Je winkelmand (0)

De Heer is mijn herder | Waarom schaduwen geen macht hebben

Ontdek waarom schaduwen geen macht over je hebben! Een krachtige uitleg van Psalm 23 door Bayless Conley.

In deze video:
• Waarom schaduwen geen echte macht hebben
• De kracht van Gods bescherming
• Van angst naar geloof

 

Downloaden als PDF
  • Vrijwel iedereen, gelovig of ongelovig, kent Psalm 23, of in elk geval gedeeltelijk. Maar het is niet zomaar een mooie tekst om te bewonderen. Hij staat vol beloften voor dingen die de Heer voor Zijn volk wil doen. Er staan dingen in die je moet weten, dingen waar je vandaag van kunt profiteren. Als je een bijbel hebt, pak die er dan bij. We hebben het over de Heer onze Herder. Van alle dieren is het schaap het zieligst als hij verdwaald raakt. De meeste dieren zijn opmerkelijk goed in staat om hun weg naar huis te vinden. Schapen kunnen zelfs dicht bij huis hopeloos verdwalen. Ondanks alle vooruitgang op technologisch en wetenschappelijk gebied… is de mensheid op geestelijk terrein nog steeds volkomen verdwaald. Vers 4: “Al ging ik ook door een dal vol schaduw van de dood… ik zou geen kwaad vrezen, want U bent met mij. Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.” 

    Dus ik volg de Herder die mij door een dal vol schaduw van de dood leidt. Dat staat voor een plek waar ik bang zou kunnen zijn. Een plek waar de dood dicht genoeg bij is om een schaduw over m’n leven te werpen. Over m’n huwelijk of een andere relatie. Misschien werpt hij een schaduw over m’n bedrijf of m’n gezondheid. Een plek waar je op de proef wordt gesteld. “Zou God me daarheen leiden?” God leidt je naar wat Hij voor jou wil. Hij zal je naar het doel leiden dat Hij voor jou heeft. Maar je zult zeker tegenstand ontmoeten. Je hebt een tegenstander, de duivel. “Die rondgaat als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden.” Die wil Gods bedoelingen in je leven dwarsbomen. Dus er zullen conflicten zijn. Maar het gaat gebeuren. Aan de grens van het Beloofde Land zei God: “Elke plaats die uw voetzool betreedt, heb Ik u gegeven.” En zij: “Wist U dat er daar reuzen zijn?” “Weet Ik. Maar ga nu maar.” Er zullen conflicten zijn. Er zal strijd zijn. We zitten in deze mooie zaal op onze mooie campus. Een van de dingen waarvoor ik heb gebeden. En de Scheidsrechter besliste. Ik had vrede, dus we zetten de schouders eronder en gingen aan de slag. We deden het, niet wetend dat ik door twee steden zou worden aangeklaagd. Geen idee dat een afdeling stadsplanning ons perceel zou proberen in te pikken. Geen idee dat we vijf jaar lang in de rechtbank zouden zitten. Geen idee dat CBS, ABC en NBC… elke zondag met hun camera’s bij de kerk zouden opduiken… en afschuwelijke dingen over ons zouden melden die niet waar waren. Geen idee dat kranten uit Californië tot en met New York… leugenachtige artikelen zouden publiceren. Geen idee dat ik op spotprenten zou verschijnen. Het dal vol schaduw van de dood. Maar God sleepte ons erdoorheen, en kijk aan. Zijn pad en Zijn doel… hebben ons hier gebracht. Je zult voor zaken komen te staan. Even wat punten over het dal vol schaduw van de dood. Er staat dat je erdoorheen gaat. Als je erdoorheen gaat, blijf je er niet. Hij brengt je naar iets beters. Als je door een moeilijke periode gaat, zet dan je tent niet op. Blijf daar niet kamperen. Je gaat erdoorheen. God heeft iets beters voor je. Misschien zul je conflicten ervaren, maar Hij zal je erdoorheen leiden. Het heet niet het dal van de dood, maar van de schaduw van de dood. Schaduwen hebben niets tastbaars. Ben je weleens door de schaduw van een hond gebeten? Aangereden door de schaduw van een auto? Gesneden door een schaduw-mes of gestoken door een schaduw-bij? Die zaken hebben van zichzelf niets tastbaars. Het is belangrijk om dat te onthouden. We geven gedachtes zo vaak de gelegenheid om in ons hoofd post te vatten. We raken vervuld van angsten om dingen die misschien niet eens echt zijn. 90 procent van de dingen waar wij doorheen gaan, zijn niet eens gebeurd. Mark Twain zei: “Ik ben door veel ellende gegaan die grotendeels nooit is gebeurd.” Sommigen gaan heel erg gebukt onder dingen die er niet echt zijn. Maar die wel hun gezondheid en hun gedrag beïnvloeden. God zei tegen de Israëlieten dat ze het Beloofde Land zouden binnengaan. Hij wees precies de generatie aan die het Beloofde Land zou betreden. God leidt hen naar het Beloofde Land en zij sturen twaalf verkenners het land in. De verkenners melden dat het land is zoals God had gezegd. Het was een land van melk en honing, en ze hadden fruit mee terug genomen. En toen zeiden tien van de verkenners: “Maar… God heeft gezegd dat Hij ons ’t land geeft, maar er zijn reuzen en versterkte steden. Die lui zijn zwaarbewapend en groot. Bij hen vergeleken zijn we sprinkhanen en zo zagen zij ons ook. Ze waren totaal niet bang voor ons. Zij waren moedig en wij waren doodsbang. Het gaat ons gewoon niet lukken. Maakt niet uit wat God zegt. Niemand daar is bang voor ons.” Dus die hele generatie bleef rondjes lopen om de berg Sinaï. De veertig jaar daarop, tot de oudere generatie was gestorven. Veertig jaar later neemt Jozua de volgende generatie mee naar binnen. Mozes was gestorven. Ze stuurden weer verkenners naar binnen. Een paar eindigden in een bordeel. Geen idee waarom. De prostituee Rachab… Misschien de eigenaresse van het bordeel… zegt tegen hen: “Toen jullie de Rode Zee overstaken, 40 jaar terug… hebben jullie aan de overkant van de Jordaan de koningen Sihon en Og gedood. De harten van iedereen smolten van angst vanwege jullie. Iedereen verloor de moed. Alle mannen in het land waren doodsbang. Ze hadden trillende knieën vanwege jullie.” Maar de Israëlieten geloofden in deze gedachte: die lui zijn niet bang voor ons. Terwijl ze in werkelijkheid dus doodsbang voor hen waren. Maar omdat ze in een leugen, in een schaduw geloofden… beïnvloedde dat hun acties, en ze betraden nooit het Beloofde Land. Alleen de twee verkenners Jozua en Kaleb, degenen die God geloofden. Zij kenden het geheim. Dat geheim dat in Psalm 23 staat: “Al ga ik door een dal vol schaduw van de dood, ik vrees geen kwaad. U bent met mij.” 

