Geef met geloof: God voorziet in alles
Geef met geloof, en zie hoe God voorziet. Vrijgevigheid vergroot je invloed en opent deuren die anders gesloten blijven. In 2 Korintiërs 10–12 en Filippenzen 4 laat Bayless Conley zien hoe partnerschap vrucht oplevert op jouw “rekening”, hoe Paulus zijn aanpak corrigeert, en hoe God belooft te voorzien in alles. Leef met een open hand en ontdek de vrijheid van Gods systeem.
-
Hallo. Ik waarschuw je even dat je je gordel moet omdoen en je helm moet opzetten. We duiken in het woord, en dat gaat er ernstig aan toe met dingen die je opwekken en je gedachten vernieuwen. Dit wordt mooi. We onderwijzen je uit Gods woord over het effect van vrijgevigheid. Het is vast niet wat je verwacht, dus ga ervoor zitten want we duiken nu samen in het Woord. Je hebt die mensen waar we het in onze allereerste les over hadden. We hadden het over wat het voortbrengt. De opbrengst. Het resultaat, de dingen die voortkomen uit ons geven. En vervolgens komt de mogelijkheid. Dat vind je in 2 Korinthe 10. Namelijk dat onze invloedssfeer wordt groter doordat we geven. 2 Korinthe 10 dus. Paulus schrijft aan de Korinthiërs: “Wij echter zullen niet onbegrensd roemen maar overeenkomstig de grens van wat God ons toebedeeld heeft om ook u te bereiken.”
Interessant taalgebruik. Paulus heeft het over een bepaald bereik van z’n bediening dat vaste grenzen had, die door God bepaald waren. En hij zei: We gaan niet onbeperkt opscheppen en niet de grenzen overschrijden die God voor ons bepaald heeft. Vriend, niemand kan alles doen, en niemand kan alles zijn. God stelt zeker grenzen aan onze bediening en ons leven. Ik ben tot bepaalde dingen geroepen waar God me het talent voor heeft gegeven. Maar voor sommige dingen heb ik helemaal geen talent gekregen en daartoe ben ik ook niet geroepen. Eén ding waartoe God me geroepen heeft, is dit hier. In oktober 1979 woonde ik in een flatje. Het stelde weinig voor. Ik had wat oude betonblokken met planken erop als tafel. Ik had een oude keukentafel met een formica blad die ergens uit een container kwam. Als bed had ik alleen een matras op de vloer. Ik had niet veel, maar ik was alleen en had ook niet veel nodig. Op een ochtend stond ik naast m’n matras God te aanbidden. Totdat ik stil werd en de Heer door Z’n Heilige Geest tot me sprak. Hij zei: Jij gaat Gods woord op televisie verkondigen. Ik schreef het op een kaartje, dat ik nog steeds heb. Op dat moment was dat zo ver weg als de maan. Ik was student op een Bijbelschool en God sprak dat ik Zijn woord op tv zou verkondigen. Een heel proces heeft geleid tot wat we nu doen. En tegenwoordig zenden we uit in ongeveer 130 landen en in meerdere talen. Het is iets waarbij ik Gods genade ervaar als ik het doe. Ik besef dat ik tot mensen spreek, en ik zeg dit ook heel vaak want het is ook waar: als ik eens bij je kon komen, precies waar je nu bent in het dorp of de stad waar je woont, en in je huis kon komen hoe groot of bescheiden dat ook is, en een kop thee met je kon drinken en bij jou aan tafel of in een stoel kon zitten en met je kon praten en je verhaal kon leren kennen en luisteren naar je levensverhaal en wat God voor je gedaan heeft Ik zou het dolgraag horen en met je willen bidden en delen. Dat kan ik natuurlijk niet doen, maar wel dit. En ik besef Ik weet niet hoe God het doet, maar Hij maakt dit persoonlijk. En ik weet dat God tot mensen spreekt door wat ik nu doe. Dat weet ik. Misschien spreekt Hij nu wel tegen jouw hart. Sommige mensen zeggen: God, ik zoek een antwoord. Bent U daar, hoort U me? Hoe zit het hiermee, en daarmee? En kijk: als je denkt dat het toeval is dat je nu luistert Niet dus. Dat hoort dus bij het bereik dat God me gegeven heeft. En Paulus heeft het over de invloedssfeer die God hem gegeven heeft. Hij gaat verder in vers 14: “Want wij overschrijden onze grenzen niet, alsof wij u niet hadden mogen bereiken. Wij zijn immers bij u gekomen met het Evangelie van Christus.”
