Hoe kun je God echt behagen?
Heb je je ooit afgevraagd hoe je echt kunt leven op een manier die God behaagt? In deze inspirerende boodschap onthult Bayless Conley wat het betekent om God vreugde te brengen door geloof, keuzes en toewijding. Ontdek hoe geloof invloed heeft op je dagelijks leven en hoe je kunt wandelen in Gods zegeningen zonder jaloers te zijn op anderen. Laat je inspireren en ontdek hoe jouw leven een bron van vreugde kan zijn voor God!
-
Soms zie je dat een broeder of zuster een nieuwe auto of promotie krijgt of meteen geneest na een gebed. Sommige mensen zeggen dan: Wacht eens even. Ik heb daar ook voor gebeden, maar ik kreeg niks. Hoe zit dat, God? Dit is niet eerlijk. Maar als je een ander gezegend ziet worden, zeg dan: Halleluja. Ik zit op dezelfde lijn en mijn zegen is ook onderweg. Dag, vriend. Fijn dat je kijkt. Ik ga vandaag verder met de preek van de vorige keer. De titel is: Je richten op Gods welbehagen. Dat is een hoge roeping in ons leven, om onze Schepper te behagen. Jezus zei in Johannes 8: “…omdat Ik altijd doe wat Hem welgevallig is.”Â
Zijn hemelse Vader. Heerlijk toch, om dat te kunnen zeggen? Toen Jezus na Z’n doop door Johannes uit de Jordaan kwam zei de Vader: “Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb.” Ik lees een gedeelte uit 2 Korinthe 5, en dan begin ik in vers 6. Daar staat: “Wij hebben dus altijd goede moed en weten dat wij, zolang wij in het lichaam inwonen uitwonend zijn van de Heere want wij wandelen door geloof, niet door aanschouwen.” “Maar wij hebben goede moed en wij hebben er meer behagen in om uit het lichaam uit te wonen en bij de Heere in te wonen. Daarom stellen wij er ook een eer in, hetzij inwonend, hetzij uitwonend om Hem welbehaaglijk te zijn.”Â
Wij stellen er een eer in, of we nu op aarde of in de hemel wonen dat zou niet uit moeten maken Het moet ons doel zijn om God te behagen. “…om Hem welbehaaglijk te zijn.” Maar wij kunnen niet richten op een doel dat we niet kunnen zien. Dus waarmee kunnen wij God behagen? Wat is Hem welbehaaglijk? Daar gaat het over in deze preek. De vorige keer hebben we gekeken naar het feit dat geloof God behaagt. HebreeĂ«n 11 vers 6: “Zonder geloof is het echter onmogelijk God te behagen. Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij is en dat Hij beloont wie Hem zoeken.”Â
Dit elfde hoofdstuk van HebreeĂ«n geeft ons een soort ‘hall of fame’ van het geloof. Mannen en vrouwen die wandelden in het geloof, die God behaagden. En het interessante is dat hun geloof op verschillende manieren tot uiting kwam. En wat de schrijver van HebreeĂ«n onder andere doet is ons manieren laten zien waarop ons geloof in onze Vader en Zijn beloften tot uiting kan komen. HebreeĂ«n 11 vers 1: “Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt en een bewijs van de zaken die men niet ziet.”Â
In de NIV-vertaling staat: “Het geloof is zeker zijn van waar we op hopen en van wat we niet zien.” De Weymouth-vertaling zegt: “Het geloof is een overtuiging van de realiteit van dingen die we niet zien.” We weten dat we ons geloof kunnen uiten door God ons eerste en beste deel te geven. We hebben naar Abel gekeken, die een beter offer bracht dan z’n broer KaĂŻn. Dat deed hij door het geloof. En beter betekent hier van betere kwaliteit. Lees het maar na in Genesis. Abel gaf God z’n eerste en z’n beste deel. We kunnen ons geloof uiten door God ons eerste en beste deel te geven. En het ging over Henoch. Die wandelde met God door het geloof. Henoch zag en voelde God net zo min als jij. “Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt en een bewijs van de zaken die men niet ziet.” Geloof is je gedragen alsof God jou kan zien, ook al kun jij Hem niet zien. Want Hij kan jou wel zien. En Hij test ons hart en Hij beoordeelt ons gedrag en onze intenties. We zagen ook dat Noach voorbereidingen trof uit geloof. Hij was gewezen op komende dingen en bouwde een ark, tot redding van hemzelf en zijn gezin. Het geloof is je voorbereiden, gebaseerd op uitspraken en beloften van God. Je hebt er misschien geen bewijs voor, maar geloven is je voorbereiden. En we eindigden met Sara. “Door het geloof heeft Sara kracht ontvangen…” Ze was te oud om te baren, maar achtte God getrouw. God zei dat ze een kind zou krijgen en dat gebeurde. Jezus sprak over het geloof en het gebed in Markus 11 vers 24: “Alles wat u biddend begeert geloof dat u het ontvangen zult, en het zal u ten deel vallen.”Â
