Je winkelmand (0)

Waarom God nu danken? Gebed met kracht!

Heb je ooit gebeden zonder antwoord te zien? Ontdek waarom ‘dank U’ zeggen vóórdat je het antwoord ziet, de sleutel is tot doorbraak in je gebedsleven. In deze krachtige boodschap neemt Bayless Conley je mee naar het graf van Lazarus, waar Jezus ons het krachtigste geheim van gebed laat zien. Een boodschap die je gebedsleven voorgoed zal veranderen.

Downloaden als PDF
  • Fijn dat je er vandaag bij bent, vriend. Wat ik je ga vertellen is naar mijn mening zo fundamenteel en essentieel voor een gelovig leven dat je, als je dat niet begrijpt, niet door geloof zult wandelen. En dan kun je God niet behagen, want volgens de Bijbel kun je zonder geloof God onmogelijk behagen. Het is niet moeilijk, het is onmogelijk om God zonder geloof te behagen. Er staat geschreven: “Gelovigen wandelen door geloof en niet door aanschouwen”. We verdiepen ons hier in een verhaal over Jezus en Zijn vriend Lazarus die is gestorven. Ik zal wat verzen daaruit bespreken en er wat achtergrond bij geven. Maar iets wat Jezus zegt, en het zijn maar een paar woorden die zo vol waarheid en betekenis zitten dat het, zoals ik al zei, letterlijk fundamenteel is voor onze wandel in geloof. En fundamenteel om God te behagen. Lazarus, Maria en Martha waren broer en zussen. Jezus had hen lief. Hij logeerde vaak bij hen in Bethanië. Jezus is daar een keer ergens in de buurt. De Joden zijn door onzichtbare krachten opgezweept geraakt. Zoals we weten komt de duivel als een dief om te stelen, te doden en te verwoesten. Ze willen Jezus stenigen, maar Hij ontkomt. Hij is dus verdwenen. Hij is aan de kokendhete pot vol haat en moord ontkomen, zeg maar. Ze zijn woedend, omdat ze Hem willen doden. Maar Hij is weg. Direct nadat Hij weg is, krijgt Hij een bericht van Maria en Martha, dat hun broer Lazarus ziek is. Dan moet Hij naar diezelfde streek terugkeren om iets voor Zijn vriend te doen. Als we de tijd namen om het hele verhaal te lezen lezen we dat Jezus tegen Zijn discipelen zegt: “We moeten naar Lazarus”. En zij zeggen: “De Joden wilden U stenigen en dan gaat U daar weer heen?”. En dan doet Hij een paar interessante, symbolische, metaforische uitspraken. Iets in de richting van: “Ik ontvang licht van de Heilige Geest. Ik heb vernomen dat het veilig is om daarheen terug te gaan”. Zij verwachten dat ze samen zullen sterven. Thomas zegt: “Laten ook wij gaan om samen met Hem te sterven”. Dus dat speelt er min of meer. Het verhaal begint in deze setting. Jezus is net weg en dan komt hier de boodschap. “En er was iemand…” Johannes 11:1: “En er was iemand ziek, Lazarus van Bethanië, uit het dorp van Maria en Martha. Maria nu was het die de Heer gezalfd heeft met mirre en Zijn voeten afgedroogd heeft met haar haren; haar broer Lazarus was ziek. Zijn zusters stuurden Hem de boodschap: Heer, zie, hij die U liefhebt, is ziek. En toen Jezus dat hoorde, zei Hij: Deze ziekte is niet tot de dood maar is er met het oog op Gods heerlijkheid, opdat Gods Zoon verheerlijkt wordt. Er staat dat dit een mooie gelegenheid is om Gods heerlijkheid tentoon te spreiden. Vers 5: “Jezus nu had Martha en haar zuster en Lazarus lief. Toen Hij dan gehoord had dat hij ziek was, bleef Hij nog twee dagen waar Hij was. Daarna zei Hij tegen de discipelen: Laten we weer naar Judea gaan. Zij zeiden: Rabbi, de Joden hebben U geprobeerd te stenigen. En gaat U daar weer heen?” 

