Je winkelmand (0)

Goede beslissingen maken (1)

Kies je vrienden goed uit! Ze hebben een grote invloed op je leven – zowel goed als slecht. Koning Josafat moest zelf aan den lijve ondervinden welke nare gevolgen verkeerde relaties kunnen hebben. Ontdek in dit programma opnieuw hoe je jezelf kunt omringen met de juiste mensen en de goede beslissingen kunt nemen!

Downloaden als PDF
  • Hallo vriend, fijn dat je vandaag kijkt. Ik heb vandaag een superinteressante boodschap voor je over een goede koning met een heel slechte gewoonte. Interessant genoeg is dat een gewoonte die goede mensen nog steeds hebben. Dit vind je vast verhelderend en misschien wel provocerend, maar zeker nuttig. Pak je bijbel erbij en ga zitten, dan verdiepen we ons samen in Gods woord. We beginnen een reeks over profeten, koningen en koninginnen en wat we kunnen leren van die mensen en hun verhalen. Bid even met me mee, als je wilt. Hemelse Vader, we geven ons hart nu even rust om stil te worden van binnen en te luisteren. Dank U voor Uw bovennatuurlijke hand, die hier vandaag aan het werk is in dit gebouw, op deze campus en in het hart en het leven van iedereen die kijkt en luistert, Amen. We starten op een bijzonder moment in de geschiedenis van Israël. Het volk is verdeeld: er zijn tien stammen vertrokken die zich hebben afgescheiden van de stammen Benjamin en Juda en een nieuwe hoofdstad hebben gevestigd in Samaria. Zij staan bekend als Israël. In een tijd van 200 jaar hadden ze daar, in het noorden, negentien koningen. En niet één van hen had God lief of diende Hem; elk van hen was verdorven. In het zuiden ligt het koninkrijk van de stammen Benjamin en Juda met Jeruzalem als hoofdstad. Zij hadden ook negentien koningen, in een iets langere periode. Want de Assyriërs veroverden het noorden en voerden ze af naar Assyrië. Het rijk van Juda hield iets langer stand maar zij werden ten slotte naar Babel afgevoerd. Maar van de negentien koningen in het zuiden waren er acht die God dienden; acht van hen hadden God lief. In die tijd was de koning van het noorden berucht. Je kent z’n naam wel: Achab. Hij was getrouwd met ene Izebel en zij waren verschrikkelijk slecht. Ze noemden het kwade goed en het goede kwaad; ze haatten God. Hun tegenhanger in het zuiden was Josafat, de koning van Juda, die regeerde in Jeruzalem. Om je een idee te geven wat voor koning hij was, lezen we 2 Kronieken 17:3: “De Heere was met Josafat, want hij ging in de vroegere wegen van zijn vader David en hij zocht de Baäls niet.”

    “Maar hij zocht de God van zijn vader, en ging in Zijn geboden en deed niet zoals Israël deed.”

    “De Heere bevestigde het koningschap in zijn hand en heel Juda gaf Josafat geschenken. Hij had rijkdom en eer in overvloed.”

    “Vastberaden ging hij in de wegen van de Heere en ook nam hij de offerhoogten en de gewijde palen uit Juda weg.”

    Verderop lees je dat Josafat het woord van God liefhad en hij hield ook van gerechtigheid. Hij was een goede koning met een slechte gewoonte. En daar gaan we het over hebben. 2 Kronieken 18:1 zegt: “Josafat had rijkdom en eer in overvloed en ging huwelijksbanden aan met Achab.”

