Gods wil volgen: Zo ervaar je Zijn leiding in jouw leven
Ben jij klaar om Gods stem te horen en Zijn leiding te volgen? Ontdek in deze krachtige boodschap hoe je Gods roeping kunt herkennen en Zijn leiding kunt volgen, net zoals in het boek Handelingen. Laat je door de Heilige Geest leiden naar wat Hij voor jou heeft. Pastor Bayless deelt hoe je gevoelig kunt worden voor Gods stem en Zijn plan voor jouw leven kunt volgen.
-
Hallo. Volgens mij heb ik een heel belangrijke boodschap voor jullie. Ik ga het daar vast een paar uitzendingen lang over hebben. Die wil je niet missen. We praten over Handelingen 16. Een van de meest intrigerende waarheidsgetrouwe verhalen in het boek Handelingen. Ik noem dit ‘De oproep en de uitzending’. Je komt er gaandeweg achter waarom. Om te beginnen de oproep. Dat is het moment waarop God antwoorden stuurt naar hongerige harten. In Handelingen 16 vanaf vers 6 staat: “En nadat zij door FrygiĂ« en het land van GalatiĂ« gereisd waren werden zij door de Heilige Geest verhinderd het Woord in Asia te spreken. In MysiĂ« probeerden zij naar BithyniĂ« te reizen, maar de Geest liet het niet toe. Nadat zij MysiĂ« voorbijgereisd waren, kwamen zij in Troas. Paulus kreeg ’s nachts een visioen. Een Macedonische man vroeg hem dringend: Kom over naar MacedoniĂ« en help ons! Toen hij dit visioen gezien had, probeerden wij naar MacedoniĂ« te reizen. Wij maakten eruit op dat de Heere ons riep aan hen het Evangelie te verkondigen.”
In dit visioen vraagt de man uit MacedoniĂ« om hen te komen helpen. Dus zij nemen aan dat God hen oproept om het evangelie te verkondigen. Dat is de beste manier om mensen te helpen. Het is goed om armen te voeden en ziekenhuizen te bouwen. Allerlei dingen zijn goed. Maar de meest verheven, beste hulp die we mensen kunnen geven is hun het evangelie te brengen. Het leven is een damp, die voor een korte tijd verschijnt en daarna verdwijnt. Wij zijn eeuwige wezens die ergens de eeuwigheid zullen doorbrengen. Als ik iemand fysiek help, prima. Op sociaal terrein hulp bieden is prachtig. Het is zelfs nobel. Maar het belangrijkst is om hen voor de eeuwigheid te helpen. Toen die man om hulp vroeg, dachten ze dat ze het evangelie moesten verkondigen. Dat goede nieuws is de hulp die de wereld het hardst nodig heeft. Even een vraagje: Waarom daar? Waarom in MacedoniĂ«? We zullen gaan ontdekken dat God een veel groter plan aan het weven was dan dat ze op dat moment konden begrijpen. God doet veel meer. Er speelt veel meer mee dan zij kunnen overzien. Wij krijgen een glimp van een paar van die dingen, maar niet alles. En als je het echt wil terugbrengen tot de meest directe oorzaak dan was het die schreeuw van hongerige harten. Ze werden belichaamd door de man in het visioen die om hulp vroeg. Die stond voor de schreeuw van vele hongerige harten. Als je mij als tiener, als jongeman van in de twintig had gezien had je vast gedacht: dat is een hopeloos geval. Maar God zag de kreet in m’n hart. Ik raakte bij zoveel verschillende zaken betrokken. En aan de wortel van veel van die zaken lag een honger om God te kennen. Ik was op zoek naar de waarheid. Als ik achteloos had geleefd, zo van: het laat me allemaal koud… Volgens mij worden we benaderd op het niveau van ons smachten. Vroeger had ik een wekelijkse Bijbelstudie in wat we hier rusthuizen noemen. Een soort ziekenhuis voor ouderen. Ze krijgen zorg en hebben een eigen kamer. Veel van hen liggen op een ziekenhuisbed. Een groot deel van die mensen was gewoon door hun familie vergeten. Niemand kwam op bezoek. Ik stapte eens binnen met m’n gitaar. Ik vroeg aan de receptioniste: ‘Hebben jullie behoefte aan iemand die langskomt?’ Ze greep me zo’n beetje bij m’n kraag. En ze zei: ‘We snakken naar zo iemand.’ Ik ging van kamer naar kamer en leerde alle oude gezangen. Ik las hen uit de Bijbel voor en hield hun rimpelige hand vast. Vaak rolden de tranen over hun wangen. Ik heb menigeen tot Christus gebracht. Dat werd een wekelijkse Bijbelstudie. Dan nam ik een vriend mee om me te helpen met de studie. Op een dag waren we aan het bidden bij m’n vriend thuis. We besloten in tongen te bidden. En dat zo’n uur lang. We baden een uur in de Geest en we zaten stil bijeen. De enige manier waarop ik het kan beschrijven is dat ik even een visioen had. Ik zag een ziekenhuiskamer en het kamernummer, zo helder als maar kan. Ik zag het in m’n binnenste. Meteen wist ik dat het in het ziekenhuis was tegenover het rusthuis. Ik zei niets tegen m’n vriend. En in plaats van rechtsaf naar het rusthuis sloeg ik linksaf. Hij zei: ‘Wat doe je nou?’ ‘Wacht maar even af.’ We lopen die kamer binnen. Daar ligt een vrouw in een bed te slapen. Verder is er niemand. Ik wilde haar niet wakker maken. We begonnen zacht te bidden. Ineens schoot ze overeind. ‘Jullie laten me schrikken.’ ‘Het spijt me,’ zei ik. ‘Ik was aan het bidden en God gaf me een visioen van uw kamer. Hij heeft me hierheen gestuurd.’ En zij riep: ‘Dank U, Jezus. Ik wist dat God iemand zou sturen. Jullie hebben voor me gebeden en God zal me genezen.’ Ze had een kleine persoonlijke kerkdienst in die kamer. Ze bleek een hartoperatie te hebben gehad waarbij complicaties waren opgetreden. Haar gezondheid ging niet vooruit maar achteruit. We gingen om haar bed staan, legden haar onze handen op en baden. We bemoedigden haar en vertrokken. Kort daarna ging ik bij haar langs. Ik kreeg te horen dat ze vertrokken was. Ze was opgeknapt en was naar huis gestuurd. Maar de reden waarom ik dit vertel, is haar reactie. ‘Ik wist wel dat U iemand zou sturen.’ God zag de honger in haar hart. En als Hij dan een stel onervaren jongens van 20 moest sturen dan was dat maar zo. Als God Paulus een visioen moet geven van iemand die smeekt om te komen helpen dan doet Hij dat. Ik heb zo’n idee dat jij collega’s hebt die het gevoel hebben dat ze ten onder gaan. Of misschien is het een buurman of iemand wiens kinderen met de jouwe voetballen. Wanhopig bidden ze: ‘Ik weet niet wat ik moet doen, God.’ God zoekt iemand die gevoelig genoeg is om hem of haar op te roepen en naar die persoon in nood te sturen om hulp en een antwoord aan te bieden. Je denkt misschien: zo’n visioen zou wel handig zijn. Dan weet ik waar ik heen moet. Misschien krijg je een visioen. Maar in het verhaal dat we net lazen krijgt Paulus wel een visioen, maar de boodschap was heel subtiel. Maar nog steeds bovennatuurlijk. Ze wilden naar Klein-AziĂ«, maar dat verbood de Heilige Geest. Ze wilden naar BithyniĂ«, maar dat liet de Geest niet toe. Hoe de Geest dat doorgaf, weten we niet. Misschien waren het de omstandigheden. Misschien voelden ze aan dat God er de hand in had dat ze er niet heen konden. Of misschien ontbrak het ze aan innerlijke vrede bij de gedachte om naar BithyniĂ« of naar Asia te gaan. Zo van: het voelt gewoon niet goed. In Kolossenzen 3:15 staat dat de Heilige Geest werkt door vrede. “Laat de vrede van God als scheidsrechter heersen in uw hart. Laat Hem beslissen bij de vragen die in je hart opkomen.”Â
Dit is een citaat uit de klassieke Amplified Bible. Laat Gods vrede in je hart heersen. Het Griekse woord voor heersen betekent ‘bepalen wat al of niet binnen de grens valt’. Dus laat de vrede van God voortdurend bepalen wat er binnen de grens valt. Laat Hem beslissen over alle vragen die in je opkomen. Stel, ik bid over of ik iets al of niet moet doen. Als ik daarover bid, laat ik het aan de Scheidsrechter over. Stel, ik bid over een zakelijke onderhandeling of een relatie en ik voel me ongerust, ik heb geen vrede. Probeer dat dan niet te verdringen. Luister ernaar. Zo kan de Heilige Geest tot ons spreken. In Spreuken staat: “Alle wegen van de wijsheid zijn vrede.” Als je die wegen bewandelt, zal er een innerlijke vrede zijn. Het kan van buiten stormen. Maar vanbinnen zal er vrede zijn als je de juiste weg bewandelt. Je hebt geen visioen nodig om door God te worden opgeroepen om iemand te helpen. Soms is Zijn leiding een stuk subtieler.
