Je winkelmand (0)

Hoe geloof generaties beïnvloedt – Harrison Conley

Familie is prachtig – en soms ook chaotisch. Juist in de kleine, onzichtbare momenten van het gezinsleven kan een geloof groeien dat generaties lang doorwerkt. In deze boodschap moedigt Harrison Conley je aan om God opnieuw te ontdekken midden in het dagelijks leven van je gezin. Onderschat nooit wat jouw voorbeeld en jouw gebeden kunnen betekenen.

Downloaden als PDF
  • Hallo, vriend. Wat hebben we vandaag een fantastische boodschap voor je. In de Bijbel lees je het ene na het andere verhaal over vrouwen die God krachtig heeft gebruikt. Vandaag deelt onze zoon Harrison, de hoofdpredikant hier in Cottonwood een verhaal en principes van een aantal vrouwen die een enorme impact op Gods koninkrijk, en daarmee op ons leven hadden. Dus we gaan meteen naar die dienst. 2 Timotheüs 1 vanaf vers 3. Hier schrijft Paulus… Hij zit in een cel in Rome, tegen het einde van z’n leven. Hij denkt aan z’n jonge protegé Timotheüs, en schrijft in vers 3: “Ik dank God, Die ik net als mijn voorouders met een rein geweten dien terwijl ik zonder ophouden aan u denk in mijn gebeden, nacht en dag.” “Wanneer ik aan uw tranen denk, verlang ik er vurig naar u te zien om met blijdschap vervuld te worden.” “Daarbij herinner ik mij het ongeveinsde geloof dat in u is en dat eerst gewoond heeft in uw grootmoeder Loïs en in uw moeder Eunike. En ik ben ervan overtuigd dat het ook in u woont.” 

    Vers 6: “Daarom herinner ik u eraan de genadegave van God die in u is door de oplegging van mijn handen aan te wakkeren.” “Want God heeft ons niet gegeven een geest van vreesachtigheid maar van kracht en liefde en bezonnenheid.” 

    En dit is het woord van de Heer. God zij gedankt daarvoor. De invloed van een moeder heeft iets heel krachtigs. Het verbazende is dat die invloed soms subtiel en soms zelfs onzichtbaar lijkt. En toch is hij ontegenzeglijk sterk. Ik zie de invloed van een moeder vaak als het roer op een schip. Soms is het roer onzichtbaar of heel klein en toch kan het een heel schip keren. Het kan ’n boot door een stormachtige zee en door ruwe wateren sturen. Dat doet jullie invloed, moeders. En dat wil ik vandaag belichten. Ik wil vandaag die invloed eren. Of je nu een natuurlijke moeder of oma met eigen kinderen of kleinkinderen bent of misschien een pleeg-, stief- of adoptiemoeder bent. Of dat zijn ook niet de goede titels, en ben je een geestelijk moeder of mentor, en giet je wat jij hebt, in andere mensen uit. Wat voor moederrol je ook speelt, ik wil je graag moed inspreken omdat jouw leven er echt toe doet. Jouw invloed op anderen doet er echt toe. Als je dat hoort, lijkt het misschien overdreven, of predikantenpraat. Maar je moet weten dat wat jij doet, echt iets uitmaakt. En dat weet ik dankzij onze tekst. Ik ga er even naar terug. De apostel Paulus schrijft dit dus, aan Timotheüs een jongeman die met een enorme verantwoordelijkheid is opgezadeld. Hij is pastor van een van de grootste gemeenten in het Nieuwe Testament in de stad Efeze. In de eerste verzen krijgen we inzicht en een veelzeggend kijkje in een familiedynamiek die de wereld veranderde. Niet omdat die dynamiek ideaal was, maar omdat hij gelovig was. Als eerste observatie wil ik dat je nadenkt over Timotheüs’ familiedynamiek. Terug naar de Schrift, vanaf vers 3, waar Paulus schrijft: “Ik dank God, Die ik net als mijn voorouders met een rein geweten dien terwijl ik zonder ophouden aan u denk in mijn gebeden, nacht en dag.” “Daarbij herinner ik mij het ongeveinsde geloof dat in u is.” En let op: “Dat eerst gewoond heeft in uw grootmoeder Loïs en uw moeder Eunike. En ik ben ervan overtuigd dat het ook in u woont.”

