Waarom jouw verhaal er ook toe doet (1)
In de Bijbel vinden we veel verhalen van mensen die worstelden met problemen – en deze door Gods genade wisten te overwinnen! Laat deze krachtige verhalen je aanmoedigen om in je huidige moeilijke situatie te volharden, trouw te zijn en moedig voor Jezus te kiezen!
-
Hallo, vriend. Ik ben blij dat je vandaag naar me kijkt. Ik ga het hebben over de kracht van je verhaal. In de Bijbel zijn er mensen tegen wie Jezus zei dat ze hun verhaal moesten vertellen. De apostel Paulus vertelde z’n verhaal steeds weer. Daar gaan we naar kijken en ik ga wat van mijn verhaal met jullie delen. Doe je veiligheidsriem om, zet je valhelm op. Daar gaan we. De verhalen horen bij de dingen die ik zo geweldig vind aan de evangeliën. De hele Bijbel staat vol met verhalen van mensen. Mensen zoals jij en ik. Ze hadden te maken met dezelfde dingen, soms met andere dingen. We zien in hun verhaal dat God ingrijpt. Dat God hun levenspad kruist. Ze zijn op weg naar de hel, God kruist hun pad en ze gaan naar de hemel. Er is verwoesting, depressie en ziekte. God komt op hun pad en dan gaat het in de richting van zegen, gezondheid en vrede. God kan ook jouw leven doorkruisen, vriend. Het is geen toeval dat je naar me kijkt. Dat je naar m’n stem luistert. Nee, dat is geen toeval. Jawel, ik heb het tegen jou. Er is een God in de hemel Die jouw naam kent en Hij wil dat jij over Hem vertelt zodat anderen horen over de machtige dingen die Hij voor jou doet. Ik zit hier voor de camera en kom binnen in je woonkamer, hotelkamer of waar je ook maar kijkt. Of je luistert op je mobiele device. Ik zit hier als trofee van Gods genade. Zonder Zijn genade en Zijn ingrijpen in m’n leven, had ik hier niet gezeten. Soms denk ik dat het een wonder is dat ik lang genoeg leefde om gered te worden. M’n gestoorde levensstijl, de vele bijna-doodervaringen die ik had. Door m’n eigen domheid en de domheid van degenen om me heen. De Bijbel zegt: “Wie met wijzen omgaat, zal wijs worden maar wie omgaat met dwazen, zal het slecht vergaan.”
Ik ging om met dwazen en ik ging in zekere zin kapot, maar God had genade met me en nu zit ik hier. Er staat een wonderbaarlijk verhaal in Markus hoofdstuk 5. Misschien ken je het, misschien ook niet. Het gaat over een door demonen bezeten man die in de spelonken leefde. Sommigeb zullen denken: Maar dat was in Bijbelse tijden. Nee, vriend. Demonen bestaan echt. Demonische krachten zijn echt. Tegenwoordig verstoppen we ze, stoppen we ze in een inrichting, maar het probleem is geestelijk. Het is niet alleen een emotioneel probleem of een lichamelijk probleem. Soms is er iets met de hersenen, maar niet altijd. We hebben hier deze man. Het gaat over Jezus en de discipelen. Markus 5:1: “En zij kwamen aan de overkant van de zee, in het land van de Gadarenen. En toen Hij uit het schip gegaan was, kwam Hem meteen uit de grafspelonken iemand met een onreine geest tegemoet.”
“Hij hield in de grafspelonken verblijf en niemand kon hem binden, zelfs niet met ketenen. Hij was namelijk dikwijls met boeien en ketenen gebonden geweest maar de ketenen waren door hem in stukken getrokken en de boeien verbrijzeld, en niemand was in staat hem in bedwang te houden.”
“En hij was altijd, nacht en dag, op de bergen en in de grafspelonken en hij schreeuwde en sloeg zichzelf met stenen.”
