Je winkelmand (0)

Dit maakt je gezin sterker (2)

De Bijbel zegt dat kinderen als pijlen zijn in de handen van een sterke man. Maar hoe zorg je ervoor dat die “pijlen” goed vliegen als je ze loslaat? Bayless Conley legt aan de hand van Psalm 127 uit hoe je je rol als ouder kunt vervullen en je kinderen optimaal kunt voorbereiden op de spannende reis van het leven!

Downloaden als PDF
  • Hallo, vriend. Bedankt dat je kijkt. Dit is het tweede deel van een boodschap waarmee ik de vorige keer begon. Als je niet hebt gekeken, geen probleem. Deze boodschap staat op zichzelf. Je zult vandaag gezegend worden. Doe je gordel om, zet je helm op. Ik ga met je praten over Psalm 127: “Als de Heer het huis niet bouwt.”. Ben je er klaar voor? Vriend, ik ben ontzettend blij dat je kijkt. Ik wil een aantal dingen met je delen. Ze komen vooral uit Psalm 127, maar ik gebruik soms ook wat andere Bijbelteksten. God spreekt heel duidelijk tegen me vanuit deze psalm. Het heeft me zo enorm geholpen in m’n leven en met m’n gezin. Hij heeft me geholpen om zo anderen te helpen en ook jij zult hulp van God krijgen. In Psalm 107:20 staat: “God zond Zijn woord uit, genas hen en bevrijdde hen uit hun grafkuilen.”

    Bevrijding, genezing, zegen komt door het Woord. En Zijn Woord komt nu tot jou. Waar je ook bent, via welk kanaal je ook luistert of kijkt ik vertrouw erop dat God je ogen opent en zorgt dat je gaat begrijpen. Dat Hij je iets geeft wat nu specifiek voor jou is op dit moment in jouw leven. Ik begon hier vorige week mee en ik maak het vandaag af. Ik begin vandaag met het lezen van de hele Psalm 127:1-5. Hij is maar kort, slechts vijf verzen. Maar de woorden zijn krachtig. Psalm 127 vers 1 tot 5: “Als de Heer het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen zijn bouwers eraan. Als de Heer de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter. Het is tevergeefs dat u vroeg opstaat, laat opblijft brood eet waarvoor u moet zwoegen. De Heer geeft het Zijn beminde in de slaap. Zie, kinderen zijn het eigendom van de Heer. De vrucht van de schoot is Zijn beloning. Zoals pijlen in de hand van een held, zo zijn de zonen, ontvangen in de jeugd. Welzalig de man die zijn pijlkoker daarmee gevuld heeft. Zij worden niet beschaamd, als zij met de vijanden spreken in de poort.”

    Er zijn vele toepassingen voor de stellingen, beloftes en bemoedigingen in deze psalm, maar ze zijn vooral van toepassing op het gezin. “Als de Heer het huis niet bouwt…” Het Hebreeuws kent één woord voor huis en gezin. En daar heeft Hij het over. “Als de Heer het gezin niet bouwt, tevergeefs zwoegen zijn bouwers eraan. Als de Heer de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter.” Stad als metafoor voor gezin. God wil ons gezin bouwen en bewaren. Maar er is hier een beetje goddelijke spanning. Er is vertrouwen en er is actie. Vertrouwen: “Als de Heer het huis niet bouwt…” We vertrouwen daarop. “Tevergeefs zwoegen zijn bouwers eraan.” We moeten wel werken. “Als de Heer de stad niet bewaart.” We vertrouwen erop dat Hij ons bewaart. “Tevergeefs waakt de wachter.” We moeten wel waken. God bouwt en bewaart, maar dat doet Hij vooral via ons. Als we God vragen om in ons leven en in ons gezin te komen zal God helpen om het gezin door ons heen op te bouwen en te bewaren. Hij zal ons kracht, wijsheid en raad geven als we Hem om die zaken vragen. Hij zal dingen doen door ons en dingen voor ons doen die wij zelf niet kunnen. Het is een beetje een kwestie van reageren op Gods vermogen. Iemand zei: Als je gered bent, is je leven niet langer jouw verantwoordelijkheid. Dan reageer jij op wat Hij kan. Je moet jouw deel doen, maar voor dingen die wij niet kunnen, vertrouwen we op Hem. Hij geeft ons kracht voor dingen die we wel kunnen. God wil het gezin bouwen. Hij wil over het gezin waken. Kinderen zijn een erfenis, letterlijk een geschenk van de Heer. “De vrucht van de schoot” is een beloning. Kinderen zijn een gift, geen straf van God. De vorige keer eindigden we ermee dat liefde een van de belangrijkste zaken is die we onze kinderen kunnen geven. We kunnen alleen echt van hen houden als we weten dat er van ons wordt gehouden. Vers 2 in deze psalm: “Het is tevergeefs dat u vroeg opstaat, laat opblijft brood eet waarvoor u moet zwoegen.”

