Waarom liefde grenzen nodig heeft – Filippenzenbrief
Wat als liefde niet altijd betekent dat je “ja” zegt? Aan de hand van de Filippenzenbrief laat Bayless Conley zien waarom echte liefde grenzen nodig heeft – bijvoorbeeld wanneer hulp een gewoonte wordt of verantwoordelijkheid ontbreekt. Ontdek hoe Gods Woord en de Heilige Geest je helpen om liefde te leven op Gods manier. Een uitdagende en tegelijk bevrijdende boodschap voor iedereen die wil liefhebben zonder zichzelf of anderen te schaden.
-
Hallo, en welkom bij de uitzending van vandaag. Waar je ook bent, wat er ook in je leven speelt, weet dat God je ziet. Hij houdt van je, Hij kent je verhaal. En Hij wil je helpen. Het is volgens mij geen toeval dat je naar mij luistert. Ik vertrouw erop dat er zich iets voltrekt terwijl wij de komende minuten het Woord bestuderen dat voor jou van belang zal zijn. Ik vertrouw erop dat de Heer vandaag door Zijn Woord tot jou zal spreken. We bestuderen vandaag het boek Filippenzen. De gemeente in Filippi ontstond ondanks heftige vervolgingen. Paulus en Silas gingen naar Filippi vanwege een visioen dat Paulus had. Een man uit Macedonië kwam om hulp vragen. Je zou verwachten dat ze dan bij de stadspoort naar hem toe zouden komen hem de sleutels van de stad zouden overhandigen en hem een groot podium zouden geven. Maar zo ging het niet. Een bekeerling, een Lydia… Zij was de eerste Europese bekeerling. De stad Filippi had zeggenschap over de weg tussen Europa en Azië vanwege haar strategische ligging. De stad was vernoemd naar de vader van Alexander de Grote, Filippus. Er werden oorlogen uitgevochten om die strategisch gelegen stad. Ook voor het Evangelie was die stad strategisch. Lydia wordt gered. En vervolgens drijft Paulus een duivel uit bij een helderziend meisje dat hen volgt en zegt dat dit ‘dienaren van God’ zijn ‘die de weg naar redding wijzen’. En wat ze zei was waar. Maar de geest erachter was niet goed. Ik weet bijna zeker dat het allemaal op een spottende manier werd gezegd. De duivel zet zich nooit in voor de goede zaak. Hoe ze het ook deed, het was niet bedoeld om het Evangelie ten goede te komen. Paulus dreef de demon bij haar uit. Haar meesters waren kwaad, want nu konden ze niet meer aan haar verdienen. Dus ze hitsen een menige op en laten Paulus en Silas in elkaar slaan. Ze belandden in de gevangenis. Je kent het verhaal vast. God zendt een aardbeving en ze komen vrij. De cipier en z’n gezin worden gered. Ze worden gedoopt. En dan is er een gemeente geboren. Zo’n tien jaar later wordt deze brief geschreven. Paulus zit in Rome achter de tralies. Hij schrijft de brief aan hen en aan anderen. De brief is gericht aan de heiligen in Christus Jezus, de opzieners en diakenen. Er waren inmiddels in Filippi diverse locaties van de gemeente. Hij schrijft ze, en de vorige keer hebben we de eerste zes verzen behandeld. Ik pik het verhaal weer op in vers 6, en dan gaan we vandaar verder. Paulus schrijft: “Ik vertrouw erop dat Hij die in u een goed werk begonnen is dat voltooien zal tot op de dag van Jezus Christus.”. Wat God in jou begint, zal Hij voltooien. Jij bent een werk in uitvoering. Ik schonk mijn leven aan Jezus zo’n vijftig jaar geleden bij een straatmissiepost in het stadje Medford in de staat Oregon. Voor wie de Verenigde Staten niet goed kent: Oregon ligt vlak boven Californië. Daar schonk ik m’n leven aan Christus. Hij veranderde mij meteen vanbinnen. Mijn geest werd wedergeboren. Ik werd een kind van God. Dan volgt het proces om datgene wat Hij in je legt ook naar de buitenkant te brengen. De afgelopen 50 jaar heb ik Gods Woord bestuderen. Ik heb m’n best gedaan om m’n weg dichtbij Jezus te gaan. Ik ben nog steeds een werk in uitvoering. Ik word gevormd naar het beeld van Jezus Christus. Luister, als gelovige is Hij niet zomaar klaar met je. Hij blijft je naar de gelijkenis van Jezus vormen tot de dag dat Christus terugkomt. En dan zegt hij in het volgende vers: “Het is voor mij terecht dat ik dit van u allen denk omdat ik u allen in mijn hart heb in mijn gevangenschap en de verdediging en bevestiging van het Evangelie als deelgenoten van mijn genade.”. Paulus schrijft aan hen dat hij hen in z’n hart draagt. “God heeft jullie immers in mijn hart gelegd. Hij zal het werk dat Hij in jullie begonnen is, voltooien. Want of ik nu in de gevangenis zit of vrij rondloop en buiten de cel het Evangelie predik, jullie zijn deelgenoten van Gods genade en onverdiende gunsten.”. En dan staat in vers 8: “Want God is mijn Getuige hoe vurig ik naar u allen verlang met de innige gevoelens van Jezus Christus.”.
