Je winkelmand (0)

De Ark van het Verbond – ontdek Gods schatten

In het Oude Testament wordt veel gesproken over de zogenaamde “Ark van het Verbond”. Het was het heiligste en kostbaarste voorwerp van Israël, omdat Gods aanwezigheid erin woonde. Toen Jezus stierf aan het kruis, verhuisde God naar elders … Bayless Conley laat je zien welke schatten er in de Ark van het Verbond te vinden waren en waarom ze vandaag de dag jouw leven vervullen! Laat je meenemen door deze boodschap en ervaar hoe het je geloof versterkt.

Downloaden als PDF
  • Hallo, vriend. Ik ben Bayless Conley en ik heb vandaag een interessante boodschap. In het Oude Testament heb je de ark van het verbond. Een met goud beklede kist met daarin drie dingen. De ark van het verbond was de plaats waar Gods aanwezigheid woonde. Zijn ‘Shekina’ heerlijkheid in het Oude Testament. Die drie dingen in de Ark hebben alles te maken met het leven van een gelovige in onze tijd. Als je een Bijbel hebt meegebracht: Hebreeën hoofdstuk 9. We beginnen met vers 3 en daar lezen we over de tabernakel van Mozes die in de woestijn was neergezet na de exodus van de Israëlieten uit Egypte. Hebreeën 9, vers 3: “Maar achter het tweede voorhangsel was het gedeelte van de tabernakel dat het heilige der heiligen werd genoemd, met een gouden wierookvat en de ark van het verbond, die geheel met goud overtrokken was. In deze ark lagen de gouden kruik met het manna en de staf van Aäron die gebloeid had, en de stenen tafelen van het verbond. En boven op deze ark waren de cherubs van Gods heerlijkheid die het verzoendeksel overschaduwden.”

    Ze hadden die tabernakel gemaakt en later werd die deel van een tempel in Jeruzalem. In die tabernakel hadden ze het heilige, waar bepaalde dingen stonden. En dan was er het voorhangsel, dat enorme gordijn met daarachter de ark van het verbond. Dat was een kist die van binnen en van buiten bekleed was met goud. Misschien 1,2 meter lang, 75 centimeter hoog en 75 centimeter breed. Daar bovenop waren twee engelen. Hun vleugels raakten elkaar en ze keken naar het deksel dat het verzoendeksel werd genoemd, dat van zuiver goud was gemaakt. De hogepriester mocht maar eens per jaar naar binnen, achter dat gordijn om te offeren. Het bloed van een dier voor zijn zonden en die van het volk. Eén persoon, eens per jaar. Dat was belangrijk, want boven het verzoendeksel waren die twee gouden engelen van Gods heerlijkheid die ernaar keken en die het overschaduwden. Letterlijk Gods aanwezigheid. In het Oude Testament rustte Zijn Shekinah-glorie boven de ark van het verbond. De ark droeg als het ware Gods aanwezigheid. Heel interessant: Toen Christus stierf aan het kruis, was er een zware aardbeving. Toen scheurde het gordijn in de tempel van boven naar onder. Het was negen meter hoog en tien centimeter breed. Het scheurde door onzichtbare handen wat symboliseerde dat God niet langer gescheiden was van de mensen. Niet alleen de hogepriester maar iedereen had toegang tot God. De ark is niet langer de drager van Zijn aanwezigheid. Wat wordt dan de drager van Gods aanwezigheid na de dood en de wederopstanding van Jezus? De Bijbel is er duidelijk over. In 1 Korinthe 3:16 wordt de vraag gesteld: “Weet u niet dat u Gods tempel bent en dat de Geest van God in u woont?”

    1 Korinthe 6:19:

    “Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent?”

    En dan in 2 Korinthe 6:16:

    “Of welk verband is er tussen de tempel van God en de afgoden? Want u bent de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn.”

