Je winkelmand (0)

Toch heeft God een plan – Filippenzen brief

Ben je gefrustreerd omdat je het gevoel hebt vast te lopen? Weet dan dit: God heeft altijd een veel groter plan dan jij op dit moment kunt zien. God heeft hulpbronnen en mensen waarvan jij niets weet. Hij heeft miljoenen mogelijkheden om Zijn plan uit te voeren – mogelijkheden waar jij nooit op zou komen. Daarom: wacht niet op succes of applaus, maar breng vrucht voort op de plek waar je geplant bent.

Downloaden als PDF
  • Hallo, vriend. Wat fijn dat je kijkt. Pak je bijbel er maar bij, dan duiken we samen in Gods woord. Als je naar m’n vorige preek gekeken hebt herinner je je vast dat we het over een gemeente hadden die Paulus in Gods naam in de stad Filippi had opgericht. Filippi was een Romeinse kolonie. Die was ooit gesticht door Philippos van Macedonië, de vader van Alexander. De stad lag in een laag gedeelte van een heuvelrug dat het in oost en west verdeelde. Het was letterlijk de poort tussen Europa en Azië, zo je wilt. Hij was militair van enorm strategisch belang er waren veel veldslagen uitgevochten, en het werd een Romeinse kolonie. Er woonden dus veel Romeinen en veel gepensioneerde wachten en soldaten. En hét kenmerk van elke kolonie was dat ze nooit vergaten dat ze Romeinen waren. Ze droegen Romeinse kleren, spraken de taal van Rome en volgden ook in de koloniën de gebruiken en ceremoniën van Rome. Het kwam niet in ze op om zich aan te passen aan de bevolking waar ze tussen woonden. Paulus, die dat begrijpt, schrijft in Filippenzen dat ze een hemelse kolonie zijn. Wij zijn deel van een gemeenschap die alles hier op aarde overstijgt. We zijn onderworpen aan een hogere wet en een hogere Koning, Jezus geheten. En als je in Jezus Christus gelooft: onze kolonie is hemels. We zijn in de wereld, maar niet van de wereld en we moeten niet handelen en spreken zoals de wereld. En als je geen verschil ziet tussen een ‘christen’ en de wereld betwijfel ik eerlijk gezegd de echtheid van z’n relatie met Christus. Filippenzen is dus geschreven aan de gemeente die Paulus had opgericht in de stad Filippi. In Handelingen 16 lezen we hoe die gemeente ontstond. Ik lees uit Handelingen 16 vers 6: “En nadat zij door Frygië en het land van Galatië gereisd waren, werd hun…” 

     

    Namelijk Paulus en z’n metgezellen Silas, Lukas en Timotheüs. “…werd hun door de Heilige Geest verboden het Woord in Asia te spreken.” Ze wilden wel naar Klein-Azië, maar de Heilige Geest verbood het ze. “En bij Mysië gekomen, probeerden zij naar Bithynië te reizen maar de Geest stond het hun niet toe.” Je kunt niet overal heen, en niet alles zijn. Op sommige plekken mochten ze van de Geest niet komen maar Hij zou ze laten zien waar wél. Dan lezen we verder. ‘Ze kwamen in Troas,’ wat trouwens de locatie van de oude stad Troje is. En vers 9: “En Paulus kreeg ’s nachts een visioen te zien: Er stond een Macedonische man, die hem dringend vroeg: Kom over naar Macedonië en help ons. Toen hij dit visioen gezien had, probeerden wij meteen naar Macedonië te reizen gelovend dat de Heere ons geroepen had aan hen het Evangelie te verkondigen.” 

     

    Vers 11: “Wij voeren dan van Troas weg en koersten recht op Samothrake aan en de volgende dag op Neapolis. En vandaar gingen wij naar Filippi de eerste stad van dit deel van Macedonië, een Romeinse kolonie. En wij verbleven een aantal dagen in die stad.” 

