Je winkelmand (0)

Gods wil volgen: Zo aanbid je in moeilijke tijden

Ontdek hoe aanbidding de sleutel is om in Gods wil te wandelen, zelfs in moeilijke tijden. In deze boodschap legt Bayless Conley uit hoe Paulus en Silas in gevangenschap door aanbidding Gods ingrijpen ervoeren. Jouw aanbidding kan ook de deur openen naar wonderen, vrijheid en een nieuw seizoen van zegen.

Downloaden als PDF
  • Ik stel me de hemelse Vader op Zijn troon voor, omringd door al Zijn engelen… terwijl hemelse zaken worden afgehandeld. En ineens roept God: ‘Ho, stop. Ik hoor Mijn lied. Horen jullie het ook? Er zit iemand in de problemen, en ze aanbidden Mij.’ Hallo allemaal. We bespreken een verhaal uit Handelingen 16. De vorige keer behandelden we het verhaal over Paulus en Silas, en Lucas was er ook bij… die het evangelie in Asia wilden brengen. De Heilige Geest verbood dat. Ze mochten ook niet naar Bithynia. En dan krijgt Paulus een visioen van een MacedoniĂ«r… die hen vraagt te helpen. Ze begrepen dat de Heer hen naar MacedoniĂ« stuurde… om daar het evangelie te prediken. Dat is de beste hulp die we mensen kunnen geven. Het evangelie onder de mensen brengen. Er is geen belangrijker werk dan het delen van het evangelie. Ze gaan op weg en belanden in de stad Filippi. God heeft hen daarheen gezonden. Je zou verwachten dat ze de sleutel van de stad zouden krijgen en zo. Maar er is alleen maar één vrouw die wordt gered. Ene Lydia. Ze is een purperverkoopster uit Thyatira. Dat lag in het gebied waar Paulus niet heen mocht van de Heilige Geest. Lydia heeft een winstgevende zaak. Ze verkoopt die purperen verfstof. Het plaatselijke purpergilde maakte kleding voor de Romeinen in Thyatira. Het evangelie zou via haar zakelijke contacten nu worden verspreid. Het is nu eenmaal zo dat niemand overal kan zijn en alles kan doen. God weeft dit geweldige plan in elkaar. Lydia en haar huishouden worden gered en gedoopt. Paulus en zijn gezelschap logeren bij haar. Dan begint een meisje, een waarzegster hen te volgen en te roepen: “Deze dienstknechten van God verkondigen ons een weg naar de zaligheid.” Wat ze zei was waar, maar niemand heeft een demon nodig die voor hen adverteert. Paulus drijft de geest uit het meisje. Haar meesters beseften dat ze geen geld meer zou opleveren. Ze kon niet meer in de toekomst kijken. Paulus en Silas komen in de problemen. Ze worden door de autoriteiten in de gevangenis gegooid. Ze worden geketend en genadeloos afgerost. En als wij door God worden opgeroepen… Deze boodschap heet: ‘de oproep en de uitzending’. Om te beginnen is er een oproep, maar soms als je een oproep van God ontvangt om iemand te helpen, komt er tegenslag. De duivel geeft nooit terrein op zonder verzet. Ik zit hier in een prachtige studio op de campus van de kerk. Elke week komen hier duizenden mensen heen. Er worden mensen gered, levens veranderd. Dit is een geweldige plek waar we heel dankbaar voor zijn. Maar wat hebben we gevochten. Vanaf de eerste dag en we trokken er pas negen jaar na de aankoop van de grond in. Vijf jaar lang voerden we rechtszaken. Twee gemeenten klaagden me aan. Dat kostte miljoenen. We werden in de krant aangepakt. Ik ga er nu niet verder op in, maar het was vreselijk. Het waren vele, vele moeilijke jaren maar nu zijn we hier. Soms slaagt de duivel erin om Gods plannen met ons te dwarsbomen. Maar hij kan ons niets ontzeggen zolang we ons lied behouden. En dat brengt ons bij het volgende. Je hebt de oproep en er zijn tegenslagen. We leven in een gevallen wereld. We hebben de duivel als tegenstander. “Hij gaat rond als een brullende leeuw. Bied weerstand aan hem, vast in ’t geloof.” Jacobus zei, weersta de duivel en hij zal vluchten. Weersta de duivel en hij vlucht. Maar weet je, soms schept hij omstandigheden die dingen doorkruisen en vertragen. Hij kan misschien vertragen, maar hij kan ons niets ontzeggen als wij ons lied behouden. Dat draait om aanbidden in de nacht. En hier hebben we Paulus en Silas in de gevangenis. In een duistere, vochtige, muffe cel. In Handelingen 16:25 staat: “En omstreeks middernacht…” 

