Zo leef je je roeping in het dagelijks leven
Heb je weleens het gevoel dat je te weinig betekent? In deze uitzending legt Bayless Conley uit waarom jouw leven meer invloed heeft dan je denkt. Je dagelijks leven laat zien wat jouw geloof vormt – en juist daar wil God je gebruiken. Deze Bijbelse boodschap uit de Filippenzenbrief moedigt je aan zo te leven dat anderen aan jou kunnen zien op wie jij vertrouwt.
-
Hallo, vriend. Fijn dat je kijkt. Ik wil een paar dingen met je delen die je echt kunnen helpen. Ik onderwijs al een tijdje uit Filippenzen en ben nog eens teruggegaan naar wat ik eerder heb gedeeld. Het is bijzonder dat Gods woord als het ware ‘zwanger’ is. Het baart altijd weer nieuwe facetten van openbaring en nieuwe inzichten. Dus ik ga even een stap terug want de Heer heeft tot me gesproken door de verzen die ik al behandeld heb. En ik wil die gedachten met je delen, en van daaruit verdergaan. Als je een bijbel hebt, pak hem dan, en lees met me mee. Gods woord is bovennatuurlijk. “Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig,” staat er in de Bijbel. ‘Ingegeven’ betekent letterlijk dat het door God is ingeblazen. God heeft Z’n leven in Z’n Woord geblazen. Jezus zei: “De woorden die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven. Als u in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven vraag wat u maar wilt en het zal u ten deel vallen.” ‘Als we in Zijn woord blijven, zijn we werkelijk Zijn discipelen en zullen we de waarheid kennen, en de waarheid zal ons vrijmaken.’ Psalm 107:20: “He zond Zijn woord uit genas hen en bevrijdde hen uit hun grafkuilen.”
Dus ik geloof dat er vandaag, terwijl je hier tijd aan besteedt en ik met je deel wat God vanuit de Schrift in m’n hart gelegd heeft… Dat er dingen met je gaan gebeuren. Dat je iets zult ontvangen wat je nodig hebt. De komende minuten kun je letterlijk de sleutel ontvangen die je leven verandert. Of er liggen zonder dat je het weet dingen voor je in het verschiet waar je mee te maken krijgt. Misschien een crisis, een probleem of een barrière. Wie weet wat het is. Ja, God wel. Maar datgene wat je nu ontvangt en dat je diep raakt dat je overdenkt en waar je je in verdiept… Het zou zomaar kunnen dat je de komende dagen of maanden of nog vóór de dag of avond om zijn, nodig hebt wat God je door Z’n woord geeft. Dus Vader, ik bid voor m’n vriend die nu zit te kijken dat U de ogen van z’n verstand zult openen. Geef diegene de geest van wijsheid en verlichting tot Jezus’ heerlijkheid. Amen. In Filippenzen 1 schrijft Paulus… Hij zit in een cel in Rome en zegt iets heel interessants. Hij twijfelt tussen twee dingen: “Ik heb de begeerte om heen te gaan en bij Christus te zijn want dat is verreweg het beste…” De Romeinen slijpen hun bijlen om z’n hoofd af te hakken maar hij wilde ook blijven, want ‘dat is noodzakelijker voor u.’ Hij zei: De Heilige Geest zal ons door uw gebed in alles voorzien en ik geloof dat ik word vrijgelaten. En hij kwam inderdaad vrij uit die Romeinse gevangenis. Het getuigde wel van geloof om dat tegen de Filippenzen te zeggen. Hij sprak erover dat hij ze weer zou zien, en koos ervoor om te blijven. Ik lees uit hoofdstuk 1, vers 27. “Alleen, wandel het evangelie van Christus waardig opdat ik, of ik nu kom en u zie of dat ik afwezig ben, van uw zaken mag horen dat u vaststaat in één geest en dat u samen eensgezind strijdt door het geloof in het evangelie.”