    Hij nam de dochter van Achab en Izebel, Athalia, en liet haar met z’n zoon Joram trouwen. En zij was nog erger dan haar moeder, als je je dat kunt voorstellen. Uiteindelijk vermoordt Athalia al Josafats kleinkinderen. Zij dompelt Juda ten slotte in een lange periode van onderdrukking, tirannie en afgoderij. En nergens staat opgetekend dat Josafat ooit over dit verbond bad. Hij had de neiging om goddeloze verbonden te sluiten en God pas te raadplegen als hij zich al had vastgelegd. Dat deed hij zo’n beetje z’n hele leven. Hij smeedde banden en sloot verbonden met de verkeerde mensen en raadpleegde God pas als het eigenlijk al te laat was. Ik heb een vriend, die meermalen mensen op sleutelposities in z’n gemeente heeft geplaatst. Dat deed hij vele malen, zonder eerst op God te wachten of vertrouwelingen om raad te vragen. En zonder uitzondering brachten degenen die hij benoemde, een scheuring in de gemeente; ze richtten telkens opnieuw ongekend verdriet aan. Kort geleden vertrouwde hij mij en wat vrienden toe dat hij geen mensenkennis had. Was het bij Josafat hetzelfde, dat hij gewoon geen mensenkennis had? Of kwam het door de wens om meer rijkdom en meer gebied te vergaren? Dacht hij dat hij de mensen zou veranderen nadat hij zo’n verbond had gesloten, dat hij ze zou beïnvloeden en veranderen? Of misschien wilde hij gewoon aardig gevonden worden en als goedgunstig gezien worden? Dat weten we niet, maar het was een gewoonte die bijna z’n hele leven aanhield.

    We lezen verder in 2 Kronieken 18:2:

    “Na verloop van enkele jaren ging hij naar Achab toe, in Samaria. Achab slachtte een groot aantal schapen en runderen voor hem en voor het volk dat bij hem was en spoorde hem aan om op te trekken tegen Ramoth in Gilead.”

    “Achab, koning van Israël, zei tegen Josafat, koning van Juda: Wilt u met mij meegaan naar Ramoth in Gilead?”

    “And hij zei tegen hem: Ik ben als u, mijn volk is als uw volk: Wij gaan met u mee in de strijd.”

    Wacht even, Josafat. “Ik ben als u?” Helemaal niet. Achab haat God, en jij hebt Hem lief. Achab is verdorven, en jij bent rechtvaardig. Achab is een bedrieger, jij bent eerlijk en houdt van gerechtigheid. Achab doet aan afgoderij, en jij dient de enig ware God. “Ik ben als u?” Wat zeg je nou? “Ik ga mee in de strijd?” Dan staat er direct daarna in vers 4: “Verder zei Josafat tegen de koning van Israël: Vraag toch vandaag nog naar het woord van de Heere.”

    Had je dat niet eerst moeten doen? Had je het niet aan God moeten vragen voordat je jezelf vastlegde? Je legt je helemaal vast en gaat dan pas kijken wat God ervan vindt? Je bindt je aan een goddeloze, en gaat dan pas bidden? Achab ontbiedt 400 valse profeten die voor hem en Izebel profeteren. Achab zit op z’n troon, en Josafat op zijn troon, op de dorsvloer en die 400 kerels zeggen: Ga allemaal naar Ramoth in Gilead. De Heer heeft de Syriërs aan u uitgeleverd; de Heer zegt dat u moet gaan. Maar het zit Josafat niet lekker; hij zegt: Zijn er niet nog meer profeten? En Achab zegt: Ja, nog eentje, Micha, maar die haat ik, want hij profeteert nooit iets goeds over me. Dat moet je niet zeggen, zei Josafat; laat hem komen. De bode die Micha gaat halen zegt: al die 400 kerels hebben dit gezegd, dus zorg dat je hetzelfde zegt. Hij zei het vast heel sarcastisch, want hij begint van: ‘Ga maar, want de Heer levert ze aan u uit’. Achab zegt: vertel de waarheid nou maar. En hij zegt: Oké, u zult sterven; u komt niet terug uit de strijd en ik zag heel Israël, verspreid als schapen. Het wordt een regelrechte ramp. Maar ze gingen toch en alles wat Micha had gezegd, gebeurde. Josafat brengt het er amper levend vanaf. Hij roept tot God terwijl de strijdwagens achter hem aan zitten. God redt hem, maar een aantal van z’n mannen wordt gedood; hij brengt het er echt op het nippertje levend vanaf. Het was een absolute ramp. Dan komen we bij 2 Kronieken 19:1: “En Josafat, de koning van Juda, keerde in vrede terug naar zijn huis in Jeruzalem.”

    “En Jehu, de zoon van Hanani, de ziener, kwam naar buiten, hem tegemoet en zei tegen koning Josafat: Moest u de goddeloze helpen en hen die de Heere haten, liefhebben?”

    “Hierom rust de grote toorn van de Heere op u. Toch zijn er ook goede dingen bij u gevonden. Want u hebt de gewijde palen uit het land weggedaan en uw hart erop gericht om God te zoeken.”

