Waarom dankbaarheid zo belangrijk is (1)
Er zijn maar weinig mensen die vandaag de dag een dankbaar hart hebben. Toch is dit zo belangrijk! Ontdek vandaag met pastor Bayless Conley hoe je een dankbaar mens kunt worden – zelfs als de omstandigheden niet zo makkelijk zijn. Er is zegen voor jou!
-
Hallo vriend, ik heet je welkom in de machtige Naam van Jezus. Hij heeft jou veel moois te bieden. Ik wil graag iets met de mensen delen dat volgens mij deuren opent naar positieve en blijvende verandering in ons leven. De titel luidt ‘Dankbaarheid als levenshouding’ en ik garandeer je dat deze overdenking van betekenis is voor jou en jouw leven. Ga ervoor zitten. Ik weet niet of je een bijbel bij je hebt, maar zo ja, pak ‘m er dan bij. Ik wil het vandaag met jullie hebben over dankbaarheid. Ik dacht vanochtend aan de tien melaatsen die Jezus aanriepen. Jezus stuurde ze naar de priesters, we kennen het. En er staat: “Terwijl zij heengingen, werden zij gereinigd. En toen één van hen dit zag, keerde hij terug terwijl hij met luide stem God verheerlijkte.”
Hij was dankbaar. Jezus zei: “Zijn niet de tien gereinigd? Waar zijn dan de negen anderen?”. Alleen die ene vreemdeling, niet-Joods, kwam terug om God te danken. En bijzonder is dat die reiniging drie keer wordt genoemd. Ze werden gereinigd, toen zag een van hen dat hij gereinigd was en toen hij terugkeerde, zei Jezus: “Zijn niet de tien gereinigd?”. Het komt drie keer terug. Het betekent dat de ziekte een halt is toegeroepen, de klachten zijn weg en nu zouden ze van de priesters te horen krijgen: “Er zijn geen tekenen van melaatsheid meer, jullie mogen weer meedoen. Je mag terug naar je familie”. Want ze hadden in afzondering moeten leven. Maar tegen die ene man die dankbaar was, zei Jezus: “Uw geloof heeft u behouden.”
Drie keer gaat het om reiniging maar bij deze dankbare man gebruikt Jezus het woord ‘behouden’. Bij hem gaat het om wedergeboorte. Misschien weet je het niet, maar bij melaatsheid kun je vingers kwijtraken en kunnen er letterlijk lichaamsdelen afsterven. Negen werden gereinigd, één werd er wedergeboren. Dat was de dankbare man. Er gaat kracht uit van dankbaarheid. En wat het verhaal volgens mij ook laat zien is hoe zeldzaam oprechte dankbaarheid is. Al worden we rijkelijk gezegend door God en ontmoeten we nog zoveel goeds ik denk echt dat een oprecht dankbaar hart een stuk zeldzamer is dan veel mensen denken. En ik wil vandaag drie waarheden met jullie delen over dankbaarheid. Eén: God wordt aangetrokken door een dankbaar hart. Een dankbare levenshouding leidt tot Gods aanwezigheid én Zijn zegeningen. Je kent dit vers vast, Psalm 100, vers 4: “Ga Zijn poorten binnen met een dankoffer, Zijn voorhoven met een lofzang. Dank Hem, prijs Zijn Naam.”