    Paulus schrijft dus aan Timotheüs dat hij aan hem denkt en vaak voor hem bidt. En telkens wordt hij herinnerd aan z’n ongeveinsde geloof. Wat geweldig om daaraan herinnerd te worden. Mogen we allemaal herinnerd worden aan iemands ongeveinsde geloof. Mogen ze van ons zeggen dat we mensen van ongeveinsd geloof zijn. Ik wil dat je dit opmerkt: Waar komt dat geloof vandaan, volgens Paulus? Vers 5: “Het ongeveinsde geloof dat in u is…” ‘en dat begonnen is bij je oma, en toen ook in je moeder was.’ Z’n ongeveinsde geloof was begonnen bij z’n oma en z’n moeder. De brief is dus gericht aan Timotheüs met z’n zware baan en z’n grote verantwoordelijkheid in de kerk. Maar wie zijn de echte helden van dit verhaal, volgens Paulus? Oma Loïs en mama Eunike. En dat vind ik heel bijzonder. Maar er valt nog iets op aan die familiedynamiek. Er ontbeekt iets, of liever iemand, in deze passage: Vader. Die wordt nergens in deze tekst genoemd. Dat lijkt niet schokkend of vreemd in ons 21e-eeuwse bestaan want we zijn helaas gewend aan gezinnen met een unieke dynamiek waar de vader niet zo aanwezig of betrokken is als vroeger. Soms zien we die passage onbewust in onze moderne sociale context en merken we niet op dat het feit dat z’n vader niet genoemd wordt en grote alarmbel is. Want in de eerste eeuw waren vaders de geestelijk leiders van ’t huishouden. Het feit dat z’n vader hier niet genoemd wordt… En nergens, op één opmerking in Handelingen 16:1 na. Daar lezen we dat hij Grieks was en mogelijk niet gelovig. Meer lezen we niet over hem. Als we die summiere aanwijzingen in elkaar passen ontstaat het beeld van een familie waar iets vreselijk is misgegaan. We weten niet of vader weggelopen of overleden was of alleen geestelijk was afgehaakt. Maar we weten wel dat ’t niet vader was die Timotheüs’ geloof voedde maar de vrouwen in z’n leven: Z’n moeder Eunike en grootmoeder Loïs. En zij droegen de geestelijke verantwoordelijkheid in het gezin. En misschien lijkt dat wel op je eigen verhaal en doe je enorm je best als alleenstaande moeder heb je meerdere banen, bid je ’s avonds laat voor je kinderen en vraag je je af of dit allemaal wel iets uitmaakt. Nou, wat je doet, maakt zeker iets uit. Want de kans is groot dat Timotheüs in net zo’n gezin was opgegroeid. Misschien kijk je naar je gezinsleven en denk je: Dit is niet ideaal, en niet wat ik me had voorgesteld. En misschien is het ook niet wat je geleerd hebt. Misschien klopt je gezin niet helemaal met het beeld in Gods woord. In dat geval wil ik je moed inspreken: Waar ‘ideaal’ ontbreekt, is Gods genade in overvloed aanwezig. Ik weet dat Gods genade meer dan voldoende is en op maat gemaakt voor ons. En dat Zijn genade sterk is in onze zwakheid. Denk erom: God wordt niet beperkt door jouw situatie. Hij is heel goed in staat om te werken door jouw geloof en vasthoudendheid en door jouw gebeden, net als voor Loïs en Eunike. En luister: Geloof wordt midden in het echte leven gevormd. Ja toch? En niet zomaar geloof. Kijk maar wat Paulus zegt. En dat is de tweede observatie die je moet overdenken. Hij zegt dat het geloof dat in Timotheüs gevormd was, ongeveinsd geloof was. Let op waar dat ongeveinsde geloof vandaan kwam, aldus Paulus. Het is hetzelfde geloof dat eerst in oma, en daarna in moeder woonde. Daarover zo meer. Maar ik wil dieper ingaan op dat woord ‘ongeveinsd’ dat Paulus gebruikt. Dat woord betekent een levend soort geloof. Dat je een oprecht geloof hebt. Een geloof zonder hypocrisie. De meesten kennen die term wel en weten dat hij afkomstig is uit het Oudgriekse theater waarin de acteur met het masker de hypocriet genoemd werd. Hij had twee gezichten. Dus als Paulus het woord ‘ongeveinsd’ gebruikt bedoelt hij dat het geen gespeeld geloof is dat alleen voor de zondag is. Volg je me? Dat je op zondag voor de bühne je christelijke masker opzet maar het van maandag tot zaterdag in een la laat liggen, en totaal anders leeft. Hoe pijnlijk het ook is om te zeggen zijn we in de Amerikaanse kerk heel goed in het dragen van dat geloofsmasker op zondag en gaan we van maandag tot