    “Moest u de goddeloze helpen en hen die de Heere haten, liefhebben?” Izebel en Achab waren niet zomaar neutraal; ze haatten God. Ze haatten het Woord van God en haatten de dingen van God en de mensen van God. Ze haatten de profeten van God; ze hadden zich lijnrecht tegenover God opgesteld. Ze waren onverbeterlijk slecht, en de profeet zegt: moest u hen helpen die letterlijk Gods vijanden zijn? Die God haten? Helaas, als je bondgenoot wordt van iemand die God haat, krijg je ook iets mee van wat zij met zich meedragen. Daarom zegt hij dat de toorn van de Heere op hem rust, want Gods toorn rust al op hen, en als je zo’n bondgenootschap sluit, dan krijg je daar een tik van mee. Maar er zijn ook goede dingen bij u, Josafat. Dus blijft hij God dienen en Juda goed behandelen, wat hem siert; hij is een goede koning. Dan spoelen we een paar jaar vooruit. Nu is Joram, een van Achabs zonen, koning van het noorden geworden. Joram zit daar dus, en die is net zo verdorven als z’n ouders; hij doet net als zij aan afgoderij. We volgen het verhaal verder vanaf 2 Koningen 3, vers 6: “Daarom verliet koning Joram in die tijd Samaria en monsterde heel Israël.”

    “Hij stuurde een boodschap naar Josafat, de koning van Juda: De koning van Moab is tegen mij in opstand gekomen. Wilt u met mij ten strijde trekken tegen Moab?”

    “Hij zei: Ik zal optrekken. Ik ben als u. Mijn volk is als uw volk, mijn paarden zijn als uw paarden.”

    Josafat… “Ik ben als u?” Helemaal niet. Hij is net zo verdorven als z’n ouders; hij dient God niet en heeft Hem niet lief. Je bent niet zoals hij. Maar Josafat gaat erop af en belooft dat hij komt. Dus hij sluit dat verbond, en de koning van Edom sluit zich bij hen aan. Drie koningen dus: die van Israël in het noorden, Josafat van Juda in het zuiden, en de koning van Edom. Dan lezen we dat Josafat dit vraagt: “En hij zei: Langs welke weg zullen wij optrekken? Hij, de koning van Israël, zei: Langs de weg van de woestijn van Edom. Zo trokken de koning van Israël, de koning van Juda en de koning van Edom op.”

    “Toen zij zeven dagreizen een omtrekkende beweging gemaakt hadden hadden het leger en het vee dat hen volgde, geen water meer.”

    “Toen zei de koning van Israël: Ach dat de Heere nu toch deze drie koningen geroepen heeft om hen in de hand van Moab te geven.”

    Wat typerend toch: jij bent gewoon gegaan zonder dat God je zendt en jij hebt de omtrekkende beweging gemaakt. Er was wel een route met water, maar hij koos hiervoor. Ze maken een omweg, zeven dagreizen zonder water en dan geeft hij God de schuld. ‘De Heer heeft ons overgeleverd.’ Het zijn ook net mensen: ze maken keuzes, met consequenties en God krijgt de schuld. ‘Dat de Heer dit toelaat.’ Nee, je bent gewoon stom. De Heer heeft… Welnee, dat heb je zelf gedaan; het zijn je eigen keuzes. Dan komen we bij vers 11: “Josafat zei: Is hier geen profeet van de Heere, door wie wij Hem kunnen raadplegen?”

    “Toen antwoordde een van de dienaren van de koning van Israël en zei: Hier is Elisa, de zoon van Safat, die water op de handen van Elia goot.”

    Is dat niet een beetje laat, Josafat? Had je de Heer niet moeten raadplegen voordat je je aansloot bij deze verdorven man? Had je God niet moeten raadplegen voordat je je bij hem aansloot? Had dat niet gemoeten voordat je in de problemen kwam? Nu ben je bijna dood, net als alle dieren en sta je op het punt je hele leger te verliezen. En nu ga je bidden, als laatste redmiddel. Dat is beter dan helemaal niet bidden maar Josafat, je had dit eerst moeten doen.

    Vers 12:

    “Josafat zei: Het woord van de Heere is bij hem. Toen gingen de koning van Israël, Josafat en de koning van Edom naar hem toe.”

