Je winkelmand (0)

Goede beslissingen maken (2)

Soms is het niet makkelijk om het juiste te doen. Vooral als iedereen de andere kant op gaat. Op zulke momenten kan het moeilijk zijn om voet bij stuk te houden en is er moed voor nodig om het juiste pad te kiezen. Heb jij je ooit zo gevoeld? Ontdek dan in deze inspirerende boodschap hoe je trouw kunt blijven aan je overtuigingen en daarmee aan God!

Downloaden als PDF
  • Hallo vriend, fijn dat je kijkt. We zijn bezig met een heel interessant onderwerp. Ik heb het de titel ‘Een goede koning met een slechte gewoonte’ gegeven. Josafat had God lief, was een goede koning en deed veel goede dingen in z’n leven. Maar hij had één slechte gewoonte die hem in grote problemen bracht. Hier kun je van leren. Dus pak je bijbel en ga zitten dan kijken we naar een goede koning met een slechte gewoonte. Ik erken bepaalde dingen in m’n leven. Een daarvan is dat ik ermee gezegend ben dat ik kan slapen. Ik voel mee met mensen die niet goed slapen. Er luisteren hier en op het plein vast mensen die niet goed slapen. Ik had twee vrienden: één kennis en een goede vriend. Geen van hen sliep meer dan 2 of 3 uur per nacht. De kennis is maar begin dertig geworden. Hij was gesloopt van het slaapgebrek, door al het gemaal. Hij is rond z’n 33e gestorven. Die andere vriend was predikant en had hetzelfde. Hij sliep twee, hooguit drie uur. Hij is 50, misschien 51 geworden. Het slaapgebrek kostte hem z’n gezondheid. Onze kaars kan nooit aan twee kanten branden. Alleen de kaars van de goedheid mag aan twee kanten branden. Maar zij konden gewoon niet slapen. Ik heb het geluk dat ik goed slaap, net als iedereen bij me thuis. Er hangt een soort afdak van zegeningen over ons huis. Ik heb nog een vriend, en die slaapt niet goed. Niet iemand van twee, drie uur, maar vijf uur is een prima nacht voor hem. Meestal is het minder. En als hij wakker wordt, kan hij niet meer slapen van het gemaal. We hadden het erover, en hij heeft een paar keer bij me gelogeerd. De eerste keer zei ik: Je gaat lekker slapen bij mij thuis. O ja? Jazeker, dat zie je vanzelf wel. Er hangt iets boven m’n huis waardoor jij zult slapen. Ik ga om 9 uur naar hem toe, en hij ligt nog in bed. Lekker geslapen? Ja, heerlijk. Hij noemt het de Rip van Winkle zalving. Zelfs Jezus: Toen Hij de twaalf discipelen en de 70 twee aan twee uitzond zei Hij: Groet elk huis dat je binnengaat en als ze je verwelkomen, laat je vrede er dan op rusten. Adam Clarke zei dat ‘vrede’ iets is wat je geest, ziel en lichaam beïnvloedt. Het is tastbaar. Zij krijgen mee wat jij bezit. Maar als je niet welkom bent, komt je vrede bij jou terug. Ik heb door de jaren heen iets vaak zien gebeuren. Er komt een jongeman als hulp- of jeugdpredikant bij een gemeente. Hij krijgt bijval, er gebeurt van alles en er treedt groei op. Hij is enthousiast, maar sommigen krijgen de ‘jongemannenziekte’: ik wil voor mezelf beginnen. Ik moet m’n eigen sporen nalaten. En dan vertrekken ze. Als God je wegzendt, ga je nog met de zegen van het huis. Maar veel mensen zijn niet gezonden, maar gewoon vertrokken. En ze vertrekken zonder te beseffen dat ze tot op zekere hoogte onder een geleende zalving gewerkt hebben. Ze delen in de genade en de zalving die op dat huis en z’n leiders rusten. En veel van de bijval die ze ondervonden, was te danken aan hun omgeving. Wanneer ze weggaan en op zichzelf gaan, moet wat geleend is, worden teruggegeven. Dat kun je niet meenemen. En als ze weg zijn, is de bijval verdwenen. De groei is weg, en ze snappen niet waarom. Nogmaals: Het is prachtig als iemands tijd rijp is en hij met de zegen van het huis vertrekt. Maar ik heb telkens opnieuw gezien dat ze niet beseffen dat ze werken met iets dat geleend is. Ze zitten onder dat afdakje van genade dat boven het huis hangt. Veel van de zalving waarmee ze werken, is geleend en moet worden teruggegeven. Denk eens aan Jonathan, de zoon van koning Saul. Als hij David leert kennen, is er direct een band tussen hen. Ze sluiten een verbond om eendrachtig te zijn. En Jonathan beseft dat David ooit koning wordt. Saul, Jonathans vader, is jaloers. Hij probeert David te doden, en Jonathan gelooft het niet als David het vertelt. Nee, je vergist je. Dat zou hij nooit doen. Totdat Jonathan beseft dat z’n vader wél jaloers is en David wil doden. David slaat op de vlucht en Saul achtervolgt hem door het land. We lezen het vanaf 1 Samuel 23:15: “Toen David zag dat Saul eropuit trok om hem naar het leven te staan was David in de woestijn Zif, in Choresa.”

