Wat maakt het eerste wonder van Jezus zo bijzonder
Ken je het allereerste wonder van Jezus? Hij veranderde water in wijn op een bruiloft. Dit was een diepgaande verandering en niet zonder reden het eerste wonder. Ontdek hoe Jezus ook in jouw leven water in wijn kan veranderen en daardoor ook al het andere!
-
Hallo, vriend. Ik ga het met je hebben over het allereerste wonder dat Jezus verrichtte. Dat is ongelooflijk belangrijk om allerlei verschillende redenen. In z’n evangelie legde Johannes de wonderen die Jezus verrichtte vast, omdat het tekenen waren die erop wezen dat Hij de Zoon van God is. Dit zal je zegenen. Wat je nu ook doet, laten we ons samen in het Woord verdiepen. Ik ben blij dat jullie er zijn. Als je een bijbel hebt, sla die dan open bij Johannes hoofdstuk 2. Tijdens Jezus’ aardse bediening tot aan de tijd van Zijn kruisiging kiest Johannes zeven wonderen of tekenen. Er is er één na de opstanding, een achtste in hoofdstuk 21, dat betreft de 153 grote vissen. Tekenen zijn wonderen die ons een les leren. Ze zijn niet opgeschreven om te verbazen maar om te instrueren. Ze leren ons over de Persoon Jezus, ze laten ons Zijn heerlijkheid zien en leren ons lessen. We gaan kijken naar het allereerste wonder van Christus dat Johannes vastlegde in hoofdstuk 2. Laten we eerst bidden. Hemelse Vader, we laten ons hart tot rust komen. We laten alle zorgen, al het lawaai, dingen die er in ons leven spelen nu even buiten. We vragen U om ons even alleen met U te laten zijn. Onderwijs en instrueer ons. We danken U voor de Heilige Geest Die bij ons aanwezig is en Die in ons verblijft. Die ons naar de waarheid leidt en ons onderwijst. Heer, we bidden samen met de psalmschrijver van weleer dat wij wonderbaarlijke dingen uit Uw wet mogen aanschouwen. Het is onze bedoeling om niet alleen te luisteren maar om ook te doen wat Uw Woord zegt. Jezus, moge U verheerlijkt worden. Amen. Welkom, of je nu hier zit of op het plein, of als je elders zit te kijken, we bidden dat God tegen je spreekt.
De laatste profeet in het Oude Testament was Maleachi tot de tijd dat Johannes de Doper kwam. Johannes was een profeet. Er zat 400 jaar stilte tussen Maleachi en de komst van Johannes de Doper. Al die tijd was er geen stem van een profeet te horen. Het is interessant dat volgens de Bijbel Johannes geen wonderen verrichtte. Hij was “…de stem van iemand die roept in de woestijn”, hij verrichtte geen wonderen. Het laatste wonder in de Bijbel staat in DaniĂ«l hoofdstuk 6: DaniĂ«ls bovennatuurlijke bevrijding uit de leeuwenkuil. Vanaf dat moment in DaniĂ«l 6, het laatst opgetekende wonder, tot het eerste wonder dat Christus verrichtte, wat in Johannes 2 staat, zaten 450 jaren. We lezen uit het evangelie van Johannes, vanaf hoofdstuk 2, vers 1: “En op de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galilea en de moeder van Jezus was daar. En Jezus was ook voor de bruiloft uitgenodigd, en Zijn discipelen.”
“En toen er een tekort aan wijn ontstond, zei de moeder van Jezus tegen Hem: Zij hebben geen wijn meer. Jezus zei tegen haar: Vrouw, wat heb Ik met u te doen? Mijn uur is nog niet gekomen.”