Eerst ontvangen, dan ten deel vallen. De Amplified Bible zegt: “Geloof dat het u is toegekend en u zult het ontvangen.” Je gelooft dat je ontvangt als je bidt, als je vertrouwt op de belofte. Niet als omstandigheden veranderen. Dat hebben we allemaal besproken. Ik wil nog één persoon eruit lichten in HebreeĂ«n 11. We kijken even naar vers 24 van HebreeĂ«n 11. Dat gaat over Mozes. Die heeft meerdere dingen door het geloof gedaan. In vers 24 staat: “Door het geloof heeft Mozes, toen hij groot geworden was geweigerd een zoon van de dochter van de farao genoemd te worden. Hij koos ervoor liever met het volk van God slecht behandeld te worden dan voor een ogenblik het genot van de zonde te hebben.” “Hij beschouwde de smaad van Christus als grotere rijkdom dan de schatten in Egypte, want hij had het loon voor ogen. Door het geloof heeft hij Egypte verlaten zonder bevreesd te zijn voor de toorn van de koning. Want hij bleef standvastig, als zag hij de Onzichtbare.”Â
Er staat dat Mozes door het geloof weigerde, dat hij door het geloof koos dat hij door het geloof beschouwde en door het geloof verliet. Daar gaan we even dieper op in. Mozes deed die dingen door het geloof. Hij geloofde dat hij zou worden beloond. Hij geloofde in een leven dat nog kwam, in een komend Koninkrijk. En hij richtte zich op de Onzichtbare, wat z’n richting bepaalde en de basis vormde voor de keuzes in z’n leven. Vriend, ik geloof dat er een beloning komt. Gelovigen wacht de rechterstoel van Christus en niet-gelovigen de witte troon. Maar wat we in dit leven doen om God te dienen, en nu heb ik het over gelovigen dat zal zeker worden beloond. Er komt nog een leven. “Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen dat is wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben.” Ik geloof hierin: dit leven is slechts een kleedkamer voor de eeuwigheid. En de keuzes die ik maak, de richting die ik opga, hoe ik mensen behandel dat is niet alleen gebaseerd op omstandigheden. Maar ik maak die keuzes, ik neem een bepaalde houding aan en ik laat geen andere dingen toe tot m’n hart omdat ik weet dat dit leven slechts een damp is die kort verschijnt en daarna verdwijnt. Als jij gelooft dat er een oordeel komt dan zul je sommige dingen gaan weigeren en voor andere dingen kiezen, net als Mozes. Het geloof zorgt ervoor dat je waarden veranderen. Ik herinner me nog een jongeman in Cottonwood Church. Hij was heel hard op zoek naar een goede baan zodat hij voor zichzelf en z’n familie kon zorgen en toen vond hij een mooie baan. Ik sprak hem een paar weken nadat hij die baan had gekregen. Hij was zo blij dat hij die had gekregen en we hadden samen gebeden. Op een dag kwam hij naar me toe en zei: Ik ga ontslag nemen. Ik zei: Wat? Ik zei: Waarom zou je ontslag nemen? Je hebt deze baan nog maar net en het is financieel nog beter dan waar we om hadden gevraagd. De uren zijn goed, het is dichtbij, ze betalen je goed. Waarom neem je ontslag? Hij zei: Na ongeveer een week ontdekte ik dat ze wilden dat ik onwaarheden vertelde over hun product. Ik ga m’n geweten niet negeren en ik ga niet tegen mensen liegen. Hij zei: Ik ga stoppen met die baan. Waarom zou je die keuze maken? Het ging maar om een onschuldig leugentje. Je maakt dat soort keuzes uit geloof. Net als Mozes. Hij keek uit naar de wereld die kwam. Hij keek uit naar de beloning. Dus die man gaf die baan op en daarmee ook de zekerheid die die baan hem en zijn familie gaf. En