Je winkelmand (0)

Maak snel een einde aan elke ruzie

Ruzie verandert je hart. Het gebeurt omdat je je eigen weg wilt gaan. Maak daarom snel een einde aan elke ruzie en smoor afgunst en jaloezie in de kiem. Harrison Conley laat je zien hoe Jezus je hierbij kan helpen en hoe je Zijn weg kunt gaan in plaats van je eigen weg!

Downloaden als PDF
  • Hallo. Hopelijk ben je klaar om gezegend te worden. Er volgt zo een preek van Harrison Conley, onze oudste zoon en voorganger van onze Cottonwood-kerk in Zuid-Californië. Hij bracht een briljante boodschap uit Jakobus 4. Pak je Bijbel erbij als je die hebt, dan duiken we samen Gods Woord in. Je zult er geen spijt van krijgen. Pak Jakobus 4 er even bij. Daarin staat: “Vanwaar al die strijd en al die conflicten in uw midden? Vloeien ze hier niet uit voort: uit uw hartstochten, die in alle delen van uw lichaam strijd voeren?”

    “U verlangt naar iets en krijgt het niet, dus u moordt. U benijdt anderen en beijvert u om dingen te bemachtigen en kunt ze niet krijgen. U maakt ruzie en voert strijd, maar u krijgt niet, omdat u niet bidt.”

    “U bidt wel, maar u ontvangt niet, omdat u verkeerd bidt met het doel het in uw hartstochten door te brengen.”

    “Overspelige mannen en vrouwen, weet u dan niet dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is? Wie dan nu een vriend van de wereld wil zijn wordt als vijand van God aangemerkt.”

    “Of denkt u dat de Schrift tevergeefs zegt: De Geest, Die in ons woont, verlangt Die vurig naar afgunst?”

    Ik vind de volgende regel zo mooi. “Hij echter geeft des te meer genade. Daarom zegt de Schrift: God keert Zich tegen de hoogmoedigen maar aan de nederigen geeft Hij genade.”

    “Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten. Nader tot God, en Hij zal tot u naderen. Reinig de handen, zondaars, en zuiver de harten, dubbelhartigen.”

    “Besef uw ellendige staat en treur en huil. Laat uw lachen veranderd worden in treuren en uw blijdschap in droefheid. Verneder u voor de Heere, en Hij zal u verhogen.”

    “Broeders, spreek geen kwaad van elkaar. Wie van zijn broeder kwaadspreekt en over zijn broeder oordeelt spreekt kwaad over de wet en oordeelt over de wet. Als u over de wet oordeelt, bent u geen dader van de wet, maar een rechter.”

    “Er is één Wetgever, namelijk Hij Die kan zalig maken én te gronde richten. Maar wie bent u, die over de ander oordeelt?”

    Vers 13:

    “En nu dan u die zegt: Wij zullen vandaag of morgen naar die en die stad reizen en daar een jaar doorbrengen en handeldrijven en winst maken u, die niet weet wat er morgen gebeuren zal, want hoe is uw leven? Het is immers een damp die voor een korte tijd verschijnt en daarna verdwijnt.”

    “In plaats daarvan zou u moeten zeggen: Als de Heere wil en wij leven, dan zullen wij dit of dat doen. Maar nu roemt u in uw hoogmoed. Al zulk soort roem is slecht. Wie dan weet goed te doen, en het niet doet, voor hem is het zonde.”

