Ervaar de zegen van een vrijgevig leven (1)
Niet iedereen van ons vindt het gemakkelijk om vrijgevig te zijn en anderen te helpen. Maar vrijgevigheid brengt zegen, niet alleen voor de ontvanger, maar ook voor de gever! Bayless Conley vertelt ons over zijn leven en over mensen uit de Bijbel die deze zegen hebben ervaren. Omdat ze anderen hielpen. Of omdat iemand hen hielp. Het maakte een blijvend verschil voor hen. Zou jij dit ook willen ervaren?
-
Hallo, wat fijn dat je er bent. Ik heb iets te melden waar alles om draait in het christelijke geloof. Daar ga ik het over hebben. Het is een van de dingen die Gods Koninkrijk vooruit brengt en ook zegeningen brengt voor ons individueel en gezamenlijk als plaatselijke kerken. Pak je bijbel erbij, dan duiken we samen in Gods Woord. Dit zal je helpen als je in de toekomst je weg gaat met je Redder Jezus Christus. Zijn jullie klaar voor het Woord? Zo’n 45, 46 jaar geleden was ik eens op de terugweg vanaf… Volgens mij was ik in Laguna Beach geweest. Ik reed vanaf de Pacific Coast Highway MacArthur Boulevard op. Als je die tegenwoordig in rijdt kom je niets anders tegen dan aan weerszijden peperdure wooncomplexen. Helemaal volgebouwd. Het is een chique buurt geworden. Maar 45, 46 jaar geleden was er helemaal niets. Het was een tweebaansweg zonder straatlantaarns. Hij slingerde zich door de heuvels, verder was er niets. Het was rond 11 uur ’s avonds toen de pomp in m’n wagen uitviel. Dus ik sukkelde naar de kant van de weg, en ik dacht: Wat is dit nou weer? Ik zit daar als kersverse christen in het donker. Ik weet nog dat ik bad: “Ik geloof niet dat U me hier gaat laten zitten, Heer.” En ik weet nog dat ik zei: “Heer als de rollen waren omgekeerd, zou ik U helpen”. Dat had ik nog maar net gezegd toen er twee koplampen achter m’n wagen tot stilstand kwamen. Een man stapt uit. Ik draai m’n raampje omlaag. Hij vraagt: “Ben jij een christen?” Ik zeg: “Ja.” En hij: “God heeft me gezonden”. Ik zeg: “De pomp is uitgevallen, denk ik.” En hij: “Het is te laat om hulp te krijgen. Je kan bij mij thuis op de bank slapen. Dan laat je morgen je wagen repareren”. We gingen naar zijn huis, aten een restje pizza. We praatten tot 3 uur ’s nachts over Jezus. En hij zette de nieuwste elpee van Phil Keaggy voor me op: “What a Day”. De gulheid van die broeder de overvloed aan genade en de vreugde die hij uitstraalde heeft diepe indruk op me gemaakt. Het heeft zo’n indruk gemaakt dat ik het er bijna 50 jaar later nog steeds over heb. De apostel Paulus was net zo onder de indruk van de overweldigende ruimhartigheid en goedgunstigheid die uitgingen van een bepaalde groep gelovigen: de gelovige bewoners van de stad Filippi. Paulus was daarheen gegaan en had er gepredikt. Hij won mensen voor Christus en stichtte er een kerk. Die stad was veelbetekenend. De stad was vernoemd naar Philippus van MacedoniĂ«, vader van Alexander de Grote. Die stad domineerde de handelsroute… Het was een Romeinse kolonie. De route tussen AziĂ« en Europa. De mensen die hij voor Christus won, waren de eerste Europese bekeerlingen. We vinden het verhaal over Paulus die naar Filippi ging in Handelingen 16. En als we het boek Filippenzen lezen dat boek was aan hen gericht. Dat boek hangt samen met Handelingen hoofdstuk 16. Daar schrijft Paulus aan de kerk in Korinthe. Hij probeert ze op te wekken en aan te moedigen door de Filippenzen ten voorbeeld te stellen. In 2 KorintiĂ«rs hoofdstuk 8 en 9 heeft hij het over Gods genade die op hen rust en de ruimhartigheid van de christenen van Filippi. Ik begin met een stukje uit Handelingen 16. En dan ga ik heen en weer tussen Filippenzen en wat Paulus in 2 KorintiĂ«rs 8 en 9 zegt over wat er gebeurd is. Vinden jullie dat goed? Of jullie het nu wel of niet goed vinden, ik doe het. Dus zeg maar ja. Handelingen hoofdstuk 16, vanaf vers 6: “Toen zij door FrygiĂ« en GalatiĂ« gereisd waren verbood de Heilige Geest hen het Woord in Asia te spreken. Bij MysiĂ« gekomen, probeerden zij naar BithyniĂ« te reizen. Maar de Geest liet het ze niet toe. En voorbij MysiĂ« kwamen zij in Troas. Paulus kreeg ’s nachts een visioen. Een Macedonische man vroeg hem dringend: Kom naar MacedoniĂ« en help ons. Toen hij dit gezien had, probeerden wij meteen naar MacedoniĂ« te reizen. Wij dachten dat de Heer ons geroepen had aan hen het Evangelie te verkondigen.”