    Wij zijn nu Zijn tempel, wij zijn nu Zijn tabernakel. Wij zijn nu de dragers van Gods aanwezigheid. Als we naar die tabernakel uit het Oude Testament kijken waren er drie dingen in die ark, die gouden kist met het verzoendeksel erop, in het ding dat Gods aanwezigheid droeg waarvan God specifiek tegen Mozes had gezegd dat hij ze erin moest doen. Een kruik met manna, Aärons staf die had gebloeid en de stenen tafels waarin de tien geboden gegraveerd waren. En elk verwijst naar waarheden die in deze tijd extreem relevant zijn. Er is een reden dat God wilde dat Mozes die drie dingen in dat ding stopte die Zijn aanwezigheid droegen. Het zijn symbolen, met lessen die elke generatie moet weten. We gaan ze één voor één bespreken. Allereerst was er de manna. Die kruik met daarin manna. We lezen erover in Exodus 16. Voor het geval je niet weet wat manna was: toen de Israëlieten Egypte verlieten, trokken ze door de woestijn. Ze hadden geen eten. Er waren geen winkels en God voorzag in hun behoeftes. Als ze ’s ochtends naar buiten gingen, lag er iets wat op brood leek op de grond. Ze verzamelden precies genoeg voor die dag. En ze noemden het manna. Het was Gods bovennatuurlijke provisie om ze in de woestijn te onderhouden. En in Exodus 16 lezen we erover, vanaf vers 31. Luister goed: “Het huis van Israël gaf het de naam manna. Het was wit als korianderzaad, en de smaak ervan was als van een honingkoek. Verder zei Mozes: Dit is het woord dat de Here geboden heeft. Vul een gomer ervan om het te bewaren, al hun generaties door zodat zij het brood zien dat Ik u in deze woestijn te eten heb gegeven toen Ik u uit het land Egypte leidde. Ook zei Mozes tegen Aäron: Neem een kruik en doe daar een volle gomer manna in en zet die voor het aangezicht van de Here om het te bewaren, al hun generaties door. Zoals de Here Mozes geboden had zette Aäron het vóór de getuigenis om te bewaren. De Israëlieten aten veertig jaar lang het manna totdat zij in bewoond gebied kwamen. Zij aten manna, totdat zij aan de grens van het land Kanaän kwamen.”

    God zei: Ik gaf jullie te eten toen ik jullie uit Egypte leidde. Toen God leidde, onderhield Hij ze. Toen ze zich door Hem lieten leiden, gaf Hij ze wat ze nodig hadden. Ze volgden overdag de wolkkolom en ’s nachts de vuurkolom. Allebei uitdrukkingen van de Heilige Geest Die nu in ons woont. Ze volgden en ze kregen te eten. Weggaan uit Egypte en door de Rode Zee gaan, volgens het Nieuwe Testament zijn dat typen en schaduwen, metaforen die wijzen naar verlossing en doop. Ze wijzen vooruit naar hetgeen Christus zou doen voor ons. God onderhield Zijn volk. Hij onderhield ze toen en elk kind van Hem moet weten dat Hij ze ook nu zal verzorgen. Hij zei: Prent je dit goed in, zodat elke generatie weet en eraan wordt herinnerd dat Ik voor hen zorgde toen Ik ze leidde. En zoals die kruik met manna was verborgen in het hart van die gouden kist die de ark werd genoemd zo moet in het hart van elk kind van God een diep innerlijk weten zijn dat hun hemelse Vader voor hen zal zorgen. Dat Hij voor ze zorgt, ook al gaan ze door een woestijnperiode in hun leven. Even wat overdenkingen. Toen ze door de woestijn naar het beloofde land reisden en God ze bovennatuurlijk onderhield waren er geen boerderijen, geen wijngaarden, niets om te oogsten. Geen markten om te werken of iets te kopen, geen winkels. God deed dus iets opmerkelijks en ongewoons. Zodra ze de grens van het beloofde land bereikten stopte die bovennatuurlijke aanvoer van manna. In het beloofde land moesten ze werken op boerderijen, wijngaarden en olijfgaarden. Ze moesten markten beginnen en daar werken. In winkels werken. Vanaf dat moment zegende God het werk van hun handen maar ze moesten werken. Zeg allemaal ‘werken’. Werken is Gods idee. Werken is niet slecht, werken is goed. Maar zei Jezus niet: Maak je geen zorgen. Je hemelse Vader voedt zelfs de vogels. Dat zei Jezus. En ja, God voedt de vogels. Maar hij werpt geen zaden en wormen in hun nest. Ze moeten wel werken om aan Gods voorzieningen te komen.