    Het is je vast wel opgevallen dat Jakobus hier een heel gevoelig onderwerp aansnijdt. Hij begint vers 1 met een heel directe, maar retorische vraag. Retorisch omdat hij niet van z’n lezers verwacht dat ze hun hand gaan opsteken. Hij geeft zelf meteen het antwoord, maar even een waarschuwing: dat antwoord komt wel hard binnen. Dit is de vraag van Jakobus, en die vraag moeten wij onszelf ook allemaal stellen. Vers 1. Hij zegt: “Vanwaar al die strijd en al die conflicten in uw midden?”. Als je ook maar iets op mij lijkt, ben ik geneigd te denken: Jakobus, misschien stel je de vraag niet goed. Misschien is ‘vanwaar’ niet het juiste woord om deze vraag mee te beginnen. Misschien moet je vragen wie al die strijd en conflicten in ons midden veroorzaakt. Als het een wie is, weet ik het antwoord wel. Dat is m’n partner. Ze zit me altijd op m’n nek. Of misschien is die wie m’n baas. Hij waardeert mijn enorme inzet niet. Of misschien veroorzaken m’n kinderen die conflicten. Ze doen nooit wat ik zeg. De oorzaak van verdeeldheid en ruzies is iets wat binnen in mijzelf zit. De oorzaak zit niet bij je baas of schoonmoeder, ook al denken wij: als zij het op mijn manier bekeken dan zouden we allemaal in vrede met elkaar leven. Jakobus zou zeggen: als jij dat denkt, wordt je leven één grote chaos. Want dan mis je waar het hier echt om gaat. Jakobus zou zeggen: het probleem ligt niet daarbuiten, maar hierbinnen. In ons hart. Als je gaat inzien wat Jakobus hier probeert te zeggen kan dat alles veranderen. Vers 1: “Vanwaar al die strijd en al die conflicten in uw midden?”. En dan het antwoord: “Vloeien ze hier niet uit voort: uit uw hartstochten, die in alle delen van uw lichaam strijd voeren?”. Prachtig hoe Eugene Peterson dit heeft verwoord in The Message: “Waar denk je dat al die vreselijke oorlogen en ruzies vandaan komen? Denk je dat die gewoon ontstaan? Echt niet. Die ontstaan omdat jij altijd je zin wilt hebben en daar van binnen heel hard voor strijdt.”. Dus volgens dit vers is er ruzie, strijd en verdeeldheid onder ons omdat wij iets willen, maar dat niet krijgen. Ik wil dat hij me respecteert, maar dat doet hij niet. Ik wil dat m’n kinderen naar me luisteren, maar dat doen ze niet. Ik wil erkenning voor al het werk dat ik lever, maar dat krijg ik niet. En omdat ik dat niet krijg, ben ik gefrustreerd en iedereen die mijn kant van het verhaal hoort, is het met me eens.

    Jakobus gaat z’n punt nog wat verder uitdiepen. Wat hij zegt, lijkt overdreven, maar hij heeft wel een punt. Vers 2: “U verlangt naar iets en krijgt het niet, dus u moordt.”. Dan denk je: Jakobus, is dat niet wat overdreven?. Ergens wel, maar ergens ook niet. Het punt is: als wij niet inzien dat het probleem in ons en niet buiten ons ligt kunnen wij dingen gaan doen die niet alleen ons eigen leven schaden maar ook dat van mensen om ons heen. Jakobus zegt: “U verlangt naar iets en krijgt het niet, dus u moordt.”. Vergeet niet dat wat dit moorden betreft, Jezus eigenlijk de standaard veranderde. Vanuit Zijn oogpunt gaat het niet langer alleen om de fysieke daad van moord. In Mattheüs 5 vers 21 zegt Hij: “U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult niet doden; en: Wie doodt, zal door de rechtbank schuldig bevonden worden. Maar Ik zeg u: Al wie ten onrechte boos is op zijn broeder zal schuldig bevonden worden door de rechtbank.”

    Johannes hoorde Jezus dit zeggen en zegt het zelf zo in 1 Johannes 3 vers 15:

    “Ieder die zijn broeder haat, is een moordenaar. En u weet dat geen moordenaar het eeuwige leven blijvend in zich heeft.”

    Het punt is dat dit ontzettend belangrijk is. We moeten in ons achterhoofd houden dat onvervulde verlangens de potentie hebben om schade aan te richten. Niet alleen aan onszelf, maar ook aan mensen om ons heen. In vers 2 zegt Jakobus dat men anderen benijdt, zich beijvert om dingen te bemachtigen en ruzie maakt omdat men het niet kan krijgen. Wij kijken naar anderen en naar wat anderen hebben en hoe goed wij het zelf ook hebben, het is nooit goed genoeg. Wij willen altijd maar meer. Ik wil het nieuwste, ik wil het beste. Ik heb nooit genoeg en ben nooit tevreden. Hoe komt dat?. Als ik niet krijg wat ik wil treedt er binnen in mij iets in werking wat uiteindelijk tot strijd leidt. Jij bent die wie. Ik ben die wie. De ware oorzaak ligt hierbinnen, niet daarbuiten. En ik zeg niet dat we nooit eens ergens door van streek mogen zijn. Natuurlijk mag dat. Je mag van streek zijn als je slecht wordt behandeld, als iemand geen woord houdt of als je niet krijgt waar je wel recht op hebt. Maar Jakobus valt hier eigenlijk terug op hoofdstuk 3, over goddelijke wijsheid. Hij zegt dat iemand die echt wijs is in het geval van een conflict een stap terug doet, even diep ademhaalt en erkent dat hij deels zelf de oorzaak is omdat hij niet kreeg wat hij wilde.

