Is het christelijk geloof te eng? – Filippenzenbrief
In het leven staan we telkens weer voor belangrijke beslissingen. In deze uitzending spreekt Bayless Conley openhartig over onze keuze tussen een leven mét God en een leven zonder God. Aan de hand van een waargebeurd levensverhaal en gedachten uit de Filippenzenbrief laat hij zien waarom een duidelijke keuze voor Jezus niet beperkt, maar juist vrijheid brengt. Een bemoedigende boodschap voor iedereen die twijfelt, opnieuw wil beginnen of midden in een strijd zit. God is nog niet klaar met jou. De weg mag smal zijn – maar hij leidt naar een toekomst vol hoop.
-
Hallo, vriend. Welkom bij de uitzending van vandaag. Waar je ook woont, in welke taal je ook nu naar me luistert… de Heilige Geest is bij je, en we gaan samen Gods Woord bestuderen. En ik weet zeker dat je dingen zult opsteken waar je veel aan zult hebben. We bekijken ditmaal de kerk in Filippi. We beginnen in deze sessie met Filippenzen 1. En daar gaan we vers voor vers doorheen. We hebben gezien hoe deze kerk is ontstaan. In het boek Handelingen staat dat Paulus door een visioen naar Macedonië werd geroepen. En daar ontmoette hij bij een rivier Lydia, die zich bekeerde. Daarna werd een slavin bevrijd van een waarzeggende geest en tenslotte bekeerde de cipier van de gevangenis zich met zijn hele gezin. Dat was de kern van de gemeente in Filippi. Paulus schrijft nu aan deze mensen. Hij zit zelf in de gevangenis in Rome als hij deze brief schrijft. Laten we lezen wat hij zegt in Filippenzen 1, vers 1: “Paulus en Timotheüs, dienstknechten van Jezus Christus, aan al de heiligen in Christus Jezus die in Filippi zijn, met de opzieners en diakenen: genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heere Jezus Christus.”
Paulus noemt zichzelf en Timotheüs ‘dienstknechten’. Het Griekse woord dat hier wordt gebruikt is ‘doulos’, wat ‘slaaf’ betekent. Paulus ziet zichzelf als iemand die volledig toegewijd is aan de wil van zijn Meester, Jezus Christus. Hij schrijft aan de ‘heiligen’. Dat woord ‘heilige’ betekent niet dat ze perfect zijn, maar dat ze ‘apart gezet’ zijn voor God. Als je in Jezus gelooft, ben je een heilige. Je bent door God apart gezet voor Zijn doel. Vers 3 gaat verder: “Ik dank mijn God, telkens wanneer ik aan u denk.”
Is dat niet prachtig? Paulus zit in de gevangenis, hij heeft het moeilijk, maar als hij aan de mensen in Filippi denkt, stroomt zijn hart over van dankbaarheid. Hij zegt in vers 4: “ik doe in elk gebed van mij voor u allen altijd het gebed met blijdschap.”
Blijdschap is een thema dat steeds terugkomt in deze brief. Ondanks zijn omstandigheden is Paulus vol blijdschap. In vers 5 legt hij uit waarom hij zo dankbaar is: “vanwege uw gemeenschap aan het Evangelie, van de eerste dag af tot nu toe.”
De mensen in Filippi waren partners van Paulus. Ze hielpen hem niet alleen met gebed, maar ook financieel. Ze ondersteunden zijn zendingswerk. Ze waren vanaf de eerste dag betrokken. En dan komt een van de krachtigste verzen in de Bijbel, vers 6: “Ik vertrouw erop dat Hij Die een goed werk in u begonnen is, dit zal voltooien tot op de dag van Jezus Christus.”
Dit is een belofte voor ons allemaal. God is de Auteur van je geloof, en Hij is ook de Voleinder. Hij laat het werk van Zijn handen niet los. Wat Hij in je is begonnen, dat maakt Hij af. Misschien heb je het gevoel dat je nog een lange weg te gaan hebt, of dat je fouten maakt… maar vertrouw op Hem. Hij is nog niet klaar met je. Paulus vervolgt in vers 7: “Het is immers voor mij terecht dat ik dit van u allen denk, omdat ik u in mijn hart heb, aangezien u zowel in mijn boeien als in de verdediging en bevestiging van het Evangelie allen deelgenoten bent van mijn genade.”
Ze deelden in alles met hem. Zelfs toen hij vastzat, lieten ze hem niet in de steek. Vers 8: “Want God is mijn Getuige, hoe vurig ik naar u allen verlang, met de innige gevoelens van Jezus Christus.”
Paulus hield echt van deze mensen. Het was geen zakelijke relatie, het was een hartsverbinding. Hij verlangde naar hen met de liefde van Christus Zelf. En dan bidt hij voor hen in vers 9: “En dit bid ik dat uw liefde nog steeds meer en meer overvloedig wordt in kennis en alle fijngevoeligheid.”
Hij wil dat hun liefde groeit, maar niet alleen als een emotie. Het moet gepaard gaan met kennis en inzicht. Liefde moet wijs zijn. In vers 10 legt hij uit waarom dat belangrijk is: “opdat u kunt onderscheiden wat wezenlijk is, zodat u oprecht bent en zonder aanstoot te geven tot de dag van Christus.”
We moeten leren kiezen voor wat echt belangrijk is in het leven. We moeten oprecht leven, zonder verborgen agenda’s. Vers 11: “vervuld met vruchten van gerechtigheid, die door Jezus Christus zijn, tot heerlijkheid en lof van God.”