    Daar had ik het al over. Jezus zegt: “Zijn er geen twaalf uur in een dag? In het licht struikel je niet”. Hij zegt in feite op metaforische wijze dat Hij verlichting heeft ontvangen en weet dat het daar veilig is. De discipelen zullen dat niet hebben begrepen, maar zo zit het wel. Jezus keert terug, en ze hebben Lazarus al in het graf gelegd. Hij is overleden. We gaan verder bij vers 38. Jezus staat bij het graf. “Jezus dan, opnieuw heftig bewogen in Zichzelf, kwam bij het graf. Het was een grot, en er was een steen op gelegd. Jezus zei: Neem de steen weg. Martha, de zuster van de gestorvene, zei tegen Hem: Heer, hij ruikt al want hij ligt hier al voor de vierde dag. Jezus zei: Heb Ik niet gezegd dat u, als u gelooft, de heerlijkheid van God zult zien?. Zij namen dan de steen weg waar de gestorvene lag. En Jezus hief de ogen omhoog en zei: Vader, Ik dank U dat U Mij verhoord hebt. Ik wist dat U Mij altijd verhoort. Maar ter wille van de menigte die om Mij heen staat, zeg ik dit. Opdat zij geloven dat U Mij gezonden hebt. En toen Hij dit gezegd had, riep Hij met een luide stem: Lazarus, kom naar buiten!. En hij kwam naar buiten, gebonden aan handen en voeten met grafdoeken. En zijn gezicht was omwonden met een zweetdoek. Jezus zei: Laat hem weggaan.” Dus Lazarus is weer tot leven gekomen. Jezus staat daar voor het graf en Hij zegt: “Vader, Ik dank U dat U Mij verhoord hebt.” Oftewel, Hij had al gebeden en met de Vader over deze zaak gesproken. “Dank U dat U Mij hebt verhoord.” In de verleden tijd, dus. Eigenlijk zit het ook al in het verhaal dat Jezus met de Vader had gesproken. De boodschap die Jezus aan de boodschappers meegaf om aan Maria en Martha over te brengen luidde: “Deze ziekte is niet tot de dood, maar is er voor Gods heerlijkheid. Opdat Gods Zoon erdoor verheerlijkt wordt.” Het is geen dodelijke ziekte, maar een kans om Gods heerlijkheid te tonen. Jezus legde een geloofsverklaring af. Een uitspraak die tussen Zijn hart en dat van de Vader weerklonk. Wat Hij zei werd opgeroepen door en was in overeenstemming met de Geest. Ik zal je vertellen waarom ik dat zeg. In Johannes 14:10 zegt Jezus: “Gelooft u niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is?. De woorden die Ik tot u spreek, spreek Ik niet uit Mijzelf maar de Vader, Die in Mij blijft, zal de werken die Ik doe, ook doen.” 

    Jezus zegt dat Hij die woorden niet uit Zichzelf spreekt maar dat ze van de Vader afkomstig zijn. Jezus zei niet in het wilde weg iets toen Hij zei: “Deze ziekte is niet tot de dood maar is er met het oog op Gods heerlijkheid, opdat Gods Zoon verheerlijkt wordt.” Die woorden waren Hem ingeblazen door de Heilige Geest. Jezus zei: “Ik dank U dat U Mij verhoord hebt .” Maar ho even. Hoe zit het dan met de getuigenis van z’n familieleden die zagen dat hij dood was. Hoe zit het met de dokter die hem al heeft doodverklaard?. Hoe zit het met de omstandigheden, de tastbare feiten, uw eigen waarneming die u ingeven: “Dit heeft niet gewerkt, Jezus. De Vader heeft u niet verhoord, dat is overduidelijk. Iedereen en alles wijst erop dat het niet heeft gewerkt. U hebt misschien wel gebeden en met de Vader gesproken maar het heeft niet gewerkt. Lazarus is dood. Hij is al vier dagen dood, en iedereen weet het”. Maar dit korte gebed onthult, zoals ik net al zei een van de meest fundamentele principes van het geloof dat we moeten geloven dat God ons heeft gehoord. Zelfs als… Juist als er geen tastbare bewijzen zijn om dat te ondersteunen. Er zijn twee reusachtig belangrijke woorden die we moeten uitspreken als we gebeden hebben. Die twee woorden drukken als niets anders ons geloof uit. “Dank U.” Ik wil het hebben over dankbetuigingen vanuit geloof. Luister hier maar naar: Filippenzen 4:6: “Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God .” 

