Hoe vrijheid, geld en geloof samenwerken
Waarom voelt het soms alsof vrijheid, geld en geloof niet samenkomen in je leven? Misschien worstel je met financiële zorgen, vraag je je af hoe je geloof praktisch maakt, of zoek je meer betekenis in je keuzes. In deze boodschap deelt Bayless Conley inzichten uit 1 Korinthiërs 10 en laat hij zien hoe je met vertrouwen en balans kunt leven. Ontdek hoe je vrijheden op een verantwoorde manier gebruikt, vrijgevigheid een plek geeft en geloof laat groeien—zodat niet alleen jij, maar ook de mensen om je heen erdoor gezegend worden.
-
Fijn dat je kijkt. Wat ik je zo ga vertellen… is misschien wel een van m’n meest praktische preken ooit. Ik zeg je vol vertrouwen dat sommige vragen die bij je leven… erin beantwoord zullen worden. Ik vond het heerlijk om hem voor te bereiden en met de kerk te delen. En nu deel ik hem met plezier met jou. Ik wil het vandaag over drie dingen hebben die verband houden met anderen. Namelijk onze vrijheden, onze financiën en ons geloof. Sommige mensen hier zitten in een persoonlijke crisis. Er zijn dingen aan de hand, en je moet weten dat God om je geeft. Hij leeft met je mee en wil je helpen. Als je je voelsprieten uitsteekt en je best doet om te luisteren… pik je misschien iets op wat je nodig hebt dat groter is dan jij alleen. Maar je vindt ook antwoorden voor je eigen situatie. Want God geeft om de kleinste details in je leven. Eerst even onze vrijheden in relatie tot anderen. Ik lees uit 1 Korinthe 10, uit de Message Bible. Dat is geen vertaling, maar een zogenaamde parafrase. Hij vertaalt dus gedachten, en niet alleen woorden. “Van één kant gezien kun je zeggen dat alles geoorloofd is. Want dankzij Gods gulheid en genade… hoef je niet elke handeling te ontleden en te onderzoeken… om te kijken of hij door de beugel kan”. “Je moet niet alleen het hoofd boven water kunnen houden. We willen een goed leven leiden… maar moeten er bovenal naar streven om anderen een goed leven te bezorgen”.
Het is dus niet alleen: Wat kan ik me permitteren en toch christen blijven. Hoever kan ik in het grijze gebied komen en toch gelovig zijn? Het gaat erom dat je goed en juist leeft, en bovendien anderen daarbij helpt. Het is net een verhaal dat ik ooit hoorde. De koetsier van de postkoets in het oude Westen ging met pensioen. En dus kwam er een advertentie voor een nieuwe koetsier. Er kwamen drie sollicitanten, en die man vraagt de eerste: Dus u bent koetsier? Jazeker, ik rij op de postkoets, op paardenwagens en noem maar op. Kent u de dodemansbocht in de Canyon Road? Ja, die ken ik goed. Hoe zou u daar met onze koets doorheen rijden? Nou, ik kan met de wielen van de koets… zonder problemen op 5 centimeter van het ravijn door de bocht rijden. Indrukwekkend, hoor. Dan vraagt hij het de volgende. En die zegt: Ik kan met twee wielen over de rand hangen… als ik de bocht om ga. Dat is pas indrukwekkend. En de derde? Ik blijf er zover mogelijk vandaan. Je bent aangenomen. Het gaat erom niet te kijken hoever je naar buiten kunt… en toch christen kunt blijven. Ik wil niet het randje opzoeken met m’n vrijheden… en de grenzen oprekken. Ik wil in veilig gebied leven. En je wilt ook anderen helpen om goed te leven. De context is dat ze in de oude wereld, en vooral in de gemeente van Korinthe… discussies in de gemeente hadden over gewetenskwesties. In het bijzonder was veel