    Als er schaduw is, moet er licht zijn. De Herder is mijn licht en mijn redding. En het licht is sterker dan de duisternis. Luister naar wat Jozua veertig jaar eerder zegt: “Kom tegen de Heer niet in opstand. Wees niet bevreesd voor de bevolking, want zij zijn ons tot voedsel. Hun schaduw is van hen geweken, en de Heer is met ons. Wees niet bevreesd voor hen!” Ze zagen dezelfde schaduw als de anderen, maar zeiden: “God is met ons.” En als je het nu zwaar hebt, als je niet weet wat morgen zal brengen… laat me je dan dit vertellen: de Heer is met je. Hij is voor en niet tegen je. Hij heeft je lief. Hij is je Herder en Hij zal je helpen. Wees niet bang. De Heer is met je. Vrees niet. Hij is voor je, Hij houdt van jou. Er is hier iemand die denkt: God, waarom geeft U me geen antwoord? Waarom hoort U me niet? Hoort U me wel?” Dat doet Hij wel. Hij heeft je dit horen zeggen. En Hij wilt dat jij naar Hem luistert. Hij spreekt jou toe. Hij heeft je gehoord en Hij ziet je. Je voelt het misschien niet, maar Hij heeft je lief. Het is Zijn bedoeling om jou te helpen. Er staat ook dat de Herder me troost… met Zijn stok en Zijn staf. Die troosten mij. In dat dal vol schaduw van de dood is er God zij dank goddelijke troost. Die stok staat voor autoriteit. Die zorgde voor bescherming. Te vergelijken met de knuppel van een politieagent. Om de schapen te beschermen tegen rovers, dieven en wilde dieren. Zelfs de scepter van koningen stamt af van die stok van de herder. Daar komt die vandaan. Die herdersstok staat voor zijn gezag, de bescherming die hij biedt. Dit zegt Jezus in Lukas 10:19: “Zie, Ik geef u de macht om op slangen en schorpioenen te trappen… en de macht over alle kracht van de vijand; en niets zal u schade toebrengen.” 