Nogal een dramatisch verhaal. Weer denk je misschien: ‘Zoiets heb ik nog nooit gezien.’ Nou, ik wel. Als jonge christen was ik naar Mexico gegaan, waar ik missiewerk deed. We hielpen een evangelist met zendingswerk op het platteland. Ze hadden een stuk uit een heuvel gegraven, hadden het vlak gemaakt en hadden stenen neergelegd met houten planken erop. Er konden misschien zo’n duizend mensen zitten. Er preekte elke avond een evangelist en die evangelist was een vriend van me. Op een dag stond er een man op de heuvel, tijdens een sessie overdag, en hij begon grote stenen omlaag in het publiek te gooien. Ook smeet hij planken waar spijkers uit staken in het publiek. Hij sprong op en neer als een wilde aap. Hij bleek Jorge te heten en hij was bezeten van demonen. Hij was daar en ik herinner me nog dat een vrouw in het publiek hoogzwanger was en werd geraakt door een grote plank met een spijker erin. Die man danste in het rond als een wild dier. Hij smeet stenen en grote planken met spijkers erin omlaag in het publiek. Iemand zei tegen me: Bayless, ga er iets aan doen. Ik dacht: Er moet hier nog een Bayless zijn. Maar ze hadden het tegen mij. Ik was een jonge christen, maar ik had in de Bijbel gelezen over demonen. Dat Jezus zei: “En hen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: In Mijn Naam zullen zij demonen uitdrijven.”. Vriend, ik geloof in de Naam van Jezus. Dus ik liep naar de voet van de heuvel en daar stond die man. Z’n tanden stonden alle kanten op en ze waren volgens mij geslepen. Hij kwijlde, hij had een plank met een spijker erin vast en hij draaide door. Ik wees op hem en zei: In de Naam van Jezus, ga zitten. Boem, hij ging op de grond zitten. Ik ging naar hem toe, legde hem de hand op, droeg de demonen op om weg te gaan en weet je: ze gingen weg. Toen ik later met hem sprak via een tolk, vroeg ik hem of hij wist wat de hemel en de hel was. We praatten met hem over Jezus. En hij zei: Ik weet wat de hel is. Ik zal z’n antwoord nooit vergeten. Hij zei: Het is alsof je constant brandt in het vuur, terwijl je het vuur niet kunt zien. Dat is me altijd bijgebleven.
Jorge stond bekend in de dorpen in de bergen als iemand die bezeten was van demonen. Hij had geen huis, droeg kapotte kleding en was een gevaar voor iedereen. Zoals de man in Markus 5 een gevaar was voor iedereen die hij tegenkwam. Ze hadden deze man geketend en meerdere keren opgejaagd als een dier. Ze hadden hem onderworpen en geketend, maar hij trok de ketenen kapot; hij had bovennatuurlijke kracht. Hij verbreekt de ketenen. Maar Jezus en de discipelen kwamen aan per schip. De door demonen bezeten man rent. Vers 6: “Toen hij nu Jezus uit de verte zag, snelde hij naar Hem toe en aanbad Hem. en met luide stem schreeuwde hij: Wat heb ik met U te maken, Jezus, Zoon van God de Allerhoogste? Ik bezweer U bij God dat U mij niet pijnigt! Want Hij had tegen hem gezegd: Onreine geest, ga uit van deze man!”
Het verhaal vertelt dat de man niet één demon had. Eén demon had de leiding en daarnaast had hij ook nog heel veel onreine geesten in zich. Jezus verdreef de onreine geesten uit de man. Ze gingen in een kudde varkens. Zo’n 2000 varkens renden een heuvel af en verdronken daarna in de zee. Een hele gebeurtenis. In vers 14 staat: “En zij die de varkens weidden, vluchtten en berichtten het gebeurde in de stad en op het land; en ze liepen uit om te zien wat er gebeurd was.”
