Je winkelmand (0)

Ervaar de zegen van een vrijgevig leven (2)

Als je in nood bent, zal God je helpen. Als je wanhopig bent, wil God je vrede geven. Als je het even niet meer weet, geeft God wijsheid. Maar Hij geeft je dit alles niet alleen voor jezelf, maar zodat je Zijn liefde en goedheid kunt doorgeven aan andere mensen. Ontdek vandaag nog de zegen van een vrijgevig leven!

Downloaden als PDF
  • Hallo, ik ben Bayless Conley. Wat fijn dat je er bent. We buigen ons vandaag over zaken in de Bijbel waar je wat aan zult hebben. Dingen die fundamenteel zijn voor het christendom en voor een vol, gezegend en welvarend leven. Ik denk dat we allemaal gezegend willen zijn en dat we een zegen voor anderen zijn. Ik bid dat Gods zegen naar je toestroomt en via jou naar een ander toe zal stromen. Veel genoegen met deze boodschap. Moet je horen, God wil en kan je helpen. Ben je verdrietig? Hij biedt je vrede. Kun je geen kant op? Hij geeft richting en wijsheid. Als je ziek bent, biedt Hij je genezing. Hij kan je helpen. Sta je er zo voor? Voel je daar niet slecht over. Je bent thuis of je kijkt ergens anders en je denkt: alsjeblieft, ik heb hulp nodig. Helemaal goed, God zal je helpen. God redt je zodat jij de boodschap aan een ander kunt overbrengen. God wil jou verheffen zodat jij een ander kunt verheffen. Hij wil je meenemen van gebroken zijn naar Zijn liefdevolle, zegenrijke werktuig zijn in het leven van iemand anders. Wij moeten van smeken om hulp bij “Laat me alstublieft helpen” belanden. 2 KorintiĂ«rs 8:1: “Wij vertellen u wat Gods genade tot stand bracht in de gemeenten van MacedoniĂ«: Ze zijn zwaar op de proef gesteld. Maar toch zijn ze vervuld van een overstelpende vreugde zeer vrijgevig. Ik verzeker u dat ze naar vermogen hebben gegeven, ja zelfs boven hun vermogen. Zij hebben ons dringend verzocht mee te mogen doen aan de collecte om de heiligen te ondersteunen.”

    Wat betekende dat voor hen? Wat leverde die radicale vrijgevigheid henzelf op? Om te beginnen ‘vruchten’. Het leverde ze veel vruchten op. Luister naar de woorden van Paulus in Filippenzen 4:15: “En ook u, Filippenzen, weet dat in het begin, toen ik uit MacedoniĂ« vertrok geen enkele gemeente deelde in de uitgaven dan u alleen. Ook in Thessalonica hebt u mij vaak iets gestuurd voor wat ik nodig had. Niet dat ik de gave zoek, maar ik zoek de vrucht die op uw rekening toeneemt.”

