Leven in het nu – met het oog op de eeuwigheid
De Bijbel zegt het duidelijk: je bent slechts op doorreis – deze wereld is niet je thuis. Bayless Conley laat je zien hoe je je leven ten volle kunt leven terwijl je uitkijkt naar de eeuwigheid. Je leert wat het betekent om verleidingen te weerstaan en krijgt een aantal belangrijke principes aangereikt om je te leiden en te bemoedigen op je reis naar de eeuwigheid!
-
Toen ik een keer de snelweg opreed, stond daar een lifter. Op zijn bordje had hij ‘de maan’ geschreven. Ik nam hem mee en hij ging in mijn auto zitten. “Dus je gaat naar de maan,” zei ik. We moesten allebei lachen en toen vertelde ik hem over Jezus. Hij trok van plek naar plek. Ik vertelde hem: Ik ben niet op weg naar de maan, maar wel naar de hemel. Deze wereld is niet mijn thuis. Daar ga ik het over hebben. Je zult het geweldig vinden. Ik wil lezen wat koning David schreef in psalm 119, vers 18 en 19: “Open mijn ogen voor de wonderlijke dingen in Uw woord. Ik ben maar een pelgrim hier op aarde. Ik heb een kaart nodig. Uw geboden zijn mijn kaart en mijn gids.”
Ik ben een pelgrim op aarde, dat betekent een vreemdeling. Een tijdelijke bewoner, een vreemdeling, een passant. God, ik ben hier maar even en ik heb een gids nodig, ik heb een kaart nodig en instructies. Dan zegt hij duidelijk: Uw Woord, dat is mijn kaart, mijn gids. We gaan even kijken in de gids en wat er in Gods woord staat over de leefstijl van een pelgrim. De eerste: omdat wij vreemdelingen en pelgrims zijn, moeten we niet toegeven aan begeerte, die strijd voert tegen onze ziel. Die tekst komt rechtstreeks uit de Bijbel. 1 Petrus 2:11: “Geliefden, ik roep jullie op als vreemdelingen en pelgrims om niet toe te geven aan begeerte, die strijd voert tegen jullie ziel.”
“Houd uw levenswandel goed onder de heidenen opdat zij die nu van u kwaadspreken als van kwaaddoeners door de goede werken die zij in u waarnemen God verheerlijken mogen op de dag dat er naar hen wordt omgezien.”
Het is dus belangrijk wat hij nu gaat zeggen, het is geen suggestie. Hij zegt: Ik roep je op, ik smeek jullie. Als de vijand onze gedachten of onze wil in beslag kan nemen door ons in het vlees te verleiden, dan gaat dat invloed hebben op ons gedrag. Dat maakt onze getuigenis voor Christus zwak of kapot. Er is een verband tussen die twee verzen in 1 Petrus 2. Onthoud je van vleselijke begeerte, want die begeerte voert oorlog om je ziel te veroveren. Wat er in je ziel omgaat, heeft invloed op je gedrag. Als de vijand erin slaagt onze ziel te veroveren, zal dat ons gedrag beïnvloeden. Als mensen dan kwaad van ons spreken, hebben ze misschien gelijk, want dan is ons gedrag niet eervol. Het tast ons getuigenis voor Christus aan. Uiteindelijk zijn we daardoor een slechtere getuige. Dat heeft invloed op wat God belangrijk vindt: dat er kostbare zielen in Zijn gezin komen. Vleselijke begeerte kan over alles gaan, van verboden hartstochten tot trots en hoogmoed. Het vlees wil zich op beide manieren uitleven.