    Veel ouders weten wat dat is. Met pijn in hun hart, omdat hun kinderen zijn afgedwaald. Er staat dat dat tevergeefs is. Er staat: “De Heer geeft het Zijn beminde in de slaap.” En dan: “Zie, kinderen zijn het eigendom van de Heer.” Dat houdt verband met elkaar. God geeft Zijn beminde slaap. Bemind, geliefd door God. En Gods liefde kun jij dan weer aan je kinderen geven. Gods liefde is in ons hart uitgestort. We hebben het er de vorige keer kort over gehad dat ons van alle dingen die de Vader tegen Jezus heeft gezegd in feite erg weinig wordt verteld. God laat één belangrijk ding zien, God zei maar één ding tegen Zijn Zoon Jezus over Zijn Zoon Jezus in de Bijbel. Jezus had vast heel goede gesprekken en een heel goede band met de Vader. Slechts één keer horen we wat God tegen de Zoon zei over de Zoon. Dat is bij de doop van Jezus, zoals staat in Mattheüs, Markus en Lukas. De Vader zei drie dingen tegen Hem. In Lukas 3:22 staat: “En er kwam een stem uit de hemel die zei: U bent Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik Mijn welbehagen.”

    Dat zei de Vader tegen Jezus. Hij zei: “U bent Mijn Zoon.” Acceptatie. “Van wie Ik houd.” Liefde. “Mijn welbehagen.” Bevestiging. De Vader gaf de Zoon deze drie dingen. Waarom, van alle dingen die de Vader Zijn hele leven tegen Jezus zei is juist dit wat de Vader tegen de Zoon zei hetgeen dat we lezen? Omdat dit de drie belangrijkste dingen zijn die we onze kinderen kunnen geven: Bevestiging. Je bent m’n zoon, m’n dochter. Je hoort in dit gezin. Je bent geen buitenstaander. Je bent geliefd. “Geliefde Zoon.” “Mijn welbehagen.” Bevestiging. Misschien heb je op dit moment niet echt een reden om trots te zijn op je kinderen. Zeg tegen hen: Je doet je best, je kunt het. Als we als ouders onze kinderen die drie dingen geven, acceptatie liefde en bevestiging, dan doen we al heel veel. Als die drie zaken afwezig zijn, is er een probleem. Ieder mens verlangt naar die drie dingen en heeft die drie dingen nodig. Gezegend is het kind dat ze thuis ontvangt. Het geeft zelfvertrouwen, stabiliteit en zekerheid. In de psalm gaat hij verder. In vers 4 zegt hij: “Zoals pijlen in de hand van een held, zo zijn de zonen, ontvangen in de jeugd.”

    Pijlen in de hand. Onze handen trekken de boog strak. En met onze handen richten we ook de boog. Onze handen bepalen hoe ver en met welke snelheid de pijl wordt geschoten. En onze handen bepalen ook de richting waarin de pijl gaat. God wil jouw invloed gebruiken, moeder. Hij wil jouw invloed gebruiken, vader om te bepalen hoe ver en in welke richting je kinderen gaan. Dat hangt niet alleen maar van ons af. Terug naar het begin: De Heer wil het huis bouwen… God betrekt er zeker ook andere mensen bij, maar het belangrijkste dat Hij wil doen is dat Hij dat doet door het gezin, door de moeder en de vader. Een krijger verspilde geen pijlen. Hij had geen onuitputtelijke voorraad. Een krijger koos heel precies z’n doelwit uit. Omdat z’n aantal pijlen beperkt was, schoot hij niet maar in het wilde weg in de hoop dat hij iemand raakte. Dat hij een vijand zou uitschakelen. Nee, ze kozen heel precies en specifiek wat ze deden. Het is onze taak als ouders om te observeren en onze kinderen in de richting van hun talenten te sturen. Ik herhaal: Het is onze taak als vader, als moeder, als grootouder om goed onze kinderen te observeren en ze dan te sturen in de richting van hun talenten. Je kent vast Spreuken 22:6, dat vers wordt vaak geciteerd: “Oefen de jongeman overeenkomstig zijn levensweg ook als hij oud geworden is, zal hij daarvan niet afwijken.”