Als we dat in onze taal lezen, klinkt dat onaardig, maar in de originele taal is dat heel anders. Het woord ‘vrouw’ was juist heel lief bedoeld. Als Jezus aan het kruis hangt kijkt hij Johannes aan, Maria was er ook, en zegt: Zorg voor Mijn moeder. Hij kijkt Maria aan en zegt: “Vrouw, zie, uw zoon.” Dat was heel teder. Toen Hij zei “Mijn uur is nog niet gekomen” om Zijn heerlijkheid te tonen, toen zag Maria blijkbaar in dat Zijn tijd bijna was gekomen. Door de manier waarop Hij dingen zei, door Zijn houding, wist ze dat Hij iets ging doen. Kijk maar wat ze in het volgende vers zegt, vers 5: “Zijn moeder zei tegen de dienaars: Wat Hij ook tegen u zal zeggen, doe het. En daar waren zes stenen watervaten neergezet volgens het reinigingsgebruik van de Joden elk met een inhoud van twee of drie metreten.”
“Jezus zei tegen hen: Vul de watervaten met water. En zij vulden ze tot aan de rand. En Hij zei tegen hen: Schep er nu iets uit en breng het naar de ceremoniemeester en zij brachten het.”
“Toen nu de ceremoniemeester het water geproefd had, dat wijn geworden was hij wist niet waar de wijn vandaan kwam maar de dienaars die het water geschept hadden, wisten het riep de ceremoniemeester de bruidegom.”
“En hij zei tegen hem: Iedereen zet eerst de goede wijn voor en wanneer men er goed van gedronken heeft, daarna de mindere. U hebt de goede wijn tot nu bewaard.”
“Dit heeft Jezus gedaan als begin van de tekenen, te Kana in Galilea en Hij heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard; en Zijn discipelen geloofden in Hem.”
Dit is Zijn allereerste teken, Zijn eerste wonder. Waarom was dit het eerste teken van Jezus en waarom legde Johannes het vast? Omdat dit teken een kentering symboliseert: het symboliseert transformatie en verandering. En morele en geestelijke verandering is het eerste punt op Gods agenda voor de mens. Met dat in het achterhoofd wil ik het met je hebben over bekering en over verlossing vanuit dit verhaal. Ik wil een aantal waarheden delen waar dit teken volgens mij op wijst. Er staat dat de ceremoniemeester niets van de verandering wist; alleen de dienaren wisten het. Alleen zij die bekering hebben ervaren, begrijpen het. Veel vrienden begrepen niet wat er met me gebeurde toen ik gered werd. Je hoorde dingen als: Bayless is anders, er is iets gebeurd. Hij wordt niet meer high, hij is nuchter en ik zag hem laatst in het park en hij las een Bijbel. Dat meen je niet. Bayless? Hij heeft het de hele tijd over Jezus en hij gaat naar de kerk. Dat geloof ik niet, maar het is waar. Sommigeb hier werden gered en hun familie en vrienden schudden hun hoofd en zeiden: Wat is er in hemelsnaam met hem of haar gebeurd? Je kunt het van buitenaf niet begrijpen; het moet van binnenuit, je moet opnieuw worden geboren om het te begrijpen.
En let op: de inhoud veranderde, maar de vaten niet. In 2 Korinthe 4:7 staat: “Maar wij hebben deze schat in aarden kruiken opdat de allesovertreffende kracht van God zou zijn en niet uit ons.”