“En zij kwamen bij Jezus en zagen de bezetene zitten gekleed en goed bij zijn verstand, namelijk hem die het legioen gehad had en zij werden bevreesd.”
Vriend, Jezus kan ervoor zorgen dat je bij je goede verstand bent. Als je nu kijkt, spreekt zo’n verhaal je misschien wel aan. Er zijn mensen die nu kijken en weten wat ik bedoel met ‘bezeten van demonen’. Je hebt gerommeld met het occulte, met hekserij of wat dan ook en je bent in grote spirituele problemen geraakt. Jezus Christus is groter dan de duivel en Hij kan je bevrijden. Je kunt vrij zijn van de onderdrukking, vrij van de stemmen die je constant hoort. Jezus Christus houdt van je en ik zeg in Zijn machtige Naam: Wees nu vrij. Je kunt worden zoals deze man. In alle rust zittend, gekleed en goed bij z’n verstand. Iedereen die bang was… De mensen kwamen, ze wisten wie die man was, ze hadden ontzag; ze dachten: we zijn aardig wat inkomen misgelopen. Alle varkens zijn verdronken. Ze vroegen Jezus om weg te gaan. In vers 18 staat: “En toen Hij in het schip ging, smeekte degene die bezeten was geweest Hem of hij bij Hem mocht blijven. Jezus stond hem dat echter niet toe.”
Dat is interessant. Ik begrijp het wel. Als Jezus mij zo vrijmaakt, wil ik bij Hem zijn. God zij dank is Hij nu hier bij ons met Zijn Geest. En wij kunnen bij Hem zijn. Jezus was toen beperkt tot één geografische locatie tegelijk. Hij had al twaalf discipelen, Hij had nog eens 70 mensen opgeleid. Jezus gaf hem geen toestemming, maar Hij zei wel dat hij iets moest doen: “Jezus stond hem dat echter niet toe, maar zei tegen hem: Ga naar uw huis naar de uwen, en bericht hun alles wat de Here voor u gedaan heeft en hoe Hij Zich over u ontfermd heeft.”
Eén vertaling luidt: “Jezus zei: Ga uw verhaal vertellen.”. Je verhaal heeft macht. Er staat: “Toen ging hij weg en begon in het gebied van Dekapolis alles te verkondigen wat Jezus voor hem gedaan had, en ze verwonderden zich allen.”
Dekapolis was letterlijk een gebied met tien steden. Die man reisde door dat gebied met tien steden en blijkbaar kende iedereen hem. Hij vertelde ze over Jezus’ genade voor hem en wat de Heer voor hem had gedaan. Ga naar huis, naar je vrienden, naar de mensen die je kennen. Vertel ze hoe de Heer je genadig is geweest. Vertel ze jouw verhaal. Stel je voor hoe dat geweest moet zijn. Mensen die hem hadden gekend, hem hadden gezien. Hoe was hij in die toestand geraakt? Ik weet het niet. Misschien rommelde hij met het occulte en raakte hij bezeten door demonen. Misschien overkwam hem iets traumatisch, waardoor hij emotioneel knakte waarna er een spirituele deur in z’n leven opende. Dat wordt ons niet verteld. We zien wel het resultaat en iedereen had zelf gehoord of gezien dat deze man wild was. Dat hij zich sloeg met stenen, dat hij dag en nacht schreeuwde. Hij gilde en jammerde als een wild, gewond dier. Hij kon niet geketend worden. Iedereen was bang voor hem, maar dan plotseling duikt hij op en is hij niet naakt. Kijkt hij niet wild uit z’n ogen en zit hij niet onder de viezigheid. Z’n haar is gekamd, z’n baard is gekamd. Hij is schoon. Hij heeft een glimlach op z’n gezicht. En het is interessant dat Dekapolis verder maar één keer wordt genoemd in het evangelie van Markus. Dat is later, als Jezus terugkomt naar Dekapolis, de regio met tien steden, als de man z’n verhaal heeft verteld. Markus is de enige evangelieschrijver die dit verhaal optekent. In Markus 7:31 staat: “En toen Hij weer weggegaan was uit het gebied van Tyrus en Sidon kwam Hij bij de zee van Galilea, midden door het gebied van Dekapolis.”