    “Toen stond Jonathan, de zoon van Saul, op en ging naar David in Choresa en hij bemoedigde hem in God.”

    “Hij zei tegen hem: Wees niet bevreesd want de hand van mijn vader Saul zal je niet vinden.”

    “Maar jij zult koning worden over Israël en ik zal de tweede na jou zijn. Ook mijn vader Saul weet dit wel.”

    “En zij sloten een verbond voor het aangezicht van de Heere.”

    Ook wel vertaald als “ze vernieuwden hun gelofte voor het aangezicht van de Heere.” “En David bleef in Choresa, maar Jonathan ging naar zijn huis.”

    Dat wil zeggen, het huis van Saul. En Saul wordt intussen steeds erger. Steeds wraakzuchtiger, paranoïder en hooghartiger. Hij begint zich zelfs in te laten met het occulte en vraagt een heks de doden voor hem op te roepen. Als ik over dat voorval nadenk… Wat zou er gebeurd zijn, Jonathan, als je bij David gebleven was in dat bondgenootschap? Je wist dat hij koning zou worden en wilde hem terzijde staan maar ging terug naar je vader. En kort hierna treft Jonathan hetzelfde lot als z’n vader Saul: ze worden beiden op de Gilboa door de Filistijnen gedood. Hij deelde niet in de genade en de bestemming van David maar in wat z’n vader bij zich droeg, vanwege een keuze die hij maakte. Stel dat hij bij David gebleven was. Dan was Saul gedood. Toen David de troon besteeg, bezorgde Sauls hofhouding hem veel problemen. Als Jonathan dat ingetoomd had, was de overgang veel vlotter gegaan. Maar nu raakte z’n zoon Mefiboset door een ongeluk verlamd. Uit de context kun je opmaken dat dat nooit gebeurd was als Jonathan het juiste verbond had gesloten, en niet was teruggegaan naar het huis van z’n vader. Dan terug naar Josafat. Z’n verbond met de zoon van Achab kostte hem bijna z’n leven. Net zoals het eerder gegaan was, toen hij zich bij Achab zelf aansloot. Nu zal Josafat z’n lesje toch wel geleerd hebben? We lezen zo over koning Ahazia, nog een zoon van Achab die koning wordt in het noorden. 2 Kronieken 20:35: “Hierna is Josafat, de koning van Juda, een verbintenis aangegaan met Ahazia de koning van Israël. Hij was het, die goddeloos handelde in zijn doen.”

    “Hij ging een verbintenis met hem aan om schepen te bouwen om naar Tarsis te varen. Zij bouwden schepen in Ezeon-Geber.”

    “Maar Eliëzer, de zoon van Dodava, uit Maresa, profeteerde tegen Josafat: Omdat u een verbintenis aangegaan bent met Ahazia heeft de Heere uw werken afgebroken. Toen leden de schepen schipbreuk en konden zij niet naar Tarsis varen.”

    Dus als je met iemand een verbond sluit krijg je een gedeelte mee van wat diegene bij zich draagt. En dat gebeurde ook met Josafat. Maar liever dat hij schipbreuk leed, dan dat z’n ziel te gronde ging. Liever dat z’n schepen vergaan dan z’n ziel. Ik zie dit als een daad van Gods genade. In 1 Korinthe 15:33 staat: “Laat u dan niet misleiden: Slecht gezelschap, slechte verbintenissen bederven en bezoedelen goede zeden, moraal en karakter.”