Ze zaten niet werkeloos toe te kijken en zeiden: “God, leid ons.” God wordt aangetrokken door activiteit. Zij probeerden naar die plaats te gaan. De Heilige Geest zei “nee”. Ze proberen door middel van gebed het plan en het doel van God te achterhalen. En dan stuurt God aanwijzingen. Zit jij maar een beetje te zitten? Beweeg je helemaal niet? Doe je wel je best om Gods wil te zoeken? Bid je tot God van: “Deze kant op, God?” God zal je leiden, maar je moet wel iets doen. Paulus ging om te beginnen langs in een grote stad in MacedoniĂ«, namelijk de stad Filippi. Uiteindelijk hielpen zij een groep mensen met een compleet andere achtergrond en omstandigheden. We kunnen geen mens beter helpen dan met het evangelie. Ik had gisteren boodschappen gedaan en toen ik van het parkeerterrein af reed, zat daar een man met een bordje met daarop ‘honger’. Ik zette m’n auto langs de kant van de weg. Ik haalde wat boodschappen uit de auto en toen sprak ik met hem over Jezus. Die boodschappen, prima. Maar het grootste geschenk voor hem was dat ik Jezus noemde. Dus ze trekken MacedoniĂ« in en de eerste stad die ze tegenkomen heet Filippi. Daar preken ze. De eerste die daar bij de rivier werd gered, was een rijke dame, Lydia. Ze verkocht purper. Dat leverde veel winst op. Het was een kleur die door koningen werd gedragen. Ze kwam uit Tyatira. Ze was zeer bereisd en ze was rijk. Ze had een groot huis met personeel. Ze had dienaren. Maar vanbinnen was ze leeg. Er was iets wat al dat geld, al dat reizen, al die nieuwe plekken haar nooit hadden opgeleverd. Paulus predikte over het evangelie, zij geloofde en werd gedoopt. Toen vond ze dat ontbrekende stukje van de puzzel. Zijn naam was Jezus. Vervolgens gingen haar gezin en al haar personeel ook geloven. Ook die werden gered en gedoopt. En dat waren doodnormale mensen. Niet vreselijk rijk of straatarm. Mensen die het best redden. Het waren geen schurken. Doodgewone mensen zoals de meeste mensen mensen die God liefheeft en voor wie Christus stierf. Mensen die de hemel koestert. Mensen die de hemel wil en ze kwamen allemaal het Koninkrijk binnen. En er was een slavinnetje dat volgens de Bijbel bezeten was van een kwade geest. Ze kon de toekomst voorspellen. Maar voor haar eigenaars was ze slechts een product. Iets om te gebruiken. Een manier om hen vooruit te helpen en centen te verdienen. En de apostel Paulus dreef de kwade geest uit dit slavinnetje. Ze wist wat het betekende om in de greep te zijn van demonische krachten. Ze wist hoe het was om van zo’n geest bezeten te zijn. Zij werd bevrijd, en ik weet zeker dat ze lid werd van die gemeenschap. Haar eigenaars waren erg kwaad, want nu waren ze hun inkomsten kwijt. Ze sleurden Paulus en Silas naar het stadsplein. Ze werden van van alles beschuldigd en vreselijk afgeranseld. De bestuurders zeiden tegen de gevangenbewaarder: “Sluit ze op in een cel midden in de gevangenis.” Dan verschijnt die gevangenbewaarder, een grijzende voormalige Romeinse soldaat. Een kil manspersoon die onbewogen bleef bij menselijk leed. Iemand die alleen wakker werd van een aardbeving. Hij dacht dat alle gevangenen gevlucht waren en wilde zich van kant maken. Paulus zei: “Wij zijn er nog.” De man vroeg: “Wat moet ik doen om gered te worden?”