    Dat is een vers met een rijke betekenis. In de Amplified Classic-Bijbel zit veel van de originele Hebreeuwse betekenis. Daar zit veel gelaagdheid in wat er gezegd wordt. Daarin zit de betekenis van het origineel: “Leer een kind van jongs af aan de juiste weg en overeenkomstig z’n individuele talenten of aanleg.”. “Leer een kind van jongs af aan de juiste weg en overeenkomstig z’n individuele talenten of aanleg.” Z’n voorkeuren. Psalm 127: “Pijlen in de hand van een held, zo zijn de zonen, ontvangen in de jeugd.”. We moeten hiermee beginnen als we jong zijn. Als we jonge ouders zijn. We moeten beginnen als onze kinderen jong zijn. Dan moeten we ze sturen in de richting van hun aanleg en hun talent. “Zo zijn de zonen, ontvangen in de jeugd.”. Ze laten bepaalde trekken zien en een bepaalde aanleg, al op zeer jonge leeftijd. Moeder, vader, let op die trekken. Help ze om die te ontwikkelen voor Gods glorie en voor hun toekomstige baan. Ik hoop dat je dit goed begrijpt. Wij hebben vier kleinzonen. Op dit moment is er eentje veertien een is twaalf, een is zeven en eentje is tweeënhalf. En ze hebben allemaal andere voorkeuren. Zelfs de allerjongste heeft van die dingetjes. Hij heet Liam. Ik zag het al toen hij anderhalf was. Als hij iets ziet rijden, wil hij de wielen bestuderen. Hoe ze draaien. Bij een schommelstoel kijkt hij eronder hoe die werkt. Bij alles wat mechanisch is, wil hij weten hoe de tandwielen en de hendels werken. Hij kijkt niet naar de mooie buitenkant hij wil het mechanisme bekijken dat eronder zit. En hij is nog klein. Hij heeft de neiging om te kijken hoe dingen werken. Ik geloof dat God dat in hem heeft gestopt. En dan een van onze middelste kleinzonen. Toen hij een jaar of zeven was, gaf ik hem als kerstcadeau een ton vol stukken hout en stukken metaal met daarbij een gereedschapskist. Een fantastisch cadeau. Hij maakt dingen met z’n handen. Je ziet hem uren niet en dan komt hij met een boog waarmee je een pijl 100 meter ver kunt schieten. Waanzinnig. Hij maakt dingen. Hij heeft oog voor het maken van dingen. Het is de taak van de ouder om op die dingen te letten en om ze aan te moedigen om hun talent te volgen. Om ze te leren dat ze hun talent moeten aanwenden voor Gods glorie. Het is belangrijk om te weten waarvoor we aanleg hebben. Ik hoor veel mensen op de een of andere manier zeggen: “Wat is m’n doel? Wat moet ik eigenlijk doen? Wat is Gods plan met mijn leven?”. En dat zijn goede vragen. Een betere vraag is misschien: Wat doet God in de wereld? Wat vindt God belangrijk? Wat zijn Gods prioriteiten? In het algemeen: Wat doet God in deze tijd in de wereld? En dan stel ik mezelf de vraag: Hoe passen mijn talenten daarin? Hoe kan ik dat wat Hij mij heeft gegeven daarvoor gebruiken? Hoe kan ik wat Hij mij heeft gegeven gebruiken voor Zijn glorie, om Zijn werk te doen? En als we het over de kinderen hebben, ze hebben elk hun talent. Misschien heb je een kind dat complexe wiskundige problemen kan oplossen. Daar sta jij van te kijken. Ze zijn een soort computer. Een ander kind haat school en kan heel andere dingen. Ze zijn allemaal anders. Het is belangrijk dat we een kind niet voortrekken omdat het qua aanleg of talent op ons lijkt. Izak hield meer van Ezau dan van Jakob omdat Ezau een man van het veld was. Izak leek meer op Ezau. Maar Rebecca hield van Jakob omdat hij meer op haar leek. En daar kwamen grote problemen van. Je herkent misschien de aanleg die God een kind heeft gegeven maar je mag dat kind daarom niet voortrekken. Behandel elk kind gelijk. Ik ken een aantal mannen van mijn leeftijd, in één geval iets ouder. Een van hen zou een houtzagerij erven. Die was al vele generaties in de familie. Hij was de erfgenaam. Hij zou die houtzagerij overnemen en voortzetten. Maar dat was niet wat hij wilde. Hij zei tegen z’n vader: “Ik weet dat van mij verwacht wordt dat ik je opvolg maar dat wil ik helemaal niet. Daar liggen m’n talenten niet. Ik hou van interieurontwerp. Ik wil huizen mooi maken. Dat wil ik gaan doen.”. Met z’n vaders zegen ging hij dat doen. En hij deed het goed. Hij kon er heel goed van leven. Hij verdiende minder dan de zagerij had opgeleverd, maar hij was gelukkig. En door z’n interieurontwerpen had hij waarschijnlijk meer invloed op andere mensen dan wanneer hij die houtzagerij had overgenomen. Ik heb een andere vriend. Zijn vader dwong hem min of meer om toe te geven. Hij zei: Jij gaat het familiebedrijf voortzetten. Hij dreigde hem te onterven, zodat hij niets kreeg als hij niet toegaf. Hij had misschien niet de moed om nee te zeggen en hij gaf toe. En hij verdient er echt een heel goede boterham mee. Maar hij is al tientallen jaren ongelukkig. En hij heeft minder invloed dan hij had kunnen hebben als hij had gedaan wat God in z’n hart had gestopt. En het resultaat, als iemand wordt gedwongen om een andere richting te kiezen dan hij zou moeten kiezen is dat diegene helemaal niet op z’n plek zit. Het past gewoonweg niet. Zo iemand is niet de zegen voor Gods Koninkrijk die hij had kunnen zijn. Die mensen kunnen een goed en gelukkig leven leiden maar we moeten beseffen dat onze kinderen zijn zoals pijlen in onze hand. Wij moeten helpen om te bepalen in welke richting ze gaan. Kijk eens naar je kinderen, vooral als ze jong zijn. Als ze volwassen zijn en het huis uit, dan kun je bidden en kun je ze niet meer zo beïnvloeden als toen ze klein waren. Kijk naar hun aanleg en hun individuele talent. Moedig ze aan om daar iets mee te doen. De Bijbel zegt in het boek Psalmen: “De Heer schouwt uit de hemel en ziet alle mensenkinderen. Hij vormt hun aller hart; Hij let op al hun daden.”