Dus Paulus was de eerste die in Korinthe het woord van God verkondigde. En dat was onderdeel van het werkterrein dat God hem gegeven had. En dan, heel interessant, in vers 15: “En wij beroemen ons niet onbegrensd op de inspanningen van anderen maar wij hebben hoop”
Luister nu goed. “dat, wanneer uw geloof gegroeid zal zijn ons werkterrein onder u overvloedig uitgebreid zal worden.” Dus hij schrijft aan de Korinthiërs en moedigt ze aan om te geven. En geven moet voor ons altijd een kwestie van geloof zijn. Als we aan God geven, moeten we erop vertrouwen dat Hij er is dat het Koninkrijk echt is en dat mensen met of zonder God de eeuwigheid in gaan. Ik weet die dingen door het geloof. Ik ben nooit in de hemel of de hel geweest, maar ik weet dat ze bestaan. Ik geef omdat ik geloof dat God in m’n noden zal voorzien. Als ik hem vereer met de eerstelingen van heel m’n opbrengst dan geloof ik dat ik God daarmee vereer en dat Hij in m’n noden zal voorzien. Dus Paulus En dit heeft allemaal betrekking op het geven. Het is niet het enige wat hij behandelt, maar het is wel een rode draad. Hij zegt: Als jullie geloof groeit En ik haal het niet uit de context, want deels gaat het over het geven. ‘dan zal ons werkterrein onder u overvloedig uitgebreid worden.’ God heeft het werkterrein bepaald, maar Luister: Hij werkt door de bereidheid van de gelovigen om te geven om die invloedssfeer uit te breiden. Om hem groter te maken. Dus nogmaals: ik leg het verband met de invloedssfeer die God ons, bij Antwoorden, gegeven heeft. Dit hoort bij ons werk, en we werken binnen het gebied dat God ons geeft. We zitten op een aantal christelijke zenders en platforms overal op de wereld. Maar veel van ons werk is te zien op niet-kerkelijke tv-zenders en platforms. Sommige daarvan hebben geen andere getuigen van het evangelie. Dus we zijn heel dankbaar. Als ik nu naar de hemel zou gaan en we niet méér mensen bereiken dan ben ik God al zo dankbaar. Maar die invloedssfeer kan nog groeien zolang er mensen blijven geven. God heeft ons partners gegeven en mensen die zich aan de Heer en aan dit werk wijden omdat het hun hart beroerd heeft. En eerlijk is eerlijk: er zijn nog veel meer talen waarin ik dit programma wil laten vertalen zodat het in hun regio, hun land en hun streek op tv kan komen. En als mensen geven en voor ons bidden, kan dat ons werk helpen groeien. Dus Paulus schrijft over die invloedssfeer die groter wordt als de mensen daar in Korinthe geven. En dan komen we ten slotte Nee, er is nog iets. Bij het ‘vraagstuk’. 2 Korinthe 11, vers 7. Dit is heel interessant. Paulus schrijft aan de Korinthiërs: “Of heb ik zonde gedaan toen ik mijzelf vernederde opdat u verhoogd zou worden? Ik heb u immers het Evangelie van God om niet verkondigd.” “Andere gemeenten heb ik beroofd door een vergoeding aan te nemen ten dienste van u. En toen ik bij u was en gebrek leed, ben ik niemand tot last geweest.” “Want wat mij ontbrak, hebben de broeders uit Macedonië aangevuld. En in alles ben ik ervoor op mijn hoede geweest u niet tot last te zijn en ik zal ervoor op mijn hoede blijven.”
Paulus zei: “Of heb ik zonde gedaan toen ik mijzelf vernederde?” De Amplified Bible zegt het zo: “Of heb ik soms een fout gemaakt en u onrecht aangedaan?” Dus toen Paulus in Korinthe kwam preken, waren het de gelovigen uit Macedonië dus de cipier uit Filippi en z’n gezin, en Lydia en haar gezin en het bezeten meisje dat bevrijd werd Zij gaven en onderhielden Paulus, en betaalden voor z’n komst naar Korinthe. Daarom zei hij dat de gelovigen uit Macedonië hem onderhielden. ‘Andere gemeenten heb ik laten bijdragen om u het evangelie te verkondigen. En dat heb ik kosteloos gedaan.’ Heel interessant: “Heb ik dan een fout gemaakt en u onrecht aangedaan?” Paulus’ gedachten bouwen hierop voort en als je verdergaat in 2 Korinthe 12, beantwoordt hij z’n eigen vraag. Luister maar. In 2 Korinthe 12:14 zegt hij: ‘Heb ik een fout begaan door geen offers van jullie te vragen en andere gemeenten alles te laten betalen?’ Dit zegt hij in vers 13 van 2 Korinthe 12: “Want wat is er waarin u achtergesteld bent bij de overige gemeenten dan alleen hierin dat ikzelf u niet tot last geweest ben? Vergeef mij dit onrecht.”