. “Geloof in Jezus en u en uw huisgenoten worden gered.” En die geharde, ongevoelige, oude Romeinse soldaat neemt Paulus en Silas mee naar huis om samen met z’n gezin te eten. Hij verzorgt liefdevol hun wonden. Wat zal z’n gezin hebben opgekeken. Iemand in een gezin wordt gered, en de domino’s beginnen te vallen. Het hele gezin wordt binnengehaald. Zij geloofden allemaal in Jezus en werden gedoopt. Dus Lydia en haar gezin het bezeten meisje, de gevangenbewaarder, dat waren de leden van die beginnende kerk in Filippi. Het boek Filippenzen is voor hen geschreven. Die kerk groeide. In Filippenzen worden bisschoppen en diakenen genoemd. Er worden kerkleiders met name genoemd. Maar de mensen over wie ik het heb zijn het zaadje waaruit al het andere voortkwam. Zij vormden het begin van alles. Zij waren degenen die weergegeven werden in het visioen van Paulus door de man uit MacedoniĂ« die smeekte: “Kom ons in MacedoniĂ« helpen.” Zij werden in dat visioen weergegeven. Zij zeiden: “Kom ons helpen.” Paulus sticht daar een gemeente. Dan trekt hij verder naar Thessalonica, Berea en andere steden in MacedoniĂ«. Vervolgens naar Athene en Korinthe. En overal predikt hij het evangelie. Waar haalde hij de middelen vandaan om al die steden aan te doen? Van dat beginnende kerkje in Filippi. Van de gevangenbewaarder en z’n gezin, Lydia, haar gezin en personeel dat meisje dat bevrijd was van duivelse krachten. Luister wat Paulus zegt in Filippenzen 4, vers 15: “U weet dat uw gemeente de enige is geweest die mij heeft geholpen toen ik u het evangelie bracht en ik uit MacedoniĂ« doorreisde. Verder niemand. Al in Thessalonica heeft u meer dan eens wat gestuurd.”
In 2 KorintiĂ«rs 11:9 zegt Paulus dit: “Toen ik bij u was en gebrek leed, ben ik niemand tot last geweest. Want de broeders uit MacedoniĂ« hebben mij alles wat ik nodig had gegeven.”
En dan Filippenzen 1:5. Moet je horen, dit is zo prachtig. Paulus schrijft aan deze kerk, waar we het net over hadden: “Vanwege uw gemeenschap aan het Evangelie vanaf de eerste dag dat u erover hoorde tot nu toe.”
Vanaf die dag op de rivieroever dat God Lydia’s hart opende en zij ging geloven. Vanaf de dag dat haar gezin en dat van de gevangenbewaarder waren gedoopt. Vanaf die dag, zegt hij, hebben jullie mij ondersteund in m’n evangeliseringswerk. Hij schreef dat tien jaar later aan hen. Tien jaar onafgebroken, ruimhartige steun voor het evangelie. Als Paulus de KorintiĂ«rs wil inspireren noemt hij het volgende feit over de houding van de MacedoniĂ«rs. En dit is echt fantastisch. 2 KorintiĂ«rs 8:4: “En zij smeekten ons dat wij hun genadegave en aandeel in het dienstbetoon aan de heiligen zouden aannemen.”