zaterdag onze eigen gang. En we maken onszelf wijs dat God dat wel best vindt, of er zelfs blij mee is. Maar dan gebeurt dit: De wereld om ons heen ziet het beeld dat we laten zien van ons leven en vergelijkt dat met het beeld van een gelovige in Gods woord. Ze kijken naar ons beeld en naar Gods beeld en zeggen… Jullie lijken niet op dat beeld. En wij vragen ons af waarom er in dit land een geloofscrisis is onder jongeren. Omdat ons leven gekenmerkt hoort te zijn door ongeveinsd geloof. Geen zondagsgeloof, maar een oprecht en levend geloof. Het soort geloof waarin en van waaruit we elke dag opnieuw leven. Niet het geloof dat we oproepen als we problemen hebben of iets nodig hebben of waar we alleen over praten onder kerkelijke vrienden. Nee, een ongeveinsd, gepraktiseerd en oprecht geloof, zonder hypocrisie. En Paulus wijst er bewust op dat dat oprechte geloof van Timotheüs niet toevallig ontstaan was. Het was dus niet alleen het gevolg van z’n roeping of dat hij als prediker allicht een oprecht geloof heeft. In tegendeel: Paulus schrijft dat z’n geloof een oorsprong en een ethos had. Het was begonnen bij z’n moeder en z’n oma. Het was eerst in Loïs en Eunike. En dat zegt iets heel belangrijks, onze derde observatie: Dat ongeveinsd geloof besmettelijk is. Ja, besmettelijk. Timotheüs nam dit geloof over en omarmde het vervolgens. Niet omdat het hem werd opgedrongen maar omdat hij het elke dag in de praktijk zag. Deze vrouwen preekten het geloof niet alleen. Ze brachten het ook in de praktijk. En Timotheüs zag ze dat doen, en zei: Er is iets oprechts aan het geloof van oma en van mama. Ze heeft een echte relatie met God. En wat dat is, en wat zij hebben, dat wil ik ook, zegt Timotheüs. Hij zag hun geloof als ze in geldnood zaten en als de buren roddelden over hun gezinssituatie. Hij zag het in de praktijk als hij huilend thuiskwam nadat hij op school gepest was omdat z’n vader er niet was. Deze vrouwen brachten hun geloof voor z’n ogen in de praktijk. En dat hoefde niet eens luidruchtig te zijn. Ze hoefden niet op straat met megafoons het evangelie te verkondigen. Het was eerder eenvoudig en oprecht, en sprak uit hun manier van leven thuis. Het sprak uit hun woorden tegen Timotheüs en elkaar en uit hun ontzag en eerbied voor God en hun oprechte aanbidding van de Heer. En door de oprechtheid van die dingen was hun geloof zo luid en duidelijk dat Timotheüs het zag en opmerkte. Je kunt het misschien zo zeggen: Ongeveinsd geloof ontstaat in de schaduw, en niet in de schijnwerpers. Niet in het bijzijn van anderen maar het wordt gevormd en gezien in de alledaagse taken van ’t leven. Als je thuis dezelfde persoon bent als in de kerk. En dat oprechte geloof sprak ook uit de manier waarop z’n moeder bad als ze dacht dat niemand haar zag of hoorde. Die verborgen momenten en gebeden, ouders die zijn niet zo verborgen als we denken. Kinderen pikken veel meer op dan we denken. Ook in m’n eigen leven. Als ik m’n vroegste herinneringen oproep, en dat doe ik eigenlijk vrij regelmatig dan denk ik aan m’n moeder, zoals we net zeiden. Als kind ging ik op zaterdagochtend vroeg naar beneden, tekenfilms kijken. Om beneden te komen moest ik langs de kamer van m’n ouders. Vaak dacht ze dat zij de enige was die wakker was en hoorde ik haar bidden achter gesloten deuren. Ze verhief mijn naam en de naam van m’n broer en zus voor de Heer. Dat deed ze dagelijks, en dat doet ze nog altijd. Die verborgen momenten lijken misschien niet zo belangrijk maar ze maken blijvende indruk. De reden dat ik in Gods koninkrijk ben en de reden dat ik de Heer dien is dat ik een biddende moeder had die mij bij de Heiland bracht. Dames… onderschat nooit je impact en je invloed in het gezin. We gaan even terug naar Timotheüs. Stel je eens voor hoe hij de rust en vrede bij hen thuis opving. De vrede die z’n moeder en oma met zich meedroegen. Zie je hoe hij de integriteit herkende waarmee ze werkten en spraken ook als er niemand keek? Zie je hoe hij zich verbaasde over hun vertrouwen in Jezus ook al leek alles tegen te zitten? Zo worden de zaadjes van een