Je winkelmand (0)

Bid moedig voor genezing

Zoveel christenen verlangen ernaar om van hun ziekte en pijn af te komen. Maar ze zijn ook bang om God specifiek en in geloof om genezing te vragen. Heb jij hetzelfde gevoel? Dan laat Bayless je zien waarom gelovig gebed belangrijk is door naar een van Jezus’ bekendste genezingen te kijken. Ontdek hoe ook jij vrijmoedig om genezing kunt leren bidden!

Downloaden als PDF
  • Ik weet dat er mensen zijn die denken: doe niet zo gemeen. Waag het niet om me hoop te geven. Maar ik wil je hoop geven, en dat is niet gemeen. “Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt.”

    Ook vertaald als: “Het geloof geeft vaste grond aan onze hoop.” Zonder hoop is het geloof hopeloos. En zonder hoop kan het geloof nergens vaste grond aan geven. En zowel geloof als hoop zijn geworteld in Gods woord. Hoop is als de blauwdruk van het gebouw, en geloof het bouwmateriaal. Geloof kan de blauwdruk werkelijkheid maken. Vat dit niet verkeerd op: ik wil je echt hoop geven. Hallo. Ik ben Bayless Conley en ik wil de komende minuten graag met je doorbrengen om over iets heel belangrijks te praten. We gaan het over genezing hebben, en dat is belangrijk omdat je deze boodschap ooit in je leven nodig zult hebben. Voor jezelf of voor iemand anders. En zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament staan talloze voorbeelden van het feit dat God een Geneesheer is. In het Oude Testament, in Exodus 15:26, nog voordat God Z’n volk de tien geboden gaf, openbaarde Hij hen dat Hij hun Geneesheer was: Ik ben Jehova Rapha, “de Heere uw Heelmeester”. Net een moeder die voor de gezondheid en het welzijn van haar kind zorgt voordat ze zorgt voor een goede opleiding. Het openbaart ook hoe vroeg in onze relatie met God Hij wil dat we weten dat Hij een Genezer is. Jezus zei: “Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien”. Zijn leven, houding en handelen zijn een openbaring van het hart van de Vader. In de evangeliën lees je dat Hij veel tijd besteedde aan het genezen van zieken. Hij bediende de scharen. Ze brachten de zieken bij Hem, en Hij genas ze. En dan zijn er de afzonderlijke verhalen waarin Jezus soms heel ver gaat om iemand te genezen. En in die verhalen, in beide Testamenten, vind je vragen. Soms zijn het vragen die de Heer stelt, midden in een verhaal over genezing. Soms stellen mensen de vraag en soms is er alleen een inherente vraag in het verhaal vervat. In de vorige uitzending zijn we begonnen. Als je die gemist hebt, kun je hem op YouTube of onze website opzoeken. Het is je tijd zeker waard om de vragen die al behandeld zijn, door te nemen. Nu komen we bij de zevende vraag, als je de stand bijhoudt. Die vind je in een van de verhalen die over genezing zijn opgetekend. Die vraag gaan we bekijken, net als alle andere van vorige keer. We gaan er gewoon even over nadenken en over praten. Zoals ik al zei: dit is enorm belangrijk. Nu zeg je misschien dat je dat niet nodig hebt en gezond bent. Wat fantastisch. Daar moet je God elke dag voor bedanken. Als je geen pijn lijdt en niet ziek bent, moet je God prijzen. Want sommige mensen hebben al zo lang geen dag zonder pijn of ziekte gehad dat ze niet meer weten hoe het is om gezond of genezen te zijn. Daar moet je God voor danken. Maar zoals ik al zei: er komt een dag dat je deze boodschap nodig hebt, voor jezelf of een ander. Dan komen we bij die vraag, die staat in Johannes 5. Ik lees de verzen 1-6, en de vraag wordt gesteld door de Heer Zelf. Dus Johannes 5, vanaf vers 1: “Hierna was er een feest van de Joden, en Jezus ging naar Jeruzalem. Er is in Jeruzalem bij de Schaapspoort een badwater dat in het Hebreeuws Bethesda wordt genoemd, met vijf zuilengangen. Daarin lag een grote menigte van zieken, blinden, kreupelen en verlamden die wachtten op de beroering van het water. Want een engel daalde van tijd tot tijd neer en bracht het water in beweging. Wie dan na de beweging van het water het eerst daarin kwam, werd gezond aan welke ziekte hij ook leed. En daar was een man die al achtendertig jaar ziek was. Jezus zag hem liggen, en omdat Hij wist dat hij al lange tijd ziek was zei Hij tegen hem: Wilt u gezond worden?”