    Dus niet naar Klein-Azië, Bithynië of sommige andere plekken maar naar Macedonië. Waarom dan Macedonië? Simpelweg omdat er harten waren die smachtten om God te leren kennen. “Kom naar Macedonië en help ons.” En de beste hulp die je mensen in nood kunt bieden, is het evangelie. Het is mooi als we praktische noden kunnen lenigen en het evangelie in werkkleding steken. En ja, dat is ook Bijbels. Maar de allerbelangrijkste hulp die je ieder mens kunt geven is het evangelie van Christus. Want deze wereld is slechts de kleedkamer van de eeuwigheid. En de eeuwigheid is het belangrijkste om je in dit leven op voor te bereiden. Dus we moeten ze het evangelie brengen. En sommigen in de kolonie Filippi smachtten naar de waarheid en daarom gaf God ze dit visioen. En ze concludeerden dat de Heer ze de weg wees naar Macedonië en in het bijzonder de stad Filippi. Ik luisterde een keer naar een predikant. De Heilige Geest wees hem diep van binnen de weg naar een bepaalde regio in het Midden-Oosten. Hij was een bekende evangelist en had overal in de VS kunnen preken en overal in Europa een groot publiek kunnen trekken. Maar hij vertelde dat hij een diepe drang voelde en inzag dat de Heilige Geest tegen hem zei dat hij naar een bepaald gebied in het Midden-Oosten moest. Dus hij boekte z’n vluchten en een onderkomen en maakte contact met gelovigen daar. En daar ging hij. Hij verwachtte grootse dingen. Maar toen hij er een dag of vijf, of misschien een week was had hij alleen één vrouw bediend. Dat was de enige deur die openging. Hij deelde het evangelie met één vrouw en wat hij vertelde, had vergaande consequenties voor haar leven. Hij stapte weer in het vliegtuig naar de VS en dacht: God, wat een verspilling van tijd en geld. Dat was kostbaar in tijd en middelen, en ik heb maar één iemand bediend. Heb ik U verkeerd begrepen? Waarom hebt U me gezonden? Maar de Heilige Geest had zo duidelijk gesproken, en Hij zei: Ik heb je daarheen gestuurd om die ene vrouw te bedienen. Toen zei hij iets heel bijzonders: De Heilige Geest zei dat Hij misschien extravagant was, maar nooit voor niets. Jezus zei: “Wat baat het een mens als hij heel de wereld wint maar zijn ziel schaadt?” Dus de waarde van één ziel is groter dan de hele wereld en al haar rijkdom. En wie weet wat er door het leven van die vrouw gebeurd is. En dat vinden we ook hier, in de stad Filippi. God werkt altijd aan een veel groter plan dan wij zien. Er staat dat ze na het visioen naar Macedonië probeerden te reizen. Dat betekent dat ze niet meteen gingen, maar probeerden te gaan. Dat is belangrijk. Het Griekse woord betekent ‘naar een middel zoeken’. Een manier bedenken, zich voorbereiden, plannen. Er alles aan doen. Daar zit een les in voor ons. Ze hadden het visioen gehad waar ze naartoe moesten. Er ging iets belangrijks gebeuren. En dus maakten ze plannen en zochten een middel om het te