“Ga Zijn poorten binnen met een dankoffer.” Zonder dankbaarheid kom je niet eens door de poorten. Dan kom je niet op de plek waar Hij is. Ken je die hekken waarbij je zo’n code moet invoeren voor ze opengaan?. Zo is er ook een wachtwoord van acht tekens die toegang geeft tot de voorhoven van God. En dat is D-A-N-K-U-W-E-L. “Dank U wel.” Dat is de toegangscode. Zo kom je door de poorten en in de voorhoven van God. Met een dankoffer en dankbaarheid. Dankbaarheid trekt ook Gods zegeningen aan. Zodra we onze dankbaarheid uiten tegenover God en andere mensen lijken we een schietschijf op onze rug te krijgen met de tekst: “Zegen mij”. Wat ik als kind deed, en gelukkig zijn kinderen nu veel liever maar wij schreven vroeger op een blaadje: “Trap mij”. Plakbandje eraan en dan klopten we een vriendje op de rug. “Alles goed?”. Zonder het te weten liep hij nu rond met op z’n rug de tekst ’trap mij’. Ineens kreeg hij om de haverklap ’n trap en dacht hij: Wat heeft iedereen?. De hele school wilde hem ineens een trap geven vanwege dat briefje. Wij vonden dat ontzettend grappig, tot we zelf aan de beurt waren. En als je dankbaarheid uit lijkt God een schietschijf op je rug te zetten met de tekst ‘zegen mij’. Dan denk je: Wat gebeurt er, waarom overkomt mij ineens zoveel goeds?. Zegeningen worden aangetrokken door een dankbaar hart. Ik was een tijd terug met vrienden bij een duikzaak die uitverkoop hield. Wij wilden er ’s ochtends als eersten bij zijn om de spullen te bekijken. We gingen er voor het ontbijt heen en haalden bij een Mexicaans wegrestaurant wat burrito’s of zo. En toen we wegreden, zagen we een man op de stoep zitten. En hij hield lachend een bord omhoog: “Je raakt me nooit met een muntje”. We hadden heel wat muntjes en we deden ons best. En iedereen die langsreed. Dat bordje leverde die man aardig wat geld op. En bijna iedereen die het probeerde, gooide mis. Maar als God Zijn zegen op je afstuurt, mist Hij nooit. Dan is het altijd een schot in de roos. In 2 Timotheüs 3:2 staat dat het einde der tijden wordt gekenmerkt dat de laatste dagen worden gekenmerkt door een gebrek aan dankbaarheid. Dat er een geest van ondankbaarheid zal zijn waarvan de samenleving doortrokken raakt. En veel mensen, en helaas geldt dit zeker hier in Amerika lijken te menen dat alles hun toekomt. “Ik heb er recht op.” “Je bent me dit verplicht”. De houding van een kind van God zou daar schril bij moeten afsteken. De Bijbel staat vol met voorbeelden van mensen die gezegend werden doordat ze hun dankbaarheid uitten. En als er dan iemand is aan wie ik meteen moet denken, is het Ruth. Lees het boek Ruth, het is vrij kort en je haalt er ontzettend veel uit. Een man genaamd Elimelech woont in Bethlehem met z’n vrouw Naomi en hun twee zonen. Er heerst hongersnood en hij besluit het land te verlaten. Dat had hij niet moeten doen, God had hem dat niet ingegeven. Maar hij gaat met z’n gezin naar Moab, weg van de plek waar men God eert en op weg naar een plek van afgoderij, waar ze de god Kamos aanbidden. En als ze er nog maar net zijn, overlijdt Elimelech. Vervolgens trouwen z’n zonen met Moabitische meisjes, Orpa en Ruth. En dan overlijden die zonen ook. Dus Naomi en haar schoondochters zijn nu alle drie weduwe. Als Naomi hoort dat God weer naar Israël heeft omgezien, gaat ze terug. Ze huilen en de schoondochters willen met haar mee. Naomi zegt: Zorg dat je hertrouwt, ga niet met mij mee. De ene schoondochter gaat terug naar haar volk en haar goden maar Ruth zegt: “Vraag me niet u te verlaten. Waar u gaat, zal ik gaan, waar u slaapt, zal ik slapen… uw volk is mijn volk en uw God is mijn God. Waar u sterft, zal ik sterven, en daar zal ik begraven worden. Alleen de dood zal mij van u scheiden.”