    Wat een vraag. “Wilt u gezond worden?”. Spreekt dat niet vanzelf?. Willen zieken soms niet genezen worden? Hij zit bij het badwater. Ze liggen daar te wachten tot het water beroerd wordt als de engel erin afdaalt. Hij ligt daar toch bij het badwater?. Dus wat is dat voor vraag?. Dat is op het randje van beledigen, Heer. Waarom zou U een zieke vragen of hij gezond wil worden?. Dat spreekt toch voor zich? Want hij zit daar bij het badwater. Er staat dat Jezus hem zag liggen en wist dat hij al lang ziek was. Dat hoeft niet per se te betekenen dat de Heer door de Heilige Geest wist hoe lang die man al ziek was. Iedereen die langskwam, wist wel dat die man al lange tijd ziek was. Dat bleek uit alles aan hem: uit z’n houding en uit de uitdrukking op z’n gelaat. Uit alles aan hem bleek dat hij vastzat. Ik heb deze ziekte al heel lang. En Jezus vraagt hem: “Wilt u gezond worden?” Wilt u genezen worden? Wilt u dat echt?. En sommigen zeggen: natuurlijk, ik zit toch in de kerk. En hij zat bij het badwater. Wil je het? Want het is mogelijk dat je je er niet alleen van buiten maar ook van binnen bij neerlegt. Je kunt zo aan je situatie gewend raken dat je het van binnen hebt opgegeven. Je kunt uiterlijk alle juiste stappen zetten zodat het lijkt of je alles doet wat nodig is. In zijn geval zit hij uit routine bij het badwater maar had hij zich er van binnen bij neergelegd. In wezen voelde Jezus aan dat die man van binnen de hoop had opgegeven. Hij antwoordde dat hij geen mens had en dat een ander vóór hem afdaalde als het water in beroering gebracht werd. Eigenlijk geeft hij anderen de schuld van z’n kwaal. “Ik heb geen mens,” en ik heb dit omdat een ander iets niet doet. En áls ik het probeer, is een ander er eerder in. Dus niet alleen om wat anderen niet vóór me doen maar om wat ze tegen me doen. Hoe dan ook, het is niet mijn schuld. Als we anderen en zelfs God de schuld van onze situatie geven zitten we op een dood spoor. Dan zitten we vast. Daarom wil ik je vragen, en wel zo vriendelijk als ik kan en vat het alsjeblieft op zoals ik het bedoel. Want ik weet dat sommige kijkers erg geleden hebben. Ik weet dat er mensen zijn die denken: doe niet zo gemeen. Waag het niet om me hoop te geven. Maar ik wil je hoop geven, en dat is niet gemeen. “Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt.”

    Ook vertaald als: “Het geloof geeft vaste grond aan onze hoop.” Zonder hoop is het geloof hopeloos. En zonder hoop kan het geloof nergens vaste grond aan geven. En zowel geloof als hoop zijn geworteld in Gods woord. Als je Gods beloften in dit soort verhalen leest zorgt het dat de hoop in je hart opbloeit. En geloof geeft vaste grond aan die hoop. Geloof is de vaste grond. Romeinen 10:17: “Het geloof is uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God.”