Hij zegt eigenlijk: Al lukt het niet om terug te komen Als ik vrij kom en God me ergens anders beroept moeten jullie je toch waardig gedragen. Interessant genoeg staat er voor ‘wandel’ in het Griekse letterlijk ‘gedraag je als een burger’. Paulus zegt letterlijk: Gedraag je als een burger. Hij gebruikt dezelfde beeldspraak in Filippenzen 3:20 waar hij verklaart dat we burgers van de hemel zijn. Onze levensstijl moet weerspiegelen dat God onze Koning is en de hemel ons vaderland. Hoe wij leven, moet een gunstig licht op het evangelie werpen. In Titus 2:9-10 draagt Paulus ons als gelovigen door Gods geest op om op onze werkplek een goede houding te hebben trouw en getrouw te zijn en geen voorwerpen van weinig waarde te stelen opdat we het evangelie “tot sieraad mogen strekken.” Sommige mensen moeten dat horen. Ze hebben misschien hun Bijbel wel mee, maar hebben geen goede werkhouding. Ze zijn hun werkplek niet trouw, ze zijn niet getrouw en ze hebben thuis een kleine collectie gestolen nietmachines of potloden. Wat maakt het uit als ik een vulpen van het bedrijf heb meegenomen? In de Schrift staat dat je niet mag stelen van je werkplek en dat je een goede houding moet hebben en trouw moet zijn ‘opdat je het evangelie tot sieraad mag strekken.’ Interessant, toch? Dat impliceert dat wij, al is het evangelie van zichzelf absoluut heerlijk het met ons karakter en onze daden kunnen aankleden op een heel aantrekkelijke of onaantrekkelijke manier. Zo kunnen we het evangelie tot sieraad strekken. Ik vloog ooit terug uit Duitsland, na een aantal bijeenkomsten. Ik was moe en ging zitten, en er zat niemand naast me. De deuren gingen bijna dicht en ik dacht: O, wat fijn. Ik kan lekker onderuit zakken en hoef met niemand te praten. Niet dat ik onaardig ben, maar ik was gewoon moe en was blij dat er niemand naast me zat. En vlak voordat de deuren dichtgaan, komt er een vrouw binnen. En ze was me er eentje: Ze had een rare, grote, slappe hoed en een gigantische bril op en zo’n slordige, wijde sweater aan. En ze had een kluwen breiwol met twee breinaalden erin. Dan weet je hoelang geleden het was, want tegenwoordig kom je er niet in met die lange, scherpe breinaalden. Maar ze had die breinaalden, een grote kluwen wol en een dikke tas en ze stapt in en komt naast me zitten. Ik groette haar, en zij mij, en ik dacht: Het zal wel. Ik deed vóór het opstijgen m’n ogen dicht en sliep tijdens de hele start. En misschien een uur later werd ik wakker. We waren al onderweg naar de luchthaven van Los Angeles. Ik deed m’n ogen open en keek naast me, en daar zat een heel andere vrouw. Ik schrok me naar. En de vrouw naast me was fit, aantrekkelijk, welgevormd en bloedmooi. Haar haar zat netjes, en ik dacht: Waar kom jij nou vandaan? Ze was echt een schoonheid. Toen besefte ik, het duurde even vóór het tot me doordrong dat het dezelfde vrouw was. Ze had die grote, slappe hoed en die enorme, rare bril afgezet en had de kluwen wol in het kastje boven ons gelegd. Ze had die wijde sweater uitgetrokken. We groetten elkaar en begonnen te praten en hoe we erop kwamen… Ik zal er wel over begonnen zijn. Ik zoek altijd een ingangetje als ik met mensen praat. Ik getuigde tegenover haar en de volgende drie uur spraken we over de Heer, het christendom en redding. En ze zat vol vragen. Maar als ik aan het evangelie denk… Soms ‘sieren’ we het evangelie met flodderige kleren en maken we het onaantrekkelijk door onze