Als je de verzen daarna leest, de verzen 11 en 12 staat er: “Wij koersten recht aan op Samothrake de volgende dag op Neapolis, en vandaar gingen wij naar Filippi.” Interessant: “We koersten recht aan…”Â
In het Grieks staat er een nautische term. Misschien dat dit je helpt. Deze nautische term betekent ‘voor de wind’. Met andere woorden: toen ze wisten wat God wilde dat ze deden leek het of de natuur hen hielp door er vaart achter te zetten. En volgens het verhaal kostte het ze twee dagen om over te steken. Omdat ze voor de wind zeilden. Maar in Handelingen 20:6 kostte dezelfde oversteek vijf dagen. Waar gaat het om? Twee of vijf dagen. Soms als je de opdracht van de Koning uitvoert, heb je wind mee. Soms blaast de wind je bij het uitvoeren van Zijn opdracht in het gezicht. Maar als je niet opgeeft, kom je toch aan. Soms leek het bij mij weleens of alle deuren opengingen en alles meewerkte om iets tot stand te brengen. En soms wist ik dat God erachter zat, ook al leek elke deur dicht te slaan. Ook al waaide de wind in mijn gezicht. Ik moest vanbinnen besluiten dat ik me niet laat tegenwerken door moeilijke uren en omstandigheden. Dit is allemaal gratis advies voor je. Dit was zomaar even een gedachte. Ze komen aan en houden zich even rustig. Ze observeren de boel even en rusten uit. Dan lezen we in de verzen vanaf vers 13: “En op de dag van de sabbat gingen wij de stad uit, de rivier langs waar het gebed gewoonlijk plaatsvond. We gingen zitten en spraken met de vrouwen. En een zekere vrouw, ene Lydia, een purperverkoopster uit Thyatira. De Heere opende haar hart en zij gaf acht op wat Paulus zei. En toen zij gedoopt was, drong zij er bij ons op aan: Als u van oordeel bent dat ik trouw ben aan de Heere, kom dan in mijn huis.” Deze vrouw was heel overtuigend. Volgens de Joodse gebruiken, de Joodse wetten kon er geen synagoge worden gevormd met minder dan tien Joodse mannen. En hier, in deze Romeinse kolonie Filippi waren dus blijkbaar nog niet eens tien Joodse mannen. Als ze niet genoeg mannen hadden, kwamen ze aan de oever van de rivier bijeen. Daar baden ze, en lazen ze de Schriften. Maar hier zijn alleen maar vrouwen. Er is geen enkele man bij. En daar komen Paulus en Silas naar de rivieroever en brengen het evangelie. En de Heer opent Lydia’s hart. Ze stelt meteen haar huis open, als God haar hart opent. En ze opent haar portemonnee. Interessant genoeg wordt vermeld dat ze uit de stad Thyatira komt bekend om z’n purper. Er is daar een verversgilde. Het is een lucratieve handel. Deze purperen verfstof om kleding mee te verven werd voor Romeinse toga’s gebruikt. Die verfstof werd koninklijk purper genoemd. Nog steeds, trouwens. Deze dame is kennelijk heel rijk. Ze heeft dienaren en een groot huis. Ze kan er gasten onderbrengen. Ze heeft die handel met het naar Filippi importeren van die met purper geverfde kleding. Ze is bereisd en rijk. Als