    “De vrucht op uw rekening.” Gaat dat over stoffelijke bronnen? Dat zit er vast bij. Maar Paulus heeft het vooral over de zielen die hij heeft gewonnen toen hij in al die steden het evangelie verspreidde. Vruchten op hun rekening. Toen de menigte uit Samaria naar de bron bij Sichar kwam zei Jezus tegen de discipelen: “Kijk, de velden zijn al wit om te oogsten.” Hij had het over een oogst van vruchten. Jacobus noemt de zielen die tot Christus komen kostbare vruchten van de aarde. En hier zegt Paulus tegen hen dat, omdat zij hem hebben gesteund veel huwelijken zijn hersteld, veel levens weer goed zijn gekomen. Dat zijn vruchten die op jullie rekening komen. Ik denk aan de gepensioneerde. Hij slaat één maaltijd per week over. Dat geld maakt hij over aan de wereldmissie. Het is niet heel veel, maar die ene dag per week moet lukken. Dus dat doet hij. En als hij aan de hemelpoort komt zullen er honderden mensen op hem, of op haar, afkomen die zeggen: “Ik ben hier dankzij uw vrijgevigheid. In ’t grootboek van de hemel bent u degene die me voor Christus heeft gewonnen. En dat is op uw rekening bijgeschreven.” Als ik in de hemel aankom ga ik op zoek naar de mensen die ooit geld schonken aan een kleine missie in Oregon. Daar ben ik gered. Zij schonken genoeg om die missie open te houden tot ik Christus vond. Die avond worstelde ik nog heel erg met verslavingen. Ik was verslaafd aan alcohol en was zo’n vier jaar dronken geweest. In die missie gaf ik m’n leven aan Jezus, en mensen legden me de handen op. De bijna vijftig jaar sindsdien heb ik geen drug meer in m’n lijf gehad. Ik ga die mensen opzoeken in de hemel en dan zeg ik: “U kent me niet maar ik ben uw vrucht.” En dan zullen ze nog veel meer opkijken. Want er komen nog veel meer mensen op hen af. Ik denk aan de forse Maori, een beer van een kerel. Ik hield bijeenkomsten in Nieuw-Zeeland. Hij komt op me af, keurig in een pak gestoken, en hij is enorm. Hij omhelst me, tilt me bijna van de grond, en begint te huilen. Een reus van een Maori. En hij zegt: “Pastor ik zat in de gevangenis. Daar zag ik een uitzending van Cottonwood Church. Toen vond ik Jezus. Nu ben ik evangelist en ik reis m’n hele land door om zielen voor Christus te winnen. Dank u.” Hij gaat die mensen opzoeken die de missie in Medford draaiend hielden. Hij haalde z’n ring van z’n vinger en gaf die aan mij. Ik heb hem nog steeds. Kijk, zo enorm was die knaap. Volgens mij had hij hem om z’n pink. Hij zit zelfs ruim om m’n duim. Een forse knaap, dus. Het gaat niet om de omvang van wat je geeft, maar om de omvang van je hart. De weduwe die haar twee penninkjes gaf het was het kleinste Romeinse muntje. Het was vrijwel waardeloos, in aanmerking genomen wat je ermee kon kopen. Maar meer had ze niet. Jezus zei dat ze meer had gegeven dan wie ook. Ik heb hier zo’n muntje. Dit is het penninkje van de weduwe. Zo’n piepklein muntje. Ze schonk er twee. En volgens Jezus was het meer dan wie ook had gegeven. Veel mensen gaven heel veel, maar dan wel van hun overvloed. Zij gaf alles wat ze had. En God zorgt ervoor dat dat wordt vermenigvuldigd. God vermenigvuldigt dat, en dan worden het vruchten op onze rekening. Daar blijft het niet bij. Het bracht ze vruchten. Ten tweede bracht het ze een belofte. Vruchten en een belofte. Je kent hem, maar ik lees het toch voor. Filippenzen 4, verzen 18 en 19: “Ik ben geheel voorzien, nu ik door middel van Epafroditus ontvangen heb wat u zond. Als een aangename geur, een welgevallig offer, welbehaaglijk voor God. God zal u voorzien van wat u nodig hebt, in heerlijkheid, door Christus Jezus.”

    Die belofte kennen we. “God zal u voorzien van alles wat u nodig hebt.” Die belofte moet je in de context zien. Dit vind ik een goeie van pastor Harrison: “Een tekst zonder context stelt niets voor.” Daar zit wat in. De context is dat mensen offerden om anderen te helpen Jezus te vinden, zoals zij Hem hadden gevonden. Zij waren de weg gegaan van ‘help me’ naar ‘laat me helpen’. Ze hadden geofferd en God was tevreden. Er steeg een aroma op naar de hemel. De apostel Paulus zei door de Geest: “Maar mijn God zal u voorzien van alles wat u nodig hebt, door Christus Jezus.” Als je helemaal voor Jezus gaat en je wordt gered dan is dat geld geven niet het probleem, of het is een probleem met je hart. Zoals Jezus zei, zijn je schatten en je hart onlosmakelijk verbonden. Als Hij alleen aan de behoefte tegemoetkomt, dan houdt het op. Maar in de Bijbel gaat het over een overdaad. Je wordt voorzien overeenkomstig Zijn rijkdom. Dus er blijft genoeg over om ook nog een ander te helpen. Bij de vermenigvuldiging van de vis en het brood bleven er manden vol over. Dat overvloeien, die overdaad, dat ligt in Gods aard. Zo doet Hij dat. Ik las eens iets over Alexander de Grote. Die rijdt met z’n gevolg voorbij een bedelaar die langs de weg staat. Hij vraagt om een aalmoes. Alexander pakt z’n beurs en gooit hem wat gouden munten toe. Een van z’n adjudanten zegt: “Koperen munten waren goed genoeg geweest.” Waarop Alexander volgens de overlevering zegt: “Kopergeld volstaat misschien voor een bedelaar, maar goudgeld past Alexander.” Hoeveel meer zal dan onze Schepper, onze Vader in de hemel overeenkomstig Zijn rijkdom en glorie in onze behoeften voorzien. Wat betekende die vrijgevigheid voor het Koninkrijk? We hadden het al over die zielen, maar er is meer. 2 KorintiĂ«rs 9 vanaf vers 11: “God zal u veel geven, zodat u in staat bent tot alle vrijgevigheid. Als wij uw gave aan hen overbrengen zullen zij uitbreken in dankzegging en lof aan God voor uw hulp. Twee goede dingen gebeuren dankzij uw gave. Mensen in nood die worden geholpen, zullen dankbaar zijn jegens God. En diegenen die u helpt, zullen blij zijn vanwege uw gaven maar ze zullen ook God prijzen omdat uw daden even goed zijn als uw leer.”

