Je winkelmand (0)

Iedereen wil gezien worden… maar God ziet jou al

Voel jij je soms over het hoofd gezien — in een wereld vol aandacht en likes? Bayless Conley laat zien dat God jou persoonlijk kent, bij naam, en dat echte grootheid niet zit in roem of volgers… maar in een nederig hart dat Hem eert. In deze inspirerende boodschap ontdek je wat het écht betekent om een ‘ster’ te zijn in Gods Koninkrijk. Je leert hoe God de nederigen verhoogt, waarom trots vernietigt wat Hij wil bouwen, en hoe dienstbaarheid en aanbidding je leven veranderen. Of je nu worstelt met erkenning, identiteit of richting — deze aflevering helpt je terug te keren naar de plek waar vrede en betekenis beginnen: dicht bij God.

Downloaden als PDF
  • Hallo, vriend. Wat fijn dat je erbij bent. Ik heb een interessante boodschap die ik vandaag met je ga delen. Ik woon in een uniek deel van ons land. Onze kerk staat in Zuid-Californië. Wat vast het bekendst is… Niet onze kerk, maar Zuid-Californië: Vanwege Hollywood. Waar je ter wereld ook komt, iedereen kent Hollywood. Heel interessant. Tientallen jaren zijn duizenden en nog eens duizenden mensen naar Zuid-Californië gekomen omdat ze ontdekt wilden worden. Omdat ze een ster wilden worden. Maar eerlijk gezegd zal 99,999 procent van degenen die daarheen komen om beroemd te worden, om een televisiester of een filmster te worden dat nooit waarmaken. Maar die, laten we het geestdrift noemen, leeft nog steeds. Massa’s mensen komen hier om die reden heen. Maar met de opkomst van de sociale media zijn er inmiddels mensen die een ster op de sociale media willen worden. Die bekend willen worden als influencer. Mensen zijn bereid gevaarlijke, of gewoon stomme dingen te doen om bekend te worden, om een groep volgers te krijgen. Ik vind het prima dat een hoop mensen jou kennen en je volgen als je hart op de juiste plaats zit en je dat om de juiste reden wil: Om mensen naar Jezus te leiden. Maar als het voortkomt uit trots en de behoefte om bekend te zijn dan heeft dat iets heel verwoestends. In Spreuken staat een soort lijst van dingen die God haat. En boven aan die lijst staat hoogmoed. Hoogmoed veranderde de mooie engel Lucifer in de duivel. God stemt de hoogmoedigen nederig. En Hij verheft degenen die nederig zijn. De titel van deze boodschap is een vraag. “Dus jij wilt een ster zijn?” Daar wil ik het over hebben, vanuit een boeiende invalshoek. Er zijn immers sterren in Gods rijk. En ik wil het met je hebben over een ster zijn in Gods rijk. Er zijn er meer maar ik wil het over zeven kenmerken hebben van een ster in Gods rijk. Ben je er klaar voor? Er is vast iemand die denkt: Waar wil hij nou heen? Als je geduld hebt, kom je daar vanzelf achter. Het eerste kenmerk van een ster in Gods rijk is dat God, zelfs al zijn ze onderdeel van een grote menigte ze persoonlijk en stuk voor stuk kent en wel bij hun naam. Ik wil iets voorlezen uit Psalm 147, vers 4 waar het over de Heer gaat. “Hij telt het aantal sterren. Hij noemt ze alle bij hun naam.” 

     

    Hij weet hoeveel sterren er zijn en Hij kent hun naam. Ik ben graag buiten. Liever dan binnen. Ik heb liever geen schoenen aan. Ik heb altijd veel tijd doorgebracht in de buitenlucht, en dat doe ik nog steeds. Op een boot op zee, of op trektocht, in de bossen of waar dan ook. Een paar dagen terug heb ik in Tennessee in een achtertuin een vuurtje aangelegd. Er waren een paar van mijn kleinzonen bij. We gingen rond het vuur zitten praten. Zij gingen naar binnen. Ik keek naar de hemel. Er was daar niet veel stadslicht. En je zag heel veel sterren. We vergeten volgens mij soms hoeveel het er zijn. Ik moet denken aan de keren dat ik in de High Sierras was. Een bergketen hier in Californië. We waren zo’n 45 kilometer de bergen in getrokken. Ik was met een paar vrienden. We gingen liggen op een droge rivierbedding en keken omhoog. En het benam je bijna letterlijk de adem als je zag hoeveel sterren er aan de hemel stonden. Het was nieuwe maan. En er waren ontelbaar veel sterren. Mensen die in de buurt van een stad wonen, zien er niet veel. Dat is de zogenaamde ‘lichtvervuiling’ door al het licht dat mensen maken. Daardoor zien we het hemellicht niet, maar er zijn meer sterren dan je kunt tellen. God kent hun getal en Hij noemt ze alle bij hun naam. En hier gaat het om: jij bent niet onbekend bij God. Je bent niet zomaar een lichtstipje te midden van talloze andere lichtstipjes. God kent je naam. Dat vers dat ik net voorlas uit Psalmen is heel interessant. Dit zijn een paar eerdere verzen. Vers 2: “De Heer bouwt Jeruzalem weer op. Hij verzamelt Israëls verdrevenen. Hij geneest de gebrokenen van hart, Hij verbindt hen in hun leed. Hij telt het aantal sterren, Hij noemt ze alle bij hun naam.” 

