Je winkelmand (0)

Hoe bid je voor zieke mensen?

De Heilige Geest geeft sommige mensen de gave van genezing. Maar moeten zij die deze gave niet hebben ook bidden voor de zieken? Bayless Conley heeft het antwoord op deze vraag en legt uit waarom verzoening en een rein hart in de gemeente een belangrijke voorwaarde is voor genezing.

Downloaden als PDF
  • Er zijn tegenwoordig heel veel mensen in de kerk die ziek en zwak zijn en op het randje van de dood staan. Ze zullen niet herstellen totdat ze zich bekeren en hun hart rein maken. Iemand zegt: Pastor, u maakt me bang. Dat hoop ik maar. Ik schrik er zelf enorm van, maar het staat in de Bijbel. En als ik Johannes 3:16 geloof, geloof ik deze verzen ook. Ik geloof dat God liefde is, maar ook wat in deze verzen staat. Het is een waarschuwing die we ter harte moeten nemen. Hallo, vriend. Fijn dat je vandaag kijkt. Ik wil je eens ergens toe uitdagen. Ga er het komende halfuur eens voor zitten. Laat liggen waar je mee bezig bent, ga eens zitten en denk na over wat ik vertel. We hebben het over Gods woord, en dat is heel belangrijk. We hebben het over genezing, en dat is best interessant. Want we kijken naar vragen die in de Schrift over genezing gesteld worden. Misschien dat Jezus iemand geneest en diegene een vraag stelt, of de Heer Zelf stelt een vraag. Of we bekijken een vraag die ergens in de Schrift ter sprake komt. We bestuderen de antwoorden op die vragen over genezing. Je hebt nu misschien geen genezing nodig maar dat komt ooit wel. Dus het is een belangrijk thema. We hebben de afgelopen weken allerlei vragen bekeken. We komen nu bij 1 Korinthe 12. Daarin schrijft Paulus aan de gemeente van Korinthe over de gaven van de Heilige Geest. Er zijn in totaal negen genadegaven of openbaringen van de Heilige Geest die aan gelovigen gegeven worden. En hij stelt een interessante vraag. Ik begin in 1 Korinthe 12, vers 7: “Aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander. Want aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven en aan de ander een woord van kennis, door dezelfde Geest.”

    “En aan een ander geloof door dezelfde Geest en aan een ander genadegaven van genezingen, door dezelfde Geest.”

    “En aan een ander werkingen van krachten, aan een ander profetie en aan een ander het onderscheiden van geesten aan een ander allerlei tongentaal, en aan een ander uitleg van tongentaal.”

    “Al deze dingen echter werkt één en dezelfde Geest Die aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil.”

    Dus Hij deelt ze aan een ieder in de gemeente uit zoals Hij wil. Een van die gaven die de Geest aan mensen in de kerk uitdeelt is ‘de gaven van genezingen’. In het Grieks zijn beide meervoud. Eén persoon heeft niet alle gaven van genezingen maar misschien wel sommige. Het is alsof er meerdere gaven binnen die gaven zijn, als een tros druiven aan één stam. Eén iemand heeft misschien veel succes met bidden voor mensen die last van hun keel of een huidaandoening hebben. En iemand anders met bidden voor mensen met kanker, of wat dan ook. In de Bijbel staat dat Jezus de Geest had zonder maat. Dus Hij genas iedereen die bij Hem kwam. Iedereen: blinden, lammen, stommen… Jezus genas elke kwaal die je maar kunt bedenken. Jezus had de Geest zonder maat. Maar wij, als afzonderlijke leden van het lichaam van Christus, hebben elk de Geest in beperkte mate. We hebben een man in onze staf die door God op wonderlijke wijze gebruikt wordt om door gebed te genezen. Hij heeft ongewoon veel resultaat op bepaalde gebieden als hij voor mensen bidt. Hij heeft een gave van genezing. Maar we komen bij vers 30. Ik ga toch even terug naar vers 29: “Zijn zij soms allen apostelen?”

    Natuurlijk niet. Dat betekent ‘gezondene’, en niet iedereen bekleedt dat ambt.

    “Zijn zij soms allen profeten? Zijn zij soms allen leraars? Zijn zij soms allen krachten?”