    Er staat dat God iedereen op de hele aarde ziet. Ik weet niet hoe Hij het doet, maar Hij is God. Hij kan het. “Hij vormt hun aller hart; Hij let op al hun daden.”. Dat betekent dat het werk dat we doen vanuit ons hart moet komen. God heeft mij een unieke aanleg gegeven. Ik lijk op een aantal mensen, maar Bayless Conley heeft ook iets unieks. Het werk dat ik doe, wat ik in m’n leven doe ter meerdere glorie van God moet uit die individuele aanleg komen. Het is het beste als ouders dat hun kinderen leren voor de glorie van God. “Zoals pijlen in de hand.” Kijk maar eens naar je handen. Je handen hebben de macht je kinderen te zegenen, richting te geven energie te geven. Een route. Je trekt de boog strak en je stuurt ze in de richting van God. Het is het doel van de pijl om te worden afgeschoten. De strijder zegt niet: Kijk, dit zijn m’n pijlen, maar je mag er niet aankomen. Er zijn ook helikopterouders. Die hangen altijd boven hun kinderen. Ze willen hun kinderen bij zich houden. Ze willen niet dat ze weggaan. Het is onze taak om onze kinderen voor te bereiden om eropuit te gaan. We moeten ze niet bij ons houden. In New York waren er ouders die met een gerechtelijk bevel hun zoon van in de dertig het huis uit probeerden te krijgen. Hij wilde niet werken en hij wilde het huis niet uit. We moeten onze kinderen eropuit sturen en we moeten ze niet bij ons houden. We sturen ze op pad met gebed, financiële hulp en geloof in God. “Zoals pijlen in de hand van een held.” Je moet vechten voor je kinderen. We vechten vooral voor hen in gebed. Onze oudste zoon Harrison is hoofdpastor van onze kerk in Cottonwood. Toen hij klein was, kreeg hij vreselijke koorts. We baden voor hem. Het was erg en er trad niet meteen verbetering op. We gingen naar de dokter. Die zorgde dat de koorts verdween, maar door de koorts raakte hij ongeveer 80 procent van z’n gehoor kwijt. Hij was nog klein. Ik denk dat hij vier was. Vreselijk. Als je achter hem stond en z’n naam noemde, draaide hij zich niet om. Harrison… Hij stond vlakbij. Als je hem riep, zei hij: hè? Hij hoorde je niet. De koorts was voorbij, maar het gehoor was weg. En dat was het gevolg van die koorts. De artsen konden niets doen. En als vader deed dat me pijn. Als vader of moeder zou je zonder nadenken ruilen met je kind. Je zou je leven voor hen geven, zonder enige twijfel. We baden en baden. Op een avond lag Harrison in z’n bed te slapen. Ik bad en ik voelde dat de Heer zei: Zing voor hem. Ik had geen zin om te zingen. Toch deed ik het. M’n handen voelden heel zwaar. Ik hief ze op en begon te zingen. Ik aanbad God. Het was moeilijk. Vijf minuten, tien minuten, ik zong. Ik aanbad God en ineens was God aanwezig in de kamer. Plotseling verdween het zwaarmoedige dat er eerst was. Het voelde als een zege. Als een doorbraak. Ik bleef God aanbidden en bleef zingen. Uiteindelijk ging ik slapen. Toen Harrison de volgende ochtend wakker werd was z’n gehoor 100 procent hersteld. Tot op de dag van vandaag is het 100 procent. We moeten strijden voor onze kinderen. Door te aanbidden, te bidden. “Zoals pijlen in de hand van een held, zo zijn de zonen, ontvangen in de jeugd.”