     

    Luister: Als jij een verdrevene bent als je een gebroken hart hebt of gewond bent Hij ziet je. En Hij kent je naam. God weet alles van je af, vriend. Je bent voor Hem geen nummer op een eindeloze lijst. Je bent geen persoon zonder gezicht in een zee van mensen. God kent je, en de sterren in Zijn Koninkrijk beseffen dat. Ze functioneren op de plek waar Hij ze heeft neergezet. Zij streven ernaar om door God geleid te bewegen als onderdeel van iets groters. Of zelfs als de sterren boven ons die langs de hemel bewegen in die geordende dans die God voor hen heeft opgezet. Ja, die sterren worden stuk voor stuk gekend. En wij streven ernaar om door de Geest te worden bewogen naar waar God wil dat we zijn. En we beseffen dat we door Gods genade en Zijn hand zijn ingeweven in iets moois en iets dat veel groter is dan wijzelf. En al is dat het geval Hij kent de kleinste details van ons leven. Jezus zei: “Er zal geen haar van uw hoofd vallen zonder dat de hemelse Vader dat weet.” Hij weet hoeveel haren er op je hoofd zijn. Jezus zei: “En niet één musje zal op de aarde vallen buiten uw Vader om. En ook de haren op uw hoofd zijn geteld.” Hij weet het wanneer een musje op de aarde valt. Het is bijna niet te bevatten. Ik was eens in de woestijn hier in Californië voor een toespraak. Sommigen kijken hier misschien van op. Maar ik ben een beetje een hippie. Ik ben van het eind van die generatie. Ik hou nog steeds van de muziekstijl waar we naar luisterden toen ik een tiener was. Ik heb de neiging om van eenvoudige dingen te houden. Ik vind het fijn om buiten te zijn en bij een kampvuur te zitten. Ik heb graag een goed, stevig zakmes met een scherpe rand. Ik word blij van simpele dingen. Toen m’n kleinzonen oud genoeg waren, en we op vakantie gingen met de familie gingen we buiten zitten. We zochten een geïsoleerde plek. Ik gaf een van m’n kleinzonen een scherp mes. En dan gingen we stokjes zitten bijsnijden. Dat soort eenvoudige dingen maakt me gelukkig. Ik draag niet veel sieraden. Waarschijnlijk zo’n tien procent van de tijd heb ik een horloge om, op z’n allerhoogst. Over het algemeen is dit de enige ring die ik draag. M’n trouwring. Daar is houtskool in verwerkt. Ik heb dus weinig met sieraden. Heel af en toe heb ik een leren armband om of zoiets. Ik vertel dit om een bepaald punt te maken. Ik had een armband met kleine kraaltjes. Een hippie-achtig armbandje, niks kostbaars. Maar ik was er echt dol op. Ik had hem om en de knoop raakte los. Ik raakte hem kwijt. Ineens zag ik dat hij was verdwenen. Dus ik was op stap. Ik had wat bijeenkomsten in de woestijn van Californië. Ik logeerde in een plaats die Indian Wells heet. Ik weet nog dat ik op het punt stond naar huis te rijden en besloot door al die stadjes te rijden in plaats van de snelweg te nemen. Ik weet nog dat ik instapte en in m’n hoofd een soort gesprekje met God had. Ik keek naar m’n pols en zei: “Ik was echt gek op die armband, God. Ik wil er weer eentje hebben. Ik mis hem echt.” Dat dacht ik. Ik praatte vanbinnen met God. En intussen rij ik door Indian Wells, en door Palm Desert. Ik rij door Rancho Mirage en vervolgens door Cathedral City. En net als ik Palm Springs binnen rij is er aan m’n linkerhand een winkelcentrum. En uit het niets komt deze gedachte op: ga naar dat winkelcentrum. Wat eigenaardig, dacht ik. Ik sloeg af naar het winkelcentrum. Er waren een heel stel winkels. Supermarkten, wat mooie warenhuizen. Even verderop op een hoek zag ik een kringloopwinkeltje. En ik kreeg vanbinnen een duwtje om naar die winkel toe te gaan. Heel vreemd. Ik weet nog dat ik dacht: kunt U dat misschien zijn, God? Ik zet m’n auto neer, loop de winkel binnen. Er staat daar een bord, en op dat bord zit een punaise. Daar hangt een kralenarmband aan. Compleet identiek aan de armband die ik kwijt was. En die armband kostte maar liefst twee dollar. Ik haalde de armband eraf en liep naar de toonbank. Ik vroeg: “Kan ik deze armband kopen?” “Oké,” zei de dame. Ik betaalde, liep naar de auto en deed hem om. En ik dacht: God U bent niet te geloven. U kent me. U ziet me. Het was net een knipoog van God. “Ik zie je wel, Bayless. De kleinste, bijna onmeetbare details van je leven. Ik zie alles. Het kleinste verlangen in je hart. Ik zie het. Ik ken je behoeften voordat je ze zelf kent.” De sterren in Gods Rijk weten dat ze onderdeel zijn van iets groters. Ik dank God dat ik deel ben van iets dat groter is dan ikzelf. Deel van het lichaam van Christus. Ik ben dankbaar dat ik deel uitmaak van wat God wereldwijd doet. En van wat Hij in mijn eigen gemeenschap doet. Daar ben ik heel dankbaar voor. Ik maak deel uit van iets groters, maar ik verdwijn niet in de menigte. Ik word gekend door God. Hij kent de kleinste details van mijn leven, en ook van jouw leven, vriend. Je lijdt op dit moment. Dat ziet Hij en Hij wil je helpen. Je hebt dromen en ambities. Dat ziet Hij. Hij ziet de kern van mijn en jouw wezen. Hij weet wat er ten grondslag ligt aan wat we doen. Je hebt misschien ’t gevoel dat je helemaal alleen bent en niemand van je houdt. Maar de Schepper van het heelal heeft je naar Zijn beeld en gelijkenis gemaakt. Hij is je niet vergeten. De hemelse computers liggen niet plat. God is je adres niet kwijt. Hij weet waar je bent. En Hij heeft een plan voor jouw leven. Hij kent je naam. En dan het tweede kenmerk van sterren in Zijn Rijk. Zij weten dat het hun roeping is om hun Schepper te aanbidden. Ik wil iets voorlezen uit Psalm 148 vers 1, 2 en 3. Vers 1: “Loof de Heere Loof de Heere vanuit de hemel, loof Hem in de hoogste plaatsen. Loof Hem, al Zijn engelen, loof Hem, al Zijn legermachten. Loof Hem, zon en maan, loof Hem, alle lichtende sterren.” 