Toen Jezus tegen Nicodemus sprak over opnieuw geboren worden, snapte Nicodemus het niet en dacht puur wereldlijk. Jezus zei: “Wat uit de Geest geboren is, is geest.” Wat geboren is uit de Heilige Geest, is de menselijke geest. In 2 Korinthe staat: “Als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping. Het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden.” Dat zit in je geest; je bent een geestelijk wezen, geschapen naar Gods evenbeeld en je leeft in een fysiek lichaam. Als je gered wordt, verandert je geest, niet je lichaam. Als je sproeten hebt, dan heb je die nog steeds als je gered bent; dat verandert niet. Het vat verandert niet, het is de inhoud die verandert. Ik kijk nu naar een zaal vol met vaten, maar in die vaten zit wijn. Je bent meer dan je op het eerste gezicht ziet. Weet je, ik heb dit colbert aan. Ga staan. Bayless, ga staan. Er is iets met hem. Nee, het colbert beweegt, omdat ik het draag. Het loopt rond, omdat ik erin zit. Dit lichaam is m’n aardse pak. Ik leef in dit lichaam, maar dit lichaam ben ik niet. Het is m’n tempel, m’n tabernakel; ik leef erin zolang ik op deze aarde ben en het beweegt alleen maar omdat ik erin zit. De Bijbel zegt dat “het lichaam zonder geest dood is”, levenloos. Jullie en ik zijn meer dan je op het eerste gezicht ziet. Ik heb al opstandingsleven in mijn geest ervaren; ik heb inwendig al het leven van God ontvangen maar de dag komt dat ik ook uiterlijk veranderd zal worden. De dag komt waarop de vaten veranderd worden: de tabernakel, het huis waarin we wonen. In Romeinen hoofdstuk 8 wordt het “de verlossing van ons lichaam” genoemd. Luister eens naar 1 Korinthe 15, vers 51: “Zie, ik vertel u een geheimenis: Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden en ook wij zullen veranderd worden.”
“Want dit vergankelijke moet zich met onvergankelijkheid bekleden en dit sterfelijke moet zich met onsterfelijkheid bekleden.”
Wat een dag zal dat zijn. Tot die dag hebben we al de aanbetaling van de Heilige Geest. We moeten ons lichaam disciplineren en het aan ons onderwerpen zelfs als het niet wil gehoorzamen. De apostel Paulus zei in 1 Korinthe hoofdstuk 9, vers 27: “Maar ik oefen mijn lichaam op harde wijze.”
Wie is de ‘ik’ die hier spreekt? De inwendige geestelijke mens. “Ik oefen m’n lichaam op harde wijze.” Ik leef in dit lichaam. Hij zegt: “Maar ik oefen mijn lichaam op harde wijze en maak het dienstbaar opdat ik niet misschien, na anderen gepredikt te hebben zelf verwerpelijk word.” Je wordt vanbinnen zalig. Ik leef in dit lichaam, dat heel lang heel goed was in slecht gedrag. Het kreeg een nieuwe bewoner en het lichaam wilde niet meewerken. In de King James Bijbel staat “ik hou m’n lichaam eronder”. Als kind gingen we op zwemplankjes staan onder water; degene die er het langst op bleef staan, was de winnaar. Zoals je vlees: dat wil altijd ergens heen waar het niet heen moet, naar iets kijken waar het niet naar moet kijken of dingen zeggen die het niet moet zeggen. En we moeten ons lichaam eronder houden. Door de kracht van de Heilige Geest en de kracht van Gods Woord kan ik m’n lichaam dienstbaar maken en het eronder houden; en hoe langer ik dat doe, hoe beter ik erin word. Het is wel interessant. Paulus zei: “Ik oefen mijn lichaam op harde wijze.” Het Grieks betekent hier letterlijk: met een vuist onder het oog slaan. EĂ©n vertaling luidt: “Ik sla m’n lichaam bont en blauw.” Hij bedoelt het niet letterlijk, het is een metafoor: er komt een gevecht. Je vlees wil dingen doen en er ontstaat een gevecht. Als je de innerlijke mens voedt met het Woord van God, versterkt en op de Heilige Geest vertrouwt, kun je het gevecht winnen. Je zult je lichaam moeten disciplineren tot de terugkeer van Christus. Ik ben vanbinnen veranderd en hoe meer ik me voed met Gods Woord, hoe meer m’n levensstijl, innerlijke gedachten en woorden op Christus zullen lijken naarmate ik verderga zoals God dat wil.