. Als je merkt dat je je kinderen niet hebt geholpen om hun talenten te ontdekken is het nog niet te laat. Onthou dat God wil helpen. Deze psalm begint met: “Als de Heer het huis niet bouwt…” Het gezin. “…tevergeefs zwoegen zijn bouwers eraan.” Maar je moet Hem wel vragen om op de bouwplaats te komen. Daarvoor moet je je leven geheel aan Hem overgeven. Als je je gezin wilt helpen is je leven onvoorwaardelijk aan Hem overgeven het beste wat je kunt doen. Je kunt niet zeggen: “God, kom binnen. In een paar kamers mag U niet komen. Over mijn financiën, God kom niet binnen. Ik wil U volgen, maar mijn geld is mijn geld. Ik ga niet aan de kerk geven. Bij m’n seksualiteit hangt ook een bordje ‘niet binnenkomen’ voor U. Ik blijf met m’n vriendin of vriend samen, ik blijf in een relatie die verboden is voor een volgeling van Jezus. Maar ik wil U wel volgen.”. Dat werkt dus niet. Het is alles of niets. Als Christus niet voor alles gaat, wordt Hij niet gewaardeerd. Geef je met heel je hart en ziel aan Hem. Maak Zijn Woord, de Bijbel, de hoogste autoriteit in je leven. Bij je financiën, je seksualiteit, je geld. Hoe je omgaat met vijanden. Hoe je omgaat met vrienden, met familie. Hoe je je kinderen opvoedt. Et cetera, et cetera. Laat Zijn Woord je hoogste autoriteit zijn. Dat is wat Jezus je Heer noemen inhoudt. Als je wilt dat God op de bouwplaats komt om te werken in het leven van je kinderen, groot of klein het begint met jou om Hem volledig toe te laten in jouw leven. Bid met me. Ik kan je de woorden geven om te bidden. Als jij oprecht vanuit je hart bidt, zul je God ontmoeten. Doe je met me mee? Zeg: O, God. Luidop, waar je ook bent. In je slaapkamer, je woonkamer, waar je ook luistert, zeg: “O, God. Ik buig m’n hart voor U.”. Toe maar, zeg het. “Ik buig m’n hart voor u. Ik geloof dat Jezus Christus Uw Zoon is. Ik geloof dat Hij aan het kruis is gestorven voor mij. Jezus, ik geloof dat U al mijn zonden hebt betaald. Ik geloof dat U op de derde dag bent opgestaan uit de doden.”. “Ik vraag U nu: Kom in mijn leven. Wees mijn Heer en mijn Redder. Ik geef U toegang tot alles, Jezus. Al wat ik ben, alles wat ik heb, leg ik in Uw handen, Heer.”. Amen. Gods zegen.

  • Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vond je de uitzending fijn?

Stuur het dan door of deel het op sociale media om anderen ook te bemoedigen!

Ook interessant voor jou?
artikelen

Hoe je kunt bidden als alles je overweldigt

uitzending

Hoe je sterke relaties bouwt

korte video

Je bent niet alleen! – Kerstgroet 2025 van Bayless & Janet Conley

Steun ons werk

Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!

Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.