Toen ik net gered was, had ik een vriend die al langer christen was. We leerden allebei gitaar spelen en we speelden urenlang in de achtertuin. We zongen over Jezus, praatten over de Bijbel, baden en evangeliseerden samen; een hele goede vriend. Toen ging ik een tijdje op reis. Toen ik terugkwam was hij ineens onvindbaar. Nadat ik al even terug was, zag ik hem ineens op de markt met een mooie vrouw. Ik maakte een praatje, maar hij hield het kort en liep weg. Een week later zag ik zijn oudere broer, een gelovige. Die zei dat z’n broer helemaal van de kaart was toen hij besefte dat ik nog steeds enthousiast voor God ben; hij realiseerde zich hoe diep hij gezonken was. Hij had aan verleidingen toegegeven: drinken, drugs en met allerlei vrouwen naar bed. Hij gelooft nog in Jezus, maar leeft als een krijgsgevangene; zijn ziel was veroverd en hij walgde van zichzelf. Zijn getuigenis was tenietgedaan. De andere kant van de medaille is dat je vlees graag verwend en geprezen wordt. Het vlees is net een verwend kind; het schreeuwt om wat het wil en is nooit tevreden. Het wil altijd te veel: eten, slapen, geld, drinken of tijd op computer en tv. Je vlees zegt “nog een aflevering” of “doorscrollen” terwijl je over een paar uur op moet. Als we toch toegeven aan de begeertes van het vlees, dan gaat het onze ziel veroveren. Kijk in Galaten 5 voor de lange lijst met werken van het vlees. De duivel weet dat die vleselijke begeertes een campagne voeren om onze ziel, wil en gedachtes te veroveren. Als je toegeeft, leef je hier op aarde als een krijgsgevangene en wordt je getuigenis zwakker. Jezus gebruikte deze vergelijking: “Als je oog je tot zonde verleidt, ruk hem er dan uit. Je kunt beter de eeuwigheid binnengaan met één oog dan dat je met twee naar de hel gaat. En als je hand je tot zonde verleidt, hak die er dan af. Gooi hem weg. Je kunt beter kreupel tot het leven ingaan dan met twee handen naar de hel. Als je voet je verleidt, hak die er ook af en gooi hem weg. Je kunt beter de eeuwigheid binnengaan met één voet dan dat je met twee voeten naar de hel gaat.”
Het oog staat voor onze kijkgewoontes en ons denken; daar begint het altijd. Pak het meedogenloos aan in die fase, dan is het het makkelijkst. Als je het niet in de oogfase aanpakt, gaat het naar de hand; nu begin ik het te doen en beïnvloedt het mijn gedrag. Jezus zei: Snij het eruit, anders gaat het naar de voet. Nu is het een wandel, een patroon of manier van leven geworden. In die fase is bevrijding door de kracht van de Heilige Geest zeker nodig. Als je een draad één keer om je heen wikkelt, trek je die zo kapot, maar als je het blijft doen kom je vast te zitten. Je ziel kan zelfs wennen aan gebondenheid en ketenen. Daarom zegt hij: Ik roep je op, vreemdeling, je bent hier maar even. We hebben maar even om een verloren wereld te bereiken; hou je er dus ver van en pak het aan.
Als pelgrims en vreemdelingen moeten we beseffen dat verdriet zal worden opgeslokt door glorie. Paulus zei in 2 Korinthiërs 4:17: “Onze lichte verdrukking, die van korte duur is, brengt in ons een allesovertreffend eeuwig gewicht van heerlijkheid teweeg.”
Onze verdrukking duurt maar even vergeleken met de ongelooflijke, eeuwige glorie. Paulus vond zijn eigen zware beproevingen — geslagen, gestenigd, gevangengezet — maar een lichte verdrukking vergeleken met de komende glorie. Nog even en alle tranen worden uitgewist en vervangen door onbeschrijflijke vreugde. In de Amplified Bible staat: “Een onmetelijke glorie die elke vergelijking te boven gaat”. Er komt een nieuwe hemel en aarde waar we onze beloning binnengaan. Toen Janet achttien uur lang een zware bevalling had van Harrison, was er veel pijn en stress, maar de blijdschap toen ze hem vasthield deed haar alles vergeten. Ik coach jou nu: we gaan binnenkort de glorie binnen; jouw worsteling duurt niet eeuwig. God heeft voor hen die Hem liefhebben dingen bereid die geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord. Zelfs m’n wildste fantasie zit niet eens in de buurt van wat God klaar heeft. Je pijn en verdriet zal worden opgeslokt door glorie.
Omdat we vreemdelingen zijn, moeten we ook alles uit het leven halen en het ten volle leven. Ik ga me niet terugtrekken in een emotionele slaapstand; we moeten God en Zijn Koninkrijk dienen elke dag. Hij wil niet dat Zijn kinderen chagrijnig of ontevreden zijn. Salomo zegt in Prediker 3:12-13: “Ik weet dat er voor hen niets beter is dan zich te verblijden en het goede te doen in hun leven. Dat ieder mens eet en drinkt en het goede geniet van al zijn zwoegen. Dat is een gave van God.”