    Misschien ziet het er voor jou donker uit. Zij deden dit: “Omstreeks middernacht baden Paulus en Silas en zongen lofzangen voor God. De gevangenen luisterden naar hen.” Het woord voor ‘bidden’ hier omvat bidden en met God praten. En ‘aanbidden’. Je kunt het ook zo lezen: “Paulus en Silas zongen lofzangen voor God, en de gevangenen luisterden toe.” Ze waren dus niet stil. Ze aanbaden God en zongen in hun middernachtelijk uur. Stel je voor: hun rug bloedt, ze zijn geketend. Ze zijn oneerlijk behandeld en vastgezet. Het is middernacht en ze zijn aan het zingen. De gevangenen luisterden, maar ze waren niet de enigen die luisterden. En dan vers 26: “Plotseling…” Heerlijk, dat ‘plotseling’ van God. “Plotseling was er een aardbeving en de fundamenten van de gevangenis bewogen. Alle deuren gingen open en de boeien van allen raakten los.” 

    Niet alleen die van Paulus en Silas, maar van iedereen. Als je met de juiste mensen omgaat, kunnen er goede dingen gebeuren. De gevangenen luisterden, maar God ook. Hij stuurde een aardbeving die de celdeuren opende en hen bevrijdde. Toen ik een tiener was… hield ik van bepaalde muziekstijlen. Rock-‘n-roll, blues. Hoe dan ook, ik was 17 jaar en dit nummer kwam op de radio. Toen hadden we alleen AM. Ik denk dat er toen in CaliforniĂ« net wat FM-stations verschenen. Het was het prachtigste nummer dat ik ooit had gehoord. Het was een soort kruising tussen rock-‘n-roll en blues. Ik hoorde het nummer een paar keer. Ik vroeg vrienden of ze het kenden. Niet dus. En ik: ‘Het is echt te gek.’ Op een avond gingen we naar een feest. Ik had een oude Ford. De krakerige AM-radio stond op een rock-‘n-roll-station. Ze draaiden dat nummer. Ik ging aan de kant staan en riep: ‘Dat is ‘m.’ Ik zette hem keihard. We zaten naar dat nummer van me te luisteren. En weet je… zo stel ik me de hemelse Vader op Zijn troon voor, omringd door al Zijn engelen… terwijl hemelse zaken worden afgehandeld. En ineens roept God: ‘Ho, stop. Ik hoor Mijn lied. Horen jullie het ook? Er zit iemand in de problemen, en ze aanbidden Mij. Het gaat niet zo goed met ze. Het zit ze tegen en toch hebben ze een loflied op hun lippen.’ God tikte misschien met Zijn voet op de grond. Er kwam een aardbeving. En ze werden bevrijd. Als je midden in je donkere uur aanbidt, is dat Gods lied. Dat horen Zijn oren heel graag. Het is Hem welgevallig en niets kan je ervan weerhouden om het te doen als je daarvoor kiest. Er gebeurt hier trouwens nog meer. Vers 27. Ik lees het hele stuk tot en met vers 31. Luister. “De cipier werd wakker en zag dat de celdeuren open waren. Hij trok een zwaard om zichzelf te doden. Paulus riep: Doe uzelf geen kwaad, wij zijn allemaal hier. De cipier begon te beven en viel voor Paulus en Silas neer. Hij vroeg: Heren, wat moet ik doen om gered te worden? Zij zeiden: Geloof in de Heere Jezus en u zult zalig worden, u en uw huisgenoten.” 

    Het Griekse woord voor ‘heren’ hier is het woord voor ‘meesters’. Hij zegt letterlijk: ‘Meesters, wat moet ik daarvoor doen?’ Het is hetzelfde woord als in vers 31: “Geloof in de Heere Jezus.” 