    En daar was Josafat naar op weg. Spreuken 13:20: “Wie met wijzen omgaat, zal wijs worden. Maar wie omgaat met dwazen, zal het slecht vergaan.”

    En dat zou Josafat niet omzeilen. Daar was hij naar op weg. Maar het kwam door Gods genade dat dat niet gebeurde. Hetzelfde is opgetekend in 1 Koningen 22. Maar daar is iets belangrijks toegevoegd. 1 Koningen 22, vers 48: “Josafat had Tarsis-schepen gebouwd om naar Ofir te gaan om goud. De reis ging niet door, want de schepen leden al in Ezeon-Geber schipbreuk.”

    “Toen zei Ahazia, de zoon van Achab, tegen Josafat: Laat mijn dienaren met uw dienaren op de schepen meevaren. Maar Josafat wilde dat niet.”

    Ahazia wilde niet meevaren met de schepen die vergaan waren. Maar Josafat bouwde kennelijk een tweede vloot. Nu vraagt de kwade Ahazia wel of z’n dienaren mee mogen. En Josafat zegt nee. Ik heb m’n lesje geleerd. Ik heb er genoeg van om verbonden te sluiten met mannen die God haten. Josafat had eindelijk z’n lesje geleerd. Een applausje voor Josafat. Hij had er eindelijk van geleerd. Wat hebben we hier nou van geleerd? Eén: Maak geen plannen voordat je God opzoekt. Vraag het Hem eerst. Twee: Als je verbonden sluit met goddelozen verwacht dan niet dat Gods zegen erop rust. Drie: Wat je zwakke punten ook zijn: Die slechte gewoonte waardoor je in de problemen komt en die je van Gods rijkere zegeningen lijkt te beroven: Leer je lesje en stop ermee, net zoals Josafat deed. Maar je hoeft niet zo lang te wachten als hij voordat je daartoe besluit. Josafat had z’n zwaktes, net als wij allemaal. We weten dat we bepaalde neigingen hebben waardoor we struikelen. Dingen waar de Heer niet blij mee is. Je kent jezelf vast goed genoeg. Maar wat je zwakke punt of die gewoonte ook is waardoor je in de problemen komt en die je die grotere zegeningen lijkt te kosten: Stop er nu meteen mee. Besluit nu dat je er klaar mee bent. Genoeg ervan. Josafat kon het, dus jij ook. En dan vier: Besluit dat jij genoeg zegeningen en aanwezigheid van God meedraagt dat anderen daardoor ook gezegend zijn. Josafat had z’n gebreken, net als wij, maar had de Heer oprecht lief. En in hem zien we wat een mooie invloed één godsvruchtige man of vrouw kan hebben. Over die invloed gesproken: Ik dacht aan het verhaal van Abraham in Genesis 18. God zegt: Ik ga M’n plannen niet voor Abraham verbergen nu de verdorvenheid van Sodom en Gomorra voor Me ligt. En Hij vertelt Abraham dat Hij de steden wilt verwoesten. Abraham zegt: Wilt U de rechtvaardigen samen met de goddelozen wegvagen? Stel dat er vijftig rechtvaardigen zijn. Spaart U de steden als er vijftig rechtvaardigen zijn? Prima, zegt God. Dat zal Ik doen. Abraham zegt: En als er maar veertig zijn? Spaart U ze voor veertig rechtvaardigen? Prima, zegt God. Niet kwaad worden, zegt Abraham, maar stel dat er maar dertig zijn. Spaart U iedereen als het er dertig zijn? Ja, absoluut, zegt God. Nu ik toch de Heer aanspreek, zegt hij, zal ik ook verdergaan: En als het er maar twintig zijn? Spaart U de steden dan ook? Ja hoor, zegt God. Nog één laatste stap, zegt Abraham. Stel dat er maar tien rechtvaardigen zijn. Spaart U iedereen als er maar tien rechtvaardigen tussen zitten? Absoluut, zegt God. En daar stopt Abraham. We weten eigenlijk niet hoe groot Sodom en Gomorra waren. Maar laten we eens