oprecht geloof in iemands leven gezaaid. Als ze zien dat we God op Z’n woord vertrouwen en zien dat we Jezus vertrouwen en voor Hem leven ook als het moeilijk is. Zo wordt geloof oprecht. Het wordt niet oprecht voor onze kinderen omdat we ze meenemen naar de kerk. Ja, naar de kerk gaan is goed, en de Schrift draagt het ons ook op. Maar daarvan word je nog geen christen. Ik word ook geen Dodger als ik in hun dug-out zit. En geen auto als ik in de garage zit. Er staat: “Zo is het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God.” Dus het is heel belangrijk dat je in de kerk zit om het woord te horen. We mogen ‘de onderlinge bijeenkomst niet nalaten,’ zo staat er zeker nu de dag van Jezus’ terugkeer snel naderbij komt. Ja, hier begint het geloof, in het huis. We horen het woord hier in de kerk. Maar weet je hoe geloof groeit, zich ontwikkelt en verfijnd wordt? Als we het buiten de muren van dit gebouw brengen. Het groeit, ontwikkelt zich en rijpt in ons dagelijkse bestaan waarin we voor Jezus leven: daar, en niet alleen in de kerkbanken. Oprecht geloof wordt gevormd als we dag in, dag uit voor de Heiland leven. Als we aan ons geloof vasthouden, ook als het moeilijk gaat. Ook als dingen niet kloppen en als het tegenzit en ook als we slecht nieuws krijgen van de dokter, de huisbaas of de baas. En oprecht geloof ontwikkelt zich heus niet altijd fraai in ons leven. Ons geloof ontwikkelt zich zelfs meestal rommelig want het leven zelf is rommelig. Ik heb ook niet altijd alle antwoorden. En in mijn geval werkt God niet altijd met m’n planning mee. Situaties en omstandigheden zijn niet altijd zoals ik dat wil. Maar “het geloof is een vaste grond van de dingen die men hoopt en een bewijs van de zaken die men niet ziet.” Oprecht geloof wordt dus gesmeed in een smeltkroes van beproevingen. Als we geperst en uitgerekt worden, maar toch vasthouden aan Jezus en ons verankeren in Zijn woord en Zijn beloften wat het leven ons ook voorschotelt. Want ‘het geloof is een vaste grond van de dingen die je hoopt en het bewijs van de dingen die je niet ziet.’ Dat je God op Z’n woord gelooft als er niets lijkt te kloppen. In de natuurlijke wereld werkt dit niet, maar ik kijk naar U en Uw woord en weet dat U Uw belofte zult inlossen. Dat is oprecht, ongeveinsd geloof. Anderen kijken dus naar ons leven en zien hoe wij, en vooral onze kinderen, leven. Ze zien het geloof dat wij beweren te hebben. En je kunt geloof niet veinzen tegenover hen. Ze doen misschien niet altijd wat we zeggen maar ze krijgen altijd mee wat we doen. Je kunt de hele dag zeggen dat ze moeten geloven. Maar we moeten het ze voorleven. Jakobus, Jezus’ broer, schrijft in Jakobus 2:17: ‘Woorden zijn niet genoeg. Als je zegt dat je gelovig bent, laat dan je werken maar zien.’ Want geloof zonder daden of een leven dat erbij hoort… Zonder die elementen is het geloof dood. Geloof zonder werken is dood. Als je oprecht geloof wilt doorgeven, moet je het consequent voorleven. Dat wil niet zeggen dat je perfect moet zijn. We hoeven niet volmaakt te zijn voor onze kinderen maar we moeten wel gelovig zijn. Laatst kwam er na de dienst een moeder naar me toe. Ik heb niet altijd de juiste verzen voor m’n kinderen paraat, zei ze. Maar ik ben wel een meester in knuffelen en bidden. Daar kom je meestal veel verder mee dan met een graad in de theologie. Je hoeft heus geen expert in geestelijke zaken te zijn. Zolang je maar kwetsbaar, beschikbaar en authentiek bent en degenen onder jouw invloed met je leven de weg naar Jezus wijst. Nog één observatie uit de tekst. Dan ronden we af, en zorg ik dat je vóór de baptisten aan de lunch zit. Ja, het is Moederdag en jullie hebben gereserveerd. Ik zal opschieten. Nog één observatie, die voortbouwt op de vorige. Nummer vier: Geloof wordt overgedragen tussen de generaties, maar niet vanzelf. Kijk nog even wat Paulus in vers 5 schrijft: ‘Als ik me het ongeveinsde geloof herinner dat in u is, Timotheüs en dat eerst in uw grootmoeder Loïs en uw moeder Eunike woonde…’ En het laatste stuk: “En ik ben ervan overtuigd dat het ook in u woont.” 