Zij smeekten om te mogen meedoen… Denk daar eens over na. Hier heb je een groep mensen. En zo begint het: “Kom ons helpen”. Dat kan ook over jullie gaan. Je hebt hulp nodig, je leven staat op z’n kop, je huwelijk wankelt. Het gaat fysiek slecht, je kinderen ontsporen, je hebt geldproblemen. God wil je helpen. Hij heeft je hulp en vrede te bieden. Als je in het duister tast, heeft Hij wijsheid te bieden. Hij kan je genezen. Als je je bedrukt voelt, kan God je bevrijden. Ben je verdwaald, dan kan Hij je redden. Hij kan je helpen. Voel je er niet vervelend onder. Misschien zit je thuis te luisteren en je denkt: laat iemand me alsjeblieft helpen. Ik heb hulp nodig. Dat is prima. God zal je helpen. En daar heb je die Filippenzen. Ze smeken om hulp. Nu zijn ze verder gekomen en smeken: “Laat ons alstublieft anderen helpen. Wij willen de eer hebben om iemand anders te helpen”. Hoe ga je van hulp nodig hebben naar zo graag anderen willen helpen? Daar wil God ons heen brengen. Niks mis mee als je in de hulpbehoevende fase zit. God wil je daarvandaan meenemen naar de “Laat me helpen”-fase. God wil je meenemen naar het overbrengen van de boodschap. Hij wil je meenemen naar het verheffen van een ander. God wil je meenemen van gebroken zijn naar Zijn liefdevolle, zegenrijke werktuig zijn in het leven van iemand anders. Wij moeten groeien van “Help me” naar “Laat me alstublieft helpen”. Het geeft niets als je nu in de hulpbehoevende fase zit. Maar besef dat God je wil meenemen naar de categorie mensen die anderen willen helpen. Hij wil zo iemand van je maken. Maar hoe voltrekt zich zo’n transformatie? Hoe gaan zij van de fase “Help me alstublieft” naar “Laat me helpen”?. Die transformatie vond plaats omdat ze voor 100 procent meededen zodra ze Christus hadden omarmd. Het was geen kwestie van één keer per week je best doen. Christen ben je niet alleen op zondag. Zo werkt dat absoluut niet. Zij zetten zich volledig in. Dit schrijft Paulus over hen in 2 KorintiĂ«rs 8:5: “Zij deden niet alleen zoals wij gehoopt hadden. Maar zij gaven zich eerst aan de Heer en daarna aan ons, door de wil van God.”
Ze gaven zich aan God. En God zette hen ertoe aan om Paulus en z’n bediening te steunen. Als ons hart Hem volledig toebehoort zijn ons hart, onze tijd en onze schatten en talenten ook van Hem. Ik preekte jaren geleden eens in Wenen. De zaal was afgeladen. Aan het eind nodigde ik mensen uit die hun leven aan Christus wilden geven. Ineens stond het helemaal vol vooraan in dat kerkje. Daarbij stond ook een van de bekendste operazangeressen van Wenen. Opera is heel belangrijk in Wenen. Een van de beroemdste, meest aanbeden operatheaters ter wereld staat in Wenen. En de grootste operazangeres gaf daar haar leven aan Christus. En nog een dame die ik nooit zal vergeten. Ze stond daar met haar twee kinderen. Ze viel me echt op. Er rijdt een trammetje door de straten van Wenen langs die kerk. En even voor de dienst ging er een tram vlak voor de kerk kapot. Mensen liepen de kerk in. Er zat ook een prostituee met haar kinderen in de tram. Een van de kinderen moest naar de wc. De vrouw vroeg of ze naar de wc konden. Natuurlijk mocht dat, en zij besloot te blijven. Ze gaf ook gehoor aan de oproep en schonk haar leven aan Jezus. Vrijwel exact een jaar later had ik weer een bijeenkomst in die kerk. Raad eens wie er leiding gaf aan de aanbidding? De operazangeres. Die ging de aanbidding voor. Er was een tafel met boeken en allerlei informatie. En wie hadden ze gevraagd om die tafel te bestieren? De ex-prostituee die haar leven aan Jezus had gegeven. Ze waren gered, werden lid van de kerk, en schonken Jezus wat ze hadden. Zij gingen er helemaal voor. Dat wil God ook van jou. Ten tweede vond die transformatie plaats omdat hun een uitzonderlijke hoeveelheid van Gods genade ten deel was gevallen. Een uitzonderlijke hoeveelheid van Gods genade. 2 KorintiĂ«rs 8:1: “Wij willen u niet onthouden wat Gods genade tot stand bracht in MacedoniĂ«. Ze zijn zwaar op de proef gesteld. Maar toch zijn ze, vervuld van vreugde en ondanks hun grote armoede, zeer vrijgevig. Ik verzeker u dat ze naar vermogen hebben gegeven, ja zelfs boven hun vermogen. Zij verzochten ons mee te mogen doen aan de collecte om de heiligen in Jeruzalem te ondersteunen.”