God geeft ons alle dingen om ervan te genieten. We hoeven niet chagrijnig te zijn; geniet van de reis. Onze tijd hier is geen kwelling; in beproevingen is Hij bij ons. Jezus zei: “Ik heb de wereld overwonnen”. Wat voor indruk geeft onze houding aan anderen over het Koninkrijk? Zien ze een stel zuurpruimen of zien ze een lichtje in de moeilijkheden? Als pelgrim ga ik m’n gezin liefhebben, lachen, zuiver en moedig leven, vergeven en in grote dingen geloven. Ik wil groots leven en zingen. Ik ben hier maar even en ben een rentmeester. Dat brengt ons bij het derde punt: wij moeten vrijgevig leven. David kreeg van de Geest plannen voor een huis voor God, maar Salomo moest het bouwen; David zorgde dat de spullen klaarstonden. In psalm 39:5-7 zegt David: “Heer, maak mij mijn einde bekend en wat de maat van mijn dagen is, hoe snel mijn leven voorbijgaat. U hebt mijn dagen een handbreed gemaakt en mijn levensduur is voor U als niets. Ieder mens is niet meer dan een zucht. Ja, de mens loopt rond in een schijnbeeld. Tevergeefs is men onrustig. Men brengt van alles bijeen en weet niet wie het binnenhalen zal.”
Zelfs de rijkste man ter wereld laat alles achter. We hebben niets de wereld ingebracht en nemen niets mee. David gaf uit zijn persoonlijk vermogen goud en zilver voor Gods huis bovenop wat hij namens de regering al gaf. De leiders en het volk raakten geïnspireerd en gaven ook gul. David bad toen: “Wie ben ik en wat is mijn volk, dat wij de kracht hebben om vrijwillig te geven zoals dit? Want van U is dit alles en uit Uw hand hebben wij het U gegeven. Want wij zijn vreemdelingen en bijwoners voor U zoals onze vaderen. Als een schaduw zijn onze dagen op aarde en er is geen hoop. Heer, heel deze overvloed die wij klaargemaakt hebben voor uw huis komt uit Uw hand, het is allemaal van U. Ik weet, mijn God, dat U het hart beproeft en dat U behagen schept in wat billijk is. Ik heb met een oprecht hart al deze dingen vrijwillig gegeven en ik heb nu met vreugde gezien dat Uw volk dat hier is het U vrijwillig gegeven heeft. Heere, God van onze vaderen Abraham, Izak en Israël bewaar voor eeuwig deze gezindheid in het hart van Uw volk en richt hun hart tot U.”
David bidt dat we herinnerd worden dat we vreemdelingen en passanten zijn en dat de wereld niet ons thuis is. Wij zijn rentmeesters en moeten leven met open harten en handen richting Gods huis. Een man die veel deelde zei: Als ik gehoorzaam uitdeel, schept God zegeningen naar mij terug, en Zijn schep is veel groter. Jezus belooft een goede, overlopende maat. God geeft ons altijd meer terug. De tijd is te kort om niet vrijgevig te zijn of het evangelie niet te delen. Het is geen toeval dat je kijkt; God houdt van je en wil dat jij van Hem bent.
-
mis geen enkele uitzending
Onze service voor jou: we sturen je wekelijks een email met de link naar de nieuwste uitzending.
Hoe je kunt bidden als alles je overweldigt
Velen van ons ervaren stress in het dagelijks leven, we hebben last van de huidige situatie in de wereld, of we laten ons afleiden. Dit kan er snel toe leiden dat ons gebed, dat helemaal bovenaan ons prioriteitenlijstje zou moeten staan, pas ons laatste redmiddel wordt. Als jij je ook zo voelt en daar verandering in wilt brengen, kijk dan met mij mee in het eerste boek van Samuel. Daar vinden we het verhaal van Hanna. Van deze indrukwekkende vrouw van geloof kunnen we veel leren over hoe we ons doel in gebed kunnen bereiken.
Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!
Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.
naar de preektekst
Als je ook regelmatig updates van Bayless wilt ontvangen, vul dan hier je e-mailadres in. Om technische redenen is dit ook nodig als je alleen het script wilt ontvangen.
Geef een reactie