Paulus zei: ‘In welke zin waren jullie achtergesteld bij andere gemeenten?’ Ik heb andere gemeenten laten bijdragen, zodat ik gratis bij jullie kon preken. In welke zin heb ik jullie achtergesteld, behalve dat ik jullie niet tot last was? “Vergeef me dit onrecht.” ‘Ik heb jullie niet belast,’ aldus de Amplified Bible ‘door jullie te belasten met m’n financiële onderhoud.’ Dat bedoelt hij dus. Hij heeft geen offer van ze gekregen en niets van ze gevraagd. En heel interessant is dat Paulus zegt: Ik heb een fout begaan. Hij zegt: Ik heb jullie achtergesteld bij de andere gemeenten. Het woord voor ‘achtergesteld’ wordt maar twee keer gebruikt in ’t Nieuwe Testament. Het komt er nog maar twee keer voor. Het betekent slechter behandeld worden of verlies ondergaan maar ook onderworpen, tot slaaf gemaakt of overheerst worden. Wat interessant. Ik heb jullie ondergeschikt gemaakt, jullie slechter behandeld en verlies doen lijden. Het woord betekent onderworpen, geknecht of overheerst worden. Door ze niet het privilege te gunnen om te geven of ze op die plicht te wijzen, deed hij ze onrecht aan en bracht hij ze in een positie waarin ze onderworpen of overheerst werden. Waardoor, vraag je. Door het systeem van de wereld. Je kunt handelen volgens de natuurlijke wetten en principes van de wereld en floreren. Maar dan ben je overgeleverd aan de pieken en dalen van de economie: recessie, instorting van de economie, de grillen van de regering en de besluiten van je werkgever. De opkomst of ondergang van de sector waarin je werkt. Ja, je kunt de principes van de wereld gebruiken en Ik zeg niet dat je niet je gezonde verstand moet gebruiken. Zeker wel. En je moet die dingen leren. Maar als je niet geeft, ben je er helemaal afhankelijk van. En als het instort, jij ook. Als de regering je alles afpakt of je verbiedt om zaken te doen of als er regels komen die je beperken zodat je je werk niet meer mag doen en je niet meer zo floreert dan ga je het niet redden. Maar als je genereus en consistent aan het evangelie geeft opent dat de deur voor je om deel te nemen aan een hoger systeem. Aan Gods hogere systeem. En dat is de belofte. Paulus schrijft aldoor aan de Korinthiërs dat Gods genade de Macedoniërs ten deel valt. Dat ze offers brachten en de verspreiding van het evangelie met gaven steunden. Dit lezen we in Filippenzen 4: “En ook u, Filippenzen, weet dat in het begin van het Evangelie toen ik uit Macedonië vertrok geen enkele gemeente deelgenoot werd in de rekening van uitgave en ontvangst dan u alleen.”
Dus toen hij over Christus vertelde en een kleine gemeente oprichtte steunden de gelovigen uit Macedonië als enigen z’n bediening. Verder niemand. En vers 16: “Want ook in Thessalonika hebt u mij een- en andermaal iets gestuurd voor wat ik nodig had. Niet dat ik de gave zoek maar ik zoek de vrucht die op uw rekening toeneemt.”