“En ze brachten een dove bij Hem, die moeilijk sprak en smeekten Hem dat Hij de hand op hem legde. En na hem uit de menigte apart genomen te hebben stak Hij Zijn vingers in zijn oren en na gespuwd te hebben, raakte Hij zijn tong aan. En terwijl Hij opkeek naar de hemel, zuchtte Hij en zei Hij tegen hem: Effatha! dat is: Word geopend!”
“En meteen werden zijn oren geopend en de band van zijn tong werd los en hij sprak goed.”
De laatste keer dat we lazen over al die mensen in Dekapolis zeiden ze tegen Jezus: Ga alstublieft weg van ons. We willen U hier niet. Ze stuurden Hem weg. Nu is Hij terug en brengen de mensen daar een man bij Hem die doof is. Die moeilijk sprak. Kwam dat door het verhaal van de man die door demonen bezeten was geweest?. Misschien hoorden ze hem vertellen over Jezus’ genade en dan horen ze dat Jezus na al die tijd terug is in het gebied. En ze nemen hun vriend mee. Misschien was die man doof geboren. Vriend, ik zeg het je: jouw verhaal heeft kracht.
Misschien denk je: Bayless, zo’n dramatisch verhaal heb ik niet. Of ik zeg er nu iets over, of anders de volgende keer dat we bij elkaar zijn. Dan vertel ik wat van mijn verhaal. Ook als je verhaal niet dramatisch is als dat van die door demonen bezeten man of misschien dat van mij. Het verhaal over hoe ik tot Christus kwam, heeft ook drama. Misschien besefte jij op een dag wel dat je een Verlosser nodig had. Je deed je best om goed te leven, je betaalde belasting, was een goede burger. Je was goed voor dieren, je wilde een goede vader, man of vrouw zijn. Tot je op een dag besefte dat je verloren was zonder de zaligheid die Jezus geeft, want de Bijbel zegt: “Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God.”
Dus kwam jij tot Jezus en werd je gered. Er zijn heel veel mensen die jouw verhaal moeten horen. Zij volgen hetzelfde pad. Sommigeb denken: ik ben een goed mens. Ik bedrieg niemand. Ik lieg niet, ik probeer eerlijk zaken te doen. Als er een hemel is, zal God mij zeker binnenlaten. Vriend, we komen niet in de hemel door onze goede werken. Er is iemand die jouw verhaal moet horen. M’n vrouw… Ik heb een voorgeschiedenis van drugsgebruik en alcoholisme. Ik hield me bezig met occultisme en van alles. M’n vrouw is een boerendochter en ze deed haar best om een goed mens te zijn. Op een dag besefte ze dat ze net zo verloren was als zo iemand als ik. Iemand die gestoord leefde, fouten had gemaakt, schandelijke dingen had gedaan. Op een dag besefte ze dat ze verloren was zonder Gods Zoon. Toen ze tien was, had ze buren die christen waren. Baptist. Dank God voor de baptisten. De halve wereld was zonder baptisten niet gered. Dat baptistengezin gaf haar de lessen van de zondagsschool. Drie, vier pagina’s met Bijbelverhalen. Janet bewaarde ze onder haar bed en ze las ze van voor tot achter. Ze namen haar ook mee naar de kerk en op een dag hadden ze het over de hemel en over de hel. Sommigeb zullen zeggen dat je daar niet over praat met kleine kinderen. Hemel en hel zijn echt. De hemel bestaat echt, de hel bestaat ook echt. Janet besloot die dag dat ze naar de hemel wilde gaan. Dat ze Jezus in haar leven wilde. Ze gaf als tienjarige haar leven aan Jezus. Ze kreeg pas lessen en ze groeide geestelijk pas toen ze ging studeren. Ze had een kamergenote die gelovig was. Haar kamergenote ging naar een charismatisch-katholieke Bijbelstudie. Ze zei tegen Janet: Het is een beetje anders en de ene week geeft een non les, de andere week een lokale pastor. En de lessen zijn zo goed, je moet komen. En Janet ging. En de lessen waren rijk. Ze gaven les over de Bijbel als de hoogste autoriteit en als Gods Woord aan ons. Het veranderde haar leven. Ze wijdde haar leven opnieuw aan Jezus. Ze werd vervuld van de Heilige Geest.