laten gebeuren. Zo bedachten een manier en bereidden zich voor. Hij kreeg het visioen in Troas, ofwel het oude Troje en ze voeren vandaar uit, staat er. Maar ze zaten niet stil terwijl ze in Troje, of Troas, waren. Voor zover we weten uit de Schrift bekeerden ze mensen terwijl ze daar een manier zochten om naar de plek te gaan waar God ze wilde hebben. Ze zaten niet stil. Ze bekeerden mensen en richtten kennelijk ook een gemeente op in Troas al staat daar niets specifieks over. Maar in Handelingen 20 lezen we wel dat Paulus daar in Troas is, in die oude stad Troje en dat de gemeente daar verzameld is in een bovenkamer en dat Paulus voor ze preekt. Er branden lampen en hij preekt tot middernacht. Daar zit die man in het raam, die indut en van drie hoog doodvalt. Paulus gaat naar beneden, pakt hem beet en bidt, en hij wordt weer levend en iedereen is bemoedigd. Dus ze gaan weer naar boven, en Paulus preekt tot de dageraad. Maar er was een groepje gelovigen, een gemeente in de dop die blijkbaar was ontstaan. Door hen of door anderen. Er staat niet wie, of hoe het gebeurde. Maar ze speelden er vast een rol in. En over het meeste wat we doen, wordt niets geschreven. Het wordt niet gevierd en bejubeld en het komt niet in een geschiedenisboek van de kerk. Maar het is wel genoteerd in de hemel, en het is immens belangrijk. Als je wacht om bejubeld te worden of een parade te krijgen: Vergeet het maar. Je moet vrucht dragen waar je geplant bent. En ze waren druk bezig in Troas, vóór ze naar Macedonië gingen. Je moet actief zijn waar je bent. En dit geldt zeker voor iemand: God heeft je geroepen om te preken, en dat weet je. Begin maar met je buren. Begin op de plaatselijke markt. Deel Christus met je vrienden. Doe wat je kunt met wat je hebt, waar je bent. Misschien voelt je je geroepen naar Vietnam. Zoek dan een manier om te gaan: leer de taal, vraag een paspoort aan en ga intussen naar wat restaurants, leer de kok en het personeel kennen en breng ze bij Christus. Ga aan de slag. Doe wat je kunt, waar je bent, met wat je hebt. Paulus krijgt een visioen van God: “Een Macedonische man die hem vroeg: Kom naar Macedonië en help ons.” Als dat visioen van God komt, worden ze toch zeker met spandoeken onthaald. De burgemeester geeft ze de sleutel en de hele stad wordt meteen opgewekt. Nou, dat gebeurde dus niet. In vers 11 lezen we in vers 11 en 12 dat ze in Filippi aankomen en daar een aantal dagen blijven. Ze verkennen het terrein een beetje, bidden en wachten tot God ze leidt. Vers 13: “En op de dag van de sabbat gingen wij de stad uit, de rivier langs waar het gebed gewoonlijk plaatsvond. Daar spraken wij tot de vrouwen die er samengekomen waren.” “En een zekere vrouw, Lydia, luisterde naar ons. Zij was een purperverkoopster uit de stad Thyatira, die God diende. De Heer opende haar hart, zodat zij acht gaf op wat door Paulus gesproken werd.” 