Het hart van Paulus klonk mee met Gods hart. God had hen lief, en de apostel Paulus ook. En dan schrijft Paulus een paar dingen aan hen die heel belangrijk zijn. Eerst even dit. Ik weet vrijwel zeker dat er nu mensen kijken die weleens gekwetst zijn. Je hebt geprobeerd het juiste te doen en je bent daarvoor afgestraft. Misschien ben je zelfs wel gekwetst door wat mensen binnen de gemeente je hebben aangedaan. Mensen die Christus’ naam bezigen, hebben je gekwetst. Dat komt echt voor, maar dat geldt ook voor genezing binnen de kerk. Je kunt niet stoppen met naar de kerk gaan en je isoleren van Christus’ lichaam vanwege een stel hypocrieten binnen de gemeente of iemand die je naar behandelt. We worden naar Jezus’ beeld gevormd. In Lukas hoofdstuk 6 staat dat Jezus en Zijn discipelen op de sabbat naar de korenvelden gaan. De discipelen plukken aren en wrijven die stuk. En dan eten ze de rauwe korrels op. Sommige farizeeën zien dat en zeggen: “Wat doen jullie daar op de sabbat. Dat mag helemaal niet.”. Die hadden zoveel regels toegevoegd aan wat God met de sabbat beoogde dat ze het doel van de sabbat totaal hadden scheefgetrokken. Ze zeiden: “Korrels in je handen wrijven, dat is werk, dat is verboden en zondig.”. Dat was gewoon belachelijk. Ze probeerden ruzie te maken. En dan lezen we in vers 6: “Het gebeurde ook op ’n andere sabbat dat Hij in de synagoge kwam en onderwijs gaf.”.
In het verslag van Mattheüs daarover staat dat Jezus in hún synagoge onderwees. Dus Hij betrad het gebedshuis van diegenen die ruzie met hen wilden maken. Daar was een man met een verschrompelde hand. Ze keken scherp toe om te zien of Hij op de sabbat zou genezen. Ze zochten iets om hem te beschuldigen. Ze kwamen daar niet met een open hart, en die gehandicapte kon ze niets schelen. Toen hij genezen was, waren ze daar niet blij om. Ze waren kwaad en dachten na hoe ze Jezus konden vermoorden. Je hebt die lui die Hem rot behandelden en ruzie met Hem probeerden te krijgen. En wat doet Hij? Hij gaat naar hun kerk. Dat is een voorbeeld voor ons. Jij bent misschien rot behandeld door kerkgangers. Maar dat is geen reden om niet meer naar de kerk te gaan. Je moet juist teruggaan. De kerk is juist de beste plek voor hypocrieten. Want als zij Gods Woord horen, kan de Geest hen veranderen. Misschien ben je zelfs wel rot behandeld door kerkleiders. Laat dat geen wig drijven tussen jou en je kerkbezoek. Je moet heus naar de kerk gaan. Dat moet echt. Dat zeg ik vanwege de dingen die we nu bij Filippenzen gaan lezen. Luister goed. Dit is heel diepzinnig. Vers 9: “En dit bid ik. Dat uw liefde nog steeds overvloediger wordt in kennis en alle fijngevoeligheid opdat u kunt onderscheiden wat wezenlijk is opdat u oprecht bent en zonder aanstoot te geven tot de dag van Christus.”.
Heel interessant. Hij bidt dat hun liefde steeds overvloediger mag worden. Het Griekse woord voor die goddelijke liefde is ‘agape’. Volgens Romeinen hoofdstuk 5 is die liefde in ons hart uitgestort door de Heilige Geest. Dezelfde liefde die God koestert, wordt door de Geest in ons hart uitgestort. Die is in je als je een christen bent. Misschien komt die liefde nog niet zo tot uitdrukking in jou. Die zit er wel, maar je moet hem vrijlaten. Die liefde komt in feite op twee manieren tot uitdrukking: In geven en in vergeven. Het vergeven van dingen die ons zijn aangedaan. En het geven aan anderen en geven aan het Evangelie. Zo wordt Zijn liefde uitgedrukt. Volgens 2 Korinthe hoofdstuk 5:14 is het de liefde van God die ons dwingt… Er is letterlijk die innerlijke drang… Een innerlijke drang via de Geest van Gods liefde die tot uitdrukking wil komen. Die wil tot uitdrukking komen in vergeving van dingen die ons zijn aangedaan. En in vrijgevig zijn en anderen helpen en het ondersteunen van het werk van het Evangelie. De Filippenzen hebben gereageerd op die innerlijke drang van Gods liefde die innerlijke kracht van hun liefde voor God in wat ze geven. Vers 5 hebben we vorige keer bekeken. Paulus zei: “Vanwege uw gemeenschap aan het Evangelie, van de eerste dag af.”.