Mensen moeten verhalen horen zoals dat van m’n vrouw en zoals dat van mij. Jij zit daar nu en luister, jij hebt een verhaal. Misschien niet vol drama en intriges, maar het is jouw verhaal. Niemand kan het vertellen zoals jij. God geeft je verhaal kracht. Je verweeft het met de zaadjes van het evangelie. De Bijbel zegt: “Hoe zullen zij in Hem geloven van Wie zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen zonder iemand die predikt?”
We moeten onze mond opendoen en ons verhaal vertellen. Misschien denk jij: ‘Ik kan de leer niet verkondigen.’. Je kunt iemand wel over Jezus vertellen. Vertellen dat Jezus redt. Je kunt vertellen wat Jezus Christus voor jou heeft gedaan. En dat kan hun leven veranderen. God zal het gebruiken. Toen ik net gered was, vertelde ik meteen al m’n vrienden over Jezus. Over wat Jezus voor me had gedaan. Sommigeb werden er bang van. Eén vriend van me… Hij en ik hadden samen heel wat uitgehaald. We zijn allebei een keer gearresteerd in Nevada. We reisden en we woonden een tijdje in een andere staat. We gebruikten samen heel veel drugs. Hij was een heel goede vriend. En toen werd ik gered. Ik vertelde hem m’n verhaal en ik vergeet nooit wat hij toen zei. Hij zei: Bayless, als het een ander was geweest, had ik het niet geloofd. Maar jij moest het zijn. Jij moest het zijn. Dat betekende: ik weet wie je bent, ik weet hoe je hebt geleefd. Ik ken je al jaren. Ik zie dat je veranderd bent, onmiskenbaar. En hij zei in feite: Nu heb ik Jezus en wat moet ik daarmee? Jij moest het zijn.
Sommige van m’n vrienden wezen me meteen af. Ik herinner me m’n beste vriend. We waren een jaar lang niet zonder elkaar geweest. We hadden elkaar een jaar lang niet meer dan één dag niet gezien. We waren altijd samen en we deden alles samen. We gingen een berg op in een sneeuwstorm om te luisteren naar een vrouw die zei met aliens en vliegende schotels te spreken. We beoefenden inheemse religies met elkaar, we gebruikten samen drugs; we waren gewoon altijd bij elkaar. Dikke vrienden. En ik werd gered. Ik werd gered bij een straatmissie. Op een radicale manier. Ik vertelde hem over Jezus en hij wilde er niets mee te maken hebben. Ik wist hem mee te krijgen naar de kerk en hij ging met tegenzin. We gingen naar een klein kerkje en ik wilde natuurlijk op de voorste rij zitten. Ik geloof dat we op de tweede rij kwamen te zitten. We zaten dus vooraan en ineens was God aanwezig tijdens die dienst. Heel tastbaar. Ik zat te huilen als een kind, omdat ik Gods aanwezigheid duidelijk voelde. Toen keek ik naar hem en ik zag doodsangst op z’n gezicht. Hij keek naar me en ik besefte ineens dat het tot hem doordrong dat dit echt was. Dat het echt waar was. Ook hij voelde Gods aanwezigheid en dat maakte hem bang. Hij sprong overeind, klom over een paar mensen heen en rende de kerk uit. Als ik hem daarna ergens tegenkwam, deed hij alsof hij me niet zag. Hij ging aan de overkant van de straat lopen om niet met me te hoeven praten. Hij wilde daarna niets meer met me te maken hebben. Want hij besefte dat dit echt was. En als hij m’n vriend wilde zijn, kreeg hij met Jezus te maken. Tot op de dag van vandaag… Het is nu 47 jaar geleden. Tot op de dag van vandaag bid ik voor hem. Een aantal van m’n vrienden wilde niets meer met me te maken hebben. Andere vrienden van me kwamen tot Christus. Ze werden gered. Er waren eigenlijk twee groepen: de helft liet me in de steek, de andere helft gaf z’n leven aan Jezus.