    Nee, dat kan niet iedereen. “De Geest deelt aan ieder afzonderlijk uit zoals Hij wil,” staat er. En hier, in vers 30: “Hebben zij soms allen genadegaven van genezingen? Spreken zij allen in tongentaal? Zijn zij allen uitleggers?”

    Nee dus.

    “Streef dus naar the beste genadegaven. En ik wijs u een weg die dit alles overtreft.”

    Dat gaat verder in 1 Korinthe 13, over de liefde: dat is de Geest die het gebruik ervan zou moeten kenmerken. Ze vervangt de gaven niet, maar is de mentaliteit die het gebruik van de Geestesgaven moet kenmerken. “Streef dus naar de beste genadegaven.” Dus die je op dat moment nodig hebt. Als je ziek bent, heb je geen profetie, maar genezing nodig. Dus streef naar de beste gaven. Hij schrijft: “Spreken zij soms allen in tongen?” Nee dus. In de context gezien bedoelt hij niet de gave om in tongentaal te spreken zoals je in je gebeden met God praat. “Wie namelijk in een tongentaal spreekt, spreekt niet tot mensen, maar tot God.”

    En hij bouwt zichzelf op en laadt zich op met energie. Maar dan gaat hij verder over die gave van de Geest die niet tot God gericht wordt maar tot de gemeente, en dan wordt uitgelegd. Die gave wordt tot ons gericht. Iemand spreekt iets in onbekende tongentaal en iemand met de gave van uitleg legt het uit, tot nut van de gemeente. Hij vraagt: “Spreken zij allen in tongentaal? Zijn zij allen uitleggers?”. Dan bedoelt hij niet je eigen gebedstaal die je bij de doop met de Geest ontvangt. Wat hier bedoeld wordt is de gave van het spreken in tongen tot een individu of de gemeente waarna een ander het uitlegt. Die gave wordt tot de gemeente gesproken, en dat kan niet iedereen. Dat is de context van die vraag. Het wordt niet toegepast op iemands persoonlijk gebedsleven. Als je het zo gebruikt, haal je het vers uit z’n context en doe je het geweld aan. Maar hij vraagt ook: “Hebben allen genadegaven van genezingen?” Nee. Niet iedereen heeft van God een gave van genezing gekregen om de zieken te bedienen. Die gave heeft niet iedereen, staat er heel duidelijk. En toch draagt Jezus in Markus 16 alle gelovigen op om zieken handen op te leggen waarna de Heer ze zal genezen. ‘En ze predikten overal, en de Heer bevestigde het woord met tekenen. Ze legden op zieken de handen op en de Heer bevestigde Zijn woord’. Als gelovige heb ik dus misschien niet de genadegave van genezingen. Niet één gave van genezing om bepaalde zieken te bedienen. Maar als gelovige kan ik wel op zieken de handen opleggen in geloof en gehoorzaamheid aan Christus en erop vertrouwen dat Hij diegene geneest. En ik kan zelf op Gods beloften vertrouwen en genezing ontvangen. In Jakobus staat de vraag: “Is iemand onder u ziek? Laat hij de ouderlingen bij zich roepen en laten die voor hem bidden”. “Laten zij hem met olie zalven in de Naam van de Heer en het gelovige gebed zal hem behouden en de Heere zal hem oprichten. En als hij zonden gedaan heeft, zal hem dat vergeven worden.”

    Je kunt altijd de ouderlingen om zalving en gebed vragen. Dan geneest het gelovige gebed ze, en niet de gave van genezing. Dat zijn heel verschillende dingen. Dus niet iedereen heeft alle gaven van de Geest gekregen. Jezus had de Geest zonder maat, wij hebben Hem met mate. Dat is dus een vraag omtrent genezing, die zeker het overdenken waard is. Van hieruit gaan we verder naar iets wat naar mijn mening alarmerend is. Het staat onomwonden in de Schrift en ik heb er nooit over horen preken. Ik heb er zelf wel over gepreekt en gelezen wat sommigen erover schrijven. Predikanten die vroeger over genezing preekten, hebben erover geschreven. Maar ik vind dit een van de meest alarmerende dingen in het Nieuwe Testament. We lezen weer uit 1 Korinthe, vanaf hoofdstuk 10 de verzen 16 en 17. Als dit in eerste instantie contextueel niet over genezing lijkt te gaan hou dan even vol. Want zoals ik al zei: dit is alarmerend. Het is enorm alarmerend, en je moet het leren begrijpen. Dus 1 Korinthe 10:16. Hij schrijft over het avondmaal bij de gemeente van Korinthe: “De drinkbeker der dankzegging, die wij zegenen is die niet de gemeenschap met het bloed van Christus? Het brood dat wij breken is dat niet de gemeenschap met het lichaam van Christus?”