    Jacobus 4:7: “Onderwerp u aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten.” 

    Jij onderwerpt je aan God en de duivel vlucht van je weg. Je tegenstander gaat rond als een brullende leeuw. Op zoek naar wie hij kan verslinden. Z’n lievelingsprooi is een verdwaald schaap. En daar heb je het schaap, dat zich niet kan verdedigen zonder scherpe tanden. Zoals een schaap is niet lenig, niet snel, niet angstaanjagend of slim. En oog in oog met de leeuw zegt het kleine schaap: “Meneer de leeuw, ik bestraf je in de naam van Jezus.” Maar achter dat kleine schaap staat de Herder die met Zijn stok in de hand zegt: “Luister naar dat schaap, anders zie je over twintig seconden sterretjes.” Toen ik zo’n drie maanden gered was, deed ik zendingswerk in Mexico. Ik was daarheen verhuisd. Er zaten daar mensen uit de VS. Het heette Piedras Negras, vlakbij Ensenada. Ze hadden een stuk uitgegraven uit de heuvels. Alle aarde was weg geschept. Er waren blokken neergezet met planken erop. Zitplaatsen voor zeker 1000 mensen. Overdag en ’s avonds waren er bijeenkomsten. Ik probeerde me nuttig te maken. Tijdens een bijeenkomst… kwam er ineens zo’n blok met allemaal uitstekende spijkers naar beneden. En nog een. Een zwangere vrouw werd geraakt. Er kwamen forse brokken steen van bovenaf de menigte in gevlogen. Enorme stenen en blokken werden de menigte in gegooid. Ik keek omhoog en daar stond een gestoorde, van de duivel bezeten kerel. Iedereen kende hem. Hij woonde niet in een huis. Hij leefde op straat tussen de bergdorpjes, en hij heette Jorge. Hij zat onder de beten en de zweren. Hij beet hele happen uit z’n armen. Hij was smerig, z’n haar zat vol klitten. Hij stond daar te schreeuwen en stenen te gooien. Een van de leiders van de evangelisatiebeweging zei: “Regel dat even, Bayless.” Ik was nog maar drie maanden geleden gered. Ik dacht: er is vast nog een Bayless. Ik slikte even en zei: oké. Ik loop naar die man toe. Z’n tanden stonden alle kanten op. En hij had een blik van absolute waanzin in z’n ogen. Ik zei: “In naam van Jezus: leg dat neer.” Hij hield een grote plank vast. Hij legde hem neer en ging zitten. En hij boog z’n hoofd. Ik zei: “Kom mee.” Ik nam hem mee naar beneden. Daar stonden een stel christenen die voor hem baden. Een van hen had hem kennelijk gevraagd waarom hij mij gehoorzaamde. Hij zei: “Waarom ik hem heb gehoorzaamd? Dat was Jezus.” Hij zag de Herder achter mij staan. Jezus zei: “Ik geef je gezag. Verzet je tegen de duivel en hij vlucht van je weg.” En dan heb je de staf van de herder. Zo’n anderhalve meter lang met bovenaan een kromming. Om de schapen voorzichtig ergens heen te duwen. Of om ze met behulp van de haak de beschermende kring in te trekken. Dat staat voor het werk van de Geest. Zoals Hij ons naar bepaalde plekken duwt om bij bepaalde mensen te zijn. Een paar weken terug zei een dame tegen me: “Altijd als ik hierlangs kwam, voelde ik dat iets me hier naar binnen lokte. Dagelijks.” Volgens mij was ze dan op weg naar haar werk. “Elke keer kreeg ik dat duwtje, zeg maar. En uiteindelijk gaf ik toe. Op een zondag ging ik naar binnen en voelde Gods aanwezigheid. De boodschap was rechtstreeks aan mij gericht. God sprak tot mij. Ik kom hier nu een paar maanden, en m’n leven is totaal veranderd.” Dat is typisch iets wat de Heilige Geest doet. Hij geeft je een zetje. Hij duwt je naar degene bij wie je moet zijn. Of bij iemand vandaan bij wie je juist niet moet zijn. In vers 5 zegt Hij: “U maakt voor mij de tafel gereed voor de ogen van mijn tegenstanders. U zalft mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over.” 

