De impact van een vrijgevig hart – 5 bijbelse principes
Een vrijgevig hart verandert alles. Ontdek in 2 Korintiërs 8–9 hoe Gods genade je verder tilt dan je eigen vermogen. Bayless Conley laat zien 5 bijbelse principes: genade die je verder draagt, urgentie voor het evangelie, eerst jezelf geven aan de Heer, blijmoedig geven en het principe van zaaien en oogsten. Leef met een open hand en ervaar hoe God voorziet, zodat jij overvloed hebt voor elk goed werk.
-
Hallo en welkom. We gaan het hebben over de invloed van een vrijgevig hart. Maar het wordt een ander verhaal dan je denkt. Laten we snel beginnen. Hallo. Fijn dat je kijkt. Ik heb iets bijzonders te vertellen. Zowel in deze preek als in de volgende, want ik red het niet in één keer. Maar wat ik jullie nu ga vertellen, is zo ongelooflijk belangrijk en raakt letterlijk iedereen in het hart. Het laat zien waar jij staat en waar ik sta. Er staan hier dingen die God mij heeft getoond en waarvan ik denk dat elke gelovige ze moet horen en zich eigen moet maken. Paulus schrijft aan de kerk van Korinthe. Hij heeft ze het Evangelie gebracht, de kerk gesticht en brieven geschreven. Dit is uit 2 Korinthe 8, vers 1. Hij schrijft: “Verder maken wij u bekend, broeders de genade van God die in de gemeenten van Macedonië gegeven is.”
In dit hoofdstuk en in het volgende, en in de hoofdstukken 10, 11 en 12 heeft hij het steeds over ditzelfde onderwerp. Paulus vertelt hoe het is gegaan in de kerk in Macedonië en moedigt de burgers van Korinthe aan om dit voorbeeld te volgen. Toen Paulus naar Macedonië ging Ze wilden naar Bithynië en Klein-Azië reizen, maar de Geest liet het niet toe. In een visioen zag Paulus een man die zei: Kom naar Macedonië en help ons. Ze maakten daaruit op dat de Heer tot hen sprak en voeren naar Macedonië. Dat was een voor hen nieuw gebied, een onontgonnen akker. Ze komen aan in Filippi, genoemd naar Philippus, vader van Alexander de Grote. Het was een strategische stad die lag op de route van Europa naar Azië. Er werden veel oorlogen gevoerd om dit gebied in handen te krijgen. Paulus ging met zijn metgezellen naar de rivier, waar vrouwen zaten te bidden. Hij verkondigt het Evangelie en Lydia, de rijke purperverkoopster uit Thyatira dat precies ligt in dat deel van Klein-Azië waar de Geest hen belette te komen deze Lydia werd bekeerd. De purperen verf waarmee zij kleding verfde veelal voor hoge functionarissen in het Romeinse bestuur was afkomstig uit de rivieren in Klein-Azië bij Thyatira. Daar leefde een purperslak, waar verf van werd gemaakt. Ze had dus nog zakelijke contacten daar. Zij wordt bekeerd en het Evangelie wordt verspreid via haar zakelijke contacten. De Geest had Paulus tegengehouden. Maar niemand kan alles in zijn eentje. Je kunt niet overal naartoe. Maar als jij jouw deel doet en ik het mijne, zorgt God voor de rest. Zijn strategie is fenomenaal. Het tapijt dat God weeft, is schitterend. Als wij naar het leven kijken, kijken we tegen de achterkant van het tapijt aan of van een prachtig kleed waar patronen en afbeeldingen in geweven zijn. Maar van de achterkant lijkt het een rommeltje. Zo kijken we ook naar Gods werk. We begrijpen het niet. Maar als we het omdraaien, komt er iets prachtigs tevoorschijn dat symmetrisch en niet van deze wereld is en dat wij met onze beperkte blik niet altijd zien. Terug naar de tekst: Lydia is bekeerd en haar huisgenoten worden gedoopt. Dan drijft Paulus de boze geest uit bij