    “Want wij, die velen zijn zijn één brood en één lichaam, want wij hebben allen deel aan ’t ene brood.”

    Dan gaat hij verder over het avondmaal. Hij zegt dat het figuurlijk niet alleen voor het gebroken lichaam van Christus staat en dat de wijn, als we dat brood eten, voor Zijn vergoten bloed staat. Maar Paulus zegt dat het ook voor de gemeente staat. Dat we, hoewel we met velen zijn, als gemeente één lichaam zijn. En die gedachtegang zet hij voort in het elfde hoofdstuk vanaf vers 21. Het volgende hoofdstuk, vers 21. Eigenlijk vers 20, tegen de gemeente van Korinthe: “Zoals u nu samenkomt, is dat niet het eten van ’t Avondmaal van de Heer. Want bij het eten…”

    Hij geeft ze hier een standje. “Want bij het eten gebruikt iedereen van tevoren al zijn eigen avondmaal en dan heeft de één honger, terwijl de ander dronken is.”

    “Hebt u dan geen huizen om er te eten en te drinken? Of minacht u de gemeente van God en beschaamt u hen die niets hebben?”

    “Wat moet ik nu tegen u zeggen? Zal ik u hierin prijzen? Ik prijs u niet.”

    “Want ik heb van de Heere ontvangen…”

    Nu vertelt hij hoe het wél moet. “Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam. En nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.”

    “Evenzo nam Hij ook de drinkbeker, na de maaltijd, en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed. Doe dat, zo dikwijls als u die drinkt, tot Mijn gedachtenis.”

    Jullie hebben als excuus dat je samenkomt en het avondmaal gebruikt, zegt hij, zoals de Heer het je geleerd heeft. Maar in plaats daarvan beschamen en verwaarlozen jullie bepaalde leden. Sommigeb worden dronken, en jullie gaan respectloos met het avondmaal om. En jullie gaan respectloos met de gemeenschap om. Jullie minachten Gods gemeente. Hij zei al dat ’t voor het lichaam en bloed van Jezus stond maar ook voor het feit dat wij als gemeente één zijn. Oké, zegt iemand, ik begrijp dat er dingen speelden. Dat ze bepaalde leden minachtten en de armen verwaarloosden. Dat ze dronken werden en de tafel van de Heer respectloos behandelden. Maar wat heeft dat met genezing te maken?. Dat zal ik je laten zien. En hier wordt het heel verontrustend. Er heerst dus verdeeldheid en strijd en er spelen vervelende dingen tussen de gemeenteleden. We komen bij vers 29 van hetzelfde hoofdstuk. Nogmaals, het gaat over ’t Avondmaal. Ik begin nog iets eerder, in vers 28: “Maar laat ieder mens zichzelf beproeven en laat hij zó eten van het brood en drinken uit de drinkbeker.”

    “Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt die eet en drinkt zichzelf een oordeel omdat hij het lichaam van de Heer niet onderscheidt.”

    ‘Onderscheiden’ betekent hier begrijpen of op waarde schatten. Dus ja, het verwijst naar het lichaam van Christus, dat voor ons gebroken is. Hij droeg de doornenkroon om ons vrede te geven. Z’n rug werd gegeseld zodat Hij ons met Z’n striemen genezing zou brengen. En als we dat niet onderscheiden zit daar een probleem. “Wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel omdat hij het lichaam van de Heer niet onderscheidt. Daarom zijn er onder u veel zwakken en zieken en velen zijn ontslapen.”