vlees dat op de lokale markten lag… al aan een afgod of een heidense god geofferd. Het beste vlees kwam meestal zelfs van de heidense altaren. Voor sommige gelovigen was dat helemaal geen punt. Want er is maar één echte God, en de andere zijn allemaal vals. Dus zij kochten, bakten en aten gerust een steak die aan Zeus geofferd was. Hun geweten was vrij. Maar anderen zagen het anders, en vonden het verkeerd. Het was geen kwestie van zaligheid… en Paulus droeg degenen met het vrije geweten feitelijk op: Loop niet te koop met je vrijheid. Laat anderen zich niet minder voelen… en dwing ze niet om in strijd met hun eigen geweten te handelen. En hij droeg degenen op die het verkeerd vonden… om geen kritiek te leveren op degenen met het vrije geweten. Laat ze zich niet conformeren aan je strengere zienswijze. In dit soort zaken moet je in liefde wandelen. Dan gaat hij in vers 25 verder: “Met dat als uitgangspunt kan je gezonde verstand de rest doen. Eet bijvoorbeeld alles wat de slager verkoopt. Je hoeft niet bij alles een afgoderijtest te houden. Tenslotte zijn de aarde en alles erop van God. Dat geldt zeker ook voor de lamsbout bij de slager”. “Als een ongelovige je uitnodigt voor het eten, ga dan gerust. Eet alles wat hij je voorzet, want het is zowel ongemanierd… als geestelijk onjuist om je gastheer te ondervragen… over de ethische reinheid van elke gang van het diner”. “Anderzijds, als hij omstandig vertelt dat dit-of-dat aan die-en-die god geofferd is… dan moet je het laten liggen. Ook al ben je onverschillig over de herkomst, hij is dat niet. En je mag geen dubbele signalen afgeven over Wie je aanbidt”. “Maar afgezien van deze gevallen ga ik niet op eieren lopen… en bedenken wat bekrompen mensen zullen zeggen. Ik zal me vrij bewegen, wetend wat onze ruimdenkende Meester al gezegd heeft: Als ik eet wat er wordt opgediend terwijl ik God ervoor dank… hoe kunnen andermans woorden me dan deren”? “Dank God ervoor, Hij heeft het gezegend, dus eet je maaltijd van harte… zonder zorgen over wat anderen over je zeggen. Je eet tenslotte tot Gods eer, en niet om de mens te behagen”. “Sterker: Doe alles op die manier. Van harte en vrijelijk, tot Gods eer. Wees echter niet ongevoelig bij het uitoefenen van je vrijheid… en trap niet nonchalant op de tenen van de minder vrijen”. “Ik doe mijn best om met ieders gevoel in deze zaken rekening te houden… en hoop dat jullie dat ook doen”.
Hij noemt twee dingen en zegt: Of je nu vlees eet of wat ook… doe het van harte, en tot Gods eer. Als je de ‘vrijheid’ niet kunt uitoefenen… Als je iets niet tot Gods eer kunt doen, moet je het niet doen. Als je niet kunt zeggen: God, ik doe dit tot eer van U… dan moet je je er niet mee bezighouden. Dus doe alles tot eer van God. En dan ten tweede: Soms is het, in bepaald gezelschap en in een bepaalde context… beter om af te zien van het uitoefenen van je vrijheid… omwille van anderen, en anderen voorop te plaatsen. Luister goed, want dit is belangrijk. Onder de wijsheid die Paulus ons in die gevallen laat oefenen… vallen geen dingen die de Schrift duidelijk als zondig omschrijft. Maar over veel zaken, of dat nu om je menu gaat… de vrijheid om wijn te drinken, op welke dag je God aanbidt… naar welke films je kijkt, naar wat voor muziek je luistert… of dat je een tatoeage laat zetten: In al die gevallen loopt het geweten van verschillende mensen sterk