een meisje dat kan waarzeggen. Haar meesters worden boos, omdat ze nu hun bron van inkomsten kwijt zijn. Zij stoken de boel op en zorgen dat Paulus en Silas gevangen worden gezet. Zij zitten vast. Dit staat in Handelingen. Er komt een aardbeving. Vervolgens wordt de Romeinse cipier bekeerd en daarna ook zijn familie. Ze worden allemaal gedoopt. En zo is de jonge kerk ontstaan. Het boek Filippenzen is aan deze mensen geschreven. De kerk is daarna door anderen verder gegroeid, maar zij vormden de kern. Somigen denken zelfs dat die cipier de pastor werd van de kerk in Filippi. Dus het is goed om Filippenzen met dit in gedachten te lezen. Als Paulus spreekt over de genade die God aan de kerk of gemeenten geeft want de kerk had zich inmiddels al uitgebreid over Macedonië dan heeft hij het over deze mensen met wie alles begonnen is. Dan zegt hij over de kerk in Macedonië om de Korinthiërs aan te moedigen: “Dat te midden van veel beproeving, de overvloed van hun blijdschap in overvloedige mate geleid heeft tot de rijkdom van hun vrijgevigheid.” “Want zij gaven naar vermogen, ja, boven vermogen, en uit eigen beweging. En zij smeekten ons met veel aandrang dat wij hun genadegave en aandeel in het dienstbetoon aan de heiligen zouden aannemen.” Hij heeft het over de genade van God die hun gegeven is. Hij legt een verband met hoe zij daardoor belangeloos aan anderen kunnen geven. Er staat: “naar vermogen, ja, boven vermogen, en uit eigen beweging”. Hoe kun je boven je vermogen geven? Dankzij genade. Wij gaan tot de rand van ons vermogen en de genade tilt ons eroverheen. Dat geldt op alle gebieden: in de kerk, in relaties, in je werk en in je geloofsleven. Wij gaan tot de rand van ons vermogen, maar Gods genade tilt ons eroverheen. Er staat: “zij smeekten ons met veel aandrang dat wij hun gave aannamen.” Dus deze jonge kerk, de inwoners van Macedonië, smeekten ons. Ze bleven aandringen. In andere versies staat dat ze ons ‘dringend verzochten’. Het is dus niet zo dat de pastor de mensen smeekt om te geven. Het is niet zo dat de pastor erop aandringt dat ze geven. Hoewel het soms nodig is mensen te herinneren aan het belang van geven en dat door onze gaven en ons gebed het Evangelie verder wordt verspreid. Maar hier zijn het de mensen zelf die smeken en steeds opnieuw vragen of Paulus hun genadegave wil aannemen. Daar wil ik nog een paar dingen over zeggen. Er staat dat ze met veel aandrang smeekten. Ze drongen echt aan. Ze waren tot het besef gekomen dat het leven kort is en de eeuwigheid lang. Ze vonden het belangrijk om die genadegave geven. Ze vonden het belangrijk dat die gave werd aangenomen, omdat God dat wilde. Lydia was tot het besef gekomen dat geld niet gelukkig maakt. Ze was rijk, ze had bedienden en een groot huis. Paulus en Silas hadden bij haar gelogeerd. Anderen ook. Ze zat in een zeer winstgevende handel. Er waren weinig purperverkopers. Ze was een zeer bemiddelde vrouw, maar wist dat geld niet gelukkig maakt. Op een mooie nieuwe plek gaan wonen, maakt niet gelukkig. Somigen denken: als ik nou maar meer geld heb en meer kan kopen en reizen dan word ik vanzelf gelukkiger. Lydia wist dat het daar niet om ging. Want wat je ook doet of bezit, je blijft jezelf. En mensen hebben God nodig. Die cipier zou een chagrijnige oud-soldaat zijn gebleven die wist hoe snel er een eind aan een mensenleven kon komen. Hij had veel medesoldaten bij gevechten zien sterven. Hij had veel vrienden