    Hoop is het doel dat je voor ogen hebt. Het visioen, of de droom. En het geloof brengt je daar. Hoop is als de blauwdruk van het gebouw en geloof het bouwmateriaal. Geloof kan de blauwdruk werkelijkheid maken. Dus ja, en vat dit niet verkeerd op: ik wil je echt hoop geven. Inderdaad, daar maak ik me schuldig aan. Ik wil je vertellen over onze fantastische Jezus wat Hij kan doen, al gedaan heeft en nog steeds wil doen omdat Hij Dezelfde is, gisteren, vandaag en in eeuwigheid. En luister: voel je in geen enkel opzicht veroordeeld vanwege je situatie. Daar gaat het niet om. Dat fluistert de duivel je in. We zijn allebei op reis, dus zeg maar in je hart: Heer, ik ben op weg. Ik vertrouw U op uw woord, dat U datgene in me opbouwt wat nodig is zodat U door en voor mij kunt bouwen en anderen door mij aanraken. We willen God dit laten doen. Dus ik stel je die eerste vraag: wilt u gezond worden?. Wilt u dat de dingen veranderen? Wilt u genezen worden? De wens is zo belangrijk. Als die wens in je is uitgedoofd, kun je alle routinehandelingen doen: de oudsten voor je laten bidden en je met olie laten zalven en je handen laten leggen. Je kunt eindeloos bidden maar dat heeft geen effect als er niet die vurige wens in je is dat de dingen veranderen. Ik kende een jongedame, ik heb haar zelfs pas nog gesproken. Dit is een jaar of 38 geleden in onze kerk gebeurd. Ze wilde dolgraag dat we in de kerk voor een familielid zouden bidden. En ze kreeg autopech. Ze woont in een andere stad. Niet zo ver weg, maar toch wel bijna 20 km verderop. En haar wens was zo intens dat ze een fiets pakte en naar ons toe reed. Je kunt zeggen: als het Gods wil was, had ik geen autopech gekregen. Het is vast een teken van God. Of: ik heb wel een fiets maar het is wel 40 minuten fietsen. Ik ga geen 40 minuten fietsen. Het is koud buiten. Maar zij deed het wel. Dus dit is een heel belangrijke vraag. En ja, sommigen zouden zeggen: Heer, dat grenst aan beledigend zijn om een zieke te vragen of hij genezen wil worden. Iemand die uiterlijk de vereiste stappen zet om genezen te worden. En U vraagt of hij het echt wil. Maar de Heer stelde die vraag, en dus moeten wij hem overdenken. En heel grondig overdenken zelfs. Dan door naar een ander verhaal, uit het tiende hoofdstuk van Markus vanaf vers 46. Ik leg dit even gewoon uit, pratend over voor de hand liggende dingen. Waarom moet je deze vraag stellen? We komen bij iets bijzonders. Tenminste, dat zouden we hier zeggen. Het lijkt bijna gek, hoe overduidelijk dit is. En toch stelde de Heer die vraag. Dus Markus 10, vanaf vers 46. En daar staat dit: “En zij kwamen in Jericho. En toen Hij en Zijn discipelen en een grote menigte Jericho uitgingen zat de zoon van Timeüs, Bartimeüs, de blinde, aan de weg te bedelen.”

    “Toen hij hoorde dat ’t Jezus de Nazarener was, begon hij te roepen en te zeggen: Jezus, Zoon van David, ontferm U over mij.”

    Dat is een aanduiding voor de Messias. Er waren destijds immers veel jongens en mannen die Jezus heetten. Een heel gewone naam. Maar dit was Jezus de Nazarener. De blinde had over Jezus’ werken gehoord, trok z’n conclusies en noemde Hem de Zoon van David: een aanduiding voor de Messias. Vers 48: “En velen bestraften hem opdat hij zwijgen zou. Maar hij riep des te meer: Zoon van David, ontferm U over mij.”

    Dan wilde hij ’t wel heel graag: hij stoorde en moest stil zijn, maar deed net het omgekeerde: hij riep alleen maar harder. Vers 49: “En Jezus stond stil en zei dat men hem roepen moest. Toen riepen ze de blinde en zeiden tot hem: Heb goede moed, sta op, Hij roept u. En hij wierp zijn bovenkleed af, stond op en kwam bij Jezus.”