niet lang daarna vond hij een andere baan. God voorzag in z’n behoefte. Dit is slechts één voorbeeld, maar dat kun je overal op toepassen. Op de interactie met je collega’s. Dat jij niet meedoet als ze vieze praatjes uitwisselen en obscene dingen zeggen. Het heeft invloed op hoe je omgaat met je buren. Het zou invloed moeten hebben op je huwelijk, op je werk. Je moet bepaalde dingen doen en andere dingen laten. Mensen zullen je voor gek verklaren, maar luister. Mozes verliet Egypte. Hij vond slecht behandeld worden met het volk van God beter dan alle schatten van Egypte omdat hij het loon voor ogen had. En ik weet zeker dat die farao die Mozes zag vertrekken samen met die bonte verzameling slaven uit het land Egypte de woestijn in bij zichzelf dacht: Mozes, je bent gek. Je bent knettergek. Je had alles binnen handbereik. Je weigert de zoon van de dochter van de farao genoemd te worden terwijl dat je alle rijkdom van Egypte had kunnen opleveren. Even een vraag. Die farao brandt nu waarschijnlijk al 3000 jaar weg in de hel. En Mozes geniet nu van de glorie, de rijkdom de schatten, de zaligheid, het licht en de onuitsprekelijke vreugde van de hemel. Hij is bij God. Dan nu mijn vraag. Wie is er hier nu gek? Degene die wandelde in het geloof of degene die Mozes voor gek uitmaakte? We gaan verder met een ander gedeelte. En let even goed op, alsjeblieft want dit punt loopt zo over in het volgende punt. En als je alleen naar dit punt luistert, zul je heel veel missen want je kunt het niet los zien van het volgende punt om het te begrijpen. Maar ik moet dit punt eerst afhandelen, okĂ©? Klaar? Blijf kijken, zolang duurt ’t niet. En het zal je sowieso goed doen. Ik wil jullie voorlezen uit Psalm 35. Ik lees vers 27: “Laat vrolijk zingen en verblijd zijn wie vreugde vinden in mijn gerechtigheid. Laat hen voortdurend zeggen: De Heere is groot. Hij vindt vreugde in de vrede van Zijn dienaar.”Â
God vindt het fijn als jij gezegend wordt. God vindt vreugde in de vrede van Zijn dienaar. De RSV-vertaling zegt: “Hij verheugt zich over het welzijn van Zijn dienaar.” In Lukas 12 sprak Jezus over God die tegemoetkwam aan onze lichamelijke behoeften. Hij zei het volgende: “Wees niet bevreesd, kleine kudde want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven.”Â
Wij hoeven God er niet van te overtuigen dat Hij in onze behoeften moet voorzien. Hij vindt het geen probleem dat jij wordt gezegend met overvloed. Wij leven vaak ver beneden onze voorrechten. Wij weten niet wat God voor ons in petto heeft. Ik hoorde eens een verhaal over een man. Z’n vader was overleden en hij was boos omdat hij dacht dat z’n vader hem niets had nagelaten. Hij had alleen een doos vol troep gehad. Hij zette hem op zolder. Zo’n stomme doos vol troep. Is dat alles wat ik van die ouwe krijg? Een oud horloge en nog wat andere dingen. Hij was echt boos. Hij kon jarenlang maar net rondkomen. Het ging niet goed met hem en hij moest z’n huis verkopen. Hij kon het niet meer betalen. Een vriend hielp hem met inpakken. Hij zou in een goedkoop flatje gaan wonen. Die vriend zei: Wat is dit? En hij zei: Een doos vol troep van m’n pa. Z’n vriend keek eens in die doos en hij zei: Dit oude horloge, weet je wat voor horloge dit is? Hij zei: Dat is goedkope troep. En die vriend zei: Nee, dit is een duur ding. Ik weet niet meer wat voor merk het was, maar het was een duur horloge. En hij zei: En deze oude honkbalkaarten. Mag ik uitzoeken wat dit waard is? Die man zei: Ga je gang. Die man ging naar een plaatselijke dealer die in antieke horloges handelde. Die zei: Ik geef je hier 30.000 voor. Maar hij zei: Ik wil hem niet verkopen. Later ontdekte hij dat het horloge 90.000 waard was. En die honkbalkaarten waren 400.000 dollar waard. Het waren ontzettend zeldzame kaarten. Dit verhaal is al zo oud. Die honkbalkaarten zouden nu ruim een miljoen dollar waard zijn. Hij zou er in deze tijd misschien 1,2 of 1,3 miljoen dollar voor