Je winkelmand (0)

Het verhaal van Lazarus: Waarom Jezus niet meteen ingreep

Wat als de meest uitzichtloze momenten in jouw leven juist de kansen zijn voor een nieuw begin? In dit inspirerende verhaal van Lazarus laat Bayless Conley zien hoe God door de meest hopeloze situaties heen werkt. Leer waarom Jezus niet meteen ingreep en ontdek hoe dit wonder ons vandaag helpt om te vertrouwen op Gods timing, zelfs wanneer alles verloren lijkt. Ontdek hoe jij, net als Lazarus, uit het ‘graf’ van je eigen uitdagingen kunt opstaan en een nieuw begin kunt maken.

Bekijk deze boodschap en laat je geloof vernieuwen!

Downloaden als PDF
  • Hallo, wat fijn dat je er bent. Ik ga je een paar dingen vragen, goed? Om te beginnen: Ik raad je aan om als je deze boodschap hebt gehoord… een bijbel te pakken en Johannes 10 en 11 te lezen. Ik ga het vandaag over Johannes hoofdstuk 10 en 11 hebben. Ik vraag je die achteraf te lezen… om te kunnen bevestigen dat daarin staat wat ik zeg. Had ik maar de tijd om de tweede helft van Johannes 10 en heel Johannes 11 te lezen. Daar heb ik het in deze boodschap namelijk over. Het is echt een fantastisch verhaal. In hoofdstuk 10 gaat het erover dat de Joden Jezus proberen te doden. Ze rapen stenen op om Hem te stenigen vanwege wat Hij beweert. Jezus weet te ontkomen. Hij gaat naar Bethabara, waar Johannes doopte. Heel boeiend allemaal. Jezus is net ontsnapt. En de Joodse leiders zijn bezeten van haat… en van woede, en willen Hem vermoorden. Maar Jezus ontkomt. En vervolgens lezen we dat Jezus, terwijl Hij in dat andere gebied is… bericht ontvangt van vrienden die in de streek wonen waar de Joden Hem op dat moment wilden vermoorden. Hij krijgt de dringende boodschap: “Kom terug, Heer, hij die U liefhebt, is ziek.” Het kwam van Maria en Martha. Juist op dat moment blijkt hun broer Lazarus… doodziek te zijn. In het Grieks wordt hij alsmaar zieker. Hij heeft niet zomaar een koutje of de griep. Hij ligt echt op sterven. “Kom alstublieft terug.” Dus Jezus is net ontkomen. En dan krijgt Hij die oproep om terug te keren… in dat gevaarlijke gebied waar ze Hem willen vermoorden. En als Jezus… die oproep krijgt, blijft Hij nog een paar dagen. Hij zegt iets heel interessants. Hij zegt tegen de discipelen: “Wij gaan terug.” En zij van: “Maar de Joden daar willen U stenigen, Heer. Weet U het zeker?” Ze waren vast niet alleen bezorgd om Hem, maar ook voor zichzelf. En Jezus zegt: “Zijn er geen twaalf uur in een dag?” Wat dat ermee te maken heeft? We gaan het zien. Hij keert terug. Spreekt met Martha en Maria. En dan wekt Hij Lazarus op uit de dood. Ik dring er bij je op aan om Johannes 10 en 11 te herlezen… als we klaar zijn. Van begin tot eind. We beginnen zo, maar ik wil je nog iets aanraden. Geef je volle aandacht aan Gods Woord. Jezus zegt over het ontvangen van Gods Woord: “Met welke maat u meet, zal er bij u ook gemeten worden.” Je krijgt terug wat je erin steekt. Als je halfbakken bent, krijg je weinig terug. Maar als je Gods Woord hoog aanslaat… en je echt inzet, dan krijg je er veel voor terug. Ik denk dat dit je echt zal zegenen en aanmoedigen. En misschien hoor je iets wat je nog nooit hebt gehoord. Laten we ons nu meteen in die boodschap verdiepen. Tijdens Jezus’ bediening op aarde… heeft Hij volgens de Bijbel maar drie mensen opgewekt. De twaalfjarige dochter van JaĂŻrus, de zoon van de weduwe in NaĂŻn, en Lazarus. Een was net dood, de ander werd begraven en een was al begraven. Dood en leven leverden driemaal strijd, en het leven won elke keer. Jezus is de Opstanding en het Leven. Johannes was bij alle drie die opstandingen aanwezig. Maar hij koos ervoor om alleen het verhaal van Lazarus te vertellen. Jezus was heel goed bevriend met Martha, Maria en Lazarus. Een soort nieuwtestamentisch groepje singles. Hij logeerde vaak bij hen om te rusten. Ze woonden drie kilometer van Jeruzalem. In de loop van dit verhaal treffen we zes figuren aan. Of liever zes groepen die erbij betrokken zijn. We gaan die stuk voor stuk bespreken. We zien welke rol ze spelen en wat we van hen kunnen opsteken. We beginnen met de Joden. We zullen zien dat die al snel in twee kampen uiteenvielen. Er staat dat veel Joden Martha en Maria kwamen troosten vanwege hun broer. Dat is lofwaardig. Maar algauw kwamen ze in twee kampen terecht. Ze waren er allemaal bij toen Lazarus werd opgewekt. Ze wisten dat hij al vier dagen in z’n graf lag. Ze beseften allemaal… hoe adembenemend groots en glorieus dit wonder was. Ze waren ooggetuigen. In vers 45 staat: “Velen van de Joden die naar Maria kwamen en zagen wat Jezus gedaan had… geloofden in Hem.” Het volgende vers begint met ‘maar’. Maar sommigen van hen gingen naar de FarizeeĂ«n… en zeiden wat Jezus gedaan had. Ze probeerden de FarizeeĂ«n niet te overtuigen. Ze verklikten Jezus juist. Iets van: het loopt uit de hand. Als je dit nog wilt tegenhouden, moet je snel handelen. Jezus had het over dit slag mensen. Hij vertelde deze gelijkenis in Lukas… over een rijke man en een bedelaar, ene Lazarus. Jezus beschrijft alles altijd. De rijkaard houdt elke dag een banket. De bedelaar Lazarus wordt dagelijks bij hem onder de poort gelegd. Jezus vertelt… dat de honden zijn wonden kwamen likken. Die twee mannen gaan allebei dood. Lazarus wordt door engelen naar Abrahams boezem gedragen. Voor Christus’ opstanding was de hemel niet toegankelijk. Wie God diende en liefhad, ging naar Abrahams boezem. Ook wel het paradijs genoemd. Een plek van zaligheid en rust. En aan de overkant van de kloof was een andere plek, Hades, oftewel de hel. Lazarus komt bij Abrahams boezem. Maar de rijkaard in dit verhaal richt gekweld z’n blik omhoog… en roept naar Abraham: “Alstublieft… zend Lazarus hierheen om wat water op mijn tongue te leggen. De vlammen kwellen me.” 