    Even een zijsprongetje: volgens sommige commentaren diende die deken niet alleen om hem te beschermen tegen de kou. Dat doet hij wel, maar volgens sommigen was het een bedelaarsdeken. De blinde zat te bedelen met z’n deken, waar mensen munten op wierpen. En dat hij z’n deken weggooide, betekent volgens sommigen dat hij z’n oude leven beu was en erop vertrouwde dat hij iets van de Heer zou ontvangen waardoor hij niet meer hoefde te bedelen en een ander leven kon gaan leiden. Dat is interessant en zeker het overwegen waard. Want geloof zonder bijbehorende werken is levenloos en vruchteloos, zo staat er. Vers 51: “Jezus antwoordde hem en zei…” En daar komt de vraag: “Wat wilt u dat Ik voor u doen zal? En de blinde zei tegen Hem: Rabboni, dat ik ziende mag worden. En Jezus zei tegen hem: Ga heen, uw geloof heeft u behouden. En meteen werd hij ziende en volgde Jezus op de weg.”

    Een paar mooie dingen: als de Heer je zegent, moet je Hem volgen. Hij werd niet genezen om alleen z’n eigen ding te kunnen doen. Hij begon Jezus te volgen. Als je iets overkomt… Hij geneest je niet alleen zodat je weer kunt tennissen. Ga lekker tennissen, maar je moet Hem wel volgen. Dat moet je hoogste prioriteit zijn. Eigenlijk moet je Hem gewoon volgen omdat Hij goed is en Hij de Heer is. Hij is de enige Redder van de wereld. Dit verhaal is zo rijk, en we komen terug bij die vraag: ‘Jezus vroeg hem: wat wil je dat Ik voor je doe?’. Spreekt dat niet vanzelf, Jezus? Hij schreeuwt om genade en is overduidelijk blind. Ze brengen een blinde bij Jezus en Jezus stelt een belachelijke vraag, vanuit natuurlijk oogpunt. Het spreekt toch voor zich, Jezus, dat hij genezen wil worden?. Hij zei: “Dat ik ziende mag worden.” En interessant genoeg zegt Jezus: “Uw geloof heeft u behouden.”. Hij schreeuwde het uit: “Jezus, Zoon van David, ontferm U over mij.”. Hij geloofde in de barmhartigheid van Jezus. Hij is nog steeds dezelfde barmhartige Heiland Die Hij altijd geweest is. Hij is onze genadevolle Hogepriester, bij Wie we in nood terecht kunnen en bij Wie we genade vinden om ons te helpen in tijden van nood. Dat is Hij nog steeds. Dan weer terug naar de vraag: wat wilt u dat Ik voor u doen zal?. Hij had wel alles kunnen zeggen: ach, Heer, het bedelen levert de laatste tijd weinig op. Ik wil wel wat meer geld hebben om vaker lekker te eten. Of: Heer, ik heb al drie weken hoofdpijn. Hij had alles wel kunnen zeggen. Maar Jezus wilde dat hij het specifiek zou zeggen. Het geloof is specifiek. In Markus 11:24 zegt Jezus: “Alle dingen die u biddend begeert geloof dat u ze ontvangen zult, en ze zullen u ten deel vallen.”