krijgen. In die tijd zou dat al z’n zorgen voorgoed hebben weggenomen maar hij wist niet wat z’n vader hem had nagelaten. Ik denk dat sommigen van ons niet beseffen wat God ons geeft omdat we niet weten wat ons is beloofd. Er is een oud verhaal dat rondgaat. Het is inmiddels vrij bekend maar ik vind dat dit verhaal mijn punt het beste illustreert. Er was een man, en dit is eind 19e eeuw, begin 20e eeuw. Hij wil van Europa naar de VS gaan met zo’n oude stoomboot. Die oversteek kost een paar weken. En deze man spaart zoveel hij kan, koopt een ticket en gaat naar het beloofde land, naar de VS. Het land waar alles mogelijk is, het land van de kansen. Hij zit elke dag in z’n hut en heeft een oud stuk gedroogde salami wat gedroogde kaas en oud brood. Daar doet hij heel lang mee. Hij drinkt water en eet van die salami, die kaas en dat brood tijdens de tocht. En op de dag dat ze in de haven aankomen loopt de kapitein over het dek. Hij groet iedereen en zegt: Meneer sorry dat ik het vraag, maar hebben we u soms beledigd? Het overvalt die man. Hij zegt: Hoe bedoelt u? Mij beledigd? Natuurlijk niet. Hij zei: Het viel ons op dat u nooit naar de eetzaal kwam om met de rest te eten. We dachten dat we u beledigd hadden. Waarop die man zei: Nee, kapitein, u begrijpt het niet. Ik had alleen geld voor het ticket, maar niet voor de maaltijden aan boord. Waarop de kapitein zei: Het spijt me vreselijk. U hebt het verkeerd begrepen. Het eten was bij het ticket inbegrepen. U had elke dag met ons kunnen eten. En nogmaals, het is een oud verhaal maar veel gelovigen kijken zo uit naar het beloofde land. Ik ga naar de hemel en God bedanken. Ik moet misschien elke dag lijden zolang ik nog hier ben maar ik ga naar de hemel, Goddank. En de wereld die nog komt is absoluut ontzettend belangrijk maar er zijn ons voordelen beloofd die zijn inbegrepen in de ticketprijs. God vindt vreugde in de voorspoed van Zijn dienaar. Soms missen we dat omdat we het niet weten. In de Bijbel staat: “Mijn volk gaat te gronde, door het gebrek aan kennis.” Maar soms missen we het ook door onze houding. Er stond: “Laat vrolijk zingen en verblijd zijn wie vreugde vinden in mijn gerechtigheid. De Heere is groot. Hij vindt vreugde in de vrede van Zijn dienaar.” Soms zingen we niet vrolijk en zijn we niet blij maar mopperen we en zijn we boos. En dat wordt dan een blokkade tussen ons en de zegeningen van God. Als iemand anders wordt gezegend, is het: Waarom zij wel? Wanneer is het mijn beurt? Ik zit hier al langer mee. Het is niet eerlijk. In MattheĂĽs 20 vertelt Jezus ’n gelijkenis over mannen die maar een uur werkten maar toch hetzelfde loon kregen als mannen die de hele dag werkten. Die van een uur kregen eerst betaald. Degenen die lang hadden gewerkt, dachten: Wij krijgen meer. Maar ze kregen wat ze was beloofd en waren boos. Ze zeiden: Dit is niet eerlijk. De meester zei: Zijn jullie boos omdat ik goed ben? Mag ik niet doen wat ik wil? Ik heb jullie gegeven wat ik jullie heb beloofd. Dit is volkomen eerlijk. Soms zie je dat een broeder of zuster een nieuwe auto of promotie krijgt of meteen geneest na een gebed. Sommige mensen zeggen dan: Wacht eens even. Ik heb daar ook voor gebeden, maar ik kreeg niks. Hoe zit dat, God? Dit is niet eerlijk. Maar als je een ander gezegend ziet worden, zeg dan: Halleluja. Ik zit op dezelfde lijn en mijn zegen is ook onderweg. God heeft mij hetzelfde beloofd als hen. Ik ga niet over de timing, maar halleluja, mijn zegen komt eraan. Ik wil dat mijn kinderen gezegend zijn. Ik vind het fijn als ze het goed hebben. Ze zijn allemaal volwassen nu. Ik vind het fijn als ze gezegend worden. Ik vind het fijn als zij het beter doen dan m’n vrouw Janet en ik. Zo denkt elke goede ouder. Maar ik wil niet dat ze gezegend worden zonder een goede werkhouding. Zonder dat ze weten wat dingen waard zijn en zonder een goed levensperspectief. En dat brengt me op het volgende punt. God vindt vreugde in onze welvaart maar Hij wil dat onze welvaart en onze zegeningen altijd gepaard gaan met een bepaalde houding. Ik lees jullie voor uit 1 Koningen 3. 