je op een kaart kijkt ligt Thyatira in het gebied dat Asia genoemd wordt. Het gebied waar Paulus heen wilde, maar de Heilige Geest hem verboden had. God had andere plannen, en niemand kan alles doen en overal tegelijk zijn. Het evangelie zou daarheen worden gebracht via Lydia’s zakelijke contacten. De boodschap kan er op een andere manier terechtkomen. En deze stad Filippi was vernoemd naar Filippus van MacedoniĂ«, de vader van Alexander de Grote. Het was een strategisch gelegen stad. Er werden vele veldslagen geleverd omdat Filippi de weg tussen Europa en AziĂ« onder controle had. Lydia is de allereerste Europese bekeerlinge. De allereerste. Als ik het goed heb begrepen zijn er zelfs seculiere geschiedkundigen die aan haar bekering refereren als een keerpunt in de Westerse beschaving. Dat is niet niks. Wij moeten geen slaaf zijn van statistieken en ons succes niet afmeten aan het aantal mensen die tot Christus komen. Die aantallen staan voor mensen. Het evangelie staat vol verhalen over mensen die door Jezus werden bediend. Mensen zijn belangrijk voor God. Denk aan Filippus in de stad Samaria. Hij preekt over Christus, er is een opwekking in de stad. En dan tikt God hem op z’n schouder: ‘Ik wil dat je de woestijn in trekt. Koop nu geen gebouw, je moet de woestijn in.’ En dat doet hij. Een Ethiopische eunuch hongert naar God. Hij leest uit Jesaja, en de Geest zegt: “Voeg u bij deze wagen.” Filippus snelt erheen en vraagt of hij begrijpt wat hij leest. ‘Ik heb hulp nodig,’ zegt de eunuch. Hij preekt over Christus en de man wordt gedoopt. Het was iemand met veel gezag bij hun koningin Candice in EthiopiĂ«. Die ene man zal het evangelie het koninklijk huis binnen brengen. Dat had groot effect op EthiopiĂ«, en dat is nog steeds het geval. Door de bekering van die ene man. Ze gingen naar de stad Filippi en stelden zich heel wat voor. Maar ze werden daar niet met busladingen, met honderden tegelijk gered. Eerst was er maar één vrouw. Zij gaf haar leven aan Christus. Maar wat was die ene redding belangrijk. Zij was Gods steunpunt om de stad te winnen en de geschiedenis te veranderen. God wist wat Hij deed en de duivel voelde aan dat er iets ging gebeuren. Als wij worden opgeroepen en van God de opdracht krijgen om iets te doen zal er heel vaak tegenstand zijn. Er zal tegenslag zijn. Je krijgt tegenslag. Er zal verzet komen van de vijand. We lezen de verzen 16 tot 18: “Toen wij op die plek kwamen, kwam er een slavin naar ons toe die kon waarzeggen. Zij verschafte haar meesters veel geld. Zij riep voortdurend: Deze mensen zijn dienstknechten van God die ons een weg naar de zaligheid verkondigen.”Â
Wat ze zei, was waar. Ze waren echt dienstknechten van God die een weg naar de zaligheid verkondigden. Vers 18: “Dat deed zij vele dagen. Paulus keerde zich om en zei tegen de geest: Ik gebied u uit haar weg te gaan! En hij ging meteen uit haar weg.”