Ze had iets gezien in de God van de Israëlieten dat ze nooit in de afgoden van Moab had gezien. Ze zei: Ik ga mee. En het is een opvallende tegenstelling, want Naomi raakte verbitterd. Ze gaf God de schuld van haar problemen. “God heeft me alles ontnomen”. Toen ze werd begroet in Bethlehem, zei ze: “Noem me vanaf nu maar Mara, want ik ben een verbitterde vrouw”. Teleurgesteld in God en het leven. Een verbitterde vrouw. Maar zo was Ruth helemaal niet. Ruth zei: “Luister, Naomi, ik ga met de armen naar het akkerland. Ik ga achter de maaiers aan en volgens de mozaïsche wet mag ik de aren rapen en dan hebben we iets te eten”. Ze vertrekt en komt terecht op de akker van Boaz die toevallig familie is van Naomi. Boaz ziet haar en zorgt dat de maaiers extra aren voor haar laten liggen. Hij hoort wat ze voor Naomi heeft gedaan en dan gaat hij met Ruth in gesprek. Het is een wonderbaarlijk verhaal want bij Ruth komt er niets dan dankbaarheid uit. Alles wat ze zegt is doordrenkt met dankbaarheid. Als het leven je uitwringt, komt eruit wat er in je zit. Net zoals bij een spons: Wat erin zit, komt eruit. Als het leven je flink onder druk zet, komt je ware aard naar buiten. En het enige wat er bij Ruth uit kwam, was dankbaarheid. Ze uitte haar dankbaarheid voor het feit dat Boaz haar zag staan. Ze was dankbaar voor z’n vriendelijkheid en zei dat. Ze was dankbaar voor z’n gulheid en zei dat. Ze was dankbaar voor z’n bescherming en zei dat. Ze had ook kunnen zeggen: “Ik heb het zwaar gehad, je bent me dit verplicht”. Ze kon ook zeggen: “Ik heb Naomi geholpen, je bent me dit verplicht”. Ze kon ook zeggen: “Ik ben arm en jij bent rijk. Je bent me dit verplicht”. Maar ze eiste helemaal niets. Ze werkte hard en was dankbaar voor elk vriendelijke gebaar, hoe klein ook. En God zegende haar. God gaf haar een huis, een godvruchtige man Hij gaf haar rijkdom, invloed, ze werd de overgrootmoeder van David. Ze werd een voorouder van Jezus Christus. Ze had een hart vol dankbaarheid, terwijl ze het zo zwaar had. Ze had haar schoonvader verloren, haar man, haar zwager ze was haar inkomen kwijt, haar volk, haar land, ze was alles kwijt behalve God. En ze was dankbaar en dat leverde haar zo’n gezegend en rijk leven op. Dankbaarheid is zo belangrijk. In Deuteronomium 28 wordt beschreven hoe God de mensen zegent als ze Hem volgen en hoe ze vervloekt zullen zijn als ze Hem niet gehoorzamen. En er staat iets opmerkelijks, ik begin bij vers 45: “Al deze vervloekingen zullen over u komen… u achtervolgen en u treffen, totdat u weggevaagd wordt… omdat u de stem van de Heer, uw God, niet gehoorzaam geweest bent. Ze zullen voor u en uw nageslacht tot een teken en een wonder zijn… tot in eeuwigheid. Omdat u de Heer, uw God, niet gediend zult hebben met blijdschap en hartelijke vreugde, vanwege de overvloed van alles.”
God had Zijn zegenende en beschermende hand op hen gelegd maar toen ze ondankbaar waren, trok Hij die hand terug. En de vloek, waaronder de wereld al gebukt ging, trof hen toen God Zijn hand terugtrok. God zei: “De oorzaak van dit alles is jullie gebrek aan dankbaarheid. Jullie ondankbaarheid heeft dit alles teweeggebracht”. Ik had ooit een gesprek met m’n ouders. Een man die het moeilijk had, had net een week bij ze gelogeerd en toen hij weer vertrokken was, ging ik bij ze langs. “Hoe was het?”. Ze zeiden: “We zijn nog nooit zo blij geweest dat iemand hier wegging”. Ik zei: “Hoezo dan?”