Dat is al interessant. Dat Paulus naar Berea, Thessalonika en Korinthe ging en hij mensen bekeerde en zij deel van het Koninkrijk werden wordt in de Schrift allemaal ‘geestelijke vrucht’ genoemd. En het kwam allemaal op de rekening, in het hemelse grootboek, zeg maar van die gelovigen in Filippi in Macedonië alsof zij zelf gepreekt hadden. Al ons werk, het veranderen van levens, het herstellen van huwelijken het bekeren van mensen en bemoedigen van pastors dat is vrucht die wordt bijgeschreven op de rekening van hen die voor ons bidden en hen die ons financieel steunen. In het hemelse grootboek genoteerd als werk dat jij gedaan hebt. Omdat we allemaal als één verbonden zijn. En dan gaat hij verder: “Maar ik heb alles ontvangen en ik heb overvloed nu ik door middel van Epafroditus heb ontvangen wat door u gezonden was als een aangename geur, een welgevallig offer, welbehaaglijk voor God.” Dus hun offers brachten God letterlijk welbehagen. En als wij God gehoorzaam offers geven, brengt Hem dat welbehagen en brengt het een fijne geur in de hemel, voor God. Zoals in Openbaring, over de wierook die voor God opgaat: “De rook van het reukwerk steeg met de gebeden van de heiligen op tot vóór God.” Net als offers aan het evangelie. Die stijgen op ‘als reukwerk tot vóór God’. Dan vers 19, dat bijna iedereen kent. Maar je mag het niet uit de context halen die ik net heb opgelezen. Vers 19 van Filippenzen 4, en dat is Gods belofte aan hen die aan de zending geven, hen die offers geven die consistent geven, aan het evangelie geven die telkens hulp sturen en die geven een deel van hun leven maken en die het Koninkrijk voorop stellen en niet als restje beschouwen. Die niet God een beetje geven, en als ze in al hun wensen hebben voorzien een paar dollars aan de collecte geven. Nee, zij die het Koninkrijk voorop stellen. Dit is de belofte aan hen: “Maar mijn God zal u voorzien van alles wat u nodig hebt overeenkomstig Zijn rijkdom, in heerlijkheid, door Christus Jezus. Wat een belofte: “Mijn God zal u voorzien van alles wat u nodig hebt.” Hij zegt dus niet ‘overeenkomstig wat u nodig hebt’. Hij zegt: “Overeenkomstig Zijn rijkdom, in heerlijkheid.” ‘Overeenkomstig wat u nodig hebt’ zou betekenen dat het daarmee uit is. Maar dit betekent dat Hij ons van alles voorziet overeenkomstig een hemelse bron en een hemelse schaal. Overeenkomstig Gods rijkdom, in heerlijkheid, dus in overvloed. Je krijgt wat je nodig hebt, maar er is nog genoeg over om een andere nood te lenigen en een ander werk te steunen. Om mijn werk te blijven steunen. Dat is Gods belofte. En die is voor hen die geven. Het staat los van het systeem en de economie van de wereld. God opent deuren van gunst en mogelijkheden die anders gesloten blijven. God kan je door Zijn Heilige Geest op plekken brengen en connecties geven die je in geen duizend jaar zelf had kunnen leggen. En God doet het in een oogwenk. Hij doet wonderen als dat nodig is. Paulus kwam tot de conclusie dat hij de Korinthiërs onrecht had gedaan en vroeg ze om vergeving. Hij zei: Ik ben jullie niet tot last geweest en heb jullie niet om steun gevraagd. Vergeef me dat onrecht. Ik kende een meneer, een geweldige bijbelleraar, die al jaren in de hemel is. Hij was dertien jaar pastor voordat hij ging reizen en op het zendingsveld ging preken en onderwijzen. Hij werd uitgenodigd om in z’n laatste gemeente te komen preken. Hij had ze nooit geleerd om hun tienden te geven en God te eren met de eerstelingen van hun opbrengst. Misschien was dat omdat hij niet impopulair wilde zijn. Soms zijn we bezorgder om wat mensen denken dan om wat God denkt. “Als ik immers mensen behaagde, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn.” Ja, als je over dit onderwerp vertelt, worden sommige mensen kribbig en zeggen ze dat ’t alleen om geld gaat. Maar er staat veel over in de Bijbel. Hele hoofdstukken in 2 Korinthe zijn eraan gewijd, dus het moet behandeld worden. Hij wilde niet impopulair worden en ze tegen de haren in strijken en leerde ze nooit om God met hun gaven te eren. En daardoor heeft de gemeente nooit z’n grenzen verlegd en is z’n invloedssfeer nooit uitgebreid. Hij en z’n gezin hadden altijd tekort toen hij daar werkte. En toen hij terugkwam Ik heb het zelf gehoord. Toen hij terugkwam en onderwijs gaf in de gemeente die hijzelf had geleid verontschuldigde hij zich eerst en zei: Ik heb jullie onrecht gedaan. Vergeef me dat ik jullie nooit geleerd heb om tienden te geven en met je gaven in de behoeften van de gemeente te voorzien om meer mensen te kunnen bereiken. Ik heb jullie iets ontnomen, zei hij. Ik heb jullie een zegen ontnomen die God jullie wilde geven. Van de vrucht die