    “Wees niet bezorgd.” Maak je over niets zorgen. Niet over je kinderen, je baan of je gezondheid. Niet over de economie, wie er aan de macht is, de regering je buren die de grens tussen jullie grondgebied aanvechten. Niet over wat er op je werk gaande is. Maak je nergens zorgen over. Maar richt je onder alle omstandigheden met gebed en smeken… “Gebed’ is een algemeen woord voor aanbidding. Terwijl ‘smeken’ betrekking heeft op een heel specifiek verzoek. Dus richt je verzoek aan God onder alle omstandigheden samen met ’n dankwoord. Met andere woorden: als je bidt, moet je: “Dank U” zeggen. Als je niet geleerd hebt na een gebed Dank U te zeggen, dan is ’t gebed niet compleet. “Laat uw verlangens met dankzegging bekend worden bij God en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.” Als we bidden moeten we leren “Dank U” te zeggen. Ik heb een vriend gehad, ene Norman Gordon. Norman is al tientallen jaren in de hemel. Toen ik hem leerde kennen, was hij al wat ouder. We raakten dik bevriend. Hij kwam vaak in onze kerk. Hij was erg goed in het prediken van het geloof. Hij was in de jaren 40 en 50 in de zogenaamde ’tent revivals’ actief geweest. Bij een van de beroemdste rondreizende genezende evangelisten tijdens die opwekking van genezingen die over ons hele land trok. Hij was dik bevriend met degene die een van de grootste tenten in het land had in die tijd. Men zei dat die evangelist een roekeloos geloof had. M’n vriend Norman stond die specifieke avond achter de camera. Hij filmde met zo’n ouderwetse camera wat er gebeurde. Een rij mensen stapte een voor een naar de evangelist, die dan voor hen bad. Er kwam een man naar hem toe. Norman heeft me dit verteld. De man had een groot gezwel op z’n gezicht. Misschien kanker. Het was heel naar om te zien, zei hij. Het was groot en misvormend, en bood niet bepaald een prettige aanblik. De Evangelist legde hem de handen op, bad voor hem, en de man ging weer zitten. In elke dienst na die eerste avond werd er tijd ingeruimd voor getuigenissen. Mensen die in de voorafgaande dienst waren genezen, stonden op en zeiden: “Ik heb tien jaar niet kunnen bukken, en moet je nu zien”. Of: “Ik liep op krukken, maar God heeft m’n voeten genezen”. Zulke getuigenissen. En die man heeft nog steeds dat gezwel op z’n gezicht. Maar hij gaat de avond daarna wel in de rij staan. Hij komt bij de microfoon. Hij zegt: “Ik wil getuigen dat toen broeder zus-en-zo bad, God mijn gezicht heeft genezen”. M’n vriend Norman zei: “Iedereen keek elkaar ongemakkelijk aan. Zo van: Dat gezwel zit er nog, je kunt niet zeggen dat God je heeft genezen. De avond erna staat hij weer op en komt getuigen: “Ik wil even kwijt dat ik op de eerste avond van deze kruistocht de evangelist legde me de handen op en God genas me van het gezwel op mijn gezicht.” En de derde avond ging het weer zo. Heel ongemakkelijk, zei Norman. Helemaal als hij weer op z’n plek ging zitten en iedereen naar hem keek en met het hoofd schudde. Maar goed. Op de volgens mij vierde avond van die campagne verscheen hij weer en z’n gezicht was helemaal normaal. Met een mooie huid op z’n gezicht en het gezwel in een pot. Hij vertelde dat hij zich aan het scheren was, tot aan de rand van het gezwel. Dus om dat gezwel heen ontstonden er een soort bakkebaarden. “Ik was me aan het scheren, en ineens valt dat ding zo van m’n gezicht in de wasbak. En op m’n gezicht zat mooie nieuwe huid. Ik heb dat geval in een pot gedaan, en kijk aan”. Die hele tent ging totaal uit z’n dak. En iedereen wilde weten wanneer dat precies was gebeurd. Norman zei: “En die man reageerde zo. ‘Het is gebeurd toen de evangelist me de handen had opgelegd en voor me bad’.” Menigeen krabde zich op z’n bol. Ze snapten er niks van. Hijzelf begreep wel iets over geloven. Hij geloofde dat hij de genezing had ontvangen toen hij bad. Luister naar deze verzen uit 1 Johannes 5:14: “En dit is de vrijmoedigheid die wij hebben in het toegaan tot God. Dat Hij ons verhoort, telkens als wij iets bidden naar Zijn wil.” 