Er staat dat die vaten bedoeld waren voor het reinigingsgebruik van de Joden. Ze hadden een ritueel doel: ritueel wassen van handen en gerei. Het symboliseert ritueel en religieuze traditie. Ik kan je zeggen, met rituelen en religieuze tradities kom je er niet. Veel mensen denken dat het volgen van voorschriften hen zal redden, maar dat zal niet gebeuren; je moet vanbinnen veranderd worden. Tom Schulte, een van m’n allerbeste vrienden, was zestien jaar priester en studeerde vier jaar theologie waar ze alles bestudeerden behalve de Bijbel. Hij was doordrenkt van traditie en hield van God, maar hoorde nooit het evangelie. Hij verliet het priesterschap om te trouwen; hij en zijn vrouw hoorden het evangelie en waren om. Hij kon wierook branden en gebeden opzeggen in het Latijn, maar was nooit gered. Het is zoals Cornelius in Handelingen 10: Cornelius was een vrome man, echt godvrezend en hij had z’n hele familie geleerd om God te aanbidden. Hij stuurde een vrome soldaat om Petrus te zoeken; z’n invloed had zelfs zijn militairen bereikt. Er staat dat hij “veel liefdegaven aan het volk gaf en voortdurend tot God bad”, waardoor z’n gebeden opstegen naar God. Er verscheen een engel bij Cornelius die zei: Stuur mannen naar Joppe om Petrus te zoeken, hij zal je vertellen wat je moet doen. Petrus kwam en preekte het evangelie, ze geloofden in Jezus en werden vervuld van de Heilige Geest. In Handelingen 11 vertelt Petrus aan de Joodse gelovigen in Jeruzalem wat er gebeurd was en dat een engel had gezegd dat Petrus dingen zou vertellen waardoor Cornelius en zijn huishouding gered zouden worden. Cornelius was vroom, bad en gaf, maar hij was niet gered. Het heeft God “behaagd door de dwaasheid van de prediking zalig te maken hen die geloven” door het evangelie te horen en te vertrouwen op een opgestane Redder, niet door rituelen of onze goede werken. Jezus zei: “Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.” Je moet vertrouwen op Jezus Christus als je Heer en Redder.
In vers 7 zegt Jezus: “Vul de watervaten met water. En zij vulden ze tot aan de rand.” Prachtig. Ze vulden ze niet half; ze gehoorzaamden ijverig. Er is te veel halfhartigheid in het lichaam van Christus; wat we doen, moeten we tot aan de rand vullen. Geloven moeten we met heel ons hart doen. We moeten preken, gelegen of ongelegen, niet halfhartig alsof we het zelf niet geloven. Keer de Bijbel bij het studeren binnenstebuiten en vul het vat van de studie tot aan de rand. Als je bidt, bid machtig; als je geeft, wees dan vrijgevig. In Prediker 9:10 zegt de Bijbel: “Alles wat uw hand vindt om te doen, doe dat naar uw vermogen.” Kolossenzen 3:23: “En alles wat u doet, doe dat van harte.” En in vers 10, een interessant deel van het verhaal als ze de wijn naar de ceremoniemeester brengen en hij die proeft. Hij roept de bruidegom en zegt dat iedereen eerst de goede wijn schenkt en als de mensen veel hebben gedronken de slechte, maar “U hebt de goede wijn tot nu bewaard.” Zou je niet wat van de wijn willen proeven die Jezus maakte? Ik wel. Luister, het christelijke leven is beter dan onze onzalige dagen. Het beste dat ik had toen ik niet gered was, is onvergelijkbaar met wat ik nu heb; m’n oude leven was in alle opzichten slechter en ik zou voor geen prijs terug willen.