op jullie rekening zou zijn bijgeschreven. Ik heb in zekere zin diefstal gepleegd, omdat we God onvoldoende verheerlijkt hebben en vanwege alles waar we het in deze lessen over gehad hebben. Soms moet je echt op je knieën over deze dingen bidden. Als jong christen woonde ik in Mexico. We zaten in het stadje Maneadero in Baja California. Degene die we gevraagd hadden om die zondag te preken Diegene wilde preken over het geven van tienden. Het eerste deel van je inkomen aan God geven. Diegene vroeg toestemming aan de pastor: God heeft me ingegeven om dit te preken. Mag ik dat doen? En de pastor stemde toe. Hij zat altijd op de eerste rij maar die zondag was hij er niet. Hij had zich verstopt. Uit angst dat de gemeente boos zou worden dat hij dat nooit gedaan had. Ik weet nog dat de man achter me heel geërgerd was door de preek. Na de dienst draaide ik me om, en ik herinner me z’n enorme snor. Hij leek wel wat op Pancho Villa. Als je hem niet kent: verdiep je eens in de Mexicaanse geschiedenis en Pancho Villa. Dat weet je dat hij een fraaie snor had. Maar hij sleurde z’n vrouw met zich mee de kerk uit en rende bijna weg. Woedend was hij. Je zag dat hij boos was en de preek maar niks vond. Maar de volgende week wordt dezelfde voorganger gevraagd. Dus die preekt, en snorremans zit opnieuw achter me. En midden in de preek steekt hij z’n hand op. Deze keer hield de voorganger een heel andere preek. Meestal geef je iemand niet het woord, maar dit keer wel. Heb je iets te zeggen? Jazeker. Hij gaat staan en onderbreekt de hele kerkdienst: jullie kennen mij allemaal, en m’n vrouw ook. Hij zei: Vorige week waren die rijke Amerikanen hier. Hij wist niet dat ik toen in m’n auto woonde. Maar hij dacht: Als je van over de grens komt, ben je rijk. Die rijke Amerikanen komen vertellen dat we de eerste 10% van ons inkomen aan de kerk moeten geven. Ik was woedend. Dat werkt misschien over de grens, in de VS maar niet hier in Mexico. Weten ze niet hoe arm we zijn? Ik ploeter elke week om wat frijoles en tortilla’s op tafel te zetten. Wat bonen en brood voor m’n gezin, zodat ze genoeg te eten hebben. ’s Avonds zoek ik in de stegen naar karton en restjes om te verkopen voor wat extra geld. Want er is nooit genoeg. Hij zei: Ik was kwaad en ging naar huis, maar begon na te denken over de preek. Ik zocht de verzen op die gelezen werden en ja hoor, het stond in de Bijbel. Net als Gods belofte om een venster in de hemel te openen. En ik dacht: M’n vrouw heeft nog nooit een nieuwe jurk gehad en we hebben nooit iets. Maar het staat in de Bijbel. Ja, het staat erin, en God belooft dat Hij me dan zal zegenen. Dus ik besloot om God deze week de eerste tiende te geven van elke peso die ik verdien. Dat is hun geldsoort. Dus ik gaf God telkens de eerste tien centavo’s. En ik kan het niet uitleggen, maar God heeft wonderen verricht. M’n vrouw Ga staan, zei hij. Ze heeft een nieuwe jurk aan. Voor de allereerste keer. Dat heeft God gedaan. En God heeft voor het eerst deuren voor me geopend op m’n werk. Ja, dat geven werkt, en iedereen moet het doen. En tegen de voorganger: hou op met deze preek en ga verder over dat geven. En toen ging hij zitten. God werkt niet altijd zo snel, maar Hij werkt wel en de belofte is dat Hij in onze noden voorziet. Als we God eren en geven, wordt er in de noden van de kerk voorzien wordt onze invloedssfeer vergroot en gaan er deuren van zegeningen en voorziening van God open die anders gesloten blijven. En dat leidt tot dankbare harten die God vereren. Vriend, ik bid dat je je gaat bezighouden met de genade van het geven en niet de zegeningen misloopt die God de vrijgevigen beloofd heeft. Ik bid dat je gegroeid bent door te luisteren naar Gods woord. Er staat: “Verlang naar de zuivere melk van het Woord opdat u daardoor mag opgroeien.” Dat is het doel: volwassenheid. Niet alleen de hemel. We gaan wel naar de hemel maar het doel is dat je volwassen wordt naar het beeld van Jezus Christus. Dat is Gods doel voor jou en dat heeft deels te maken met hoe je de middelen beheert die God je geeft. Blijf vooral kijken, want we gaan nog meer prachtige dingen vertellen. Tot volgende keer als je me ziet. Moge het rijkste en beste van God altijd van jou zijn. Het beste.
-
mis geen enkele uitzending
Onze service voor jou: we sturen je wekelijks een email met de link naar de nieuwste uitzending.
Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!
Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.
naar de preektekst
Als je ook regelmatig updates van Bayless wilt ontvangen, vul dan hier je e-mailadres in. Om technische redenen is dit ook nodig als je alleen het script wilt ontvangen.
Geef een reactie