij verrichtte en dat weten jullie. Maar jullie verdorvenen hebben Hem meegenomen en gekruisigd. God heeft Hem uit de doden opgewekt, en Hij is Heer en Christus en jullie moeten je bekeren en laten dopen. Petrus gaf ze gewoon de volle laag. Tact leek niet erg zwaar te wegen voor hem. En het was effectief: Er werden 3000 mensen gered. Sommigen bereik je alleen door ze direct te confronteren met hun zonde en de noodzaak om zich te bekeren. God heeft sommige gelovigen voorzien van een combinatie van karakter, gaven en begeerten, waardoor ze van nature confronterend kunnen optreden. Als je dat doet, laat God je dan leiden. Probeer aan te voelen wie er met z’n neus op de feiten gedrukt moet worden. Dan weet je het juiste antwoord voor iedereen. Tweede methode of manier: intellectueel. Handelingen 17:1: “En zij namen de weg door Amfipolis en Apollonia en kwamen in Thessalonica waar een synagoge van de Joden was. En Paulus ging naar zijn gewoonte bij hen naar binnen en drie sabbatten lang ging hij met hen in gesprek vanuit de Schriften.”. “Hij opende die en zette voor hen uiteen dat de Christus moest lijden en opstaan uit de doden en dat deze Jezus de Christus is, Die ik, zo zei hij, u verkondig.”. “En sommigen van hen raakten overtuigd. En een grote menigte van de godvrezende Grieken en velen van de vooraanstaande vrouwen sloten zich bij Paulus en Silas aan.”.
Paulus kon net als Petrus wel confronterend zijn maar gebruikte, geleid door de Geest, ook vaak deze intellectuele aanpak van de evangelisatie. Al redenerend bewees hij aan de hand van de Schrift dat Jezus de Zoon van God en de Verlosser is. Je moet iemand niet doodgooien met intellectuele argumenten maar dingen vertellen die je weet in je hart, die je bestudeerd hebt die voor jou logisch zijn, en die als bewijs aanvoeren. Niet alleen met je hoofd een ander hoofd bereiken maar met je hart een ander hart, door de toegangspoort van iemands intellect. Sommigen van jullie zitten zo in elkaar. Als dat zo is, bereid je dan voor. Studeer. Lees. En leer gevoelig te zijn voor de Heilige Geest. Begin niet zomaar je intellectuele betoog af te steken. Gebruik zeker je verstand, maar hou voeling met je hart. En sommige mensen moet je met argumenten bereiken. Je moet met bewijzen komen, en zij zullen het overwegen. Dan een derde manier om op mensen te vissen en te verkondigen en dat is te getuigen. Weet je nog de blinde die Jezus genas?. We lezen over hem in Johannes 9:24: “Zij dan riepen voor de tweede keer zij riepen de man die blind geweest was en zeiden tegen hem: Geef God de eer. Wij weten dat deze Mens een zondaar is.”. “Hij dan antwoordde en zei: Of Hij een zondaar is, weet ik niet. Eén ding weet ik: Dat ik blind was, en nu zie.”. “En zij zeiden opnieuw tegen hem: Hoe heeft Hij uw ogen geopend? Hij antwoordde hun: Ik heb het u al gezegd, maar u hebt niet geluisterd. Waarom wilt u het nog eens horen? Wilt u soms ook Zijn discipelen worden?”.
Vers 32: “Door de eeuwen heen is het niet gehoord dat iemand de ogen van een blind geborene geopend heeft. Als Deze niet van God was, zou Hij niets kunnen doen.”.
Als je zo naar mensen vist, doe je niet confronterend en niet intellectueel. Je vertelt gewoon wat Jezus in je leven gedaan heeft. Je eigen verhaal. Dan zeg je: God heeft het voor mij gedaan, en Hij kan het ook voor jou doen. Vraagje: Heeft God ooit een gebed van je verhoord je vrede gegeven of je genezen?. Je huwelijk gered, je van het duister verlost en je een nieuw hart en een nieuwe kans gegeven?. Vertel dan je verhaal, zonder prekerig te doen. Vertel het gewoon in een gesprek, en God zal het gebruiken. Na bijna vijftig jaar vertel ik anderen nog steeds over de twaalfjarige jongen die me over Jezus vertelde en dat ik gered werd bij een straatzending in Medford, Oregon. Ik volg Paulus hierin: Aan het eind van z’n leven staat hij tegenover koningen en weet je wat hij zegt?. Ik stond op de weg naar Damascus en er scheen een licht uit de hemel en ik hoorde een stem: “Saul, Saul, waarom vervolgt u Mij?”. Hij getuigde aan het einde van z’n leven. Sommigen van jullie moeten gewoon je verhaal vertellen. Als je bereid bent om te spreken, doet de kans zich vanzelf voor. Dan een vierde methode om naar mensen te vissen. Die noemen we relationeel. Jezus verloste een bezetene, zoal we lezen in Markus 5:18 : “En toen Hij in het schip ging smeekte degene die bezeten was geweest Hem of hij bij Hem mocht blijven.”. “Jezus stond hem dat echter niet toe, maar zei tegen hem: Ga naar uw huis, naar de uwen en bericht hun alles wat de Heere voor u gedaan heeft en hoe Hij Zich over u ontfermd heeft.”. “Toen ging hij weg en begon in het gebied van Dekapolis alles te verkondigen wat Jezus voor hem gedaan had, en ze verwonderden zich allen.”.