    Dan nu over het najagen van onze verlangens. Jakobus waarschuwt ons voor onze motieven voor die verlangens. Waarom we willen wat we willen. In vers 3 zegt hij dat men bidt maar niet ontvangt omdat men verkeerd bidt met het doel het in hartstochten door te brengen. Dit zet je stil bij je motieven. Dat woord ‘hartstochten’ is ‘hedon’ in de oorspronkelijke Griekse taal. Daar komt het woord hedonisme vandaan. Dat is de filosofie die plezier als het hoofddoel in het leven ziet. Hedonisme betekent: ik ga m’n passies volgen en ik doe wat ik wil doen. Je zet jezelf op één. Ik doe wat ik wil, wat mij blij maakt en wat ik goed vind voelen ongeacht hoe een ander zich daaronder voelt. Het is een egoïstische manier van leven. Hedonisten onderwerpen zich aan zichzelf. Ik doe wat ik wil wat me dat ook kost op financieel, relationeel of geestelijk gebied. Jakobus zegt dat deze hartstochten continu strijd voeren in ons. Maar als die strijd voeren, roept dat wel een vraag op. Mijn moeder zei vroeger altijd: waar er twee vechten, hebben er twee schuld. Dus als aan de ene kant van het slagveld die hartstochten en verlangens staan wat staat er dan aan de andere kant?. Daar is Jakobus glashelder over. Hij zegt dat die verlangens in strijd zijn met God en Zijn plan met ons leven. Dus de strijd die in ons woedt, is eigenlijk een strijd om onderwerping. Ga ik me onderwerpen aan mezelf, aan mijn verlangens en hartstochten of ga ik me onderwerpen aan God, aan Zijn Woord en Zijn plan met mijn leven?. Als je gefrustreerd bent omdat je niet je zin krijgt onderwerp je je volgens Jakobus aan het verkeerde. En als wij eerlijk zijn deze ochtend – en eerlijk zijn in de kerk is altijd een goed idee – hebben wij ons hier ook weleens schuldig aan gemaakt. Hoe snel roepen wij niet dat onze verlangens bij God liggen maar blijkt dat totaal niet uit onze daden?. En uiteindelijk jagen we gewoon onze wereldse verlangens na.

    Luister maar naar wat Jakobus daarover zegt in vers 4: “Overspelige mannen en vrouwen…”. Uitroepteken. Is dat niet wat hard gezegd?. Maar Jakobus zegt ons dat zonden in ons leven een serieus onderwerp zijn. Hij gaat verder: “…weet u dan niet dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is? Wie dan nu een vriend van de wereld wil zijn wordt als vijand van God aangemerkt.”. Volgens de hermeneutiek of interpretatie van de Bijbel legt de Bijbel zichzelf uit. In Johannes staat dat God de wereld, de kosmos, liefheeft. Dus het kan niet een van de eerste twee definities zijn en dus is het de derde. De derde definitie van de schrijvers van het Nieuwe Testament voor de wereld verwijst naar het geestelijke rijk dat tegenover God en Zijn Koninkrijk staat. Dus Jakobus zegt: ga geen vriendschap aan met dat systeem genaamd de wereld dat anti-God en anti-Koninkrijk is en de wil van het vlees en de geest najaagt. Jezus zei het zo: jullie zijn in de wereld, maar niet van de wereld. Jullie zijn voor nu even op de wereld, fysiek en geografisch. Jullie staan op deze planeet genaamd Aarde maar jullie zijn niet van de wereld. Jullie hebben een andere oorsprong. Als je Christus als je Verlosser ziet dan word je een nieuwe schepping in Christus Jezus. Het oude is verdwenen en alles wordt nieuw; onze oorsprong is anders. Kijk wat Jakobus zegt in vers 5: “Of denkt u dat de Schrift tevergeefs zegt: De Geest, Die in ons woont, verlangt Die vurig naar afgunst?”