Paulus schrijft aan de kerk in Korinthe. Mensen daar moesten begrijpen wat voor genade God aan de kerken van MacedoniĂ« had verleend. Dat was genade die nog eens boven op de genade kwam die ons bij onze redding ten deel valt. Het was iets wat de kerk in Korinthe nog niet had meegemaakt. Gods genade stelt ons onder andere in staat het onbereikbare te bereiken. Het stelt ons in staat dingen te doen die we niet op eigen kracht kunnen. Hij wijst daar ook op, hè? “God heeft in MacedoniĂ« Zijn genade doen neerdalen. En zij hebben naar vermogen en zelfs daarboven gegeven.” Hoe kan dat? Dankzij genade. Je kunt tot de grens van je vermogen gaan, tot je geen stap meer kunt verzetten. Je hebt geen kracht, geen leven en geen wijsheid meer. Dan zal Gods genade je tot boven je vermogen brengen. De genade voerde hen tot voorbij de grens van hun vermogen. Het was niet zomaar een soeverein gebaar van God dat hun dit ten deel viel. Deze overmaat aan genade viel hun ten deel omdat zij dat zelf wilden. Paulus moedigt de KorintiĂ«rs aan om daar ook voor te kiezen. En dan verzen 6 en 7: “We drongen er dan ook bij Titus op aan dat hij dit goede werk, waarmee hij al bij u begonnen is, voltooit. U blinkt uit in geloof, kennis en welsprekendheid, in inzet op elk gebied. In de liefde die wij in u hebben gewekt – wees zo ook in deze genadegave overvloedig.”
Er gebeurt iets wanneer we de keuze maken om God te antwoorden: “M’n schatten, m’n tijd, m’n talenten zijn voor U”. Misschien weten jullie nog dat wij na orkaan Katrina samenwerkten met Service International, vanuit St. Louis Family Church. Onze goede vrienden Jeff en Patsy Perry bedienen in die kerk. Twee jaar lang stuurden we 40 teams vanuit Cottonwood. Dus geen 14, maar 38, 39, 40 teams. Ik denk dat er al met al duizenden mensen in die teams daarheen gingen. In die twee jaar herbouwden we 700 huizen en zeven kerken. Er was een dame ik sprak een dame die er erg bij betrokken was. Ze had forse bedragen gestort in dit fonds om mensen te helpen die geen huis en geen kerk meer hadden. Ze raakte erbij betrokken en ging twee keer mee om te helpen. Op een dag stond ik daar, en zij kwam op me af en zei: “Er is me iets overkomen.” Wat dan, vroeg ik. “Ik zal nooit meer dezelfde zijn. Ik had besloten om me hiervoor in te zetten. En ik ben er helemaal door veranderd”. Ik weet nog wat ze zei: “Het is of ik m’n leven in zwart-wit heb geleid, en nu is ineens alles gekleurd”. Wat was haar overkomen? Ze was overvallen door overvloedige genade. Overvallen door de overmatige vreugde die God aan de Macedonische gelovigen had geschonken. Ik geloof dat vrijgevigheid voor een gelovige net zoiets is als ademen voor je lichaam. Je doet het gewoon. Je ademt in en je ademt uit. Vrijgevig zijn is net zo natuurlijk als de adem die je uitblaast en de lucht die je inademt. Dat doen gelovigen gewoon. Onze hemelse Vader is het meest vrijgevige wezen in het universum. Hij hield zoveel van ons dat Hij Zijn Zoon gaf. En Zijn aard is aan ons als Zijn kinderen doorgegeven. Vrijgevigheid is gewoon onze aard. Het is net zo normaal als ademhalen. Het moet net zo onbewust gaan als ademen. Het staat voor wie wij zijn. Het is onderdeel van Gods genade. Het schenkt genade aan anderen en aan ons. We handelen net als onze hemelse Vader. Ik bid dat je de dingen die je vandaag hebt gehoord in praktijk brengt. Dan ben je een zegen voor anderen en word je zelf ook gezegend.
-
mis geen enkele uitzending
Onze service voor jou: we sturen je wekelijks een email met de link naar de nieuwste uitzending.
Hoe je kunt bidden als alles je overweldigt
Velen van ons ervaren stress in het dagelijks leven, we hebben last van de huidige situatie in de wereld, of we laten ons afleiden. Dit kan er snel toe leiden dat ons gebed, dat helemaal bovenaan ons prioriteitenlijstje zou moeten staan, pas ons laatste redmiddel wordt. Als jij je ook zo voelt en daar verandering in wilt brengen, kijk dan met mij mee in het eerste boek van Samuel. Daar vinden we het verhaal van Hanna. Van deze indrukwekkende vrouw van geloof kunnen we veel leren over hoe we ons doel in gebed kunnen bereiken.
Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!
Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.
naar de preektekst
Als je ook regelmatig updates van Bayless wilt ontvangen, vul dan hier je e-mailadres in. Om technische redenen is dit ook nodig als je alleen het script wilt ontvangen.
Geef een reactie