    Ja, in de context van het Avondmaal… En misschien eet je in jouw kerk het brood, en drink je de wijn. Dat moet ook, want Jezus zegt: “Doe dat, tot Mijn gedachtenis.”. ‘Doe het ter herinnering aan van wat Ik gedaan heb.’ Sommigeb theologen noemen het ‘de grote prediker’. Het is een preek die we uitspreken waarmee we zeggen dat we geloven dat Jezus Z’n bloed voor ons vergoot en dat Zijn striemen voor onze genezing zijn. Maar in de context beschouwd is de kern van wat Paulus zegt dat het lichaam van Christus één is en dat die Korintiërs onvoldoende waardering hadden voor sommige leden van de gemeente. En als je doorleest in het 12e, 13e en 14e hoofdstuk en naar hoofdstuk 10 en 11 kijkt, dan gaat het vaak over het lichaam van Christus. Hoe God verschillende gaven in het lichaam plaatst. En dat Hij leiders in de gemeente plaatst. Dat ieder lid waardevol is en hoog geacht moet worden omdat we één lichaam zijn. Als we dat onvoldoende onderscheiden en Gods leiders in de kerk niet erkennen en als we niet erkennen welke gaven God in de gemeente geplaatst heeft; als we toestaan dat onenigheid en minachting voor anderen onze gelederen binnendringen dan krijgen we problemen. “Daarom…” Waarom dan?. Als je niet beseft dat het Lichaam één is, als één brood en één lichaam. Als je zo’n exclusief idee hebt van het lichaam van Christus: dat jouw groepje het helemaal is en dat je het universele lichaam van Christus niet herkent. Dat iedereen die Jezus’ naam noemt en berouw heeft van z’n zonden en z’n vertrouwen in Jezus’ bloed stelt en wedergeboren is, erbij hoort. Als je dat niet beseft, gebeurt er dit: “Daarom zijn er onder u veel zwakken en zieken, en velen zijn ontslapen.”

    De ERV-versie luidt: “Daarom zijn er in jullie groep zoveel mensen ziek en zwak; er zijn er veel gestorven.”. Dus niet een paar, maar veel. In de Message Bible: “Daarom zijn er bij u zoveel zieken en zwakken en zijn anderen een ontijdige dood gestorven.”. Omdat je niet goed het Lichaam van de Heer onderscheidt. Dat vind ik verontrustend. Geloven we de Schrift, dat er velen in de gemeente van Korinthe waren die zwak of ziek waren en die een ontijdige dood stierven omdat ze onvoldoende waardering hadden voor de leden en voor het leiderschap in het lichaam van Christus en voor de gaven die God in het lichaam van Christus geplaatst had?. Ze lieten strijd in hun gelederen toe bij het onderscheiden, waarderen en erkennen van de gemeente. In vers 22 gaat hij verder: “Hebt u dan geen huizen om er te eten en te drinken? Of minacht u de gemeente van God en beschaamt u hen die niets hebben? Wat moet ik nu tegen u zeggen? Zal ik u hierin prijzen? Ik prijs u niet.”

    Hij stelt deze vraag, nog steeds over de gemeente. Vers 12:21: “En het oog kan niet zeggen tegen de hand: Ik heb je niet nodig. Of vervolgens het hoofd tegen de voeten: Ik heb jullie niet nodig.”

    “Meer nog, de leden van het lichaam die de zwakste schijnen te zijn zijn juist noodzakelijk.”

    “En aan de leden van het lichaam die wij als minder eervol beschouwen verlenen wij groter eer en onze oneerbare leden krijgen een grotere eer.”