Jezus zei: Ga naar huis, naar je vrienden. Hij zond hem niet op pad om bij vreemden aan te kloppen. Wat ook prima is. Maar Hij zei: Ga naar huis, naar je vrienden. Deel je geloof met je dierbaren. Leef ze een veranderd leven voor, bid voor ze en vertel je verhaal als de kans zich voordoet. Net als wij had deze man vast overal vrienden. Dekapolis was een gebied met tien steden. Hij vertelde z’n vrienden over Jezus, “en ze verwonderden zich allen”. Zo weten we dat wie het hoorden, het aan anderen vertelden en die het steeds verder vertelden. En wat gebeurt er dan zo vaak? Iemand op je werk praat met een vriend. Hun huwelijk is stukgelopen en ze zijn aan de drugs. En hij zegt: M’n maat vertelde over een vriend van hem die iets met die Jezus heeft. Nu is hij van de drugs af en z’n huwelijk is gered. En volgens mij was zijn huwelijk slechter dan dat van mij. Ik ga zondag naar de kerk. Ga je mee?. Je kunt soms zomaar een domino-effect krijgen als je het aan je naasten vertelt. Als je met je vrienden en dierbaren praat. Dan de vijfde methode: uitnodigend. Jezus openbaarde aan de vrouw bij de bron dat Hij de Messias was. En in vers 28 lezen we: “De vrouw nu liet haar waterkruik staan, ging naar de stad en zei tegen de mensen: Kom, zie Iemand Die mij alles gezegd heeft wat ik gedaan heb. Zou Híj niet de Christus zijn? Zij dan gingen de stad uit en kwamen naar Hem toe.”.
Haar stijl bevalt me wel. Ze zegt: Kom maar kijken. Je mag het zelf bepalen. Ik zeg niet dát Hij de Christus is, maar kijk zelf maar. En ze kwamen, en een aantal kwam tot de conclusie dat Jezus Gods Zoon was. Meestal sta ik vóór de dienst buiten om de kerkgangers te begroeten. En vrijwel elke week spreek ik wel iemand die zegt: Dominee, ik wacht op m’n vriendin. Ze komt vandaag voor het eerst mee. Dan kijkt ze naar het parkeerterrein en op haar horloge, terwijl ze wacht… Vrijwel elke week staan er mensen op vrienden te wachten die ze hebben uitgenodigd. En ze zeggen vast vaak: Kom maar kijken. Beslis zelf maar. Gewoon, als uitnodiging. Kom maar kijken en luisteren naar mijn voorganger. De muziek is mooi, dus kom maar. Als dat bij je past ga dan voortvarend mensen uitnodigen om naar de kerk te komen. Het zal je verbazen dat de meeste mensen positief reageren als ze uitgenodigd worden. Dan de zesde en laatste manier, namelijk dienend. Trek het evangelie werkkleding aan en laat je licht schijnen. Handelingen 9:36: “En er was in Joppe een discipelin van wie de naam Tabitha was wat vertaald Dorkas betekent. Deze was overvloedig in goede werken, en in liefdegaven die zij schonk.”.
‘Overvloedig in goede werken en liefdegaven.’. Iedereen heeft wel iets overvloedig, en dit is een prettig voorbeeld. Tabitha overlijdt, Petrus is in de buurt en ze halen hem erbij. Hij komt, en wekt haar ten slotte op uit de doden. Maar in vers 39 staat: “En Petrus stond op en ging met hen mee. En toen hij daar gekomen was, brachten zij hem in de bovenzaal. En alle weduwen stonden bij hem, terwijl zij huilden en de onder- en bovenkleding toonden die Dorkas bij haar leven gemaakt had.”.