    Alle dingen, expliciet benoemd. Het geloof vereist dat je specifiek bent. Het geloof vraagt van ons dat we specifiek zijn. Sommige mensen zijn zo vaag als ze bidden dat ze het antwoord niet zouden herkennen als het ze op de schouder tikte en zei: hier ben ik. Dus wees niet bang om specifiek te zijn. In Jakobus staat: ‘U ontvangt niet, omdat u er niet om vraagt.’. Je mag wel zeggen: ‘Omdat u er niet specifiek om vraagt.’. Ik weet nog dat onze kinderen, die hebben nu hun eigen gezinnen. Maar toen zij me als kind ergens om vroegen zoals een paar schoenen, een shirt of een stuk speelgoed durfden ze gerust specifiek te zijn: ze zeiden welke kleur ze wilden en welk merk ze wilden. Wat het ook mocht wezen. De jongens vroegen me ooit… ik ging preken in Minneapolis, in een Franse kerk. En in Minneapolis heb je het zogeheten Mall of America. Destijds was dat het grootste winkelcentrum van de VS. Ik neem een vriend mee, ga preken, en we gaan daar lunchen. Ik zei: ik moet speelgoed voor m’n zoon kopen. Ik ben zeker de halve middag bezig geweest om in dat gigantische winkelcentrum dat speeltje te zoeken. Ik ging winkel in, winkel uit, en ze hadden het nergens. Op het kaartje vinden we nog een speelgoedwinkel aan de andere kant van het winkelcentrum. Dus we lopen weer 20 minuten, en zij hebben het ook niet. En we vinden nóg een speelgoedwinkel, en nog een warenhuis… we hebben eindeloos gezocht, omdat zij specifiek waren. Wees specifiek met wat je vraagt. Bid niet zomaar: zegen me, Heer. Dan zegt Hij: ik heb miljoenen zegeningen. Welke zegening wilt u precies?. Geloof is specifiek. Ik ging lunchen met een oudgediende, een van de helden van het geloof uit een vorige generatie. Hij is al heel lang in de hemel. Maar hij was een van de mensen die de kerk hebben vormgegeven. Hij heeft fantastische dingen gedaan met de wereldzending en het verspreiden van het evangelie via radio en tv. Echt een legende van het geloof, en ’t was een voorrecht om hem te leren kennen. Hij en ik zaten een keer samen te eten, en ik zei: luister, ik ben een jonge predikant en ik heb wijsheid nodig. Kunt u wat dingen vertellen die me helpen?. Ik vergeet dit nooit. Hij keek me aan en zei: jongen, dat is niet specifiek genoeg. En daardoor heb ik die dag een les geleerd. Je moet uitspreken wat je nodig hebt van de Heer. En als dat genezing is, wees dan specifiek: Heer, m’n bloedsuikerspiegel moet normaal worden. Heer, ik wil ziende worden. Heer, ik moet genezen worden van die kwaal aan m’n holtes. Wees specifiek. Dat verhaal van die blinde, Bartimeüs, die schreeuwde om ontferming doet me denken aan iets van vele jaren geleden. We gingen met ’n team van de kerk naar Mexico, voor kortdurend zendingswerk. Dus we zitten daar een paar dagen, met een vriend van me die nog altijd zendeling in Mexico is. We gingen naar een bergachtig gebied, enigszins afgelegen en daar lag een heel groot dorp. Er waren geen verharde wegen, maar alleen zandpaden. En overal zaten geulen, waar de regen het zand had weggespoeld. De zendeling die onze gids was, had allemaal banden opgestapeld en er een grote luidspreker bovenop gezet en die op ’n cassettespelertje aangesloten. Dan weet je hoe lang geleden het was. Hij had een bandje van een man die preekte in het Spaans. Dat was een preek over genezing. Het schalde uit de luidsprekers door het hele dorp. Wij staan daar en zien een man langzaam dat steile zandpad op lopen dat vol zat met barsten en geulen, waar je makkelijk kon zwikken. Hij loopt naar boven, en wij beseffen dat hij blind is. Hij ziet niets. We gaan met een groepje naar hem toe en vragen of we kunnen helpen. Hij zei dat hij de man wilde ontmoeten die nu stond te preken. Breng me naar die man toe, want hij moet voor me bidden. We zeiden: ‘Señor, es una grabadora.’ Het is een bandrecorder. Er staat niet echt iemand. Het is een opname. Maar hij vond het goed als wij voor hem baden. Hij geloofde dat God hem ziende kon maken. En hij was stekeblind. Wat mensen gingen om hem heen staan legden de handen op hem en baden voor hem. En voor onze ogen opende God de ogen van die man. Iemand gaf hem een Bijbel, en hij begon voor te lezen. Ik vergeet het van m’n leven niet: hij las de Schrift klemde de Bijbel tegen z’n borst en begon te snikken. Hij viel op z’n knieën op dat zandpad en zei telkens opnieuw: Grácias, mi Señor. Grácias, mi Señor. Dank u, Heer. Dank u, Heer. God had z’n ogen geopend. Ik weet nog dat hij heel specifiek was met wat hij vroeg. En dat moeten wij ook zijn: wat wilt u dat Ik voor u doen zal?. Hopelijk heb je iets aan deze les en zie ik je volgende keer weer. Tot dan bid ik dat Gods rijkdom en al Zijn goeds altijd van jou zijn. Tot kijk.

  • Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vond je de uitzending fijn?

Stuur het dan door of deel het op sociale media om anderen ook te bemoedigen!

Ook interessant voor jou?
artikelen

Geloof jij in genezing?

uitzending

Jezus is er ook voor jou

Steun ons werk

Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!

Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.