uiterst terughoudend zijn. Stel dat er in beide steden samen maar 2000 mensen woonden. Als maar een half procent van hen, zegt God Hem zoekt en juist handelt, zal Hij alle anderen sparen. Stel je voor wat een invloed een paar mensen kunnen hebben. Waarom zou Abraham gestopt zijn bij tien, en niet zijn doorgegaan tot één? Nou, z’n neef Lot woonde in Sodom. Volgens ’t verhaal was Lot getrouwd. Dus je had Lot en z’n vrouw. En hij had getrouwde dochters, dus meervoud, en schoonzoons. En hij had zonen, meervoud. En nog twee ongetrouwde dochters. Tien. Abraham dacht: Lot moet toch tenminste z’n eigen familie hebben bereikt? Onderschat niet wat jij voor kracht hebt in het bereiken van je eigen gezinnetje. Dat is je eerste domein, je eerste gemeente, meneer. Je eerste domein, je eerste gemeente, mevrouw. Als je ze opvoedt in de Heer. Je hebt grote invloed op je woonplaats als je alleen je eigen gezin bereikt. Maar we lezen dat Lots schoonzoons hem uitlachten. Zij wilden Sodom en het verdorven leven niet achterlaten. Zij bleven achter, net als de getrouwde dochters. De zonen kwamen ook niet mee. Zij vonden hun leventje veel te prettig. Z’n vrouw keert zich vol verlangen om. Zij wil dat leven en de verdorven dingen die daar gebeuren. Zij veranderde in een zoutpilaar. Z’n twee ongetrouwde dochters gaan mee, en het eerste wat je leest is dat ze hun vader dronken voeren en allebei met hem naar bed gaan terwijl hij er laveloos bij ligt. Niet bepaald godsvruchtige jongedames. Lot had niemand van z’n gezinsleden bereikt. Abraham dacht dat alles voor elkaar was omdat Lot ze bereikt had. Maar niet dus. Als God zegt dat Hij ze zal sparen moeten ze nog steeds individueel berouw tonen en boete doen. Hij wilde ze alleen wat meer tijd geven. Hij geeft ze langer de tijd om hun zonde de rug toe te keren. God is heel genadig. Gelukkig leef ik lang genoeg om gered te worden. Bij sommigen van jullie werkt Gods genade in je leven. Misschien door de gebeden van een familielid of door zomaar iemand die je zag en voor je bad. Ik spreek zoveel onbekenden over Jezus. Maar soms bid ik gewoon voor mensen die ik zie. Ik heb ze nooit gesproken en ken hun levenswandel niet maar bid dat God ze genadig is en dat hun ogen geopend worden. Dat ze Jezus leren kennen. Nadat ik gered was, ontdekte ik iets wat m’n vader me nooit verteld had. En ik ben als eerste in m’n familie gered. Kennelijk waren er generaties geleden, aan zowel vaders- als moederskant rondreizende methodistische predikanten in m’n familie. Een flink aantal predikanten. Ik stel me voor dat een van hen, 150 jaar geleden knielde onder een notenboom en bad voor z’n kinderen en z’n kleinkinderen, achter- en achter-achterkleinkinderen en achter-achter-achter-achterkleinkinderen: God, behoed ze. Bescherm ze en laat ze in het koninkrijk komen. Open hun ogen… En ik heb het gevoel dat ik hier nu sta dankzij de gebeden van een van m’n voorouders. Op dit moment geeft God je de ruimte om je te bekeren. Een kans om te veranderen. Ik geef je nu de kans om te bidden, op het plein, hier in de zaal en iedereen die kijkt, waar je ook bent. Misschien kijk je wel ergens in de toekomst en is m’n verhaal vertaald in een heel andere taal. Maar God raakt je hart. Je mag nu bidden. “Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal gered worden.”