uiteen. Neem na vandaag wat tijd… om in alle rust in gebed door te brengen… om Romeinen 14 helemaal te verteren. Ik lees een paar verzen, vanaf vers 1. “Verwelkom je medegelovigen die met jou van mening verschillen, met open armen. Val ze niet telkens lastig als ze iets zeggen waar je het niet mee eens bent. Zelfs al lijken ze sterk qua mening, maar zwak als het om geloof gaat”. “Denk erom dat ze hun eigen verleden met zich meedragen. Behandel ze mild. Iemand die al een tijdje meegaat bijvoorbeeld… kan er vast van overtuigd zijn dat hij alles op tafel mag eten… terwijl iemand met een andere achtergrond misschien aanneemt… dat hij vegetariër moet zijn en overeenkomstig moet eten”. “Maar omdat beiden gasten aan Christus’ tafel zijn… zou het toch vreselijk onbeleefd zijn als ze elkaars menu bekritiseerden. God heeft ze tenslotte beiden aan tafel genood”. “Is het dan aan jou om mensen van de gastenlijst te halen… of je te bemoeien met Gods gastvrijheid? Als iemand correctie behoeft of manieren moet leren… kan God dat zonder jouw hulp wel aan”. “Of stel dat iemand vindt dat één dag als heilig moet gelden… en een ander vindt dat alle dagen zo’n beetje hetzelfde zijn. Voor beide zijn goede redenen. Dus iedereen is vrij om de overtuiging van z’n geweten te volgen. Het gaat erom dat je een heilige dag aanhoudt, omwille van God”. “Als je vlees eet, eet het dan tot Gods eer en dank hem voor côte de boeuf. Als vegetariër eet je groente tot Gods eer en dank je Hem voor broccoli. Niemand van ons mag in deze zaken op z’n eigen gewoonten staan”. “Aan God leggen we rekenschap af, ons leven lang, en niet aan elkaar. Jezus heeft geleefd en is gestorven en opgestaan… om tijdens ons hele leven onze Meester te zijn… en ons te bevrijden van de kleingeestige bemoeizucht van anderen”.
De conclusie hiervan: Als het in de Schrift niet expliciet als zondig wordt omschreven… en je geweten vrij is om vlees te eten, God op zondag te aanbidden… een bepaalde film te kijken, een bepaald muziekgenre te luisteren… een glaasje wijn te drinken of varkensvlees te eten… geniet dan van je vrijheid. Maar niet op zo’n manier dat iemand met een teerder geweten erover struikelt. Je moet in liefde wandelen en aan anderen denken. En als je geweten je vertelt dat iets verkeerd is: Een kerstboom in huis hebben… naar het strand gaan, vlees eten, God op zondag aanbidden… ga dan niet tegen je geweten in… maar bedenk dat het geweten van een ander soms anders werkt. Wandel in liefde, veroordeel ze niet en dring ze jouw mening niet op. Er komen na de dienst vast al vijf, zes mensen met me discussiëren. Dus neem even de tijd om te overdenken wat de Heilige Geest tegen Paulus zei… vooral in Romeinen 14, en dank God voor de vrijheid die we hebben. Het geweten van de een staat hem niet toe wat dat van een ander hém wel toestaat. Geniet ervan als het niet zondig is, maar zet anderen voorop: Jezus, anderen en jijzelf. Als je het niet tot Gods eer kunt doen… doe het dan niet. En wees niet ongevoelig bij het uitoefenen van je vrijheid. Dan komen we bij het tweede, namelijk financiën. Ik lees uit Genesis 12 vanaf vers 1. “De Heere nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land… uit uw familiekring en uit het huis van uw vader… naar het land dat Ik u wijzen zal”. “Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken… en u zult anderen tot een zegen zijn”.