houding en door dingen die we soms zeggen. En Paulus schrijft in Titus: Strek het evangelie tot sieraad met je houding. Ga geen dingen stelen. Je wordt bekeken, en jij bent de enige Bijbel die sommigen ooit zullen lezen. Ik ben ook de enige Bijbel die sommigen ooit zullen lezen. Dus Paulus wilde dat ze zich niet alleen gedroegen omdat ze wisten dat hij kwam. Ik lees dat vers nog eens: ‘Wandel het Evangelie waardig,’ ofwel, leef als een goed burger. Laat je leven en je gedrag het evangelie waardig zijn “opdat ik, of ik nu kom en u zie, of dat ik afwezig ben, van uw zaken mag horen dat u vaststaat in één geest, en dat u eensgezind strijdt door het geloof in het Evangelie.” Dus of ik nu kom of niet, zegt hij je moet zich als een burger gedragen. Dit is interessant: Ik was een keer met een vriend op de golfbaan samen met nog twee kerels. Eén slaat er een bal verkeerd, begint te vloeken en tieren en smijt z’n club op de grond. Hij was heus wel aardig, maar erg grof in de mond. Als hij een putt miste of een bal verkeerd sloeg, vloekte hij voortdurend. Halverwege de baan zegt hij: Wat doe jij voor werk? Nou, ik ben predikant. En hij van… Sorry voor al het gevloek. Interessant genoeg wil iemand zich beter gedragen als er een predikant bij is. Hij maakte excuses voor z’n grove taal. Maar denk erom dat Jezus er altijd is. Dus Paulus zegt: Of ik er nou ben of niet je moet leven alsof Jezus alles ziet wat je doet en alles hoort wat je zegt. Het is zo dat sommige christenbroeders en zusters correct leven zolang sommige mensen hun invloed op ze laten gelden. Sommige mensen blijven in het gareel komen naar de kerk en handelen juist dankzij de invloed van anderen en niet dankzij hun eigen relatie met de Heer. Er zijn zoveel voorbeelden van in de Bijbel, maar ik wil er eentje met je delen. Dat gaat over koning Joas. Hij werd als kind koning van Juda en Jojada was de priester. Ik lees uit 2 Kronieken 24. Luister maar. Vers 2 luidt: “Joas deed wat juist was in de ogen van de Heere al de dagen van de priester Jojada.”
Dus zolang Jojada leefde, ‘deed Joas wat juist was in de ogen van de Heere.’ Maar verderop lezen we, in vers 17 — dit is dus maar een van de vele voorbeelden —: “Na de dood van Jojada kwamen echter de vorsten van Juda en zij bogen zich neer voor de koning. Toen luisterde de koning naar hen.” “Zij verlieten het huis van de Heere, de God van hun vaderen en dienden de gewijde palen en de afgoden. Vanwege deze schuld van hen rustte er grote toorn op Juda en Jeruzalem.” “He zond onder hen profeten om hen tot de Heere te doen terugkeren. Zij waarschuwden hen, maar zij gehoorzaamden niet.” Net als God, Die ons zoveel kansen geeft. He werpt blokkades op en geeft waarschuwingen: Volg dit pad niet verder, want het leidt tot de ondergang. Maar ze luisterden niet naar die profeten. En het gaat verder, in vers 20: “Toen bekleedde de Geest van God Zacharia, de zoon van Jojada, de priester die hoger dan het volk ging staan, en hij zei tegen hen: Zo zegt God: Waarom overtreedt u de geboden van de Heere? Daarom zult u niet voorspoedig zijn. Omdat u de Heere verlaten hebt, zal Hij u verlaten.” “Zij spanden echter tegen hem samen en stenigden hem op bevel van de koning in de voorhof van het huis van de Heere.” “Koning Joas herinnerde zich het gunstbewijs dat zijn vader Jojada hem bewezen had, niet maar doodde zijn zoon, die toen hij stierf, zei: Moge de Heere het zien en vergelding eisen.”