    Abraham zegt: “Er is een kloof tussen ons. Van hier oversteken kan niet en u kunt niet hier komen.” De rijkaard zegt: “Ik heb vijf broers. Laat Lazarus hen waarschuwen voor deze plek vol kwellingen.” Echt iedereen in de hel gelooft in het evangelie. Abraham zegt: “Ze hebben Mozes, de profeten en Gods Woord. Als ze die niet geloven, geloven ze evenmin iemand die opgewekt is uit de dood.” Dat zien we terug bij de echte opgestane Lazarus. Ze hebben het gezien, maar er zijn er die hun ogen sluiten… hun hart afsluiten en Jezus afwijzen… al hebben ze het wonderbaarlijke zelf gezien. Die willen geen Heer in hun leven die zegt wat goed en verkeerd is. Zo zijn mensen tegenwoordig. Het komt niet door gebrek aan bewijs. Ze kiezen er willens en wetens voor om niet te geloven. Ze sluiten hun hart. Toen ik een, twee maanden gered was, sprak ik een vriend. Ik haalde hem over om mee naar de kerk te gaan. Hij vond me getikt. Hij ging mee naar het kerkje dat ik bezocht. Ik nam hem tot z’n irritatie mee naar de tweede rij. En ineens, tijdens die dienst… werd de kerk vervuld van een tastbare, herkenbare aanwezigheid van God. Ik begon te snikken. Ineens dacht ik aan m’n vriend en ik keek naar hem. Z’n gezichtsuitdrukking was duidelijk. Z’n blik betekende: Ik weet dat het waar is en jij bent niet getikt. “Dus hij geloofde?” Nee, hij wist niet hoe snel hij weg moest komen. De kerk uit. Sindsdien bleef hij bij me uit de buurt. Hij sloot z’n hart voor het evangelie en voor mij. Ik ben niet echt meer een vriend van hem. Zo zie je maar wat mensen kunnen doen. We hebben allebei de kracht van God ervaren. Ik aanvaardde die, hij wees hem af. Al die Joden doen trouwens iets goeds, hè? Ze komen Martha en Maria troosten. Ze verrichten allemaal een goede daad. Maar sommigen geloofden in Christus, en anderen wilden dat Hij verdween. Ik hoor mensen soms argumenteren over iemand die overleden is. “Hij heeft veel goede daden verricht.” Daar gaat het niet om. Wat heb je met Gods Zoon gedaan? We worden gered om ons vertrouwen in Jezus en wat Hij aan het kruis heeft gedaan. En dan de tweede groep deelnemers. De discipelen. Die zetten zich echt in. Ze waren dapper. Ze waren gehoorzaam, maar ook somber en fatalistisch. Pas geleden hadden de Joden in Judea Jezus proberen te vermoorden. Jezus en de discipelen waren de Jordaan over gevlucht naar Bethabara. Bij het nieuws over Lazarus stelt Hij voor terug te gaan. De discipelen protesteren. “De Joden in Judea willen U stenigen.” Ze waren vast niet alleen bezorgd om Hem. Als ze zien dat Jezus voet bij stuk houdt, zegt Thomas: “OkĂ©, dan gaan wij mee.” Ze wisten zeker dat ze gedood zouden worden, en toch. Ze waren dapper en gehoorzaam. Dat is heel goed. Zo moet elke christen zich opstellen. Als God wilt dat ik misschien wel martelaar word, doe ik toch voor 100 procent mee. We kunnen die houding handhaven en toch niet somber en fatalistisch zijn. Als onze gehoorzaamheid ons leven kost… zijn we nog steeds overwinnaars, want we zijn bij Hem. Het is te verkiezen om te sterven en bij Christus te zijn. Deze deprimerende kijk van de discipelen was verkeerd. Ten eerste is het een eer om Jezus te gehoorzamen, waar dat je ook brengt. En ze gingen niet sterven. Ze zouden een van de grootste wonderen van Christus aanschouwen. En net als de discipelen zijn er volgelingen van Jezus in onze gelederen… die zich wel volledig inzetten, maar alles van de sombere kant bekijken. Ze verwachten altijd het ergste. Ze zijn lid van de familie, maar zijn wel dodelijk vermoeiend. Jaren geleden vroeg iemand me om raad. Hij zei: “Ik heb een vriend die onder alle omstandigheden loyaal is.” Wat is het probleem dan? “Hij is altijd terneergeslagen. Ik vind hem niet te harden.” In de kerk heb je ook veel van dat soort mensen. Heel wat gelovigen. Ik weet dat we in een gevallen wereld leven. Er zullen schrijnende dingen gebeuren. Daar kun je als overwinnaar naar kijken. Luister naar deze verzen uit Romeinen 8 vanaf 35: “Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of vervolging… of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard? Zoals geschreven staat: Omwille van U worden wij beschouwd als slachtschapen. Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons liefhad.” 