     

    “En toen zij en haar huisgenoten gedoopt waren, drong zij er bij ons op aan: Als u van oordeel bent dat ik trouw ben aan de Heere, kom dan in mijn huis en blijf er. En zij drong er sterk bij ons op aan.” Ze zitten daar, want er is geen synagoge in Filippi. Want normaal ging Paulus als gast naar de synagoge. Als voormalig rabbijn werd hij uitgenodigd om te spreken. En hij preekte uit de Schrift over de Messias, Christus. Maar kennelijk was daar geen synagoge. En volgens sommige bronnen was het in de Oudheid een joodse gewoonte dat je minstens tien gezinnen moest hebben om een synagoge te stichten. Dus waarschijnlijk zijn er niet eens tien joodse gezinnen in Filippi. En als er te weinig mensen waren, baden ze normaal aan de rivieroever. Er zijn niet eens mannen, maar alleen vrouwen. Dus Paulus gaat erheen om te preken en God beroert het hart van Lydia. Eén vrouw en haar gezin worden gered, meer niet. En je denkt weer: dat visioen kwam toch van God? Waar zijn de spandoeken, het vuurwerk en de uitgelopen menigtes? Eén vrouw, wat me doet denken aan het verhaal van m’n vriend die naar dat ene gebiedje in het Midden-Oosten ging om één vrouw te bedienen. Heel interessant: Ze was een purperverkoopster uit Thyatira. In die tijd een enorm lucratief beroep. Ze wonnen het purperpigment uit weekdieren die in de rivieren rond Thyatira leefden. Ze gebruikten die kleurstof om Romeinse toga’s en gewaden van koningen te verven. Het was heel erg duur. Deze vrouw heeft een groot huis en personeel, en ze is heel rijk. Ze heeft haar zakelijke connecties, als verkoper van dat purperpigment. Dus Paulus en z’n gezellen wilden naar Klein-Azië maar God heeft een plan uitgezet dat veel groter is dan zij zien. God wil dat ze in Macedonië die vrouw tegenkomen zodat het evangelie zich via haar en haar connecties en familie naar die plek verspreidt. God heeft middelen en personeel waar je geen idee van hebt. De kerkgemeente is heel groot en heel divers en veelzijdig en God heeft talloze manieren die je je niet kunt voorstellen om de klus te klaren. Lydia wordt door velen beschouwd als de eerste Europese bekeerling. En sommige historici zien haar bekering tot het christendom als het keerpunt in de westerse beschaving. Dat het evangelie nu letterlijk Europa binnengaat. Zij was Gods steunpunt om een stad te bekeren en de geschiedenis te veranderen. Gods voorzienigheid bracht haar daar, en bracht haar en Paulus bij elkaar. Dit is interessant: Ze aanbad God en bad samen met anderen. Ze was niet bekeerd, maar had eerbied voor God. En toch moet ze… Ze moet winkels bestieren, voor de productie en verzending zorgen ze moet stof voor gewaden kopen, ze heeft personeel… Er speelt van alles bij haar, en ze is een drukbezette vrouw. Maar ze heeft wel tijd voor God. En daarom vond ze meer van God, vond ze zegening van Hem vond ze een doel in haar leven en veranderde ze de wereld. Ik praat nu even tegen de zakenlieden: Heb het niet zo druk met je bedrijf dat je niet naar de kerk kunt. Heb het niet zo druk met je werk dat je geen tijd hebt voor God. Je moet God, Zijn werk en Zijn kerk voorop stellen. Schuif God en Z’n koninkrijk niet door naar een ondergeschikte positie. Lydia en haar gezin worden gered, “en de Heere opende haar hart zodat zij acht gaf op wat door Paulus gesproken werd.” Een andere vertaling luidt: “God beroerde haar hart.” Dus denk niet dat God je dierbaren niet kan bereiken. God is groter dan de duivel. En sommigen jammeren maar: De duivel heeft m’n man en m’n kinderen in z’n greep. Nou, God is groter dan de duivel en kan je kinderen bereiken. Laat God niet los, grijp Z’n gewaad, bid en kom voor hen tussenbeide. Gebruik wijsheid, vertel ze over Hem, en God kan hun leven veranderen. Ik heb nog maar tijd voor één ding. Het volgende punt in het verhaal van het ontstaan van de gemeente in Filippi. Tot nu toe zijn Lydia en haar gezin gered en gedoopt. Dan lezen we in vers 16 dat er iets interessants gebeurt. “En het gebeurde toen wij naar de plaats van het gebed gingen…” 

     