Nog een andere goede vriend… Ik had het al over drugsgebruik. Dat deden we gewoon. Dat was m’n leven. We kenden elkaar van school. Hij kwam bij me langs. Ik woonde in een andere staat, ik was gered, was terug in Californië en hij kwam langs met een grote zak cocaïne. Hij zei: Bayless, ik heb coke. Wil je een paar lijntjes doen?. Ik zei: Dat doe ik niet meer. Hij zei: Wat?. ‘Ik doe het niet meer.’. Hij zei: Het is gratis. Je hoeft niks te betalen. En ik zei: Ik doe het niet meer. Ik ben high van de Allerhoogste. Jezus Christus heeft m’n leven veranderd. En ik gaf mijn getuigenis. Hij ging naar huis en later die avond werd ik gebeld. Hij vroeg of hij langs kon komen. Natuurlijk, zei ik. Hij kwam en hij zei: Ik kon maar niet vergeten wat je hebt gezegd. Ik heb geknield en ik heb Jezus aanvaard. Ik zei: Echt?. Hij zei: Ja, maar ik had al die coke en die kon ik niet doorspoelen. Dus heb ik alles gesnoven. Hij had Jezus aanvaard en hij was high van de coke. Maar weet je, het klinkt misschien raar, maar toen is hij gestopt met drugs. En nu, al die decennia later, dient hij Jezus nog altijd. Je verhaal heeft kracht. Ik vertelde hem wat Jezus voor mij had gedaan en wat Jezus voor hem wilde doen. Vriend, je moet weten dat Jezus je leven zal veranderen. Hij kan je bevrijden van verslavingen. Hij kan je op een pad van zegen en vrede brengen. En dat wil Hij doen. God houdt van je. Twijfel daar nooit aan. Hopelijk heb je iets opgestoken. De kern van m’n verhaal moet nog komen. Je moet de volgende keer dus weer kijken. Ik ga mijn verhaal vertellen, misschien met details die je nog niet kende. Misschien heb je eerder al wel iets gehoord. Dit mag je niet missen. Ik bid dat het rijkste en het beste van God altijd jouw deel zullen zijn. Tot ziens.
-
mis geen enkele uitzending
Onze service voor jou: we sturen je wekelijks een email met de link naar de nieuwste uitzending.
Hoe je kunt bidden als alles je overweldigt
Velen van ons ervaren stress in het dagelijks leven, we hebben last van de huidige situatie in de wereld, of we laten ons afleiden. Dit kan er snel toe leiden dat ons gebed, dat helemaal bovenaan ons prioriteitenlijstje zou moeten staan, pas ons laatste redmiddel wordt. Als jij je ook zo voelt en daar verandering in wilt brengen, kijk dan met mij mee in het eerste boek van Samuel. Daar vinden we het verhaal van Hanna. Van deze indrukwekkende vrouw van geloof kunnen we veel leren over hoe we ons doel in gebed kunnen bereiken.
Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!
Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.
naar de preektekst
Als je ook regelmatig updates van Bayless wilt ontvangen, vul dan hier je e-mailadres in. Om technische redenen is dit ook nodig als je alleen het script wilt ontvangen.
Geef een reactie