    “Maar Elisa zei tegen de koning van Israël: Hoe heb ik het nu met u? Ga naar de profeten van uw vader en de profeten van uw moeder.”

    “Maar de koning van Israël zei tegen hem: Nee, want de Heere heeft deze drie koningen geroepen om hen in de hand van Moab te geven.”

    Hij geeft God nog steeds de schuld en is nog steeds totaal fatalistisch. Dan komen we bij vers 14: “Elisa zei: Zo waar de Heere van de legermachten leeft, in Wiens aangezicht ik sta: Als ik geen rekening hield met Josafat, de koning van Juda dan zou ik u niet eens aankijken en u niet willen zien.”

    Daar komen we nog op terug. Dan vraagt Elisa om een muzikant; hij begint te spelen, de hand van de Heer komt op Elisa, en die profeteert en zegt ze wat ze moeten doen: heel vreemd, geulen graven. Er is geen regen of water, maar God zal op bovennatuurlijke wijze water brengen. Volslagen idioot. Soms moet je iets idioots doen om iets wonderlijks te ervaren; gehoorzaam God, of het nu logisch is of niet. Dus zij groeven geulen, en God bracht ze water. Alle dieren worden gedrenkt en alle soldaten worden verfrist en ververst. En als de zon opkomt en de hemel rood kleurt kijken de koning van Moab en z’n leger over het slagveld. Ze zien de rode ochtendzon op het water schijnen en denken dat het bloed is; de legers van die drie koningen hebben elkaar afgeslacht. We gaan de buit halen. Dus hij stuurt z’n leger de gapende val in, en de Moabieten worden afgeslacht. Alleen is het zo dat Josafats verbond met een verdorven man hem bijna z’n leven kostte, en bijna het leven van al z’n mannen. Al onze keuzes hebben gevolgen. “Niemand leeft immers voor zichzelf en niemand sterft voor zichzelf”. Als jij stiekem iets doet, raakt dat nooit alleen jou; er zijn altijd verdergaande gevolgen en het raakt ook altijd anderen. Dank God voor Zijn genade. Maar er is hier nog iets waar ik zo graag met jullie over wil praten. Terug naar vers 14: “Elisa zei: Als ik geen rekening hield met Josafat, de koning van Juda dan zou ik u niet eens aankijken en u niet willen zien.”