    De kruik manna herinnert ons aan Gods voorziening. Dat doet Hij op drie manieren. Door werk door ons werk, door wijsheid en door vensters. Hij zegent ons werk. Hij geeft ons gunsten. Hij zorgt dat we gedijen door ons werk. En Hij geeft ons wijsheid. In de oude King James staat dat God ons de kennis geeft voor slimme uitvindingen. God kan je ontelbare manieren laten zien om inkomen te vergaren en om zegen te ontvangen. Het ontbreekt God niet aan wijsheid. Ik geloof dat iemand in de jaren 1940 de patentbureaus wilde sluiten, omdat alles inmiddels wel was uitgevonden. Niet echt. God geeft je wijsheid als je Hem zoekt. In Jakobus staat: “Als iemand van u in wijsheid tekortschiet, laat hij die dan vragen aan God Die aan ieder overvloedig geeft en geen verwijten maakt en ze zal hem gegeven worden.”

    Er zijn diverse verwijzingen naar vensters in de hemel waaruit God zegen laat komen. Daarmee bedoel ik dat God voorziet op heilige, bovennatuurlijke manieren. Hij doet dat door je werk, door wijsheid en als het moet door vensters. Het tweede ding dat in die gouden kist zat die de ark werd genoemd waarop Gods aanwezigheid rustte, was Aärons staf die had gebloeid. Het verhaal daarover begint in het Oude Testament. Er was veel opstand in het kamp. Invloedrijke mannen zaaiden tweedracht en onenigheid over het leiderschap van Mozes en Aäron. Ze beschuldigden hen ervan zelfgekozen te zijn. Ze beweerden dat iedereen net zo goed leiding kon geven als zij. Dat iedereen net zo geschikt was als zij. Er vlogen beschuldigingen en klachten rond door het kamp. Op aanwijzen van God vroeg Mozes de leider van elke stam om hem een stok of een staf te geven met hun naam erin gegraveerd. We pakken het verhaal op bij Numeri 17:6: “Mozes sprak tot de Israëlieten en al hun leiders gaven hem een staf voor elke leider één staf, naar hun families, twaalf staven. De staf van Aäron was ook onder hun staven.”

    “En Mozes legde de staven neer voor het aangezicht van de Here in de tent van de getuigenis. De volgende dag gebeurde het, toen Mozes in de tent van de getuigenis kwam dat, zie, de staf van Aäron voor het huis van Levi in bloei stond. Hij bracht bloesem voort en bloeiende bloemen, en droeg amandelen.”

    “Toen bracht Mozes al deze staven van voor het aangezicht van de Here naar al de Israëlieten. En zij zagen het, en namen elk hun staf.”

    “Toen zei de Here tegen Mozes: Breng de staf van Aäron terug vóór de getuigenis om hem te bewaren, als teken voor de opstandigen. En u zult een einde maken aan hun gemor over Mij, opdat zij niet sterven.”

    Een staf staat voor autoriteit. En God benoemt geestelijke leiders in Zijn huis en Hij geeft hen autoriteit. Gods hart is nu nog net zoals het toen was. Hij wilt niet dat mensen morren en klagen en degenen die Hij heeft gewijd afwijzen want dat veroorzaakt problemen. Zag je wat Gods motivatie was? Hij zei: Laat dit een teken zijn dat een einde maakt aan hun gemor opdat zij niet sterven. Ze zullen problemen over zich afroepen. Het is interessant dat Aärons staf had gebloeid en amandelen had voortgebracht. De amandel was de eerste bloeiende plant die tot leven kwam na een lange, koude winter. Hij droeg het eerst bloesem. Hij voelde als eerste de regen. Hij voelde als eerste het briesje op z’n blaadjes. Hij voelde als eerste de warme zon. Hij bloeide eerder dan alle andere bloeiende planten. Er was een naam voor: ze noemden hem ‘de wachter’. Omdat hij als eerste bloeide, voor alle andere aan. In Hebreeën 13:17 staat: “Gehoorzaam uw voorgangers en wees hun onderdanig want zij waken over uw zielen.”

    Zeg allemaal ‘waken’. Ze waken. God geeft ze inzicht. Ze waken over je ziel. Paulus had een groep pastors verzameld en hij maant ze. Dit is Handelingen 20, vers 28: “Zie dan toe op uzelf en op heel de kudde te midden waarvan de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft om de gemeente van God te weiden, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.”