    Dus er gebeuren twee dingen. Ten eerste worden er mensen geholpen, ten tweede wordt God geloofd. Toen ik op het Bijbelcollege zat zaten in de flat naast me Robert en Vicky. Ze waren zo’n 22, 23 jaar oud, iets jonger dan ik. Ik hoorde dat zij met een nood zaten. Maar ik had vijftig dollar en die gaf ik aan Robert. Die vijftig dollar waren toen heel wat meer waard dan nu. Maar verschrikkelijk veel nu ook weer niet. Maar ik zal nooit vergeten dat Robert dat geld aannam en in tranen uitbarstte. Hij deed een paar passen achteruit en draaide zich om naar het raam. Hij tilde z’n handen op en begon God te aanbidden. Ik kreeg het gevoel dat ik m’n schoenen moest uittrekken. Ik voelde me net Mozes bij de brandende struik. Er ging zoiets geheiligds vanuit dat ik er bijna bang van werd. God was daar aanwezig. Ik zal het nooit vergeten. Je hebt geen idee wat voor gebeden er ten hemel stijgen als jij ervoor zorgt dat er een gebed wordt verhoord. Als je aan een nood tegemoetkomt. Dan gebeurt er echt iets geheiligds. En er gebeurt nog iets. Dat staat in het volgende vers, vers 14: “In hun gebed voor u verlangen zij vurig naar u vanwege de genade van God over u.”