    Dat is de houding die een gelovige moet hebben. We krijgen vast problemen. Maar je kunt zich als overwinnaar opstellen. En dan de derde groep in ons verhaal. De zusters. Martha en Maria. Weet je nog? In vers 3 stond… dat Jezus een boodschap kreeg: “Kom terug, Heer, hij die U liefhebt, is ziek.” 

    Die boodschap stuurden ze niet vanwege hun liefde voor Hem, maar vanwege Zijn liefde. Niet vanwege hun dienstbaarheid en steun voor Zijn bediening, maar alleen vanwege de liefde van de Heer. Heel verstandig. Terwijl veel mensen tegen God zeggen: “Ik heb U gediend. Ik heb geofferd. U moet dit of dat voor me doen.” Of: “Genees me, Heer. Dan zal ik hier op en neer gaan lopen en verkondigen hoe geweldig U bent.” Nee, kom naar Hem toe op basis van Zijn liefde en genade. Niet op basis van jouw goede werken en verdiensten. Jezus stuurt een bericht terug. Tegen de tijd dat de boodschappers aankomen, is Lazarus al bijna dood. Laten we even aannemen dat hij op sterven ligt. Martha heeft hem vast verzorgd, en Maria heeft gehuild en gebeden. Dan arriveren de boodschappers. Die zeggen: “Hij zei: Deze ziekte is niet tot de dood, maar tot heerlijkheid van God. Opdat de Zoon van God erdoor verheerlijkt wordt.” En ineens… Martha houdt de hand van haar broer vast. Die hand verslapt. Ze merken dat hij is opgehouden met ademhalen. Lazarus is dood. Martha zegt: “Ik dacht dat Hij zei dat het niet met de dood zou eindigen.” Maria had gezegd: “Denk aan dat meisje en aan de jongen in NaĂŻn. Heb vertrouwen, Martha. Hij zal Lazarus binnenkort doen opstaan.” Zo ging het niet. Het lijk begint te stinken en mensen zeggen: “Begraaf hem nu maar.” Ze blijven maar wachten, maar dan… begraven ze Lazarus toch maar. Waar was Jezus? Waarom kwam Hij niet? “Hij zei dat Lazarus niet zou sterven. Ik snap er niets van. Houdt Hij dan niet van ons?” Wat Jezus bedoelde, was dat het met leven zou eindigen. Hij keert door de ogen van geloof. Hij wacht nog een paar dagen voordat Hij op pad gaat op een voettocht die zeker een dag duurt. Als Martha verneemt dat Jezus eraankomt, snelt ze Hem tegemoet. Je hoort de kwelling in haar stem: “Heer, waar was U? Anders was mijn broer niet gestorven.” “Jezus zei: Uw broer zal weer opstaan. Zij zei: Ik weet dat hij zal opstaan op de laatste dag.” Martha heeft geloof voor het verleden en voor de toekomst. Maar weinig vertrouwen voor nu. Even een interessant feitje: Martha was niet onwetend op theologisch gebied. Ze had inzicht in het Woord. In Lukas staat het verhaal over Jezus die bij hen op bezoek is en Martha die aan het redderen is. Maria heeft driemaal haar stem laten horen in het evangelie. En ze zit telkens aan de voeten van Jezus. Martha bedient en kookt. Dus we weten dat Martha kan werken. Ze weet hoe ze met pannen moet omgaan. Maar ze is ook thuis in de Bijbel. Als Maria bij Jezus komt, zakt ze op haar knieĂ«n en zegt zij ook: “Als U hier was geweest, was mijn broer niet gestorven.” Maar ze klinkt anders. Martha wist hoe je moet werken, maar niet hoe je moet aanbidden. Martha werkte en wist van geestelijke zaken. Maria aanbad en wist van geestelijke zaken. Als ik tussen Martha en Maria zou moeten kiezen als bruid… koos ik voor Martha. Van