    Dus dan verhoort de Heer ons. Als wij om iets vragen zoals Hij dat wil, weten we dat Hij ons verhoort.” En dan: “En als wij weten dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden dan weten wij dat wij het gevraagde, dat wij van Hem hebben gebeden, ontvangen.” “Maar hoe weet je nu dat je bidt in overeenstemming met wat God wil?. Niemand weet wat God wil.” Dat kun je wel weten, vriend. Efeze 5:17 luidt: “Wees daarom niet onverstandig, maar begrijp wat de wil van de Heer is.” 

    God zou niet zeggen dat we dat moeten weten als we dat niet konden weten. Eenvoudig gezegd: Gods Woord is Zijn wil. Als Hij iets belooft, dan is dat Zijn wil. God belooft niets wat Hij niet van plan is waar te maken. We begrijpen het als Jezus zegt: “Wanneer de Geest komt, zal Hij niet op eigen gezag spreken, maar Hij zal de zaken van de Vader en Mij aan jou onthullen en overbrengen. De Heilige Geest zal je leiden en tot je spreken.” We begrijpen dat er specifieke zaken zijn wat onze situatie of roeping in het leven betreft die de Heilige Geest aan ons zal onthullen als Gods wil en plan voor ons. Neem mij. Ik ben de pastor van een gemeente. Er zijn dingen die me jaren geleden door de Geest van God zijn ingefluisterd op de plaats van gebed, waarvan ik wist dat die zouden uitkomen. En stuk voor stuk zijn ze uitgekomen. En het is misschien niet een belofte uit de Heilige Schrift die van toepassing is op iemand in een ander soort beroep of gewoon iemand anders. Maar God heeft bepaalde dingen in mijn hart gelegd. Dingen die Hij wil, die Hij aan mij zou onthullen. Maar er zijn dingen die volgens de Schrift aan ons als gelovigen toebehoren. Dingen die deel uitmaken van ons erfgoed, die God aan ons gelovigen beloofd heeft. Als Hij die beloofd heeft, zijn ze Zijn wil. En dan vers 15: “En als wij weten dat Hij ons verhoort als wij om iets vragen, dan weten we ook absoluut zeker dat wij het gevraagde, dat wij van Hem hebben gebeden, ook zeker ontvangen .” 

    Dus als ik in overeenstemming met Gods wil bid, zoals dat in Zijn Woord staat als deel van Zijn plan voor een lid van Zijn Gemeente, het lichaam van Christus Als een in bloed gewassen, gered lid van Zijn familie dan weet ik absoluut zeker dat Hij naar me luistert als ik wat dan ook vraag. Dit lees ik nog eens. “Wij weten ook absoluut zeker dat wij het gevraagde, dat wij van Hem hebben gebeden, ontvangen .” Al voordat we ze zien en ze kunnen aanraken, proeven en beroeren krijgen we ze overhandigd als onze bezittingen in de tegenwoordige tijd. Er is tweemaal sprake van ‘weten’. Dat Hij ons verhoort en dat we hebben. Jezus zegt: “Vader, Ik weet dat U Mij altijd verhoort. Dat weet Ik .” De verzen in 1 Johannes 5 luiden: “Wij weten met zekerheid en vol vertrouwen .” 