    Paulus maakt hier een heel belangrijk onderscheid. Namelijk dat Timotheüs ervoor moest kiezen om zelf te geloven. Z’n oma kon niet voor hem geloven. En z’n moeder kon zich niet namens hem bekeren. Ze hadden de weg vrijgemaakt, maar hij moest zelf in dat geloof stappen. En dat is toch de spanning die alle ouders voelen. En dit is het goede nieuws: Het oprechte voorbeeld dat we ze geven, vormt een goede voedingsbodem. Je kunt misschien geen specifiek resultaat bewerkstelligen, of in de hand houden maar we kunnen wel het milieu creëren en dat voor hen vormgeven. En dat deden Eunike en Loïs precies voor Timotheüs. Hun geloof garandeerde geen zaligheid voor Timotheüs. Maar hij zat wel op de eerste rang voor Gods trouw. We weten niet waar of hoe, maar ergens greep hij die stevig beet. En hij had niet alleen de informatie opgevangen maar die levende overtuiging, en hij geloofde het zelf. Uit deze tekst en de geschiedenis weten we dat hij niet alleen geloofde maar dat ongeveinsd geloof z’n leven zou kenmerken. En 2000 jaar later zien we achteraf hoe het zich heeft voortgeplant en dat Timotheüs een van de groten uit de kerkgeschiedenis is geworden. 2000 jaar later hebben we het tenslotte nog steeds over hem en lezen we brieven die aan hem gericht waren. We voelen nog steeds de invloed van zijn bediening. Omdat twee vrouwen hem hun geloof voorleefden. Dat is de kracht van erfgoed door de generaties. Je houdt misschien nooit een preek, en schrijft nooit een theologisch boek en begint ook geen kerkgemeente. Maar als je ’n kind opvoedt dat Jezus kent en dat in de waarheid wandelt heus, dan verander je de wereld. Er staat: “Oefen de jongeman overeenkomstig zijn levensweg want ook als hij oud geworden is, zal hij daarvan niet afwijken.” Vraag maar aan Loïs en Eunike, het zinnebeeld van dat erfgoed. Bij geestelijk erfgoed denken we soms in grote, dramatische beelden zoals stadions vol mensen, kruistochten en conferenties. Maar geestelijk erfgoed ziet er meer dan eens zo uit: Moeder, op haar knieën voor de Heer. Oma die vast voor haar kleinkinderen. En vrouwen die thuis in stilte een geestelijke strijd voeren. Luister: De hel is doodsbang voor een biddende moeder die vervuld is van geloof. Dus voor alle dames in de zaal vanochtend: Of je nu een biologische moeder bent, een grootmoeder een geestelijk moeder of een mentor voor anderen, dit moet je weten: Je wordt bemind en gewaardeerd en bovenal ben je onontbeerlijk voor Gods werk op aarde. Dus vandaag staan we op en noemen we je gezegend en danken we God voor jou en voor alles wat je doet. Daar zet ik een groot uitroepteken achter: Dames, jullie zijn geliefd. En we zijn dankbaar voor jullie invloed op de wereld. Voor jullie invloed in huis en misschien op je werk en op degenen met wie je omgaat. God wil je op een krachtige manier gebruiken. Ik denk vaak aan de vrouw die Jezus bij de bron ontmoette. Jezus maakte Zich aan haar bekend als de Messias. Als eerste bij haar, een vrouw. Ze laat haar kruik staan, rent de stad in en zegt: “Zie Iemand Die mij alles gezegd heeft wat ik gedaan heb. Zou Hij niet de Messias zijn?” En er kwamen een heleboel mensen naar Jezus toe. Hij ging met ze mee, bracht tijd met ze door en veel van hen raakten overtuigd dat Hij Gods Zoon was. Maar het begon allemaal met de invloed van een vrouw. Moge God je op een krachtige manier gebruiken, zuster. God zegene je.

  • Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vond je de uitzending fijn?

Stuur het dan door of deel het op sociale media om anderen ook te bemoedigen!

Ook interessant voor jou?
artikelen

Hoe je kunt bidden als alles je overweldigt

uitzending

Hoe God het goede in jouw leven kan laten groeien – Filippenzenbrief

Product

Ontdek Gods kracht voor jou – studiegids

Steun ons werk

Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!

Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.