Wat een intriest verhaal. Toen Jojada wegviel samen met de genade en de invloed die hij door z’n leven uitoefende ontspoorde Joas. Ik kende een dominee en z’n vrouw die een profetische invloed hadden ook op mijn leven, en ik had veel respect voor hen beiden. Hij overleed, en kort daarna ontspoorde ze volkomen. Ze ging met allerlei mannen naar bed en keerde God eigenlijk de rug toe. Ik krabde me op de kop en dacht: Hoe dan? Door de invloed van haar man ‘deed ze wat juist was in de ogen van de Heere, alle dagen van z’n leven.’ Maar ze had zelf geen solide relatie met de Heer opgebouwd. En ik vraag jou als gelovige: En jij? Wie is de meest invloedrijke persoon voor God in je leven? En zou je God nog dienen als diegene wegviel? Is het een vriend, of je eega? Is het een bepaalde predikant, de voorganger van je kerk? Of iemand anders die God in je leven heeft gebracht? Als die meest invloedrijke persoon, in geestelijke zin, zou wegvallen zou je God dan blijven dienen? Laten we ons hart zo instellen dat we Jezus blijven volgen, wie er ook komt of gaat. Het voelt echt alsof ik iemand aanmoedig. En dit is Gods goedheid voor jou. Want je gaat naar de kerk en doet bewust de juiste dingen maar vooral door de invloed van iemand in je leven. En je moet je eigen relatie met Christus opbouwen zodat jij, als diegene en alle anderen wegvallen, doorgaat met God. En Paulus moedigde ze aan om eensgezind en in één geest vast te staan. De geest duidt op onze motieven, eensgezindheid op ons doel. Je kunt hetzelfde doel hebben maar verschillende motieven om dat doel na te streven. Paulus zegt dat we ‘samen moeten strijden voor het geloof in het Evangelie.’ Niet tegen elkaar, maar samen, voor het geloof in het Evangelie. We moeten, één: ons eigen geloof versterken en twee: dat geloof bij anderen brengen. Het is tweeledig als hij zegt dat we samen moeten strijden voor het geloof. Eén: je eigen geloof versterken, en twee: het bij anderen brengen. Je kunt zeggen dat de kerk een tweeledig doel heeft: samenbrengen, en uitzenden. Samenbrengen: We winnen mensen voor Christus en brengen ze binnen. We hebben ze lief, onderwijzen ze en versterken hun geloof. En ten tweede zenden we ze de wereld in, naar hun eigen invloedssfeer om anderen het evangelie te brengen. Een kerk die niet evangeliseert, fossiliseert, zeggen ze terecht. En ieder lid van de kerk speelt een belangrijke rol. Als jij christen bent, al ben je pas net tot Christus gekomen… Misschien ben je huismoeder, of werk je in een fabriek. Of je werkt op een melkveehouderij, bent leraar of universitair docent of werkt bij politie en justitie. Maar wat je werk ook is, je hebt een taak voor Christus. God wil dat jij de invloed van ’t evangelie in je eigen wereld brengt. Als je denkt dat je maar onbeduidend bent: Nee, het maakt wel degelijk iets uit. Een vriend vertelde me ooit dat hij op een bijeenkomst was met een bekende… een soort staatsman van het evangelie. Ik heb hem nooit ontmoet, maar hij zat bij de Assemblies of God-kerk en was destijds secretaris-generaal van de Assemblies of God. Of anders zat hij hoog in de organisatie en was zeer gerespecteerd. Ik heb hem vaak horen preken, maar nooit ontmoet. He was ook een zeer vaardig pianist. He zat op een bijeenkomst met een stel jonge predikanten te praten. He ging aan de piano zitten en speelde een prachtig stuk muziek. Toen speelde hij het opnieuw, maar er klopte iets niet. Het leek niet eens hetzelfde nummer. Er was iets helemaal mis mee. Hij vroeg ze naar het verschil tussen de beide keren dat hij het speelde. Nee, dat wisten ze niet. En het enige verschil was dat hij de tweede keer z’n pink niet gebruikte. Soms denk je dat de pink niet belangrijk is, en dat jij maar een pink bent. Maar jij bent belangrijk voor Gods compositie. Al denk je dat je maar een pink in het geheel bent: We hebben jouw aandeel nodig. Het is pas juist, volledig en wat het zou moeten zijn als, zoals Paulus illustreert, elk gewricht en ‘elke band ondersteuning geeft’. Dus broeder of zuster, God wil jou gebruiken om anderen het evangelie te brengen. En dan lezen we in vers 28: “Dat u zich in geen enkel opzicht schrik laat aanjagen door de tegenstanders. Voor hen is dit een duidelijk teken van verderf, maar voor u van zaligheid en dat van God uit.” “Want aan u is het uit genade gegeven in de zaak van Christus niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden omdat u dezelfde strijd hebt als die u bij mij gezien hebt en nu van mij hoort.” Het feit dat ze vervolgd en tegengewerkt werden én dat ze als gelovigen niet wilden wijken, was een teken zowel voor degenen die ze vervolgden en tegenwerkten als voor henzelf van wat hun bestemming was. Somigen gingen naar boven, anderen naar beneden. Dat zegt hij in vers 28: Die strijd en vervolging die ze doormaken die treed je tegemoet met een rotsvaste geest met een juist hart en een juiste instelling. Het is een duidelijk teken voor jullie én je vervolgers van jullie beider bestemming. Interessant genoeg zegt Paulus dat het hun gegeven is “niet alleen in Jezus te geloven, maar ook voor Hem te lijden.” Zowel geloven in Jezus als het lijden worden gaven genoemd. Stel je voor. We snappen wel dat geloven als gave gezien kan worden, maar lijden? Hoe kan dat een gave zijn? Hoe kan het me gegeven zijn dat ik lijd voor m’n geloof? Ten eerste: Als je met de juiste houding onder vervolging lijdt, is er een beloning. Luister maar naar deze woorden van Jezus uit Mattheüs 5:11: “Zalig bent u als men u smaadt en vervolgt en door te liegen allerlei kwaad tegen u spreekt, omwille van Mij. Verblijd en verheug u, want uw loon is groot in de hemelen.”