1 Koningen 3 en ik begin in vers 5: “In Gibeon verscheen de Heere ’s nachts aan Salomo in een droom en God zei: Vraag wat Ik u geven zal. Salomo zei: U hebt aan Uw dienaar David, mijn vader, grote goedertierenheid bewezen zoals hij voor Uw aangezicht gewandeld heeft, in trouw, in rechtvaardigheid en in oprechtheid van hart bij U.” “En U hebt dit grote blijk van goedertierenheid aan hem bewezen dat U hem een zoon gaf die op zijn troon zit, zoals op deze dag. Nu dan, Heere, mijn God. Ăš hebt Uw dienaar koning gemaakt in de plaats van mijn vader David. ĂŤk ben echter een jonge man: ik weet niet uit of in te gaan.” “En Uw dienaar is te midden van Uw volk geplaatst, dat U verkozen hebt een groot volk, dat vanwege de menigte niet geteld of geschat kan worden. Geef dan…”Â
En het is Salomo die hierom vraagt. “Geef dan Uw dienaar een opmerkzaam hart om recht te kunnen spreken over Uw volk om met inzicht onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad want wie zou over dit machtige volk van U kunnen rechtspreken?” En dan nu Gods reactie op Salomo’s verzoek. “Het was goed in de ogen van de Heere…” Het gaat over God behagen. God vindt vreugde in de welvaart van Zijn dienaar maar die welvaart moet wel altijd samengaan met deze houding van Salomo. “Het was goed in de ogen van de Heere, dat Salomo dit gevraagd had. God zei tegen hem: Omdat u hierom gevraagd hebt en niet gevraagd hebt om een lang leven voor uzelf omdat u niet om rijkdom voor uzelf hebt gevraagd en niet om de dood van uw vijanden hebt gevraagd maar om inzicht hebt gevraagd voor uzelf om naar rechtszaken te kunnen luisteren zie, daarom doe Ik overeenkomstig uw woorden: Zie, Ik geef u een wijs en verstandig hart zodat uws gelijke er vóór u niet geweest is, en uws gelijke na u niet zal opstaan.” Luister. “En zelfs dat waar u niet om gevraagd hebt, geef Ik u: Zowel rijkdom als eer zodat niemand onder de koningen uws gelijke zal zijn, al uw dagen.” Dus God zegt: Ik geef waar je om gevraagd hebt, een wijs hart, maar de rest krijg je ook. Het behaagt God als wij anderen boven onszelf plaatsen. God wil zien dat we hart voor anderen hebben. God wil ons welvaart geven als welvaart niet ons hoofddoel is. Het is veel minder belangrijk. God wil ons alles geven wat nodig is om te doen wat Hij van ons vraagt zolang Zijn missie met ons leven voor ons maar op één staat. God kan meer aan ons leven toevoegen dan we ons ooit kunnen voorstellen. Maar dan moeten onze prioriteiten wel kloppen. Het belangrijkste moet op één staan. “Maar zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden.” God vindt vreugde in de welvaart van Zijn dienaar en luister: God wil je helpen. Ja, je moet je huur betalen deze maand. Je moet wijs zijn en niets verkwisten, God op één zetten en Hem het beste geven. Je moet tienden betalen en God eren met de eerstelingen van je opbrengst. En je mag niets verkwisten. Het is dom om je geld te verkwisten en dan te zeggen: God, help me. En dat elke maand weer. Je moet wijs zijn, dat is belangrijk. Wees wijs en eer God. En luister. Als je dat doet, zul je Gods trouw zien. Hij kan op wel duizend manieren zorgen dat je wordt gezegend of promotie krijgt. Ik hoop dat dit je tot zegen mag zijn. Ik heb nog meer te zeggen. Ik weet niet of ik genoeg tijd heb. Lees deze Bijbelteksten nog eens na en laat God zo verder tot je spreken. Gods zegen.
-
mis geen enkele uitzending
Onze service voor jou: we sturen je wekelijks een email met de link naar de nieuwste uitzending.
Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!
Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.
naar de preektekst
Als je ook regelmatig updates van Bayless wilt ontvangen, vul dan hier je e-mailadres in. Om technische redenen is dit ook nodig als je alleen het script wilt ontvangen.
Geef een reactie