Als we de Schrift lezen… Je zult zien dat zij in het hele Nieuwe Testament de enige gemeente waren die dat deed. Ze steunden Paulus voortdurend trouw. Zij schonken opdat anderen het goede nieuws konden horen. Ze schonken opdat het werk van Christus kon worden verspreid. Paulus bad dat die liefde overvloedig zou zijn, al brachten ze die tot uitdrukking. Hij bad dat die liefde overvloedig zou zijn binnen de grenzen van kennis en onderscheidingsvermogen. Denk daar eens over na. “Ik bid dat Gods liefde in uw hart wordt uitgestort Dat uw liefde nog steeds overvloediger wordt door geven en vergeven. Maar dat die tot uitdrukking komt binnen de aangegeven grenzen van kennis en onderscheidingsvermogen.”. Kennis komt tot ons door Gods Woord. En fijngevoeligheid door de Heilige Geest. Kenneth Wuest, kenner van Bijbels Grieks, formuleert het zo in zijn vertaling: “Uw liefde loopt misschien over maar moet tegelijkertijd beperkt worden binnen de grenzen van een accurate kennis van Gods Woord.”. A.S. Worrell zegt het zo in zijn vertaling van het Nieuwe Testament: “Liefde die aldus gepaard gaat met een volledige kennis van de waarheid en een geest van een juist onderscheidingsvermogen is een van de verhevenste geestelijke zaken die men kan bereiken. Liefde die niet gepaard gaat met deze twee zaken is blind en kan tot vele excessen leiden.”. Ik wil dat je goed naar me luistert. In elk geval heb ik hier nog nooit over horen spreken in veel kringen. Terwijl het zo belangrijk is. Paulus zegt: “Je moet je liefde uitdrukken, maar besef dat er grenzen zijn. Er worden immers richtlijnen gegeven in Gods Woord en door Gods Geest voor het uitdrukken van die liefde.”. “Wat bedoel je nou, Bayless”, zeg je misschien?. Ik geef je even een voorbeeld. Jaren geleden kwam er eens een man met me praten. De man was schilder. Geen schilderijen, maar huizen. Hij schilderde de binnenkant en de buitenkant van huizen. Hij kwam binnen… Misschien was hij al eens eerder in de kerk geweest. We gingen op een avond bij elkaar zitten. En hij zei: “Pastor ik heb hulp nodig. Er is niet veel werk, maar ik krijg een baan. Die begint over twee dagen. Dan ga ik goed betaald worden, maar nu heb ik even iets nodig om het uit te zingen.”. De liefde voor God zette me ertoe aan om hem te helpen. Het was tamelijk laat op de avond toen we die afspraak hadden. Ik zei: “Ik kan je op dit moment uit eigen zak helpen. Ik snap dat je krap zit. Maar ik wil dat geld wel terug hebben. Je krijgt binnenkort een baan en dus een salaris. Kun je me binnen een week terugbetalen? Ik ga dit geld aan je lenen. Je krijgt het van me, maar ik heb het wel nodig voor een vakantie met m’n gezin. Kun je me eind van de week terugbetalen?”. “Die staat, pastor, echt waar.”. Dus ik haalde het geld uit de la en gaf het aan hem. Dat was de laatste keer dat ik hem heb gezien of van hem heb gehoord. Hij had me bij de neus genomen. Het was Gods liefde Die komt tot uiting, die wil altijd geven.
-
Geef een reactie
mis geen enkele uitzending
Onze service voor jou: we sturen je wekelijks een email met de link naar de nieuwste uitzending.
Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!
Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.
naar de preektekst
Als je ook regelmatig updates van Bayless wilt ontvangen, vul dan hier je e-mailadres in. Om technische redenen is dit ook nodig als je alleen het script wilt ontvangen.
Dit was een schot in de roos. Ik steun al jaren een vriendin. En niet alleen financieel. Een aantal keer dat ze naar het ziekenhuis moest, was ik er voor haar en haalde ook wat ze dan nodig had voor het verblijf in het ziekenhuis. Maar als ik haar nodig had, of wilde afspreken voor een bakkie koffie of samen eten, dan kwam er altijd iets tussen. Juist deze week heb ik ook besloten om haar niet meer financieel te steunen. Ik heb haar vergeven, maar vertrouwen doe ik haar niet meer. Ik wil ook geen bitterheid in mijn hart. God weet hoeveel kansen ik haar gegeven heb. En dat geeft mij rust ook, dat Hij het heeft gezien. Dank u wel voor deze uitzending, deze had ik als bevestiging nodig. Gods rijke zegen