Onze levens moeten vrucht dragen. En die vrucht komt niet uit onszelf, maar door Jezus Christus die in ons leeft. Alles wat we doen, moet uiteindelijk gericht zijn op de eer van God. Paulus wil dat de Filippenzen weten dat zijn situatie in de gevangenis niet het einde is. Vers 12: “En ik wil dat u weet, broeders, dat wat mij overkomen is, veeleer tot bevordering van het Evangelie heeft gediend.”
Soms denken we dat tegenslag Gods plan blokkeert, maar Paulus zegt: Nee, juist door mijn gevangenschap verspreidt het Evangelie zich verder! Vers 13: “zodat in het hele gerechtsgebouw en aan alle overigen bekend is geworden dat ik een gevangene ben om Christus’ wil.”
Zelfs de elite-bewakers in Rome hoorden over Jezus omdat Paulus daar vastzat. God gebruikt elke situatie. Vers 14: “en dat het merendeel van de broeders in de Heere door mijn boeien vertrouwen heeft gekregen om het Woord des te overvloediger onbevreesd te durven spreken.”
De moed van Paulus inspireerde anderen om ook vrijmoedig te getuigen. Paulus erkent dat niet iedereen met de juiste motieven preekt. Vers 15: “Sommigen prediken Christus wel uit afgunst en ruzie, maar anderen ook uit welwillendheid.”
Sommigen wilden Paulus dwarszitten terwijl hij vastzat (vers 16 en 17). Maar kijk naar de reactie van Paulus in vers 18: “Wat doet het ertoe? In elk geval, of het nu onder een voorwendsel is of in waarheid, Christus wordt verkondigd; en daarover verblijd ik mij, ja, zal ik mij ook verblijden.”
Het ging Paulus niet om zijn eigen eer of zijn gelijk. Het ging hem erom dat de naam van Jezus bekend werd. Als Christus maar gepredikt wordt, is hij gelukkig. Wat een geweldige instelling! Paulus weet dat alles goed zal komen. Vers 19: “Want ik weet dat dit mij tot zaligheid zal strekken, door uw gebed en de bijstand van de Geest van Jezus Christus.”
Hij rekent op de gebeden van de gelovigen en op de kracht van de Heilige Geest. Vers 20: “overeenkomstig mijn reikhalzend verlangen en hoop dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal worden, maar dat in alle vrijmoedigheid, zoals altijd, ook nu Christus grootgemaakt zal worden in mijn lichaam, of het nu door het leven is of door de dood.”
Dit is de kern van Paulus’ leven: dat Jezus zichtbaar wordt in hem, wat er ook gebeurt. En dan volgt vers 21, een vers dat we allemaal wel kennen: “Want het leven is voor mij Christus en het sterven is winst.” Als hij blijft leven, kan hij Christus dienen. Als hij sterft, is hij bij Christus. In beide gevallen wint hij. Hij zit in een dilemma (vers 22 en 23). Hij verlangt ernaar om bij de Heer te zijn, maar hij weet dat het voor de gemeenten beter is als hij nog even blijft (vers 24). Vers 25 en 26: “En omdat ik dit vertrouw, weet ik dat ik zal blijven en bij u allen zal blijven tot uw vordering en blijdschap van het geloof, opdat uw roem in Christus Jezus overvloedig is in mij door mijn hernieuwde aanwezigheid bij u.”
Hij is ervan overtuigd dat God hem nog werk te doen geeft onder hen. Hij sluit dit gedeelte af met een oproep in vers 27: “Alleen, wandel het Evangelie van Christus waardig, opdat ik, of ik nu kom en u zie, of dat ik afwezig ben, van uw zaken mag horen dat u vaststaat in één geest, en dat u eensgezind samen strijdt door het geloof in het Evangelie.”
Eenheid is cruciaal. Samenstaan voor de waarheid. Vers 28: “en dat u zich in geen enkel opzicht schrik laat aanjagen door de tegenstanders.”
Wees niet bang voor tegenstand. Het is juist een teken van Gods overwinning. Vers 29 en 30: “Want aan u is het uit genade gegeven in de zaak van Christus niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden, terwijl u dezelfde strijd voert die u in mij gezien hebt en nu van mij hoort.”
Lijden voor Christus is volgens Paulus een voorrecht, een genade. Het hoort bij het volgen van Jezus. Maar de waarheid is dat God mensen nooit opgeeft. En wij doen ons best om mensen ook niet op te geven. God heeft je niet opgegeven. Ik zeg je dat Hij je liefheeft. Je bent waardevol voor Hem en het goede werk dat Hij in je begonnen is zoals bij die christenen in Filippi zal Hij blijven uitvoeren tot de dag van Jezus Christus. Wees niet ontmoedigd, geef het niet op. God heeft je lief. Als je…
-
mis geen enkele uitzending
Onze service voor jou: we sturen je wekelijks een email met de link naar de nieuwste uitzending.
Hoe je kunt bidden als alles je overweldigt
Velen van ons ervaren stress in het dagelijks leven, we hebben last van de huidige situatie in de wereld, of we laten ons afleiden. Dit kan er snel toe leiden dat ons gebed, dat helemaal bovenaan ons prioriteitenlijstje zou moeten staan, pas ons laatste redmiddel wordt. Als jij je ook zo voelt en daar verandering in wilt brengen, kijk dan met mij mee in het eerste boek van Samuel. Daar vinden we het verhaal van Hanna. Van deze indrukwekkende vrouw van geloof kunnen we veel leren over hoe we ons doel in gebed kunnen bereiken.
Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!
Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.
naar de preektekst
Als je ook regelmatig updates van Bayless wilt ontvangen, vul dan hier je e-mailadres in. Om technische redenen is dit ook nodig als je alleen het script wilt ontvangen.
Geef een reactie