    Deze cipier besefte dat hij onder superieuren was. Hij noemde hen ‘heren’. Paulus zegt dan: ‘Geloof dan in de Heere Jezus.’ De Heer van de mensheid. “Dan zullen u en uw huisgenoten gered worden.” Hij nam hen mee naar huis en gaf ze te eten. Paulus preekt, en zo komen er meer bekeerlingen… in die beginnende kerk in de stad Filippi. En weet je… deze cipier zal een ruige Romeinse ex-soldaat zijn geweest. Iemand die vast veel dood en verderf had gezien. Hij was vast totaal ongevoelig geworden voor lijden. Hij is niet dom. Hij wist dat Paulus en Silas onterecht waren opgesloten. Ze waren ten onrechte beschuldigd en hij moest ze in de gevangenis gooien. Hij ziet die mannen met hun bloedende rug. Ze zijn gewond en onrechtvaardig behandeld. Dat laat hem koud. Maar nu hij in de Heer Jezus Christus gelooft… zien we dat hij hen aan z’n gezin voorstelt. Hij geeft hun te eten. Voorzichtig wast hij hun wonden. Als Jezus in iemands leven komt, verandert Hij eelt in zorg. Hij verandert dieven en rovers in vrijgevige mensen. Moordenaars en terroristen verandert hij in apostelen en evangelisten. Saulus van Tarsus wordt Paulus. Als Jezus jou niet heeft veranderd, al noem je jezelf een christen… moet je de Jezus die jij ontving, nog eens onderzoeken. Misschien heb je de verkeerde Jezus gekregen. De Jezus die ik ken, verandert je leven als Hij in je leven komt. Vanaf dit punt… wordt er een geestelijke bolwerk afgebroken. Het waren niet alleen de deuren van een gevangenis die opengingen. Het was een deur naar een heel continent. De vorige keer vertelde ik dat sommige historici de bekering van Lydia… Zij was de eerste Europese bekeerling, daar in Filippi. Haar bekering wordt als een keerpunt in de westerse beschaving beschouwd. En die opstap om het evangelie naar Europa te brengen… heeft zich voltrokken. Het heeft letterlijk iets los geschud. Deze door de duivel onderdrukte stad, deze duistere plek waar duisternis was, is doorbroken. Daar ontstaat deze gemeente, een van de beste uit het Nieuwe Testament. Die gemeente groeit, blijkt in Filippenzen uit een brief aan Lydia. Aan haar en de cipier en hun families. Het bezeten meisje dat bevrijd werd, werd vast ook lid van de gemeente. Paulus heeft het over de leiders van de gemeente. Dus die bloeide. Dat doet me denken aan een gesprek met een vriend. Ik preekte in een bepaald land. De regering in dat land was uitermate corrupt. Die misbruikte en beroofde het land. Ze waren verantwoordelijk voor bloedbaden. Ze schopten duizenden mensen het land uit en legden beslag op hun land. Het was een moeilijke plek om de boodschap te verkondigen. Hij zei tegen me: ‘Jullie hebben in je gemeente en in CaliforniĂ« zoveel vrijheid.’ Ik weet dat sommige mensen dan denken aan alles wat je over CaliforniĂ« leest. Dat ze hier ultraliberaal zijn en gekke dingen gebeuren. Veel daarvan is waar. Maar wij hebben wel de vrijheid om het evangelie verkondigen. Hij zei: ‘Neem die vrijheid niet voor lief. Wij moeten elke dag vechten tegen geestelijke onderdrukking. Het hangt gewoon in de lucht.’ Hij had gelijk. Die geestelijke onderdrukking in Filippi werd door deze gebeurtenissen doorbroken. Er werd een geweldige bron geopend die het levende water van het evangelie van daaruit naar heel Europa zou brengen. Ik wil je vragen of je in je donkere periode een lied hebt. Aanbid je God?. Ik weet dat sommigen verschrikkelijke dingen hebben doorstaan. Er is misschien een vrouw die kijkt waarvan de man ontrouw is. Of je zit in een gewelddadige relatie. Of je bent in de greep van drugs en je denkt dat je er niet van kunt loskomen. Of je bent een pastor van een kerk en het stadsbestuur werkt je tegen. Ze maken het je heel moeilijk. Ik zeg je: Zing in je middernachtelijk uur. Want luister goed, de waarheid is dat er plekken zijn waar jij moet zijn. En dat kan alleen door je een weg naar binnen te zingen. Er zijn omstandigheden waar je uit moet komen en de enige manier is om je weg naar buiten te zingen, en te aanbidden. In Psalm 8 staat: “Uit de mond van zuigelingen hebt U een fundament gelegd om de vijand en wraakzuchtige te laten ophouden.” Jezus vatte dat vers zo op dat het prijzen van God de kracht is om het werk van de vijand te stoppen. Dat het ervoor zorgt dat de vijand z’n activiteiten staakt. Misschien voelt het of je gewichten aan je handen hebt maar til ze toch op. Misschien heb je het gevoel dat je stem gedempt is, dat je niet tot God kunt zingen omdat het leven nu zo moeilijk voor je is. Doe het toch, uit geloof. Hou vol en zing in je middernachtelijk uur. Dit brengt me bij het laatste wat ik wil zeggen. Eerst was er de oproep. Toen de tegenslag. Toen was er het zenden en toen was er het lied. Dan is er het evangelie dat wordt uitgezonden naar anderen. Teruggeven, waardoor anderen gezegend worden. Paulus reist van Filippi naar Thessalonica. Dan naar Berea, en naar Athene. En vandaar naar Korinthe. En in al die streken en steden preekt hij, sticht hij kerken wint hij zielen en brengt hij het Woord. Wie betaalde daarvoor? Waar kwam het geld vandaan om dat allemaal te doen? Van die kleine gemeente in Filippi. Die ondersteunde hem op zijn reis langs Thessalonica, Berea, Athene, Korinthe. Ze beseften dat ze de verantwoordelijkheid en het voorrecht hadden om het evangelie aan anderen door te geven. Zij waren immers eerst bereikt?. Ik lees uit 2 Korinthe 11, vanaf vers 7. Dit schrijft Paulus: “Of heb ik zonde gedaan toen ik mijzelf vernederde? Ik heb u het Evangelie om niet verkondigd. Andere gemeenten heb ik beroofd door een vergoeding aan te nemen. En toen ik bij u was, ben ik niemand tot last geweest. Wat mij ontbrak, hebben de broeders uit MacedoniĂ« aangevuld.” 