Satans eerste, gevaarlijkste poging om Gods werk te laten ontsporen is door te proberen om met Gods volk samen te werken. Dat is het gevaarlijkste wat de duivel doet. Hij wil samenwerking. Tot op dit punt heeft het evangelie alleen vrouwen bereikt. Veel mannen luisterden naar deze waarzegster die bezeten was door de geest van waarzeggerij. In die cultuur, in die tijd, trok een generaal zelfs niet ten strijde tenzij hij een positief voorteken van een waarzegster had gekregen. Dus de duivel zei misschien: ‘Het kan zijn dat ze een verkeerde geest in zich heeft.’ Misschien zei ze die dingen op een neerbuigende of een spottende manier. Dat wordt er niet bij gezegd. Maar dat neemt niet weg dat het klopt wat ze zegt. ‘Waarom laat je haar niet voor je spreken? Daar hebben we vast allebei profijt van.’ Dat is de aanpak van de duivel. ‘Laten we samenwerken.’ Zo van: ‘Ga jij maar in je hangmat liggen.’ En dan begint hij te zingen van: We kunnen toch zeker wel vrienden zijn? Maar je moet nooit een verbond aangaan met de duivel. Dat moet je nooit ofte nimmer doen. Moet je horen: Paulus zal voordat hij werd gered, vast het volgende hebben gebeden: ‘Dank U dat U van mij geen heiden en geen slaaf hebt gemaakt. En dat U me geen vrouw hebt gemaakt.’ Daar zal de duivel hem aan hebben herinnerd. Hij was doordrenkt van de Joodse cultuur. Vrouwen hadden een ondergeschikte rol en mannen waren dominant. De duivel zal iets gezegd hebben als: ‘Laat me je vertegenwoordigen. Dan kunnen we die mannen ook bereiken. Wil je de mannen niet bereiken? In dat visioen van je was het toch ook een Macedonische man? En geen Macedonische vrouw.’ Maar we hebben geen mannen of vrouwen nodig die de waarheid bevestigen maar hun leven niet aan ons overgeven. Wat voor invloed ze ook hebben, dat levert nooit iets goeds op. Als de kerk een verbintenis zou aangaan met mannen of vrouwen die Jezus niet gehoorzaamden en dienden, maar op grond van hun bekendheid had dat altijd een averechtse uitwerking en schaadde dat het werk van Christus. Wat men ook hoopt via die bekendheid te winnen, het gaat altijd verloren. Er spelen altijd bijbedoelingen mee. De duivel doet de kerk echt helemaal nooit goed. Als de duivel ons niet kan overhalen om met hem samen te werken — Paulus weigerde mee te spelen — dan vervalt de duivel tot z’n enige andere tactiek. Als wij niet zijn kant willen kiezen, probeert hij ons dwars te zitten. Dat zal altijd voor hem mislopen. We lezen verder vanaf vers 19: “Toen haar meesters zagen dat hun hoop op inkomsten verdwenen was sleurden zij Paulus en Silas mee naar de stadsbestuurders. Zij zeiden: Deze mensen verstoren de orde in onze stad. Het zijn Joden. Zij verkondigen gewoonten die wij als Romeinen niet aannemen. De menigte kwam tegen hen in verzet. De magistraten lieten hen slaan. Daarna wierpen ze hen in de gevangenis. Ze geboden de cipier hen zorgvuldig te bewaken.”
Dat was absoluut een tegenslag. Maar ze zouden terugkomen. Want zij verloren bij tegenslag niet de moed. Daar gaan we het volgende keer over hebben. Jij hebt misschien zelf ook tegenslagen meegemaakt. Misschien dacht je dat God achter je stond. Maar alles wat maar even fout kon gaan, ging ook fout. En toch kan dat een teken zijn dat je naar Gods wil handelt. In dat geval moet je je schrap zetten op de plek van gebed en je overgeven aan de vrederechter. Elk pad van de wijsheid leidt tot vrede. Ik bid dat Gods plannen voor jou in je leven uitkomen, in Jezus’ naam.
-
mis geen enkele uitzending
Onze service voor jou: we sturen je wekelijks een email met de link naar de nieuwste uitzending.
Hoe je kunt bidden als alles je overweldigt
Velen van ons ervaren stress in het dagelijks leven, we hebben last van de huidige situatie in de wereld, of we laten ons afleiden. Dit kan er snel toe leiden dat ons gebed, dat helemaal bovenaan ons prioriteitenlijstje zou moeten staan, pas ons laatste redmiddel wordt. Als jij je ook zo voelt en daar verandering in wilt brengen, kijk dan met mij mee in het eerste boek van Samuel. Daar vinden we het verhaal van Hanna. Van deze indrukwekkende vrouw van geloof kunnen we veel leren over hoe we ons doel in gebed kunnen bereiken.
Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!
Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.
naar de preektekst
Als je ook regelmatig updates van Bayless wilt ontvangen, vul dan hier je e-mailadres in. Om technische redenen is dit ook nodig als je alleen het script wilt ontvangen.
Geef een reactie