     

    De hoogste roeping van een ster in Gods Rijk is God aanbidden. De sterren in het Rijk zijn aanbidders. Ze willen niet zelf aanbeden worden. Ze willen niet zelf op een voetstuk worden gezet. Zij streven ernaar om Jezus verheven te zien. Ik kan me herinneren dat ik jaren geleden eens op kantoor kwam Dit speelde in de begindagen van onze kerk. Dat seizoen hielden we elke zondagavond genezingsdiensten. Ik preek al bijna 25 jaar over goddelijke genezing. Iets van 23 jaar of zo. Dat wisten een aantal mensen in de gemeenschap. Er kwam een man naar boven. Mijn kantoor was boven. We huurden indertijd een klein gebouw waar onze kerk gevestigd was. En die man staat voor de deur te wachten. “Hoe gaat het?” vroeg ik. Hij viel letterlijk neer met z’n gezicht op de grond. En hij greep me bij m’n schoenen vast. Hij begon te huilen en zei: “Alstublieft, genees me, genees me.” Ik zei: “Sta op. Jezus is Degene Die geneest. Ik kan je aan Hem voorstellen. Ik kan voor je bidden, maar we moeten ons oog op Jezus richten. Hij is de Enige Die je kan helpen. Hij is de Redder en de Genezer. Ik wil dat je naast me staat en niet dat je aan m’n voeten ligt. Laten we zij aan zij voor de troon van de genade staan om genade te verwerven om ons te helpen wanneer we het moeilijk hebben. Jezus is Degene voor Wie jij je op de grond moet uitstrekken.” In de loop van de jaren zijn er veel aardige dingen tegen me gezegd. Dat stel ik zeer op prijs. Maar uiteindelijk neem ik die complimenten stuk voor stuk en zeg tegen God: “U weet waar ze thuishoren. Zonder U ben ik niets en heb ik niets. Ik ben wie ik ben dankzij Gods genade. Ik heb wat ik heb dankzij Gods genade.” Het is belangrijk dat we zo’n soort houding hebben tegenover God. In Psalm 148:4 gaat het verder: “Loof Hem, allerhoogste hemel, en water dat boven de hemel is.” 