    Vervolgens bidden ze voor je. Sommigen van jullie zijn al veel langer bij ons. Maar in januari 2014 kreeg ik een ernstig ongeluk met een boot. Ze dachten dat ik het niet zou halen. En toen ik het kennelijk ging redden, wisten ze niet of ik ooit weer zou praten. Zo zwaar was m’n keel beschadigd. Maar weet je wat? Ik kan eten en drinken, ik kan spreken, en ik leef. Ik besef dat ik hier ben dankzij de mensen hier en wereldwijd die voor me hebben gebeden. Er is heel veel gebeden, en ik sta hier omdat die gebeden verhoord zijn. Dat besef ik ten volle. En zelfs na al die jaren waar ik ook kom, in Europa, Afrika in AziĂ«, AustralaziĂ«, Latijns Amerika, waar ik ook heen ga er komen onbekenden op me af en die zeggen: “We hebben over uw bootongeluk gehoord en we hebben gebeden voor u en uw kerk.” Tot op de dag van vandaag. Pas geleden in een winkel vroeg iemand die ik niet kende of ik Bayless Conley was en zei: “We hebben voor u en de kerk gebeden.” Natuurlijk baden ze uit medeleven. Maar ook omdat ze zich verbonden voelden. Wij hebben iets gezaaid. En dat doen we nog steeds. De dienst die we vandaag houden wordt in ruim 130 landen uitgezonden, in elf verschillende talen. Wil je iets grappigs zien? Dan moet je me Nepali horen spreken, Arabisch of Farsi. Duits, Frans of Russisch. Die boodschap gaat de wereld over. Mensen worden geraakt en gezegend door wat Cottonwood geeft. Ik snap dat ze uit begaandheid baden. Maar ook uit verbondenheid. Paulus zegt: “Wanneer jij geeft, worden mensen geholpen, wordt God verheerlijkt en dan zullen ze voor je bidden.” Dat vind ik behoorlijk te gek. Dus voor diegenen die van ‘help me’… Voel je niet naar als je in de categorie ‘help me’ valt. God kan je helpen. Hij ziet je, Hij houdt van je en wil je helpen zoals Hij mij die avond hielp toen mijn waterpomp van mijn auto het begaf op MacArthur Boulevard. Hij ziet je en hoort je kreten om hulp. En Hij wil je meenemen van: “Help me” naar: “Alstublieft God, laat me iemand anders helpen.” Wat gebeurt er wanneer je de overstap maakt van ‘help me’ naar ‘laat me een ander helpen’? Dan daalt er een speciaal soort genade op je leven neer. Er vallen je veel vruchten ten deel. Je krijgt de belofte dat je bovennatuurlijk voorzien zult worden. God wordt verheerlijkt. En mensen die geraakt worden, zullen voor je bidden. De vraag is of je je helemaal geeft. Ik vind Paulus geweldig. Vrijwel alles in vers 14 en 15 leidt terug naar waar het allemaal om draait. In vers 15 staat: “Laten we God danken voor Zijn onbeschrijfelijk geschenk.” Het komt allemaal neer op Jezus en Gods vrijgevigheid. En dat God Zijn Zoon stuurde om voor onze zonden te sterven. Heel lang geleden ben ik bij die straatmissie gered. Ik vergelijk mezelf graag met m’n vrouw. Die is er vanochtend niet. Onze dochter en onze schoondochter zijn jarig. Ze zijn een paar dagen als meiden onder elkaar op stap. Het is thuis lekker rustig. Mijn vrouw is mijn volmaakte tegenpool. Ik was een wilde jongen en zij was braaf. Ze heeft haar hele leven nog nooit een sigaret gerookt. Ze was altijd degene die op school het hardst studeerde. Ze wilde alles goed doen. Op een zeker moment besefte ze dat ze net zo verloren was als iemand als ik. Er staat: “De hele wereld staat schuldig voor God.” We komen niet in de hemel vanwege onze goede daden of dankzij onze eigen inspanningen. Het is puur een kwestie van genade. Jezus nam de zonden van de wereld op Zich en stierf onder het gewicht daarvan. Als iemand zich bekeert en bereid is zich af te wenden van z’n manier van leven en Christus z’n vertrouwen te geven, dan is hij gered. Bekering is een zwaar woord. Ik buig me er even over. Een kennis van me heeft een volledige harttransplantatie ondergaan. Ze zeiden dat z’n hart er zonder die ingreep zo slecht aan toe was dat hij niet ouder dan 45 zou worden. Hij onderging de ingreep en kreeg letterlijk een nieuw leven. God belooft mensen een harttransplantatie. In EzechiĂ«l staat dat Hij je hart van steen zal vervangen door een van vlees. “Ik haal je harde hart weg en geef je er een dat Mij wil gehoorzamen. Een nieuw hart en een nieuwe geest.” Hij kijkt vooruit naar Golgotha, naar de nieuwe geboorte. Ons hart, onze geest zal worden veranderd. Ik kreeg een nieuw hart en een nieuwe geest toen ik m’n leven aan Jezus gaf. Die