    Hij bedoelt dat jij en ik God toebehoren. God heeft ons verlost van deze wereld en ons een nieuwe oorsprong en een nieuwe identiteit gegeven. Ons burgerschap is niet meer in een bepaald land, maar in de hemel. In de Bijbel staat dat Hij ons stenen hart heeft veranderd in een nieuw hart van vlees en ons heeft vervuld met de Heilige Geest. En daardoor zijn wij niet langer van onszelf. In de Bijbel staat dat Hij jaloers waakt over Zijn volk. Zie het maar als een huwelijk waarin twee mensen tot één worden. Ik behoor nu toe aan mijn vrouw en mijn vrouw aan mij. Maar als ik buiten ons huwelijk treed en achter iemand anders aan ga wat ben ik dan?. Een overspelige. Jakobus zegt het in vers 4: “Overspelige mannen en vrouwen…” omdat hij dat beeld wil overbrengen. Na onze redding werden wij Christus’ bruid. En als wij de dingen van de wereld najagen vallen we geestelijk onder de categorie van overspeligen. Alleen bedriegen we in dit geval Jezus. En Hij is jaloers wat Zijn bruid betreft. Als wij de dingen van de wereld najagen zeggen we tegen Jezus dat Hij niet genoeg voor ons is. Ik ga voor wat deze wereld me te bieden heeft: meer geld, meer roem, meer comfort, een betere reputatie. En we weten dat dat verkeerd is en Gods hart pijn doet. En ik denk dat we om die reden niet heel snel berouw tonen en ons niet snel tot God richten. We zijn bijna hetzelfde als de verloren zoon in Lukas 15 die zich schaamde en te lang wachtte met naar huis gaan. Ik weet zelf precies hoe dat voelt. En daarom vind ik Jakobus 4 vers 6 zo mooi: “Hij echter geeft des te meer genade.”.

    Wie is er nog meer dankbaar voor Gods genade in z’n leven?. Iemand zei eens dat goedertierenheid is dat wij niet krijgen wat we verdienen en genade dat God ons de goede dingen geeft die we niet verdienen. Namelijk vergiffenis, genezing, volkomenheid, een goede verhouding. De geweldige dominee Jack Hayford omschreef genade als een onverdiende gunst van God die wij krijgen als we dat nodig hebben in Jezus. Jakobus zegt het zo: “Hij echter geeft des te meer genade. Daarom zegt de Schrift: God keert Zich tegen de hoogmoedigen maar aan de nederigen geeft Hij genade.”

    Volgens Jakobus zul je Gods genade ontvangen als je een nederige houding aanneemt. Dus als ik God benader, moet ik inzien dat ik Hem niets te bieden heb, maar toch zal Hij me alles geven. Ik moet zeggen: God, ik kan dit alleen niet meer goedmaken. Ik kan niet goedpraten dat ik steeds afdwaal of Hem afval. Als je nederig bent, zeg je: God, ik zat fout. Vergeef me, reinig me, doorzoek me, beproef me maak mij meer als Uw Zoon, Jezus. Jakobus zegt dat God ons genade zal geven als wij Hem nederig benaderen. Maar hij zegt ook dat als je trots bent of denkt dat je alles voor elkaar hebt of alles zelf weet en steeds doet wat jij wilt Jakobus zegt dat God tegen dat soort trotse mensen is. Denk maar aan de tekst: “Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?”. Dat betekent dus ook dat als God tegen je is, niemand voor je zal zijn. En God is tegen trotse mensen. Lees maar wat Jakobus zegt in vers 7: “Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten. Nader tot God, en Hij zal tot u naderen. Reinig de handen, zondaars, en zuiver de harten, dubbelhartigen. Besef uw ellendige staat en treur en huil. Laat uw lachen veranderd worden in treuren en uw blijdschap in droefheid.”

    Vers 10:

    “Verneder u voor de Heere, en Hij zal u verhogen.”

    Hoe nader ik tot God?. Als je gezondigd hebt, nader je tot Hem vol nederigheid en berouw. 1 Johannes 1 vers 9 zegt: “Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.”