Daarom is het een gave, maar ook omdat God het kan gebruiken. Ook daar al, bij Paulus. Hij schreef al dat de hele Pretoriaanse Garde de meest uitgelezen Romeinse legereenheid, van 10.000 man — ze waren ook een grote politieke factor — wist dat hij om Christus’ wil geketend was. Ze kennen allemaal het evangelie. En tot slot, in Filippenzen 4, zegt hij: ‘De broeders groeten u, en vooral die van het huis van de keizer zijn.’ Dus God had die vervolging en z’n gevangenschap gebruikt om letterlijk mensen te bereiken in het huishouden van de meest invloedrijke persoon uit die tijd, afgezien van Jezus namelijk Caesar. Mensen aan het keizerlijk hof waren om Christus’ wil bereikt. Deze verzen maken duidelijk dat God jou net zo kan gebruiken als je lijdt voor het evangelie. Paulus zegt: Je hebt het in mij gezien toen ik in Filippi was je weet wat er in Rome gebeurt, en nu smaken jullie het zelf. In die verzen gaat het over tegenstanders, lijden en strijd. Namelijk dat je belasterd, geslagen, tegengewerkt en gevangengezet wordt. Je hebt het in mij gezien, en nu maak je het zelf mee. Vraag: Wat was de ware oorsprong van al die vervolging de weerstand, de gevangenschap en zo? Wat was daar de oorsprong van? Dat was satan. “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed,” staat er. Die weerstand was er, en ze worstelden om het evangelie te verspreiden. Dat was ook echt een worsteling, omdat de duivel Gods werk weerstreefde. Als je geen strijd rondom het geloof, en geen tegenstrevers of lijden wilt is het heel eenvoudig: Laat gewoon je vuurtje doven en stop met ’t verspreiden van het evangelie. Doe niets, zeg niets en wees niets voor Christus. Maar voor mij en m’n familie, voor ons en onze kerk gaat dat niet gebeuren. En de duivel weet dat toen hij het evangelie in Filippi door vervolging de mond wilde snoeren dat het averechts werkte. Alsof je benzine op het vuur gooit. Het evangelie verspreidde zich juist meer. En als hij ziet dat druk van buitenaf niet werkt probeert hij van binnenuit problemen te creëren. De duivel is niet bang voor een grote kerk maar wel voor een eensgezinde kerk. Daarom bepleit Paulus zo sterk de eenheid en wat die bevordert. Dat bespreken we volgende keer. Ik bid nu maar dat God voor jou iets belicht van de dingen die ik verteld heb en dat je bij je overdenking eruit haalt wat God tegen je wil zeggen. Nu zegen ik je in Jezus’ naam en verheug ik me op de volgende keer. Tot dan: Moge het rijkste en beste van God altijd van jou zijn.
-
mis geen enkele uitzending
Onze service voor jou: we sturen je wekelijks een email met de link naar de nieuwste uitzending.
Hoe je kunt bidden als alles je overweldigt
Velen van ons ervaren stress in het dagelijks leven, we hebben last van de huidige situatie in de wereld, of we laten ons afleiden. Dit kan er snel toe leiden dat ons gebed, dat helemaal bovenaan ons prioriteitenlijstje zou moeten staan, pas ons laatste redmiddel wordt. Als jij je ook zo voelt en daar verandering in wilt brengen, kijk dan met mij mee in het eerste boek van Samuel. Daar vinden we het verhaal van Hanna. Van deze indrukwekkende vrouw van geloof kunnen we veel leren over hoe we ons doel in gebed kunnen bereiken.
Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!
Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.
naar de preektekst
Als je ook regelmatig updates van Bayless wilt ontvangen, vul dan hier je e-mailadres in. Om technische redenen is dit ook nodig als je alleen het script wilt ontvangen.
Geef een reactie