    We moeten even stilstaan bij de invloed van één godsvruchtige persoon. Josafat had zeker z’n gebreken, maar hij had de Heer wel lief. Die andere twee koningen en hun legers werden verlost omdat Josafat erbij was; zij ontvingen de gunst van God omdat er een godsvruchtig man bij was. Onderschat nooit de invloed en impact die één godsvruchtige man of vrouw kan hebben. In Handelingen 16 zitten Paulus en Silas gevangen in de stad Filippi. Om middernacht, terwijl ze diep in de kerker geketend zitten, beginnen ze te bidden en God te loven. Ze zingen lofzangen, en ineens was er een zware aardbeving. En er staat dat alle deuren opengingen en de ketenen van iedereen afvielen. Het had niet alleen invloed op Paulus en Silas maar voor alle gevangenen gingen de deuren open en bij alle gevangenen vielen de ketenen af; de invloed van één godsvruchtig mens. Handelingen 27: een schip met 276 man aan boord belandt in hevig noodweer; alle hoop op redding was vervlogen. Maar ’s nachts verscheen er een engel aan Paulus, die zei: “Wees niet bevreesd, Paulus. God heeft allen die met u varen, het leven geschonken”. Ze mochten in hun handjes knijpen dat Paulus aan boord was; 276 mensen van een wisse dood gered omdat er één godsvruchtig man in hun midden was. In de jaren 70 was er een straatpredikant die ik erg bewonderde vanwege de eenvoud van z’n verhaal: hij had het alleen over Jezus. Maar omdat hij zo moedig was, zocht hij levensgevaarlijke plekken op; hij reisde internationaal en bezocht ruige oorden in ons eigen land. Hij verkondigde alleen Gods liefde en boekte fantastische resultaten. Er was een vrij beroemde acteur die gered werd en die een heel hechte band kreeg met die straatpredikant. Ik zag een keer een interview waarin gevraagd werd: vrees je niet voor je leven? En hij zei: toen ik gered werd, wilde God dat ik me bij deze man aansloot. En altijd als ik bij hem ben, waar dat ook is, voel ik me op de veiligste plek op deze aarde. Dat ben ik nooit vergeten; hij begreep iets van dit principe. Denk maar eens aan Jozef, die verkocht werd op een veiling in Egypte; ene Potifar koopt hem en neemt hem mee naar huis. Z’n bedrijf en z’n huishouden waren gezegend omdat Jozef er was; z’n kameel en z’n vee waren gezegend omdat Jozef er was; z’n bedienden waren gezegend omdat Jozef er was. Vanwege Jozef, de invloed van één godsvruchtig mens, kwam Gods zegen over het huis. Potifar en z’n hele huishouden kregen mee wat Jozef bezat. Ik geloof dat de plekken waar ik als christen gewerkt heb gezegend waren omdat ik er was. Ten eerste omdat ik probeer een goed werkethos aan te houden: ik kom vroeg en ga als laatste weg; als eerste binnen, als laatste weg. En ik heb altijd een goede houding tegenover m’n werkgevers. Maar ze zijn bovenal gezegend vanwege Degene Die ik liefheb en Die ik dien. Ik solliciteerde ooit als kok in een restaurant, jaren geleden; de baas was nogal terughoudend, dus ik zei: als je mij aanneemt, word ik je beste medewerker ooit. En hij lachte me uit; oké, ik geef je een kans, al is het met tegenzin. Ik had daar een hele tijd gewerkt en diende ten slotte m’n ontslag in om terug te gaan naar Californië. En de manager roept me bij zich in z’n kantoor en zegt: je was m’n beste medewerker ooit. In wezen zei hij: het voelt of deze plek gezegend was omdat jij hier was. Dat komt omdat anderen meekrijgen wat wij in ons leven hebben. Ik erken bepaalde dingen in m’n leven; een daarvan is dat ik ermee gezegend ben dat ik kan slapen. Ik voel mee met mensen die niet goed slapen. Ik heb het geluk dat ik goed slaap, net als iedereen bij me thuis; er hangt een soort afdak van zegeningen over ons huis. Ik heb nog een vriend, en die slaapt niet goed; vijf uur is een prima nacht voor hem. En als hij wakker wordt, kan hij niet meer slapen van het gemaal. We hadden het erover, en hij heeft een paar keer bij me gelogeerd. De eerste keer zei ik: je gaat lekker slapen bij mij thuis; er hangt iets boven m’n huis waardoor jij zult slapen. Ik ga om 9 uur naar hem toe, en hij ligt nog in bed; hij noemt het de Rip van Winkle zalving. Zelfs Jezus: toen Hij de twaalf discipelen en de 70 twee aan twee uitzond, zei Hij: groet elk huis dat je binnengaat en als ze je verwelkomen, laat je vrede er dan op rusten. Zij krijgen mee wat jij bezit. Maar als je niet welkom bent, komt je vrede bij jou terug. Het is helemaal waar dat onze relaties belangrijk zijn. Kies je vrienden zorgvuldig, want jij wordt wat zij zijn. Zorg ook dat je het juiste gezelschap en de juiste relaties onderhoudt, want dat heeft altijd invloed op jezelf. Ouders van jonge kinderen moeten oppassen met wie ze omgaan; je moet weten waar ze overnachten en wie de ouders en de familie zijn. Maar ik wil me er vooral op concentreren om het soort mens te zijn waar anderen mee willen omgaan, omdat zij dan meekrijgen wat ik voor moois in m’n leven heb. Wees iemand waar anderen mee willen omgaan, dan heb je een goede invloed. En ga altijd om met mensen die jou goede dingen brengen of mensen die jij kunt helpen, in Jezus’ naam.

  • Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vond je de uitzending fijn?

Stuur het dan door of deel het op sociale media om anderen ook te bemoedigen!

Ook interessant voor jou?
artikelen

Wat houd je op de been als alles instort?

uitzending

Waar je als kind van God recht op hebt

Product

Set “Wie is de Heilige Geest?” – dvd + boekje

korte video

Vrolijk Pasen! Jezus leeft – Paasboodschap van Bayless Conley | Pasen 2026

Steun ons werk

Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!

Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.