    Niet zijzelf maar de Heilige Geest stelde hen aan tot opzieners om de gemeente van God te weiden. Niet om die te domineren maar om Gods kudde te leiden en te voeden, die Christus kocht met Zijn bloed. Vers 29: “Want dit weet ik: Dat na mijn vertrek wrede wolven bij u zullen binnenkomen die de kudde niet sparen en dat uit uw eigen midden mannen zullen opstaan die de waarheid verdraaien om de discipelen weg te trekken achter zich aan. Daarom: wees waakzaam, en bedenk dat ik drie jaar lang, nacht en dag niet heb opgehouden iedereen onder tranen terecht te wijzen.”

    Ware herders hebben een neus voor wolven. God heeft ze aangesteld om te waken. Hij geeft ze inzicht en toezicht om de kudde te leiden. Degenen ondermijnen die God heeft aangesteld, is schadelijk voor anderen en ook gevaarlijk voor degenen die zulke dingen doen. Een vraag. Hoe kun je weten of iemand door God is aangesteld en gemachtigd? De staf van Aäron leert ons een les. Z’n staf bloeide niet alleen, was niet alleen mooi, hij droeg vrucht. Hij bracht rijpe amandelen voort. Door Christus gewijd leiderschap brengt vruchten voort. Het brengt leven voort. Mijn advies… Als je wilt bloeien en naar de kerk gaat… Gelukkig ga je maar je moet niet alleen naar de kerk gaan maar met de kerk verbonden zijn. In Efeze hoofdstuk 4 staat: Hij geeft sommigen als apostels, profeten, evangelisten om heiligen toe te rusten, tot opbouw van het lichaam van Christus. Daarna volgt dat de kerk wordt samengevoegd, bijeengehouden. En ieder deel is werkzaam. Naar de kerk gaan is één ding, verbonden zijn is wat anders.

    In verband met de tijd gaan we door naar het derde item in die ark, in die gouden kist. De stenen tafels waarop de tien geboden waren geschreven. Dat staat voor Gods Woord. Ze lagen in die gouden kist, in de ark. En Gods Woord moet in het hart van elke gelovige zijn als die wil groeien in de zaken van God. We kunnen er veel over zeggen en het is een van m’n lievelingsonderwerpen maar ik beperk me tot drie dingen. Paulus somde het heel goed op. In 1 Timotheüs 1:5 zegt hij: “Het einddoel nu van het gebod is liefde die voortkomt uit een rein hart een goed geweten en een ongeveinsd geloof.”

    Het doel van het gebod. Andere vertalingen noemen het ‘het doel van mijn instructie’. Het doel van mijn onderricht van Gods Woord. Het gebod heeft een drieledig doel. Allereerst liefde uit een rein hart ten tweede een goed geweten en ten derde ongeveinsd geloof. Als Gods Woord iemands hart binnengaat is het het uiteindelijke doel om mij op drie manieren te beïnvloeden. Het beïnvloedt de manier waarop ik die drie dingen in de praktijk breng. Als eerste beïnvloedt het mijn relatie met God. De manier waarop ik die zie en in de praktijk breng. Nummer twee: het beïnvloedt m’n relatie met mezelf. Hoe ik die zie en in de praktijk breng. En nummer drie: het beïnvloedt m’n relatie met anderen. Hoe ik die zie en hoe ik die in de praktijk breng. Het doel van het gebod, van Gods onderricht… Als eerste zegt hij ‘ongeveinsd geloof’. Dat gaat over m’n relatie met God. Hoe ik die zie en hoe ik die in de praktijk breng. De Bijbel zegt: “Zonder geloof is het echter onmogelijk God te behagen.”