Zeg maar: Anderen. God zegt tegen Abram: Ik zal je zegenen… en jij zult een zegen voor anderen zijn. We zijn gezegend. God wil ons zegenen, en anderen door ons zegenen. Gezegend om anderen tot zegen te zijn. Ik geloof wel in voorspoed… maar ik zal je mijn Bijbelse definitie daarvan geven… ontleend aan m’n studie van de Schrift. Ik geloof dat dit voorspoed is, en dat God dit voor Zijn kinderen wil: Voldoende om in al je behoeften te voorzien… met genoeg over om een ander te helpen. Dat is voorspoed. Voldoende om in je behoeften te voorzien… met voldoende over om een ander tot zegen te zijn. Dan denk ik meteen aan de Macedoniërs die bij Christus kwamen. De allereerste Europese bekeerlingen. Paulus en z’n team willen naar Bithynië, maar de Heilige Geest houdt ze tegen. Ze willen naar Azië, en de Heilige Geest houdt ze opnieuw tegen. Dan krijgt Paulus een visioen van een Macedoniër die hem smeekt… om naar Macedonië te komen en ze te helpen. Dus concluderen ze dat God ze roept om daar het evangelie te preken. Want het evangelie is de beste hulp die je een mens kunt geven. Dus ze gaan, en komen in de stad Filippi… genoemd naar Filips van Macedonië, vader van Alexander de Grote. Een strategisch gelegen stad aan de weg tussen Europa en Azië. Er woonden niet veel Joden, want voor een synagoge waren er tien nodig. Normaal ging Paulus naar de synagoge om Christus te preken uit de Schrift. Maar er was geen synagoge. Als er te weinig Joodse mannen waren… gingen ze naar de rivieroever om te bidden en uit de Schrift te lezen. Daar vonden ze een groepje mensen, en dat waren alleen vrouwen. Maar God opent het hart van een van hen, Lydia. Zij gelooft in Jezus, wordt gered en laat Paulus en z’n team bij haar logeren. Zo wordt haar hele huishouden, inclusief bedienden, gered… en ze worden gedoopt. Kort daarna drijven ze een duivel uit bij een bezeten meisje. Een soort waarzegster. Er staat niet dat ze gered wordt, maar die kans is groot… zodat ze lid werd van die jonge gemeente. Paulus kwam daardoor in problemen… omdat haar meesters beseften dat hun winst weg was… en haar niet meer als waarzegster konden laten werken. Er komt een rel van, en Paulus en Silas worden geslagen en gevangen gezet. En een Romeinse cipier, een grijze oud-militair… die slachtingen en bloedvergieten had meegemaakt, en die erg gehard was… Hoe ik dat weet? Hij wist dat Paulus en Silas erin geluisd waren. Dat de aanklachten vals waren. Maar hij brengt ze naar de diepste kerker. De vuilste, smerigste, meest stinkende, donkerste plek van de gevangenis… en ketent ze met hun voeten aan het blok. Je kon ook niet naar de wc, maar deed het op de plek waar je vastzat. En het kon hem niet schelen. Hun rug is opengereten, ze zijn wreed geslagen, maar het doet hem niets. Nadat hij ze in die donkere kerker heeft opgesloten… gaat hij gewoon slapen. Hij is niet geraakt door menselijk lijden. Hij werd alleen wakker van een aardbeving. Als God die zendt, rent hij naar binnen, heeft een gesprek met Paulus… en wordt gered. En daarop wast die geharde cipier liefdevol hun wonden. Hij stelt ze voor aan z’n vrouw en kinderen en maakt iets te eten voor ze. Hij is veranderd. Jezus maakt onverschilligen zorgzaam… en maakt van dieven gevers. Hij maakt van moordenaars en terroristen, zoals Saulus van Tarsus… predikers zoals de apostel Paulus. En als jouw Jezus je niet veranderd heeft, heb je waarschijnlijk de verkeerde Jezus. Jezus verandert