    Dus hij is in Korinthe, een geweldige stad in die tijd. Dat is het nog steeds. Ik ben er geweest. Paulus zegt: ‘Toen ik bij jullie was, kon ik alles doen dankzij de MacedoniĂ«rs.’ Lydia en haar huisgenoten, de cipier en z’n gezin anderen die tot Christus waren gekomen hadden offers ingezameld en naar Paulus gestuurd. Daarom kon hij daar preken. Ik lees voor uit Filippenzen 1. Dit is wat Paulus aan deze mensen schreef. In vers 3 van Filippenzen 1 in de klassieke Amplified Bible staat: “Ik dank mijn God, telkens wanneer ik aan u denk. In elk gebed van mij voor u allen bid ik altijd met blijdschap. Ik dank mijn God voor uw gemeenschap aan het Evangelie. En uw betrokkenheid bij het verbreiden van het goede nieuws van de eerste dag af dat u ervan hoorde.” 

    Dus ‘van de eerste dag af’. Dus vanaf de dag dat God Lydia’s hart daar aan de rivieroever opende. Ze gaf haar leven aan Christus. “Van de eerste dag af tot nu toe.” Hij schrijft dit jaren later. Vanaf die dag tot nu toe bent u voortgegaan met het zenden van bijdragen en het steunen van dit werk van mijn bediening. Dat is toch iets verbazingwekkends?. Ze werken nu mee aan het werk van de apostel Paulus. Ik lees vers 15 voor. Dit is echt verbazingwekkend. Ze ondersteunen hem dus al jaren ononderbroken op alle plekken waar hij predikte. Vers 15: “Ook u, Filippenzen, weet dat in het begin van het Evangelie alleen u mijn deelgenoot werd in de rekening van uitgave en ontvangst.” 