    Hij maakt de tafel gereed. Maakt niet uit waar jij doorheen gaat. Het ziet er misschien naar uit dat je vijand meer mannen en wapens heeft. God bereidt dingen voor je, zelfs te midden van je vijanden. Wat je maar nodig hebt, ligt op Zijn tafel, en het is al bereid. God zag jou door de gangen van de tijd hier en nu zitten. Hij kende je noden en heeft al een tafel voor je bereid. Als je genezing zoekt: die ligt klaar op de tafel. Gemoedsrust en vergeving zijn al bereid. Wijsheid is al bereid. Vrijheid en gunsten zijn al bereid. Kracht is al bereid. Materiële voorzieningen en vreugde zijn al bereid. Hij zegt: “U zalft mijn hoofd met olie.” Dat deed je als je een hooggeëerde gast thuis ontving. Jezus kwam binnen in het huis van Simon de farizeeër en zei: “Simon. Toen ik binnenkwam, heb je Mijn hoofd niet met olie gezalfd. Maar deze vrouw heeft mijn voeten met geurige olie gezalfd.” Dus Jezus behandelt ons niet als domme schapen. Hij behandelt ons als hooggeëerde vrienden. Dat is te verheven voor mij. Dat kan ik niet begrijpen. Het is te veel. En toch doet Hij dat. Hij eert mij. Hij zalft m’n hoofd met olie. Mijn beker vloeit over. Er is overmaat. Overdaad, genoeg om aan mijn noden en die van anderen tegemoet te komen. Vers 6: “Goedheid en goedertierenheid zullen me volgen alle dagen van mijn leven. Ik zal in het huis van de Heer blijven tot in lengte van dagen.” 

    De Herder gaat ons hier voor. De rij wordt afgesloten door twee schaapshonden: goedheid en goedertierenheid. Goedheid voor als ik goed handel, goedertierenheid voor als ik fout handel. God zij dank. Voor sommigen die zitten te luisteren geldt dat de honden van de hemel, goedheid en genade je vandaag hierheen hebben gebracht. De Herder kent je naam. Hij roept je. Hoor je Zijn stem?. Uiteindelijk zal Hij ons meenemen naar Zijn huis, om daar voor altijd te verkeren. Wat een Herder. Hij stelt ons tevreden in dit leven, maakt ons veilig in de dood… en geborgen tot in de eeuwigheid. Jaren geleden las ik eens een verhaal over een wees. Hij was heel jong wees geworden. Hij had in diverse weeshuizen en andere instellingen gezeten. Hij had bij een aantal pleeggezinnen gewoond, maar het werd nooit wat. Als hij maar even hoop ging koesteren, moest hij weer terug naar het weeshuis. Hij snapte het niet. Er kwam een oud stel langs dat meteen weg van hem was en hem wilde adopteren. Het hele proces werd in gang gezet. Het drong niet tot hem door. Hij is in dat mooie huis van hen. Ze zijn erg lief. Dan zegt de jongen door z’n tranen heen: “Mag ik nog wat langer blijven, meneer? Heel eventjes nog maar.” De man zegt: “Volgens mij begrijp je het niet, jongeman. Je bent onze zoon. Je kunt hier altijd blijven wonen.” We kunnen de cirkel doortrekken naar de uitspraak van Jezus. “Ik ben de goede Herder; de goede herder geeft zijn leven voor de schapen.” En dat deed Jezus. Hij gaf Zijn leven als een schaap. Hij identificeerde Zich met ons en werd Mens. Geweldig. Het Lam Gods. Handelingen 8:32 luidt: “Hij is als een schaap naar de slachting geleid. Zoals een lam stemloos is bij de scheerder, zo opent Hij Zijn mond niet.” 

    In gebieden met veel schapen hebben ze vaak een ‘Judas’-schaap. Als de schapen naar de slachter moeten, binden ze dat schaap een bel om. Dat moet de andere schapen de vrachtwagen in lokken of de kooi in… waar ze geslacht worden. Als de schapen aarzelen, blaat dat schaap even. Zo krijgt hij ze zover dat ze hem volgen. En vervolgens wordt hij vrijgelaten. Het schaap krijgt een beloning, maar zo is Jezus niet. Hij werd geslacht opdat wij zouden leven. Hij deed het tegenovergestelde voor ons. Toen Hij voor onze zonden was gestorven, herrees Hij na drie dagen en nachten… toen Gods eeuwige gerechtigheid was ingelost. Hebreeën 13:20: “Moge God, Die de grote Herder uit de doden heeft teruggebracht… op grond van het bloed van het eeuwige verbond u toerusten… tot elk goed werk om Zijn wil te doen.” 