mensen. Maar stel je eens voor hoe dankbaar ze waren. Hier is Lydia, die rijk en bereisd is. Ze heeft alles wat je gelukkig zou moeten maken. Ze heeft geld, bedienden en een enorm huis… en vast ook nog een huis in Thyatira. Ze is op veel plekken geweest, maar voelt een leegte van binnen. En pas als ze het evangelie hoort, wordt die leegte opgevuld. Eindelijk vindt haar rusteloze hart rust in Jezus. Wat was ze dankbaar. En dat bezeten meisje… Die duisternis die over haar kwam en haar gedachten in de tang nam… was verdwenen. Wat was ze dankbaar. En die cipier… Z’n hele gezin werd ook gered en gedoopt. Wat was hij enorm veranderd. Wow, wat waren ze dankbaar. Dus Paulus begint met hen een nieuwe gemeente… en vertrekt dan naar Thessalonica, Berea, Athene en Korinthe… waar hij het evangelie preekt, mensen bekeert en gemeentes opricht. Wie had dat allemaal betaald? Dat groepje gelovigen in Filippi. Zij zagen het als hun taak én hun voorrecht om het evangelie naar anderen te sturen. Luister wat Paulus in 2 Korinthe 11:7 aan de Korinthiërs schrijft. “Of heb ik zonde gedaan toen ik mijzelf vernederde opdat u verhoogd zou worden? Ik heb u immers het Evangelie van God om niet verkondigd”. “Andere gemeenten heb ik beroofd… door een vergoeding aan te nemen ten dienste van u. En toen ik bij u was en gebrek leed, ben ik niemand tot last geweest”. “Want wat mij ontbrak hebben de broeders die van Macedonië kwamen, aangevuld”.
Uit Macedonië gehaald. Wie zijn dat? De cipier… en Lydia en haar huishouden. En vast ook dat meisje dat in de greep van demonen was geweest. Hij schrijft Filippenzen ook aan hen. Als ik het lees, denk ik altijd aan ze. En de gemeente is zeker gegroeid… want hij opent Filippenzen met een aanhef voor de opzieners en diakenen. Dus de gemeente is gegroeid. In 2 Korinthe schrijft hij in het meervoud over de Macedonische gemeenten. Dus ze hebben ook andere gemeenten opgericht. Luister eens wat hij schrijft in Filippenzen 1:3. “Telkens wanneer ik aan u denk… dank ik mijn God… – in elk gebed van mij voor u allen bid ik altijd met blijdschap – vanwege uw gemeenschap aan het Evangelie… van de eerste dag af tot nu toe”.
Dat betekent vanaf de dag dat God aan de rivieroever Lydia’s hart opende… en zij zei: Kom maar mee. Vanaf die dag… en vanaf de dag dat de cipier gered werd… Sinds ze het evangelie hoorden, hadden ze samen met Paulus het evangelie verspreid. Hij schrijft ze in hoofdstuk 4 vers 15: “En ook u, Filippenzen, weet dat in het begin van het Evangelie… toen ik uit Macedonië vertrok, geen enkele gemeente mijn deelgenoot werd… in de rekening van uitgave en ontvangst, dan u alleen”. “Ook in Thessalonica hebt u mij een- en andermaal…”
Met andere woorden: ze deden het voortdurend. “Niet dat ik de gave zoek, maar ik zoek de vrucht die op uw rekening toeneemt”. Dat betekent dat alle geredde zielen… al die radicale, kostbare reddingen… op hun rekening worden bijgeschreven. Al die prachtige resultaten die de vrucht zijn van het preken van het evangelie… kwamen op hun hemelse rekening… dankzij hun gebeden en hun materiële steun. Daarop zegt hij, in Filippenzen 4:18: “Maar ik heb alles in overvloed ontvangen. Ik ben geheel voorzien… nu ik door Epafroditus ontvangen heb wat door u gezonden was… als een aangename geur, een welgevallig offer, welbehaaglijk voor God”. “God zal u overeenkomstig Zijn rijkdom voorzien van alles wat u nodig hebt… in heerlijkheid, door Christus Jezus”.