    Het gaat niet om rituelen of ceremonie maar om een actieve, levende, ademende relatie met je Schepper. En voor de afvalligen in de zaal… Ik plaagde m’n schoondochter laatst. Ze is geboren in Chiapas in Mexico. Een van m’n schoondochters. Ik noemde haar afvallige. Ze zei: Wat is dat? Ze spreekt prima Engels, maar kent sommige woorden nog niet. Ik wist het niet, dus we vroegen Spencer wat ‘afvallige’ in het Spaans was. Hij wist het ook niet. Dus ik zei: Dat je hart ver van God is. En zij zei ‘Bayless,’ en werd kwaad. En dat blijft een grapje van ons. Ze is trouwens geen afvallige. Als je kijkt, Carla: Het was maar een grapje. Maar als je het bent, weet je het wel. Als je niet vooruit gaat, glij je achteruit. Er is een stroming in de wereld. Een anti-God stroming. De idealen, filosofieën en denkwijzen van de wereld. Als je niet voorwaarts gaat in God raak je onvermijdelijk gevangen in de stroming van de wereld. Daardoor verandert je denken. En je ideeën, je idealen. Je gaat dingen geloven die in strijd zijn met God. Want zo werkt de wereld nu eenmaal. Dat is een afvallige: die gaat niet vooruit. Je valt terug. Je kunt nooit op één plek blijven bij God. Ga je niet hierheen, dan ga je daarheen. Dus als jij een afvallige bent, een verlorene, dan bid ik ook voor jou. Toen de verloren zoon in dat verre land was sloot hij zich aan bij een inwoner daar. Hij sloot een verbond. En eindigde in de varkensstal. Sommigen sluiten verbonden en zitten in geestelijke zin bij de varkens. En dat weet je. Maar ten slotte veranderde de verloren zoon van verbond. Ik wil andere banden aangaan en ga terug naar m’n vader. Hij kwam terug, vuil en stinkend naar varkens. De vader liet hem zich niet eerst wassen, maar viel hem om de hals terwijl hij naar varkens stonk. Hij omhelde hem en had hem lief, vuil als hij was. Hij verdiende het niet, maar kreeg het wel. Hij kreeg een mantel, een ring aan z’n vinger, sandalen aan z’n voeten en ze vierden feest. Mijn zoon die dood was, leeft weer. Als je je hebt aangesloten bij een inwoner van ’n vreemd land, bij wijze van spreken… Van een ver land, en van God vervreemd bent dan is het tijd om naar huis te komen. De Vader wacht, dus kom maar zoals je bent. Al stink je als een varkensstal, je moet toch komen. Buig even je hoofd en sluit je ogen. Alleen als je wilt, natuurlijk. Soms helpt het om je ogen te sluiten en jezelf af te zonderen met God. Maar dat mag je helemaal zelf weten. Ik wil met je bidden. Hier, buiten op het plein… Jezus zei: “Wie tot Mij komt, zal Ik beslist niet uitwerpen .” Ik kan je alleen wat woorden om te bidden geven. Maar als je je hart erin legt en ze oprecht uitspreekt tegen God zal Hij je aanhoren. Leg maar een hand op je hart en bid hardop: God, ik kom bij U. Dank U dat U me genade toont. Dank U dat U me niet vergeet. Dank U dat ik vandaag deze boodschap mocht horen. Dank U dat U me de tijd geeft om tot inkeer te komen. En ik heb berouw. Ik keer me af van de zonde en wend me tot U. Ik weet dat ik mezelf niet kan veranderen. Ik vertrouw erop dat U dat doet. Ik geloof dat Jezus Christus Uw Zoon is. En dat Hij aan het kruis gestorven is om al mijn zonden weg te hemen. Ik geloof dat Hij uit de doden is opgestaan. En Jezus, ik omarm U nu als m’n Heer en Redder. Kom in m’n leven en verander me, Jezus. Van nu af aan ben ik de Uwe en zal ik U volgen. Amen. Als je net met ons mee gebeden hebt, willen we graag van je horen. Misschien is er wel een goede kerk bij jou in de buurt die wij kennen en kunnen aanbevelen. Wij hebben wat materialen om je te helpen op je reis. Dus we horen heel graag van je. Ik geloof dat er heel vaak allerlei mensen naar deze uitzendingen kijken die in allerlei situaties zitten. Er kijkt nu iemand wiens huwelijk aan het wankelen is. Misschien voelt het alsof je op een stampend schip zit dat elk moment op de klippen kan lopen, terwijl je geen hulp kunt vinden. Maar er is een God Die jouw naam en situatie kent, en Die je wil helpen. Mensen die lichamelijk lijden of vervolgd worden of andere problemen hebben: God heeft je lief en wil je helpen. Zoek Hem, en je zult Hem vinden. In Jezus’ naam.

  • Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vond je de uitzending fijn?

Stuur het dan door of deel het op sociale media om anderen ook te bemoedigen!

Ook interessant voor jou?
artikelen

God ziet wat er in het verborgene gebeurt

uitzending

God wil niet dat je opgebrand raakt – Filippenzen

Product

Set “Wie is de Heilige Geest?” – dvd + boekje

korte video

Vrolijk Pasen! Jezus leeft – Paasboodschap van Bayless Conley | Pasen 2026

Steun ons werk

Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!

Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.