kennis van me moest z’n oude hart opgeven om een nieuw hart te krijgen. Als hij niet geloofd had dat z’n oude hart ziek was en niet goed functioneerde, had hij het niet opgegeven. Jezus zei: “Bekeer u en geloof het Evangelie.” Dat ‘bekeren’ betekent: “Ik kan m’n eigen hart, m’n eigen leven niet vasthouden. Ik kan niet zondig blijven leven. En toch bij Jezus zijn. Dat kan gewoon niet.” Bekering en je oude leven loslaten moet altijd voorafgaan aan reddend geloof. Moet je horen: dat hart van je is niet te repareren. Dat kun je niet. Je zult een harttransplantatie moeten krijgen, en dat kan alleen Jezus. Misschien lijk je op mij en heb je een woest leven geleid. Ik sprak eens na een dienst een jongedame. Je zag het niet aan haar af, maar ze was verslaafd geweest aan crystal meth. Ze had regelmatig in de gevangenis gezeten. Ze had een woest leven geleid. Haar man en zij leven tegenwoordig voor Christus. Ze vertelde me na de eerste dienst in tranen hun verhaal. Jij bent misschien een beetje een wilde meid of een wilde jongen. Maar wij worden geweldige christenen. Nou en of. Alles wat ik ondernam, deed ik met volle overgave. Maakt niet uit wat we deden. Als we een partijtje basketbal speelden was ik achteraf schor, omdat ik tegen iedereen schreeuwde. Zo zit ik nu eenmaal in elkaar. God verandert je als persoon en gebruikt dat voor Zijn glorie. Dus tegen de wilde jongens en meiden op het voorplein en hier zeg ik: Je weet dat je moet worden gerepareerd. Jezus heeft een nieuw hart voor je. Maar je moet bereid zijn tot Hem te komen. Misschien zit je net als m’n vrouw aan de andere kant. Jij vindt het prima om belasting te betalen. Je houdt van katten. Je doet je best om eerlijk te zijn. En je bent eerlijk bij het zakendoen. Maar je bent net zo verdwaald. De hele wereld staat schuldig voor God. Iedereen valt in de categorie zondaar en heeft een Redder nodig. Maar waar je ook zit in je leven, als je bereid bent om te bidden… Dadelijk vraag ik je je ogen te sluiten. Ik ga jullie voor in het gebed, en als je bidt vanuit een oprecht hart, hoort God je. Sluit je ogen. Dat is een. Volgens mij is het geen toeval dat we hier zijn. Twee. Ben je zover? Steek je hand op. Drie. Ik wil bidden. Jezus is je antwoord. Heel veel opgestoken handen. Door de hele zaal. Heel goed. Helemaal bovenin zie ik ook handen. Laat ze maar weer zakken. Leg een hand op je hart. Zeg maar hardop: O God, ik kom tot U. Met heel mijn hart en ziel weet ik dat ik U nodig heb. Ik kan mezelf niet repareren. Ik kan m’n leven niet repareren. Maar U wel. Ik geloof dat Uw Zoon, Jezus Christus in mijn plaats aan het kruis is gestorven. Ik geloof dat Hij uit de doden is herrezen. Vandaag maak ik een keus, God. Ik geef m’n hart aan Jezus. Kom in m’n leven, Heer Jezus. Ik onderwerp me aan U, Heer. Waarheen U me ook leidt, ik ga erheen. Ik zeg U, Jezus: Ik ga er helemaal voor. Amen. Christen zijn werkt alleen op die manier. Je gaat er helemaal voor of helemaal niet. “Als Jezus niet de Heer van alles is, dan is Hij helemaal geen Heer.” Als het om ons persoonlijke leven gaat, ben ik geneigd het daarmee eens te zijn. Er moet een reden voor zijn dat je tot nu toe hebt meegekeken en geluisterd. God wil niet een stukje van je hart, maar je hele hart. Het is niet van: “Ik wil wel de goede dingen die U voor me hebt, Heer, maar raak dit gebied van mijn leven niet aan. Vertel me niet wat ik aan dit of dat moet doen.” Nee, je geeft je over. Het is: “Ik aanvaard U als mijn Heer, Jezus. U hebt wat mij betreft het laatste woord over hoe ik moet leven.” Als je dat doet, leid je een gezegend leven. God houdt van je. Jij bent geschapen om met Hem je weg te gaan. Maak Jezus tot je Heer. Ga je weg met Hem. Je krijgt er geen spijt van.

  • Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vond je de uitzending fijn?

Stuur het dan door of deel het op sociale media om anderen ook te bemoedigen!

Ook interessant voor jou?
artikelen

Hoe je kunt bidden als alles je overweldigt

uitzending

Waar je als kind van God recht op hebt

Product

Set “Wie is de Heilige Geest?” – dvd + boekje

korte video

Vrolijk Pasen! Jezus leeft – Paasboodschap van Bayless Conley | Pasen 2026

Steun ons werk

Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!

Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.