We zijn dol op Filippenzen 4:19: “God zal u overeenkomstig Zijn rijkdom voorzien van alles wat u nodig hebt”.
Maar je mag het niet scheiden van de situatie. Het werkt niet als je het uit de context haalt. Je mag vers 19 niet zomaar voor alles gebruiken. Deze mensen waren diep dankbaar dat Jezus hun leven veranderd had. En ze dachten aan anderen en steunden de evangelisatie. En dat deden ze consequent en, zoals Paulus zei, als een offer. Daarom gold voor hen die belofte van Gods voorziening. Dat Hij ze overeenkomstig Zijn rijkdom van alles zou voorzien. Niet alleen van alles wat ze nodig hadden, want dan zou het daarmee uit zijn. Maar overeenkomstig Gods rijkdom is er overvloed om een ander te helpen. Daar heb ik meer over te vertellen, maar ik rond dit nu snel af. We komen nog bij een derde onderdeel: anderen in relatie tot ons geloof. Maar twee keer in het evangelie verklaart Jezus dat iemand een groot geloof heeft. Maar twee keer. En iets specifiek aan die twee personen is… dat ze namens een ander bij Jezus gekomen waren. Hun geloof ging om anderen. Het ging om de Romeinse hoofdman die voor z’n knecht kwam… en om de Kananese vrouw die voor haar door demonen bezeten dochter kwam. Anderen. Luister eens naar Kolossenzen 4:12. Paulus schrijft: “Epafras groet u, die er een van u is, een dienstknecht van Christus… die altijd voor u strijdt in de gebeden… opdat u, volmaakt en volkomen, vaststaat in heel de wil van God”.
Epafras bidt voor anderen. Je zult opkijken als je merkt hoezeer je leven door anderen gevormd is. Sommigen zijn hier vandaag omdat een oma of opa… of een van je ouders in gebed voor je gestreden heeft. Zij zijn misschien al in de hemel. Maar hun gebeden hebben nog steeds effect in deze wereld. Sommigen weten dat je hier alleen zit vanwege mama’s of opa’s gebeden. Ik stond ervan te kijken dat er in onze familiegeschiedenis… de stamboom van de Conleys… Het verbaasde me helemaal niet dat er aardig wat criminelen bij zaten. Maar wel dat er ook rondreizende methodistische predikanten bij zaten. Dat ik hier nu sta en doe wat ik doe, is deels aan hun gebeden te danken. Ze baden voor hun kinderen en al hun nakomelingen… en die gebeden hebben nu nog steeds effect. Misschien is er ook iemand voor wie jij moet bidden. Geef het niet op, bid verder, hou vol. En ik vermoed dat er ook iemand voor jou bidt. Het is vast geen toeval dat je nu naar me luistert. Dus weet dat God je liefheeft. Hij ziet de situaties waar je in zit… en weet wat er in je familie en je privéleven gebeurt. Hij weet waar je mee worstelt en heeft je lief. En door Zijn Heilige Geest wil Hij je helpen. Hij laat je niet alleen en laat je niet in de steek. Ja, je moet erop uit gaan om er voor anderen te zijn. Maar dat kan alleen als je zelf gezegend bent. “Wie te drinken geeft, die zal ook te drinken krijgen”. Als je anderen verrijkt, verrijkt dat ook jouw leven. Ik bid dat Gods zegen in je leven vloeit. Tot Gods eer, in Jezus’ naam. Tot kijk.
-
mis geen enkele uitzending
Onze service voor jou: we sturen je wekelijks een email met de link naar de nieuwste uitzending.
Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!
Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.
naar de preektekst
Als je ook regelmatig updates van Bayless wilt ontvangen, vul dan hier je e-mailadres in. Om technische redenen is dit ook nodig als je alleen het script wilt ontvangen.
Geef een reactie