verloren. Hij wist hoe snel een mensenleven kon uitdoven en hoe kwetsbaar het was. Veel gevangenen die hij had bewaakt, waren dood. Somigen waren geëxecuteerd en velen waren vast in hun cel gestorven. Hij merkte dat hij van een verharde man veranderd was in een meelevend mens. Dezelfde cipier had Paulus en Silas in de binnenste kerker geworpen en hun voeten in het blok vastgezet, hoewel hij wist dat ze erin geluisd waren. Hun rug lag open van de stokslagen, maar het kon hem niks schelen. Hun lijden deed hem niks. Weet je wat hij deed nadat hij ze opgesloten had? Hij ging slapen. Het onrecht dat hun was aangedaan en hun pijn raakten hem niet. Hij werd alleen wakker van de aardbeving. Maar zodra hij Christus heeft ontvangen, ga hij hij liefdevol hun wonden verzorgen. Hij nodigt hen thuis uit om samen met zijn gezin te eten. Hij is een totaal ander mens. Zijn vrouw en kinderen zien ook de drastische verandering in hem. En daardoor zijn zij vast ook tot Christus gekomen. Er staat nergens dat de kleine waarzegster werd bekeerd maar ik denk dat ook zij, bevrijd van die boze geest, tot Christus is gekomen. Zij wist dat duivelse krachten echt bestaan. Vandaar dat ze zo aandrongen. Ik heb gisteravond de getuigenis van de oude rocker Alice Cooper gelezen. Ik heb hem in 1972 ontmoet in een nachtclub. Hij was totaal laveloos. Hij kon nauwelijks nog op zijn benen staan In zijn getuigenis staat dat hij de zoon van een dominee was. Zijn opa was evangelist. Hij sloeg een andere weg in en werd wereldberoemd. Hij had een glanzende carrière en hij had alle vrouwen en drugs die hij maar wilde. Hij was een zware alcoholist en een drugsverslaafde. Maar Jezus Christus heeft hem bevrijd. Dat vond ik een interessante wending. Hij verkondigt nu openlijk dat Jezus de weg, de waarheid en het leven is. Misschien ken je zijn act nog uit zijn rock-‘n-rollperiode? Dat was allemaal heel duister en duivels. Hij ziet het nu als zijn taak om jongeren in contact te brengen met Jezus en hun te vertellen dat de duivel echt bestaat. Dat is geen fantasiefiguur. Ik zeg dit omdat bij het meisje dat kon waarzeggen dat volgens de Bijbel bezeten was door een waarzeggende geest Paulus de boze geest uit haar heeft verdreven. En voor de eerste keer in wie weet hoelang We weten niet precies hoelang ze al gekweld werd door die boze geest want demonen zijn niet fijn, ze zijn slecht, onrein en wreed. Voor het eerst was haar geest vrij. En haar hart was vrij. Logisch dat ze zo aandrongen dat Paulus die genadegave zou aannemen. Want ze wisten hoe het was om van de duisternis naar het licht te gaan. Als niemand de tocht van Paulus over de zee had bekostigd om het Evangelie te verspreiden, zaten ze nu nog in een goddeloze duisternis. Nu was het hun beurt om het Evangelie te verspreiden. Nu was het hun beurt om de apostel Paulus en zijn werk als leraar te steunen. Daarenboven waren ze heel dringend in. En wij moeten die urgentie ook hebben. De hemel bestaat. De hel is heet. De eeuwigheid is lang. En onze tijd is kort. We moeten dringend het Evangelie omarmen en dat verspreiden naar de vier uiteinden van de aarde. Dat zij ruimhartig en belangeloos bleven geven, ook in zulke moeilijke tijden had een aantal gevolgen. Ten eerste tonen ze in vers 5 aan wie zij waren en aan wie zij zichzelf gaven. In 2 Korinthe 8:5 staat: “En zij deden niet alleen zoals wij gehoopt hadden maar zij gaven zich eerst aan de Heere en daarna aan ons door de wil van God.”