    Het is niet moeilijk, het is onmogelijk. We wandelen met God door geloof. Dit is een geloofsrelatie. Geloof definieert m’n relatie met m’n onzichtbare Schepper. Het is niet alleen maar het naleven van een of ander principe het is het vertrouwen in een Persoon. Het tweede dat het doet, het helpt me om m’n relatie met mezelf te begrijpen en hoe ik die in de praktijk breng. Dat heeft te maken met een goed geweten. Dat is het doel van het gebod en van het onderricht van Gods Woord. Het gaat om m’n relatie met God en helpt me om m’n relatie met mezelf te begrijpen. Geweten is de stem van je geest. Zodra je geest is wedergeboren en is versterkt met Gods Woord is je geweten een veilige leidraad. Toen de waarheid van Gods woord in m’n hart was gekomen had ik een duidelijke richtlijn in m’n leven en zolang ik me aan die richtlijn hou, heb ik een zuiver geweten. Er zijn dingen die ik herhaaldelijk en in het openbaar deed zonder nadenken. Ik kan die dingen niet meer doen. Waarom niet? Een kwestie van geweten. Van Gods Woord dat in m’n hart woont. Het beïnvloedt m’n relatie met mezelf. In Handelingen 23:1 zegt de apostel Paulus: “Ik heb voor God met een volkomen zuiver geweten gewandeld tot op deze dag.”

    Handelingen 24:16:

    “En daarom oefen ik mijzelf om altijd een zuiver geweten te hebben voor God en de mensen.”

    En het derde doel, het derde resultaat van het preken van Gods Woord van het gebod dat in ons hart woont: het helpt me om m’n relatie met anderen te begrijpen. Dat is liefde uit een rein hart. Liefde komt meestal op twee manieren tot uitdrukking. Door te vergeven en door te geven. Er zijn allerlei onderverdelingen, maar dat zijn de twee hoofdzaken. Als Gods liefde door ons naar anderen wordt uitgedrukt valt liefde uit een rein hart onder de categorie vergeven of geven. Als anderen me iets geven wat ik niet wil: verwonding, belediging, onvriendelijkheid. Gods liefde zet me ertoe aan om vergevingsgezind te reageren. Net als bij dingen waarvan ik niet wil dat ik ze krijg zet liefde me ertoe aan om anderen dingen te geven die ik wel wil. M’n favoriete zitplaats. Complimenten, bemoediging, gunsten materiële middelen. Gods liefde zet ons ertoe aan om vergevingsgezind te zijn als we krijgen wat we niet willen en om dingen weg te geven die we wel willen. En zelfs om opofferingsgezind te zijn met die dingen. Waarom? Omdat Gods Woord zorgt dat ik anderen zie als waardevol. In de tabernakel uit het Oude Testament, in die kist van het verbond waarin Gods aanwezigheid woonde, zaten die drie dingen. Manna laat ons zien dat onze Vader ons onophoudelijk blijft voorzien. In welk seizoen, in welk stadium van je leven je ook mag zijn. God zorgt voor Zijn kinderen. Ten tweede zat die bloeiende staf erin. God stelt leiders aan, en dat levert altijd leven op. Vruchten. Ten derde zaten de tafels met de tien geboden erin. Zijn Woord moet in ons hart verblijven als we willen bloeien als gelovigen en effectief Gods aanwezigheid aan een verloren, stervende wereld te geven. Daarvoor moet het Woord in ons hart verblijven. Ik hoop dat deze boodschap je heeft bemoedigd. Ik wil de mensen altijd iets praktisch geven wat ze in hun leven kunnen toepassen. Ik hoop dat je praktische zaken hebt gevonden die je geloof versterken. Dingen die je zullen helpen in je leven. Weet je… Ik moet bekennen dat ik naast m’n relatie met m’n vrouw nog een liefdesrelatie heb. Die liefdesrelatie heb ik al bijna 48 jaar. Met Gods Boek, de Bijbel. Die voedt me, die versterkt me, die bemoedigt me. M’n vrouw vindt het niet erg dat de Bijbel m’n geliefde is. Ook zij heeft een liefdesrelatie met Gods Boek. Als je in Gods Boek, in Gods Woord duikt, zal dat je leven veranderen. Jezus zei: “U zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.” We houden van je. Tot de volgende keer.

  • Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vond je de uitzending fijn?

Stuur het dan door of deel het op sociale media om anderen ook te bemoedigen!

Ook interessant voor jou?
artikelen

God ziet wat er in het verborgene gebeurt

uitzending

Waarom je voor God kunt bestaan – Filippenzen

Product

Ontdek Gods kracht voor jou – studiegids

Steun ons werk

Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!

Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.