     

    Vers 5: “Laten zij de Naam van de Heer loven want toen Hij het gebood, werden zij geschapen.” 

     

    De schepping moet de Schepper aanbidden. Jaren geleden heb ik eens een verhaal gehoord over een oude boer die altijd de plaatselijke kerk bezocht. Hij barstte soms los in luid geroep als er gepreekt werd of als er een hymne gezongen werd. Dan riep hij: “Dank U, Jezus.” Soms stak hij z’n hand omhoog en riep: “Ik prijs U, Heer.” Sommige diakenen en ouderlingen vonden het niks. Het was een beetje een gereserveerde gemeente. Dus ze hielden een bijeenkomst over die boer. Ze kwamen bijeen en het ging van: “Hij verstoort de dienst. Hij moet zich waardig gedragen, meer zoals wij.” Iemand zei: “Ik vind het niks dat hij ineens ‘Loof de Heer’ roept of ‘halleluja’ roept als er gepreekt wordt. Ik vind het niks. Hij is te luidruchtig.” Ze spraken af dat ze hem op z’n boerderij zouden opzoeken. Ze komen daar aan. Hij is aan het ploegen met een oude muilezel. Hij heeft de leidsels in z’n hand. Er hangt een ploeg achter. Hij ziet ze en dirigeert de muilezel naar het hek. Hij houdt de leidsels vast en zegt: “Wat kan ik voor jullie doen, broeders?” “We wilden even met je praten.” “Waarover?” “We willen graag weten waarom je altijd ‘halleluja’ roept en ‘loof de Heer’. Je schreeuwt tijdens de dienst. Je bent zo anders dan wij. Waarom doe je dat toch?” “Dat zal ik je vertellen, broeder. Als ik eraan denk hoe verloren ik was in zonde en hoe duister m’n leven was en hoe God Zich in al Zijn barmhartigheid aan mij openbaarde en mij het licht van het leven liet zien, de heldere morgenster Jezus Christus Die mij met Zijn eigen bloed waste en me in Zijn familie opnam niet om wat ik heb gedaan maar uit Zijn genade, dan kan ik me niet beheersen. Hou m’n muilezel even vast.” Hij begon al schreeuwend op en neer te lopen over het land. Hij stak z’n armen omhoog en zei: “Dank U, Jezus, voor wat U voor mij hebt gedaan.” Beste vriend, ware sterren aanbidden God. Die aanbidden geen mensen en geen dingen. Ze aanbidden hun Schepper. Die schamen zich niet om enthousiast te zijn en op te scheppen en dankbaar te zijn jegens Degene die hen heeft geschapen Degene die hen heeft schoongewassen en deel van Zijn familie heeft gemaakt door het vergoten bloed van onze Redder Jezus Christus. Het derde kenmerk dat we aantreffen over de sterren in Gods Rijk is dat ze dienaren zijn. Ze hebben het hart van een dienaar. Genesis 37. In de droom van Jozef bogen de zon, de maan en elf sterren zich neer. Dat is de ware houding van een dienaar. Sterren die buigen. De moeder van Jacobus en Johannes kwam naar Jezus toe Zij kwam om zitplaatsen van autoriteit en eer vragen in het aanstaande Rijk van Christus. Dus het verzoek dat mama deed namens haar zonen, was dat ze eervolle zitplaatsen met aanzien zouden krijgen. Zo reageerde Jezus. Mattheüs 20:25: “Jezus had hen bij Zich geroepen en zei: U weet dat de leiders van de volken heerschappij over hen voeren en de groten macht over hen uitoefenen. Maar zo zal het onder u niet zijn. Maar wie onder u groot wil worden, die moet uw dienaar zijn. En wie onder u de eerste wil zijn, die moet uw dienaar zijn. Zoals de Zoon des mensen niet gekomen is om gediend te worden maar om te dienen, en Zijn leven te geven tot een losprijs voor velen.”