Dat zij kunnen geven, komt doordat zij zich eerst aan God hebben gegeven. Om deze waarheid kun je niet heen. Ons hart en ons geld zijn verbonden. Jezus zegt: “want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.” Je investeert daar waar je hart ligt. Dat zij zo dringend wilden geven om anderen het Evangelie te brengen toont aan dat zij zich aan de Heer hadden gegeven. En dan zegt Paulus treffend: “en daarna aan ons, door de wil van God.” God wil dat we ons volledig aan Hem geven en dat ieder van ons daarna een deel van het werk van de Heer op zich neemt. Toen ik bekeerd werd… Dat was in een missiepost in Medford in Oregon. Op een avond werd daar het Evangelie verkondigd. Er zaten allemaal daklozen, drugsverslaafden en alcoholisten. We kregen een uitnodiging van God en ik was de enige die daarop inging op die avond in die kleine missiepost. En direct, eigenlijk vrij snel nadat ik was bekeerd hoorde ik een evangelist preken in een soort voedselhal waar boeren uit de buurt bijeen konden komen. Ik was zo ontroerd en geraakt en geïnspireerd door deze evangelist. Dat ben ik nooit vergeten. Hij was een evangelist en leraar ineen. Ik reisde hem door heel Zuid-Oregon achterna. Hij kon het Woord perfect uitleggen. Ik herinner me nog zijn preek over de gelijkenis van de zaaier uit Markus 4. Ik kan rustig zeggen dat die preek los natuurlijk van de verlossing door Jezus en de toegang tot het Koninkrijk dat die preek over hoe het Woord werkt en hoe satan dat Woord wegneemt en hoe we Gods Woord in ons hart moeten zaaien om te kunnen oogsten zo’n enorme invloed heeft gehad op mij en mijn leven zo heeft veranderd dat ik mij volledig heb gewijd aan die man en aan het werk dat hij deed. Op die manier begon ik toen zelf te geven. Ik had niet veel, maar ik gaf alles wat ik in mij had en meer, met hulp van God om zijn werk te ondersteunen. Toen mijn geld op was, ga ik mijn spullen weg. Of we ons echt aan de Heer hebben gegeven, voor de volle 100 procent blijkt uit wat we voor Zijn werk overhebben. Ik denk dat sommigen van jullie moeten bidden voor de kerk waartoe je behoort. Ik ben verhuisd naar Californië en wijdde me daar aan de kerk. Ik heb een tijdje in Oklahoma gewoond en daar ga ik me ook weer aan de kerk. Ik gaf een tiende en later nog veel meer dan dat. Ik ga wekelijks aan de kerk. Ik maakte deel uit van een kerkje in Zuid-Californië, ging voor ze werken en deed hetzelfde: ik ga mezelf aan de Heer en wijdde me aan Zijn werk. Nu werkt God door Cottonwood Church, en Janet en ik geven onszelf helemaal. Als je nu kijkt, denk ik dat je oprecht en serieus moet gaan bidden over wat je kunt doen om bij te dragen aan Gods werk. Misschien in de kerk waar je bij zit. Of zoek een kerk. Zoek een kerk waar men van Jezus houdt, waar Zijn Naam wordt genoemd waar Gods Woord wordt verkondigd en men mensen wil bereiken. Zet je daarvoor in met je gebed, ga vrijwilligerswerk doen en geef. Maar eerst moet Gods Koninkrijk zich in ons hart vestigen. God heeft ook heus belangstelling voor onze behoeften. Daar voorziet Hij ook in, maar als je kijkt naar wat een vrijgevig hart oplevert dan zie je dat er zegeningen komen in het leven van degene die geeft. Dat is natuurlijk niet onze grootste motivatie om te geven. We willen mensen helpen, uit het duister naar het licht van het Evangelie brengen. We willen voorkomen dat ze gescheiden van God voor eeuwig ten onder gaan. We willen samen met hen naar de hemel. Dat is onze grootste motivatie. Maar God belooft hen te zegenen die vrijgevig zijn. Dat gaan we zo lezen in de volgende hoofdstukken. Als je daaraan voorbijgaat, negeer je iets wat de Bijbel ons duidelijk leert. Ik wil dit niet negeren, maar erop vertrouwen dat God dit ook doet omdat Hij dat beloofd heeft. We gaan hoofdstuk 9 lezen, waarin Paulus de Korinthiërs aanmoedigt om net zo te gaan geven als de mensen in de kerken in Macedonië doen. We gaan lezen in 2 Korinthe, hoofdstuk 9, vers 5. Hij zei: “Ik achtte het dus nodig de broeders aan te sporen eerst naar u toe te gaan en de eerder door u beloofde zegen vóóraf in gereedheid te brengen zodat deze gereedligt als een zegen en niet als een gift in gierigheid gegeven.”
Is dat niet mooi? God wil niet dat we in gierigheid geven omdat het moet. Hij wil dat we met een gul hart geven. Paulus gaat verder in vers 6: “En dit zeg ik: Wie karig zaait, zal ook karig oogsten en wie zegenrijk zaait, zal ook zegenrijk oogsten.”
Hij heeft het over een bijdrage leveren aan het werk van God. Zaaien is hier gebruikt als metafoor. Wie evangelisch werk doet, plant zaadjes. Als je karig zaait, als je maar een paar zaadjes zaait, is je oogst ook karig. Maar wie veel zaait, krijgt een overvloedige oogst. Vers 7: “Laat ieder doen zoals hij in zijn hart voorgenomen heeft niet met tegenzin of uit dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief.”