    Jullie waren de enigen. “Want ook in Thessalonica hebt u mij een- en andermaal…” Met andere woorden: ze deden het voortdurend. “Niet dat ik de gave zoek, maar ik zoek de vrucht die op uw rekening toeneemt.” Geweldig. “Maar ik heb overvloed. Ik ben voorzien, nu ik dankzij Epafroditus ontvangen heb wat door u gezonden was.” Paulus zegt dat ze schenkingen doen om hem en z’n bediening te steunen. Een vorm van offeren. He schreef aan de KorinthiĂ«rs over de offergaven van de MacedoniĂ«rs om de KorinthiĂ«rs te inspireren om dat voorbeeld te volgen. En als wij ons hart openen voor God moeten onze handen ook geopend zijn. Gesloten handen betekent gesloten harten. Paulus zegt: “Niet dat ik de gave zoek…” He zegt dat hun hulp heeft geholpen en genade vond in Gods ogen. “Als een aangename geur, welbehaaglijk voor God.” Dat volstaat al. “Welbehaaglijk voor God” dus. “Ik zoek niet de gave, maar de vrucht die op uw rekening toeneemt.” Waar heeft hij het over? Om te beginnen over de gewonnen zielen. De vruchten die op hun rekening toenemen. Paulus bekeerde mensen met het uitdragen van het evangelie. Dat werd bijgeschreven op de rekening van de Filippenzen. De rekening van Lydia, de cipier en van het meisje dat bezeten was geweest. De vruchten op hun rekening. Jezus zag alle Samaritanen die de stad uit kwamen toen de vrouw hun vertelde: “Zie Iemand Die alles gezegd heeft wat ik deed.” Toen Jezus de menigte zag, zei Hij: “De oogst is rijp en kan worden binnengehaald.” Er staat in de Schrift geschreven dat het oogsten van zielen een vrucht is voor God. Dus de vrucht op hun rekening ging over de gewonnen zielen de herstelde huwelijken, de bevrijde bezetenen de zieken die genezen waren, de prostituees die gered werden. De kinderen die werden opgeleid. De geestelijke vrucht werd bijgeschreven. En toen ze in de hemel kwamen, zei God vast: ‘Jullie worden ruim beloond. Duizenden, nee, miljoenen mensen zijn dankzij jullie tot Christus gekomen.’ ‘Wanneer dan, Heer?’ ‘Jullie hebben Paulus gesteund. He schreef twee derde van het Nieuwe Testament en won zielen. Maar dat was alleen mogelijk omdat jullie hem hebben gesteund. De beloning gaat niet alleen naar hem, maar ook naar jullie.’ Wat zij schonken was een offer, en het behaagde God. En vanwege hun ononderbroken, gewillige, vreugdevolle schenken belooft Paulus hun het volgende. He belooft het aan degenen die offeren en het werk van de Heer ondersteunen. Vers 19: “Mijn God zal voorzien in wat u nodig hebt. Overeenkomstig Zijn rijkdom, in heerlijkheid, door Christus Jezus.” Dat is de belofte. He voorziet niet alleen in onze behoeften. Dan zou het ophouden als het niet meer nodig is. “Overeenkomstig Zijn rijkdom,” 

    staat er. He geeft ons genoeg voor onze behoeften en ook om iemand anders te helpen. God is een God van overvloed. Ik bid dat je op dit moment hoe moeilijk je omstandigheden ook zijn je lied weet te vinden. En dat je dan uit geloof je handen opheft om God te aanbidden vanwege Zijn goedheid. En vanwege het feit dat Hij je liefheeft en dat Zijn hart naar je uitgaat. Ik wil afsluiten met… dank jullie wel. Wij verrichten werk voor de eeuwigheid. God zegene je.

  • Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vond je de uitzending fijn?

Stuur het dan door of deel het op sociale media om anderen ook te bemoedigen!

Ook interessant voor jou?
artikelen

God ziet wat er in het verborgene gebeurt

uitzending

God wil niet dat je opgebrand raakt – Filippenzen

Product

Set “Wie is de Heilige Geest?” – dvd + boekje

korte video

Vrolijk Pasen! Jezus leeft – Paasboodschap van Bayless Conley | Pasen 2026

Steun ons werk

Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!

Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.