. “Hij was ongelofelijk ondankbaar. Hij had overal wat over te klagen. Het eten was niet goed genoeg, het was niet goed gekruid. We aten niet op de juiste tijd. Hij had van alles aan te merken op z’n bed”. Hij gaf z’n vuile was aan m’n moeder. “Hij verwachtte dat ik alles zou wassen en strijken en dat heb ik gedaan. En toen had ik weer niet goed gestreken en z’n broeken niet goed opgevouwen. Hij heeft ons niet één keer bedankt voor het eten. Geen enkel bedankje voor onze gastvrijheid. Hij bedankte ons helemaal nergens voor. Hij gedroeg zich alsof hij er recht op had en niets voldeed aan z’n verwachtingen. We waren zo blij om hem de deur uit te zien lopen toen hij vertrok”. Er gaat een grote aantrekkingskracht uit van dankbaarheid en er gaat iets afstotends uit van ondankbaarheid. Ik heb dit al eens eerder verteld maar we hebben ooit met alle gemeenteleden die dat wilden gezinnen geadopteerd die geen geld hadden om Kerst te vieren. Dus Janet, ik en de kinderen adopteerden een stel met een zoontje. We deden kerstinkopen met het geld dat we anders aan elkaar hadden besteed. Ik kocht een cadeau voor de vader, iets wat mij erg leuk leek m’n vrouw kocht iets voor de moeder en we zeiden tegen de kinderen: “Dit bedrag zouden jullie krijgen. Kies maar wat uit voor dat jongetje”. Dus de kinderen zochten ook wat uit. We gingen naar die mensen, ze hadden een klein tweekamerappartementje. We klopten aan, ze lieten ons binnen en we zetten al die cadeaus neer. En de vader barstte in tranen uit. Ik zal het nooit vergeten, hij hief de armen omhoog en prees God. En de kamer vulde zich met een heilige kracht. Ik wilde bijna m’n schoenen uitdoen, omdat het als heilige grond voelde. De kamer vulde zich met Gods aanwezigheid. We keken elkaar aan, iedereen voelde het. De vader stond daar, de tranen rolden over z’n wangen. Ondertussen was het jochie als een dolle aan het uitpakken. Maar het was prachtig. Er gaat een Goddelijke aantrekkingskracht uit van dankbaarheid. Dan de tweede waarheid over een dankbaar hart. Een gul hart komt voort uit een dankbaar hart. Er staat een wonderbaarlijk verhaal in Numeri 31. De Israëlieten nemen het op tegen de Midianieten. De Midianieten hebben een veel groter leger en de Israëlieten laten duizend man per stam ten strijde trekken. Dus met 12.000 man nemen ze het op tegen de Midianieten. En Israël zegevierde maar God deed iets heel bijzonders bij die strijd. Ik ga het voorlezen, Numeri 31, vers 48: “Toen kwamen de aanvoerders van de duizenden van het leger de bevelhebbers van duizend en die van honderd, bij Mozes. En zij zeiden: Uw dienaren hebben het aantal opgenomen van de mannen die onder ons bevel stonden. Van ons ontbreekt niet één man. Daarom zullen wij de Heer een offergave brengen. Ieder wat hij gevonden heeft: goud, armbanden, ringen of een halssieraad om verzoening te doen voor het aangezicht van de Heer.”
“Mozes en de priester Eleazar namen het goud en de sieraden van hen aan. Al het goud van het hefoffer dat zij brachten van de bevelhebbers van duizend en die van honderd, bedroeg 16.750 sikkel.”
Dat is nogal wat. 16.750 sikkel. Dat is bijna 300 kilo goud. Dat komt neer op minstens twaalf miljoen dollar. Buitengewoon veel, want ze zeiden dat dit het hefoffer voor de Heer was. Maar dat speciale hefoffer wordt in Exodus 30 beschreven. En de wet schreef letterlijk voor dat je een halve sikkel zilver als hefoffer moest geven. Of je nu rijk was of arm, iedereen gaf hetzelfde: een halve sikkel, wat neerkomt op ongeveer vijf dollar. Dat schreef de wet voor. En deze mannen geven tweehonderd keer zoveel per persoon als was voorgeschreven. Hoe zit dat?. Waarom zo ontzettend veel? Betaalden ze zo voor Gods zegen en bescherming?. Zeker niet, dit was de reactie van een dankbaar hart. Toen ze beseften wat God had gedaan, liep hun hart over van dankbaarheid. Stel het je eens voor: de aanvoerders komen verslag uitbrengen bij hun bevelhebber. Hij zegt: “Goed, Ruben, hoeveel mannen zijn er gesneuveld?”