Ik lees nog een paar andere vertalingen, zoals deze uit de uitgebreide Bijbel: “Laat ieder zoveel geven als hij zelf wil en in zijn hart voorgenomen heeft niet met tegenzin, met pijn in het hart of omdat het moet want God heeft lief, schept genoegen in, waardeert bovenal en kan niet zonder een blijmoedige, vreugdevolle, spontane gever, die met heel zijn hart geeft.” Dat wil God. Hij wil ons hart veroveren. En het is nu eenmaal zo dat als hij mijn geld heeft, hij ook mijn hart heeft. Want waar mijn schat is, daar zal ook mijn hart zijn. Je kunt niet zeggen: God woont in mijn hart, maar van mijn geld blijft Hij af. Hij woont in mijn hart, maar wat van mij is, is van mij. Als Jezus je Heer is, is Hij ook Heer over alles ook over je financiën, die je zelf ‘beheert’. Want zo zit het. Wij zijn rentmeester, geen eigenaar. God is de eigenaar en ik ben de rentmeester. Sommige rentmeesters vraagt Hij meer te beheren dan anderen maar iedereen is evenveel waard. We moeten goed beheren wat we hebben. We moeten het doen met de middelen die we tot onze beschikking hebben. En we moeten daarmee doen wat de Baas wil dat we ermee doen. Hij gaat verder in vers 8: “En God is bij machte elke vorm van genade overvloedig te maken in u zodat u, als u altijd al het nodige bezit, overvloedig kunt zijn in elk goed werk.”
Met andere woorden: als jij een vrijgevig hart hebt als jij het leven met open handen tegemoet treedt zul je bij alles wat God je geeft, zowel je zegeningen als materiële zaken je in je hart afvragen: God, wat wilt U dat ik daarmee doe? Ik zal ermee doen wat U wilt. Als je zo leeft, brengt God je zegeningen. Hij zorgt voor je en je komt niks tekort. En in de Bijbel staat dat Hij overvloedig geeft zodat jij overvloedig kunt zijn in elk goed werk. Dat is zo belangrijk om te weten. Dit principe werkt op vele manieren. Neem nou Spreuken 11:25. “Een zegenende ziel wordt verzadigd en wie te drinken geeft, die zal ook te drinken krijgen.”
Wie te drinken geeft, krijgt te drinken. Het is zo dat als we geven zoals God dat wil en we dat vanuit een gul hart doen dan zorgt God ervoor dat er zegeningen naar ons terugvloeien. God betaalt niet uit op een vaste dag van de maand. Er is zoiets als goddelijke timing. Je kunt God niet haasten. We moeten berusten in Gods timing en Hem Zijn gang laten gaan. Maar ik wandel nu al bijna 50 jaar met Jezus. En ik heb echt mijn best gedaan om vanuit een gul hart de middelen te beheren die God me gegeven heeft. Als God wil dat ik geef, dan geef ik. Als ik zelf wil geven, doe ik dat ook. Dat hoeft God me niet per se te zeggen. God heeft me in al die jaren nooit in de steek gelaten. Ik heb ook magere tijden gekend. Er zijn beproevingen geweest. Dat kan ik niet ontkennen. Dat is zeker waar. Maar God heeft me nooit in de steek gelaten. Hij was er altijd. Ik heb grote overvloed gekend om in mijn eigen behoeften te voorzien maar ook om overvloedig te kunnen zijn in elk goed werk. Als je anderen te drinken geeft, zorgt God dat jij dat ook krijgt. Ik hoop dat je hier iets aan hebt gehad. Ik heb nog zoveel over dit onderwerp te vertellen. Ik loop er bijna van over. Dat moet wachten tot een volgende keer. Maar tot die tijd bid ik dat je een mooie ontmoeting met Jezus hebt. Hij houdt van je. Hij is vóór je en niet tegen je. Roep Hem vandaag aan. Wie Zijn Naam aanroept, doet dat nooit tevergeefs. Ik wens je Gods zegen.
-
mis geen enkele uitzending
Onze service voor jou: we sturen je wekelijks een email met de link naar de nieuwste uitzending.
Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!
Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.
naar de preektekst
Als je ook regelmatig updates van Bayless wilt ontvangen, vul dan hier je e-mailadres in. Om technische redenen is dit ook nodig als je alleen het script wilt ontvangen.
Geef een reactie