    Beste vriend, de Herder roept. Sommigen van jullie hier… moeten eenvoudig geloven dat Hij van je houdt. Hij zal voor je zorgen. Sommigen van ons staan toe dat er troep aan hun ziel blijft kleven. Misschien aarzelen we om onze wol te geven of ons steentje bij te dragen. We snappen niet waarom we niet blij zijn, waarom dit niet echt voelt. Dat hoort er allemaal bij. Nu wil ik de Heer uitnodigen om werk te verrichten. Laten we even een moment op de weide rusten. Een moment aan de stille wateren. Laten we erop vertrouwen dat Hij het werk doet dat we zelf niet kunnen. Hemelse Vader, wij danken U dat U ons lid hebt gemaakt van de familie. Heer Jezus, wij nodigen U uit om Uw werk in ons te verrichten. We weten dat wij onze eigen ziel niet kunnen herstellen. We kunnen onszelf niet reinigen. Doe Uw werk in ons, Heer, terwijl wij in Uw aanwezigheid verkeren. Doe Uw werk. Doe Uw werk. Dank U, Jezus. Voor als jij dat verdwaalde schaap bent: Jezus zegt: “Als een herder honderd schapen heeft… en er eentje kwijtraakt, dan trekt hij de woestijn in… en zoekt hij net zolang tot hij dat schaap heeft gevonden. Hij legt het op z’n schouders en brengt het vol vreugde terug.” Jezus zegt: “Er is meer vreugde in de hemel over één zondaar die zich bekeert… dan over negenennegentig rechtvaardigen die de bekering niet nodig hebben.” Als jij dat verdwaalde schaap bent, dan is Jezus je Herder. En geen ander. Er staat: “Als u gelooft dat God Jezus uit de doden heeft opgewekt… en met uw mond de Heer Jezus belijdt… wordt u gered.” Dan word je deel van de kudde. Hij zal je veranderen en je de Zijne maken. Ik ga jullie voor in een eenvoudig gebed. Stel, je bent bij God vandaan geraakt… terwijl je Hem hebt gekend, van Hem hebt gehouden… misschien door foute keuzes of verkeerd gezelschap. Of pijn die je door hebt laten etteren. En nu ben je een eind van de Herder vandaan geraakt. Hij is niet boos, maar het is tijd om thuis te komen. Als je Hem nooit hebt gekend en je neemt deze woorden in je hart op… en je bent oprecht, dan zal Hij je horen. Laten we bidden. Zeg maar: Ik kom naar U toe, God. Met heel mijn hart geloof ik dat Jezus Christus Gods Zoon is. Ik geloof dat Hij naar de aarde kwam om mensen als ik te redden. Dank U, Jezus, dat U aan het kruis bent gestorven. Dat U de straf voor mijn zonden op U nam. U hebt mijn schuld volledig ingelost. U bent uit de doden opgestaan. Ik nodig U als mijn Heer uit in m’n leven. Als mijn Redder en mijn Herder. Ik bid in Uw naam. Ik hoop dat je dit gebed met mij hebt mee gebeden. Als je dat met ’n oprecht hart hebt gedaan, en die woorden hebt opgenomen… dan weet ik dat God bij je is gekomen. Het evangelie is echt, de hemel is echt. Jezus Christus is echt uit de doden opgestaan. Dit leven is maar een flitsje op het scherm. En dan betreden we de eeuwigheid. Als Jezus je leven heeft veranderd, of als deze boodschappen ’n zegen voor je zijn… dan hoor ik graag van je. We werken met een heel team aan deze boodschappen. We vinden het een zegen als we verhalen horen van mensen wier leven veranderd is. Neem alsjeblieft een moment om ons een mail te sturen… of schrijf een ouderwetse brief om aan ons te sturen. Dat zal ons hart bemoedigen… terwijl we deze uitzendingen en boodschappen over de wereld sturen. God zegent je.

  • Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vond je de uitzending fijn?

Stuur het dan door of deel het op sociale media om anderen ook te bemoedigen!

Ook interessant voor jou?
artikelen

Wat houd je op de been als alles instort?

uitzending

Waar je als kind van God recht op hebt

Product

Set “Wie is de Heilige Geest?” – dvd + boekje

korte video

Vrolijk Pasen! Jezus leeft – Paasboodschap van Bayless Conley | Pasen 2026

Steun ons werk

Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!

Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.