Tabitha of Dorkas had door haar goede daden namelijk kleren maken voor armen en weduwen mensenlevens geraakt voor God. Ze gebruikte haar gave om te dienen als tastbare uiting van het evangelie. En door gastvrijheid, door te geven, door mededogen te tonen door noden te lenigen en genadig en zorgzaam te zijn kun je iemand de weg naar Christus wijzen. Ik heb dit verhaal al vaak verteld, maar het raakt me altijd weer. Een zendeling in India, en ik weet niet in welke streek hij zat. Ze spreken daar allerlei talen, dus ik weet niet welk dialect het was. Maar hij kreeg tbc toen hij daar zat en belandde in het ziekenhuis. Hij merkte meteen dat ze daar een hekel aan hem hadden. De patiënten en het personeel hadden een hekel aan hem en dachten: Wat doet die rijke blanke in ons ziekenhuis?. Wisten zij veel dat hij net zo arm was als zij. Hij had een stapeltje evangeliën van Johannes en opnames in hun taal. Hij wilde ze uitdelen, maar niemand wilde er een. Ze wilden niks met hem te maken hebben. En op een avond… Eén man zat in het laatste stadium van tbc, in een bed tegenover hem. Hij zag dat hij rechtop probeerde te komen, maar telkens weer achterover viel. Toen begon hij zachtjes te huilen, en hij snapte niet waarom. ’s Ochtends besefte hij dat die man zich bevuild had. Hij was niet sterk genoeg om naar de wc te gaan. De andere patiënten klaagden over de stank. Een zaalhulp had hem zelfs in z’n gezicht geslagen en berispt. Hij schaamde zich zo dat hij in elkaar kroop en begon te huilen. De volgende nacht opnieuw: Hij ging telkens zitten en viel weer achterover. De man begon te huilen, en hij dacht: ik ben wel ziek, maar niet zo erg als hij. Hij stond op en ging naar hem toe, en eerst was de man bang. Hij kon alleen maar gebaren, tot hij begreep wat z’n bedoeling was. Hij was graatmager. Hij tilde hem op en droeg hem naar de wc, een gat in de grond hield hem vast terwijl hij z’n behoefte deed en bracht hem weer naar bed. Toen kuste de man hem op z’n wang. De volgende ochtend maakte iemand van het personeel hem wakker en gaf hem een kop hete thee. Dat was niet eerder gebeurd. En hij gaf aan dat hij een van z’n boekjes wilde. Binnen een paar uur waren alle banden en alle boeken die hij uitdeelde… De patiënten en de hulpen kwamen naar hem toe en hij had geen boeken meer over. Alles was in een paar uur weg. Ik weet nog goed dat hij zei dat er niets miraculeus gebeurd was. Het was niet omdat hij zo goed kon preken of de waarheid kon verwoorden en niet omdat hij hun taal verstond. Hij had alleen een oude man naar de wc gebracht. En dat had iedereen kunnen doen. God heeft ons geroepen om te dienen. Somigen weten al wat ze moeten doen. Alleen moet iemand ze dienen in naam van de Heer om ze zo te vermurwen dat ze gehoor geven aan de boodschap. Hoe het ook zij: Mogen we trouw zijn in het geloof om Jezus op onze eigen manier te verkondigen op welke manier God ons ook opdraagt. Confronterend, intellectueel, getuigend relationeel, uitnodigend of dienend. Er is nog één laatste ding waarin we geroepen zijn om met God samen te werken. Namelijk planten. We zijn allen geroepen om te bidden, te verkondigen en te planten. Het Nieuwe Testament gebruikt die beeldspraak voor het geven bij de evangelisatie. Ik lees 2 Korinthe 9:6: “Denk erom: Iemand die weinig zaait, zal ook weinig oogsten en iemand die veel zaait, zal ook veel oogsten.”. “Iedereen moet zelf besluiten hoeveel hij wil geven. Want God houdt van mensen die met vreugde geven.”. “En God kan je meer geven dan wat je nodig hebt zodat je altijd genoeg van alles hebt en genoeg om aan alle goede werken te geven.”.
Hopelijk put je moed uit die boodschap. We moeten samenwerken met God door te bidden, te verkondigen en te planten oftewel door te geven. Je ziet deze uitzending omdat mensen hebben samengewerkt met God en een bijdrage aan onze bediening hebben gegeven. We zenden uit in maar liefst elf talen en meer dan 120 landen allemaal doordat mensen in geloof geven en ons werk steunen. Als je ons nog nooit gesteund hebt en ons werk je tot zegen is wees dan ook een ander tot zegen en help ons het evangelie en Gods Woord over de hele wereld te verspreiden. Alleen de eeuwigheid bepaalt wat de volle vrucht van ons werk is. Maar we weten dat Gods woord dingen verandert. Psalm 107:20: “He zond Zijn woord uit, genas hen en bevrijdde hen uit hun grafkuilen.”.
En jouw gebeden en gaven helpen ons om dat Woord te blijven verkondigen. God zegene je.
-
mis geen enkele uitzending
Onze service voor jou: we sturen je wekelijks een email met de link naar de nieuwste uitzending.
Hoe je kunt bidden als alles je overweldigt
Velen van ons ervaren stress in het dagelijks leven, we hebben last van de huidige situatie in de wereld, of we laten ons afleiden. Dit kan er snel toe leiden dat ons gebed, dat helemaal bovenaan ons prioriteitenlijstje zou moeten staan, pas ons laatste redmiddel wordt. Als jij je ook zo voelt en daar verandering in wilt brengen, kijk dan met mij mee in het eerste boek van Samuel. Daar vinden we het verhaal van Hanna. Van deze indrukwekkende vrouw van geloof kunnen we veel leren over hoe we ons doel in gebed kunnen bereiken.
Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!
Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.
naar de preektekst
Als je ook regelmatig updates van Bayless wilt ontvangen, vul dan hier je e-mailadres in. Om technische redenen is dit ook nodig als je alleen het script wilt ontvangen.
Geef een reactie