    Dus we belijden onze zonde in nederig berouw en we danken Hem voor Jezus en voor het bloed dat voor ons werd vergoten. We kunnen Hem ook naderen door Zijn Woord te lezen. Daarin vind je de waarheid en die zal je bevrijden. Lees Zijn Woord en je zult Jezus om je heen voelen, want Hij is het vleesgeworden Woord. Ik ben bijna veertig jaar. Ik heb al veel geleerd en moet ook nog veel leren. Maar dit weet ik absoluut zeker: alles wat ik wil of waar ik naar verlang in dit leven zal ik vinden op een plek waar Hij aanwezig is. Wij moeten Zijn aanwezigheid opzoeken. Denk aan de belofte: “Nader tot God, en Hij zal tot u naderen.”.

    In vers 11 en 12 gaat Jakobus in op de kracht van onze woorden. Er is namelijk een verband tussen nederigheid in ons hart en de woorden die uit onze mond komen. Vers 11: “Broeders, spreek geen kwaad van elkaar. Wie van zijn broeder kwaadspreekt en over zijn broeder oordeelt spreekt kwaad over de wet en oordeelt over de wet. Als u over de wet oordeelt, bent u geen dader van de wet, maar een rechter.”

    “Er is één Wetgever, namelijk Hij Die kan zalig maken én te gronde richten. Maar wie bent u, die over de ander oordeelt?”

    Jakobus verwijst hier eigenlijk weer naar hoofdstuk 3 en wijst ons nog eens op de kracht van de tong. Hij waarschuwt om op te passen met wat je over anderen zegt. Woorden kunnen iemand opbouwen, maar ook iemand kapotmaken. Maar hij verbindt de kracht van woorden met wat er in ons hart leeft. Alsof hij Jezus napraat: “…want uit de overvloed van het hart spreekt zijn mond.”. Jakobus zegt: maak je vooral druk om wat er in je eigen hart speelt en ga niet uit trots anderen veroordelen met je woorden. Er is namelijk maar één ware Rechter. Dat is God en Hij zal over jou oordelen; Hij heeft de macht om je zalig te maken en om je te gronde te richten.

    En dan maakt Jakobus nog één laatste opmerking over nederigheid en het gevaar van je leven uitstippelen zonder Gods soevereiniteit te erkennen. Vers 13: “En nu dan u die zegt: Wij zullen vandaag of morgen naar die en die stad reizen en daar een jaar doorbrengen en handeldrijven en winst maken u, die niet weet wat er morgen gebeuren zal…”

    En dan deze mooie vraag:

    “…want hoe is uw leven? Het is immers een damp die voor een korte tijd verschijnt en daarna verdwijnt.”

    “In plaats daarvan zou u moeten zeggen: Als de Heere wil en wij leven, dan zullen wij dit of dat doen. Maar nu roemt u in uw hoogmoed. Al zulk soort roem is slecht. Wie dan weet goed te doen, en het niet doet, voor hem is het zonde.”

    In onze trots denken we zo vaak niet aan de eeuwigheid of aan het leven van hierna. Ik heb zelf de neiging om helemaal op te gaan in het heden en vergeet gewoon omhoog te kijken en dat ik niet bepaal hoe mijn leven verloopt. Wij kunnen zo opgaan in onze plannen voor morgen en in het vergaren van rijkdom en spullen dat we vergeten dat het helemaal niet zeker is dat we er morgen nog wel zijn. Jakobus zegt dat ons leven op aarde als een damp is. Het is waar: het leven is heel kort en heel kwetsbaar en de eeuwigheid duurt heel lang. En daarom is het heel dom om al je energie en tijd alleen in dit leven te stoppen. Dit leven wordt ook wel de kleedkamer voor de eeuwigheid genoemd. Ik geniet van dit leven, ik dien God en hou van m’n familie en vrienden maar ik bereid me ook voor op het leven hierna. Ik maak keuzes en doe dingen met de eeuwigheid in m’n achterhoofd. “Wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden opdat ieder vergelding ontvangt voor wat hij door zijn lichaam gedaan heeft hetzij goed, hetzij kwaad.”

    Daar is geen ontkomen aan. Leef je leven gericht op de eeuwigheid. Dat is geen verspilde tijd. Ik hou van je en hopelijk tot ziens.

  • Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vond je de uitzending fijn?

Stuur het dan door of deel het op sociale media om anderen ook te bemoedigen!

Ook interessant voor jou?
artikelen

Hoe je kunt bidden als alles je overweldigt

uitzending

Hoe je sterke relaties bouwt

korte video

Je bent niet alleen! – Kerstgroet 2025 van Bayless & Janet Conley

Steun ons werk

Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!

Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.