. “Niet één, meneer.” “Wat zeg je?”. “Er ontbreekt niemand. Er is niemand gesneuveld.” “Is dat wel mogelijk? En Juda?”. “We zijn compleet.” Zo ging het bij elke stam. En er viel vast een gewijde stilte toen ze beseften wat God had gedaan. Ze hoefden bij niet één weduwe aan te kloppen om te zeggen dat haar man niet thuis zou komen. Ze hoefden tegen geen enkel kind te zeggen: “Je vader komt niet meer terug”. En terwijl ze daar in die stilte lieten bezinken wat God had gedaan was er vast iemand die ineens zei: “Ik ga God een offergave brengen. Ik ben zo dankbaar”. Een ander zei: “Ik ook.” En uiteindelijk deed iedereen mee. En ze kisten wat ze eigenlijk hoorden te geven: vijf dollar. Maar ze gaven ieder tweehonderd keer zo veel. En waarom?. Een gul hart komt voort uit een dankbaar hart. In Johannes 12 giet Maria een pond nardusolie anderhalf jaarloon aan luxe olie, over Jezus’ voeten. Een ongelofelijk duur geschenk. Hoeveel verdien jij in anderhalf jaar?. Zou je dat allemaal in één keer aan de kerk geven?. Dat deed zij wel. Anderhalf jaarloon had het gekost. Johannes 12: “Waarom, Maria?”. Misschien omdat Jezus in Johannes 11 haar broer uit de dood had gewekt. En in Johannes 12 waren ze bij Maria en Martha thuis. En Lazarus zat aan tafel. Ik stel me zo voor dat Maria Lazarus en Jezus samen zag lachen. Misschien vroeg Jezus wel: “Wat heb je gezien? Hoe was het aan gene zijde, Lazarus?”. En Maria moet hebben gedacht: Een paar uur terug stond ik bij z’n graf. Kijk nou wat God heeft gedaan. En haar natuurlijke reactie was deze enorme gulheid. In Lucas 19 hebben we Zacheüs. Een tollenaar, hij werkt voor de Romeinen, hij is een overloper. Alle Israëlieten haten hem. En hij is klein. Hij kan niets zien als Jezus eraan komt en besluit in een boom te klimmen. Jezus stopt bij de boom. “Zacheüs, ik kom vanavond bij je eten, schikt dat?”. Zacheüs snelt naar beneden en mensen zeggen: “Hij gaat eten bij een zondaar”. Jezus is de Vriend van zondaren en op bezoek gaan bij een zondaar is goed. We kunnen ze niet bereiken als er geen contact is. Maar goed, Jezus gaat met Zacheüs mee en hij zegt: “Ik geef de helft van wat ik bezit aan de armen. En als ik iemand heb afgeperst, geef ik dat vierdubbel terug”. Betaalde hij omdat Jezus aardig was? Omdat Jezus hem zag staan?. Nee, hij liep simpelweg over van dankbaarheid. Is Jezus al bij jou thuis geweest?. Heeft Hij je zien staan?. Heeft Hij je omarmd, ondanks je verleden?. Mij wel. Gulheid is de normaalste zaak van de wereld. Het stroomt vanzelf uit een dankbaar hart. Dat zijn ware woorden. De meest voor de hand liggende reactie van een dankbaar mens is gulheid. En ik wil je uitnodigen. Als je ons werk nog nooit hebt gesteund en regelmatig kijkt en gezegend bent overweeg ons dan eens te steunen, of een ander doel, als je maar gul bent. Wees gul voor je eigen kerk, voor je buren, voor je collega’s. Laat de gulheid stromen. We zijn enorm dankbaar voor de steun die wij krijgen waarmee we onze boodschap wereldwijd in vele talen kunnen verspreiden. En ik bid dat God je blijft zegenen. Dat je een hele reeks dingen hebt om dankbaar voor te zijn want God is goed, goed en nog eens goed voor je. We zien je graag terug. God zegene je.
-
mis geen enkele uitzending
Onze service voor jou: we sturen je wekelijks een email met de link naar de nieuwste uitzending.
Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!
Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.
naar de preektekst
Als je ook regelmatig updates van Bayless wilt ontvangen, vul dan hier je e-mailadres in. Om technische redenen is dit ook nodig als je alleen het script wilt ontvangen.
Geef een reactie