Viel het je op dat Jezus niks voor de wijn vroeg? Hij was gratis. Je kunt verlossing niet kopen of verdienen: het recept is uit genade, door het geloof, plus niets. Genade is Gods hand met deze gratis gave door wat Christus heeft gedaan. Geloof is de hand die wordt uitgestoken om hem te pakken, plus niets. Ik mag m’n goede werken niet bijschrijven als verdienste; het is een gave van Gods genade. Dat wonder van verandering is vervuld door het Woord van de Heer en de daden van de dienaren. Mensen ervaren een nieuw leven en worden gered door de dwaasheid van de prediking. In Romeinen 10:14 staat: “Hoe zullen zij dan Hem aanroepen in Wie zij niet geloven? En hoe zullen zij in Hem geloven van Wie zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen zonder iemand die predikt?” We worden opnieuw geboren uit onvergankelijk zaad door het Woord van God, maar iemand moet het zaad van dat Woord planten. Bij mij was dat een jongen van twaalf in het park. Ik was de avond ervoor bijna doodgegaan door een extreme overdosis drugs. De dag erna zat ik in een park, had het op de een of andere manier overleefd en die jongen kwam bij me en sprak over Jezus. Dat had nog nooit iemand gedaan. Die jongen zette m’n wereld op z’n kop. Door zijn invloed en die van z’n familie zat ik een tijdje later in een straatmissie waar ik m’n leven aan Christus gaf en opnieuw geboren werd. Vriend, dat is me heel lang geleden overkomen en ik kan eerlijk zeggen dat Jezus nu nog even echt is als ooit tevoren. Hij is me trouw gebleven en ik hou van Hem. Als ik je hoofd kon openen en de waarheid erin kon stoppen, deed ik het; ik wil graag dat je Jezus kent zoals ik Hem ken. Het gaat niet om regels of ceremonie maar om praten en wandelen met onze Schepper. God wil dat je Hem kent: Hij zond Zijn Zoon Jezus die aan het kruis stierf en opstond uit de doden voor jou zodat jij een relatie met Hem kon hebben. Als je Zijn Naam nog nooit hebt aangeroepen, doe dat dan vandaag; Hij wacht en houdt van je.
Als God een wonder voor je gaat verrichten, geeft Hij eerst een bevel en als we dat gehoorzamen, volgen de wonderen. Onze taak is gehoorzaamheid: we luisteren en doen wat Hij zegt en dan zorgt Hij voor de wonderen. Het lijkt misschien alsof God met je speelt, maar dat doet Hij niet; vaak verlangt Hij iets absurds voordat Hij het wonderbaarlijke doet. Hij wil dat je de watervaten vult voordat Hij ze in wijn verandert, dat je de netten uitwerpt voordat Hij ze vult of dat je roepend rond de stad loopt voordat Hij de muren laat instorten. We waren in vijf maanden uit ons eerste winkelpand gegroeid en huurden een kantoorgebouw verderop in de straat. Als je alle volwassenen, kinderen, teddyberen en zwangere vrouwen twee keer telde, hadden we 65 mensen. We huurden deze ruimte en ik kocht 160 stoelen. Daar werd over gemopperd als “onnodige uitgave”. Een stel kwam bij me en zei dat ze dachten dat ik gek was geworden omdat ik drie keer zoveel stoelen kocht als nodig was. Maar weet je, God vulde de stoelen. We voegden een dienst toe, er kwam een avonddienst en het zat vol. We moesten stoelen buiten zetten en gaven mensen paraplu’s tegen de zon of de regen. We zetten luidsprekers buiten en stoelen in de hal; als je naar de wc moest, moest dat stilletjes omdat er mensen vlak voor de deur zaten die alles konden horen. Waarom ik al die stoelen kocht? Ik vulde m’n watervaten. En God deed Zijn deel, hij vulde de stoelen.
-
mis geen enkele uitzending
Onze service voor jou: we sturen je wekelijks een email met de link naar de nieuwste uitzending.
Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!
Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.
naar de preektekst
Als je ook regelmatig updates van Bayless wilt ontvangen, vul dan hier je e-mailadres in. Om technische redenen is dit ook nodig als je alleen het script wilt ontvangen.
Geef een reactie