     

    Luister naar de woorden van de apostel Paulus, ingeblazen door de Heilige Geest tot de kerk in Filippi. Hij heeft het erover hoe Jezus Zich ontledigde en naar de aarde kwam. Hij zegt eerst: “Laat deze gezindheid in u zijn.” Je moet deze houding ook aannemen en op dezelfde manier blijven denken. Ik lees voor. Filippenzen 2:5: “Laat daarom die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was Die, terwijl Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwde aan God gelijk te zijn, maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een dienstknecht aan te nemen en aan de mensen gelijk te zijn. En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood. Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam.” 

     

    Dus de boodschap is duidelijk: de weg naar omhoog is naar omlaag. Jezus was gelijk aan God. Maar, staat er, Hij beschouwde het niet als roof om God gelijk te zijn. Een rover zou iets grijpen, dat betekent het in de oorspronkelijke taal. Hij dacht niet dat dat gelijk aan God zijn, de status die Hij had vergeleken bij hoe verloren de mensheid was en Gods grote voorliefde om de mensheid te redden Hij had niet het idee dat dat iets was om vast te houden. Dus Hij greep het niet, maar liet het juist los. En Hij ontdeed Zich van de privileges en positie waar Hij recht op had. Hij had Zich naar ’n gewone man gevormd. Hij werd niet geboren in een paleis. Te midden van invloedrijke types. Hij werd in een stal geboren te midden van dieren. En Hij werd in een kribbe gelegd. Hij groeide op in het huis van een arme timmerman, en daar bleef het niet bij. Hij was nederig en was gehoorzaam, tot aan Zijn dood aan het kruis. Waarom? Opdat Hij ons kon verheffen. Als jij je nederig opstelt en dienstbaar bent, zal God je verheffen. Er is een verhaal over een Romeins aquaduct in Segovia dat in het jaar 109 na Christus of daaromtrent werd gebouwd. 1800 jaar lang stroomde daar koel water doorheen naar die hete, dorstige stad. Vijftig generaties mensen dronken uit de stroom. Tot een nieuwe generatie zei: “Het is zo’n wonderbaarlijk bouwsel dat moeten we zien te behouden.” Dus ze legden een pijpleiding aan om het aquaduct te ontlasten. Maar algauw begon het aquaduct uiteen te vallen. De zon brandde op de mortel die begon uit te drogen, en het aquaduct verkruimelde. Alleen als we dienen, behouden we ons leven en onze vitaliteit. Alleen als Gods leven via ons naar anderen blijft stromen in nederige dienstbaarheid, blijven wij geestelijk gezond. De sterren in Gods Rijk begrijpen dat. Zij leven om te dienen en niet om bediend te worden. Ik hoop dat je hier genoegen aan hebt beleefd. We zijn er nog niet. Je zult de volgende keer ook moeten kijken. Dan ronden we deze boodschap over sterren in Gods Rijk af. Even een momentje. Dit is echt belangrijk. Wij mensen hebben de neiging om dingen te laten wegglippen. Als we niet verder nadenken over een waarheid die ons heeft getroffen en er niet onze gedachten over laten gaan dan zal zo’n waarheid aan ons ontsnappen. Als er iets in deze boodschap was wat je extra opviel dan moet je dat vastgrijpen, om en om draaien en van alle kanten bekijken. Bid erover en denk erover na. Vraag de Heer: “Wat betekent dit voor mij, Heer? Wat wilt U tegen mij zeggen?” En wat Hij dan ook antwoordt, dat moet je gewoon doen, zoals Maria zei. Dan zul je worden gezegend. Tot de volgende keer.

  • Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vond je de uitzending fijn?

Stuur het dan door of deel het op sociale media om anderen ook te bemoedigen!

Ook interessant voor jou?
artikelen

God heeft je geroepen tot leiderschap – geloof je dat?

uitzending

De wereld heeft jouw licht meer nodig dan je denkt – Filippenzen

Product

Set “Wie is de Heilige Geest?” – dvd + boekje

korte video

Vrolijk Pasen! Jezus leeft – Paasboodschap van Bayless Conley | Pasen 2026

Steun ons werk

Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!

Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.