    Als we weten dat de Vader ons hoort, ook al zijn er bewijzen van het tegendeel zal ons hart en zullen onze lippen nog steeds zeggen: “Dank U.” Ik heb een vriend die ook pastor is. Die vertelde eens dit verhaal. Ik had hem uitgenodigd om te spreken. Het is al een hele tijd geleden. Waarschijnlijk een jaar of dertig geleden, misschien wel. Hij vertelde dat hij eens een vreselijke huidaandoening had. Het zag er onsmakelijk uit. En het voelde aan alsof hij in brand stond. Het leek wel of z’n lichaam alsmaar in brand stond. Hij ging naar de dokter en die schreef hem crèmes en zalfjes voor. En niets hielp. Het werd niet beter. Hij bad alsmaar, maar het hielp niet. “En op een dag besefte ik iets,” zei hij. En toen sprak hij over Markus 11:23-24. In vers 24 staat: “Alles wat u biddend begeert, geloof dat u het ontvangt en het zal u ten deel vallen .” 

    Hij dacht: ho even. Ik wilde dat hebben en dan pas geloven dat ik het zou ontvangen. Ik wilde een duidelijke manifestatie. Zoals ik ertegenaan keek was dat zodra die roodheid, de pukkels en het jeuken voorbij waren ik dat had ontvangen en dan pas God ervoor zou bedanken. Maar dat gebeurde gewoon niet. Week na week, maand na maand bad ik. Ik probeerde er medische zorg voor te vinden. En die dag drong het ineens tot me door, toen ik Jezus’ woorden las. “Wat u biddend begeert, geloof dat u het ontvangen zult en het zal u ten deel vallen.” Hij zei: “Ineens drong tot me door dat ik moest geloven dat ik het had ontvangen. Ik baseerde m’n gebeden op de verzen: “En door Jezus’ striemen was er voor mij genezing. Hij heeft mijn pijn gedragen.” Hij zei: “Ik zag dat het werk al verricht was. Maar ik had het nooit in geloof ontvangen.” Hebreeën 11:1: “Het geloof is een grond van de dingen die men hoopt een bewijs van de zaken die men niet ziet.” 