Maria zou je niets te eten krijgen. Ze zijn allebei geestelijk onderlegd, maar Martha kan ook koken. Dat moet je hebben. Iemand die kan werken en kan aanbidden. Met zo’n meisje moet je meteen trouwen. En dan de vierde figuur in ons drama: Lazarus. Lazarus is gestorven. Hij is naar de boezem van Abraham gebracht. Stel je de opwinding voor als hij aankomt. Mozes vraagt aan hem: “Is het waar dat de Messias is gekomen?” “Jawel, Hij was m’n beste vriend.” Mozes vraagt: “En heeft Hij de wet vervuld?” “Ja Mozes, Hij heeft de hele wet vervuld.” Micha vraagt: “Lazarus, is Hij echt in Bethlehem geboren?” Klopt. Jesaja: “Is Hij uit een maagd geboren?” “Dat klopt ook. Wonderbare Raadsman, Sterke God. Al die dingen, Jesaja.” “Heeft Hij blinden de ogen geopend, zoals ik had voorspeld?” “Dat heeft Hij allemaal gedaan, Jesaja.” En dan David: “De goede Herder die ons naar grazige weiden leidt?” “Ja David, dat is Hij.” Iemand roept: “Die nieuweling had het al over Hem. Johannes de Doper is hier net.” Johannes roept: “Dat heb ik toch gezegd? Hij is m’n neef.” En dan zegt Maleachi: “Johannes… ik was de laatste die over Hem profeteerde voordat jij verscheen. De Geest kwam over me… en ik zei dat de Zoon van de gerechtigheid zou komen met genezing in Zijn zoom. Is het ook zo gegaan?” En Lazarus: “Je hebt geen idee, Maleachi. Hele menigten beroerden die zoom en werden genezen. Er was een dame die al twaalf jaar bloedvloeiingen had. Ze kroop door een menigte naar Hem toe en greep de zoom van Zijn kleed vast. Hoorden jullie dat?” “Nee, we hebben niks gehoord.” “Ik moet gaan. Hij roept me. Jezus roept me.” Hij verdwijnt en wordt wakker in z’n lichaam. In de graftombe, gewikkeld in een lijkwade. Daar zit een les voor ons in verborgen. Lazarus was weer tot leven gewekt, maar was nog gebonden. Vanbinnen leeft hij, maar naar buiten toe is hij gebonden. Er zijn in ons huis velen die zijn wedergeboren. Ze hebben het eeuwige leven, maar zijn nog gebonden… aan de lijkwade van hun oude leven. Aan oude zondige gewoonten. Die lui zijn niet gered, vinden sommigen. Wees maar liever voorzichtig met oordelen over nieuwe gelovigen. Ze zouden de lamp van het eeuwige leven in hun borstkas kunnen hebben. Ze dragen alleen nog grafkleren. Ze zijn alleen nog gebonden door de grafkleren van hun oude leven. Ze gaan naar de kerk, maar worstelen met een slechte gewoonte. Hun voeten zijn gebonden. Ze willen hun handen uitsteken, maar die zijn gebonden. Ze willen de waarheid van het evangelie begrijpen, maar hun gezicht is bedekt. “Waarom doet Jezus niets?” Maar dat is onze taak. Jezus zegt: “Maak hem los en laat hem gaan. Ik heb hem tot leven gebracht. Jullie maken hem los en laten hem gaan.” Wij moeten ons best doen om niet te oordelen… met name wat betreft onze nieuwe broeders en zusters in de Heer. God wil ons gebruiken om hen te helpen groeien. Om hen te helpen zich te bevrijden van hardnekkige zaken uit hun verleden. En een van de belangrijkste manieren om dat te doen, is voor hen bidden. Paulus schreef aan de Kolossenzen: “Wij danken God…” Kolossenzen 1:3. “Wij danken God altijd wanneer wij voor u bidden. Omdat wij gehoord hebben van uw geloof in Christus en uw liefde voor de heiligen.” 