    Je mag nooit zeggen dat een lid van de gemeente niet waardevol is. ‘Die heeft geen waarde, ik heb geen achting voor hem.’. Als je dat doet, zet je de deur voor ziektes open. Ik geloof dat er in de gemeente van Korinthe zovelen waren die zwak en lusteloos waren, en velen die ziek waren en velen die ontijdig stierven vanwege hun houding jegens andere gemeenteleden. Velen in de gemeente hebben ontijdig de dood gevonden, zijn voor hun tijd gestorven omdat ze verbittering en strijd in hun hart toelieten. Omdat ze de gemeente, het lichaam van Christus, onvoldoende waardeerden. Omdat ze verdeeldheid in hun hart en in hun gelederen toelieten. Omdat ze kwaad spraken. Sommigeb mensen zitten in de kerk en laten thuis aan tafel niets heel van de voorganger en de kerk. Ze hebben geen goed woord voor de preek over. Sommigeb zaaien verdeeldheid onder hun broeders in de gemeente. Ze verspreiden roddels en zaaien verdeeldheid in de kerk. En dat is gevaarlijk, m’n beste. En als je de gemeente of leden ervan minacht en verbittering of wrok in je hart laat wonen jegens de leiders of leden van de kerk; als je mensen uit je groepje weert omdat ze het niet altijd met je eens zijn en jij denigrerend over ze doet omdat jouw groep het helemaal is… Luister dan: als je ziek bent, zul je niet genezen totdat je je bekeert. Ik wil zelf geen ontijdige dood. Ik wil zelf niet ziek zijn, en ik wil geen ziekte in m’n familie. Dus je betrapt mij niet op kwaadsprekerij over gemeenteleden of die en die voorganger. Al stem ik niet 100% met z’n opvatting in. Dat gebeurt me zo vaak. Ik keer me vanaf de kansel tegen bepaalde opvattingen, maar noem nooit namen. Ik zet wat de Schrift onderwijst af tegen wat er gepreekt wordt. Maar ik ga niet… mensen groeien en veranderen. Ik ga mensen niet staan hekelen. God is Degene Die in hun hart kijkt. Dat is een gevaarlijke positie. Ik had een stel vrienden die op pad waren geweest met een jonge evangelist. En ik had hem net leren kennen. Ik was toen pas net bekeerd. Zij gingen na een bijeenkomst met hem naar een koffietent en ze begonnen kwaad te spreken over bepaalde gemeenteleden. En die evangelist – ze zaten daar met vier, vijf man – die stond op, pakte z’n stoel en draaide hem om en ging met z’n armen over elkaar en z’n rug naar ze toe zitten. En ze werden doodstil. De boodschap was duidelijk. Hij vertelde me dat hij onomwonden vertelde dat hij niets van het gesprek moest hebben. Hij deed niet mee aan het neermaaien en met modder gooien en vuil spuiten over mensen in de gemeente. Toen het stil werd, draaide hij z’n stoel weer terug en wendde hij zich weer tot hen. Zo viel het gesprek stil. Petje af, evangelist. Goed gedaan. Je hebt ze vast voor een ziekte behoed. Er zijn tegenwoordig heel veel mensen in de kerk die ziek en zwak zijn en op het randje van de dood staan. Ze zullen niet herstellen totdat ze zich bekeren en hun hart rein maken. Iemand zegt: Pastor, u maakt me bang. Dat hoop ik maar. Ik schrik er zelf enorm van, maar het staat in de Bijbel. En als ik Johannes 3:16 geloof, geloof ik deze verzen ook. Ik geloof dat God liefde is, maar ook wat hier staat. Het is een waarschuwing die we ter harte moeten nemen. Laat me je nu aanmoedigen. Als iemand je heeft gekwetst, misschien was het met opzet of misschien per ongeluk. Of diegene heeft geen idee hoe diep hij je gekwetst heeft. Maar je bent gekwetst. Vergeef. Vergeef anderen zoals God jou in Christus vergeeft. Dat betekent niet dat je ze weer moet vertrouwen. Dat is iets heel anders. Maar als je niet vergevingsgezind bent en wrok koestert in je hart is dat gevaarlijk voor je. Onvergevingsgezindheid is als zuur. Het brengt meer schade toe aan het vat waarin het bewaard wordt dan aan het voorwerp waarop het gegoten wordt. Het vergiftigt je leven en zet de deur voor allerlei ziektes open. Dat zeg ik niet om te bagatelliseren hoe erg je door iemand gekwetst bent. Maar vergeef, voor je eigen heil. Je hoeft diegene niet te vertrouwen. Vertrouwen moet je verdienen, vergeving wordt geschonken. Maar als je iemand vergeving schenkt, geef je die ook aan jezelf. Het is een geschenk aan jezelf. Hopelijk heb je iets aan deze boodschap. Hij is heel belangrijk. Kijk volgende keer weer voor de laatste van de serie met belangrijke dingen. Tot die tijd bid ik dat Gods rijkste gaven altijd voor jou zullen zijn. Tot kijk.

  • Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vond je de uitzending fijn?

Stuur het dan door of deel het op sociale media om anderen ook te bemoedigen!

Ook interessant voor jou?
artikelen

Geloof jij in genezing?

uitzending

Jezus is er ook voor jou

Steun ons werk

Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!

Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.