    Voor dingen die we zien hebben we geen geloof nodig. Tot het zichtbaar is, is Gods belofte mijn bewijs. Mijn bewijs is Gods Woord. Het geloof is een grond van de dingen die men hoopt een bewijs van de zaken die men niet ziet. “Dus ik deed dit,” zei hij. “Ik bad: Vergeef me, Vader, voor al die gebeden. Al die jaren heb ik in ongeloof gebeden. Ik wachtte en hoopte tot U het zou doen. Ik wachtte maar, en ik zou Dank U zeggen zodra U het had gedaan. Tot ik besefte dat ik nu moet geloven dat ik het ontvang. Volgens Uw Woord, Vader, heeft Jezus mijn ziekten en pijn op Zich genomen. Ik ontvang nu het antwoord door het geloof. Dat heeft Jezus me geschonken. Dank U. Dank U dat U mij hebt genezen. Dank U dat het volbracht is. Zonder dat er tastbaar bewijs was dat er iets was veranderd.” Maar volgens mij binnen 48 of 72 uur was die huidaandoening verdwenen, en het is nooit meer teruggekomen. Hij zei: “Toen ik het eenmaal goed deed. Alleen hopen dat God er in de toekomst voor zou zorgen dat het gebeurde blijven bidden dat God het zou doen, en wachten met bedanken tot het zover was dat was geen geloof. Geloof is toen ik als Jezus bij het graf van Lazarus stond en zei: ‘Vader, ik dank U dat U mij hebt gehoord.'” Janet en ik zijn inmiddels 42 jaar getrouwd. We gaan aardig richting 43 jaar. Toen we pas getrouwd waren, was ik assistent-pastor bij een gemeente, met een salaris van 300 dollar per maand. Dat was toen heel wat meer waard dan nu, uiteraard. Ik werkte erbij als glaszetter. Janet werkte een paar dagen per week als verpleegkundige. Met die twee salarissen konden we ons flatje huren onze vaste lasten en de boodschappen betalen. En natuurlijk gaven we altijd het eerste deel aan Gods huis. Maar dan bleef er niet veel over. We moesten elke stuiver omdraaien. Als pasgetrouwden gingen we niet op vakantie. Toen ik daar een jaar werkte, kreeg ik een week vrij. Ik had indertijd een Volkswagen-busje. We zouden onze allereerste vakantie samen hebben. Ik had een hele week vrij. Dus zij nam die week vrij bij het ziekenhuis. We hadden geen geld en we wilden langs de kust van Californië rijden. En dan door Oregon tot aan de staat Washington. We zouden in het busje slapen, want we hadden geen geld voor een hotel. We konden nog niet één nacht in een hotel betalen. Indertijd waren hotels niet vreselijk duur. We hadden maar net genoeg geld om onderweg eten te kopen. We hadden uitgerekend hoeveel de benzine en het eten zouden kosten. We zouden in m’n busje slapen. We zouden een parkeerplek of een strand opzoeken om de auto neer te zetten. We zouden achter in de auto slapen. Dat moest te doen zijn voor 400 dollar. We hadden samen zo’n 20 dollar. De rekeningen waren betaald, we waren blij. We zeiden een gebed en vroegen aan God: “We gaan op vakantie, Heer. We willen 400 dollar. Geef die ons in Jezus’ naam .” We baden een paar dagen. Er gebeurde niets. Er dienden zich geen extra klusjes voor mij aan. Toen kwam de dag van het vertrek. Dus we pakten het busje in. Iemand belde ons op en zei: “Kunnen jullie onderweg even bij ons langs komen? We willen gewoon even afscheid nemen, al zien we jullie over een week weer .” Prima, zei ik. Dus we stapten in, en we vertrokken in geloof. En we hadden zo’n 27 of 28 dollar bij ons. Waar gebeurd verhaal. We stapten in en gingen gewoon op weg. We baden en bedankten God: “Dank U voor die 400 dollar, Vader .” We dankten en loofden Hem daarvoor. We stopten bij het huis van die mensen. Ik klopte bij ze aan. “Jullie wilden dat we langskwamen. We zijn op weg.” Ze zeiden: “Fijn dat jullie er zijn. God heeft tot ons gesproken. We moeten jullie iets geven .” Ik kreeg een envelop en bedankte. “Dat was het, ga maar,” zeiden ze. Oké, zei ik. We stapten in. We rijden de straat door, Janet maakt de envelop open. En daar zit 400 dollar in. We hadden een heerlijke tijd. We sliepen op het strand. En één keer op een parkeerplaats. En in Washington aten we een keer gerookte zalm. We redden ons prima met die 400 dollar. Maar we hadden geleerd om vanuit geloof te bedanken. Beste vriend, het geloof zegt dank voordat het tastbare bewijs arriveert voordat de dingen veranderen. De rechtvaardigen gaan hun weg in geloof. Zonder geloof kun je God niet behagen. Ik moedig je aan om in geloof je weg te gaan. Geloof in Gods beloften, geloof in wat Hij zegt, en niet in aanschouwen.

  • Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vond je de uitzending fijn?

Stuur het dan door of deel het op sociale media om anderen ook te bemoedigen!

Ook interessant voor jou?
artikelen

Weet je wat het belangrijkste voornemen voor 2026 is?

uitzending

Bidden vanuit je hart – Filippenzen

Product

Bidden – maar hoe?

korte video

Pasen 2025: Wat betekent de opstanding vandaag voor jou

Steun ons werk

Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!

Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.