    Dus sindsdien bidden we altijd voor jullie. En dan vers 9: “Vanaf de dag dat wij het gehoord hebben, bidden wij voor u… en smeken wij dat u vervuld mag worden met de kennis van Zijn wil. We weten dat jullie zijn gered, dus nu bidden we nog harder.” 

    Sommigen stoppen dan met voor ze te bidden. Terwijl we onze gebeden dan juist moeten verdubbelen. Laten we een zegen voor hen zijn en voor hen bidden in Jezus’ naam.

  • Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

      1. Dank u wel voor uw bericht. Het lijkt erop dat er per ongeluk twee ondertitelingen tegelijk aanstaan: de Nederlandse (die standaard in de video zit) en een extra Engelse via YouTube. Dit kunt u oplossen door onder de video op het tandwiel (⚙️) te klikken, “Ondertiteling” te kiezen, en daar “Geen” of alleen “Nederlands” te selecteren.

        Laat het ons gerust weten als het niet lukt — we helpen u graag verder.

Vond je de uitzending fijn?

Stuur het dan door of deel het op sociale media om anderen ook te bemoedigen!

Ook interessant voor jou?
artikelen

God heeft je geroepen tot leiderschap – geloof je dat?

uitzending

God wil niet dat je opgebrand raakt – Filippenzen

Product

Set “Wie is de Heilige Geest?” – dvd + boekje

korte video

Vrolijk Pasen! Jezus leeft – Paasboodschap van Bayless Conley | Pasen 2026

Steun ons werk

Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!

Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.