    Dus ze gingen nog steeds naar de rivieroever om te bidden. “…dat een zekere slavin die een waarzeggende geest had, ons tegemoetkwam. Zij verschafte haar meesters veel inkomsten met waarzeggen.” Ze was dus een waagzegster, die haar meesters veel inkomsten opleverde. Waarzeggers rekenden toen ook al het nodige. Maar denk erom: ze was bezeten door een kwade geest. Door een waarzeggende geest, dus er zat een bovennatuurlijk element in. Mensen die zich bezighouden met seances en waarzeggen die gaan… interactie met kwade geesten aan. Dus dat meisje, dat waagzegster is, en bezeten… “…liep achter Paulus en ons aan en riep voortdurend: Zij zijn dienstknechten van God, de Allerhoogste die ons een weg naar de zaligheid verkondigen. En dat deed zij vele dagen lang.” “Maar Paulus, die zich daaraan ergerde, zei tegen de geest: Ik gebied u in de naam van Jezus Christus uit haar weg te gaan. En hij ging op hetzelfde moment uit haar weg.” “Toen haar meesters zagen dat hun hoop op inkomsten verdwenen was grepen zij Paulus en Silas en sleurden hen naar de markt, voor de stadsbestuurders.” “En nadat zij hen naar de magistraten gebracht hadden, zeiden zij: Deze mensen verstoren de orde in onze stad. Het zijn namelijk Joden. Zij verkondigen gewoonten die wij niet mogen aannemen en niet mogen naleven.” Wat een interessant verhaal. Die meid, bezeten door de geest, deed dit niet maar één keer. Ze volgt ze en roept dit dagenlang: “Zij zijn dienstknechten van God, de Allerhoogste die ons een weg naar de zaligheid verkondigen.” Wat ze zei, was juist. Maar de geest erachter niet. Je wilt niet dat een demon reclame voor je maakt. Allereerst wist iedereen wat dit voor vrouw was. Ze stond hier vast om bekend. Dat associeert het evangelie meteen met het occulte zodat veel mensen zouden denken dat dat nieuwe wat ze preken niet anders is dan die waarzeggerij. Maar omdat ze bezeten was door een demonische geest deed ze dit waarschijnlijk op een spottende toon die ze belachelijk maakte, wat hun zaak zeker niet had geholpen. Er staat: “Dat deed zij vele dagen lang. Maar Paulus, die zich daaraan ergerde…” In de King James staat heel mooi dat Paulus bedroefd was. “Hij gebood de geest in Zijn naam uit haar weg te gaan, en hij ging onmiddellijk weg.” Allereerst hebben wij gelovigen gezag over onreine en kwade geesten. Jezus zei: “Ga heen in heel de wereld, predik het Evangelie aan alle schepselen. “En hen die geloven, zullen deze tekenen volgen: In Mijn Naam zullen zij demonen uitdrijven, in tongentaal zullen zij spreken.” ‘Slangen zullen zij oppakken, en het zal hen niet schaden.’ Eén ding dat gelovigen zou volgen, is dat ze demonen zullen uitdrijven. “Zie, Ik geef u de macht over alle kracht van de vijand en niets zal u schade toebrengen.” Jakobus zei: “Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten.” ‘Onderwerp je aan God en bied weerstand aan de duivel.’ Paulus zei dus niet: Heer, drijf toch de duivel uit haar. Wij hebben de macht om de duivel aan te pakken, in Jezus’ naam. Denk hier eens over na: Wat dat meisje zegt, klopt allemaal. Maar toch heeft ze het helemaal mis. ‘En toen dit Paulus bedroefde,’ staat er… ‘dreef hij de geest uit haar.’ Hij had een innerlijk verdriet dat de Heilige Geest ons allemaal geeft. Volgens Johannes ‘heb je de zalving van de Heilige en weet je alle dingen’. Dat zei hij in verband met ’t onderscheiden van ware en valse gelovigen. En van de waarheid en de leugens van de duivel. Soms komen er mensen die, zoals in Judas staat, verdoemden en agenten van de duivel zijn en zich tegoed doen aan jouw liefde. Maar hij schrijft in het Grieks dat ze net riffen onder water zijn. Je ziet ze niet, maar schepen stranden er wel op. En dat ze mensen verleiden tot wellustig gedrag en wegleiden van het evangelie. Ze komen binnen en doen alsof ze schapen zijn als iedereen maar het zijn wolven in schaapskleren. Dus iemand zegt alle goede dingen, maar met de verkeerde motieven. Hij wil zich alleen maar tussen de gelovigen wringen en doen wat goed lijkt en goed klinkt terwijl hij probeert om je stilaan van het geloof los te maken. Hoe weet je dat? Door dat innerlijke verdriet. Door z’n verdriet wist Paulus dat het een verkeerde geest was. Luister eens naar Johannes 13:2: “Toen dan de maaltijd plaatsvond en de duivel Judas, de zoon van Simon, al in ’t hart gegeven had Hem te verraden…” 

     

    De duivel heeft Judas dus al iets ingegeven: hij gaat Jezus verraden. Judas wordt nu beïnvloed door satan. Ergens staat zelfs dat satan ‘in hem voer’. Dus ze zijn samen, en satan heeft Judas ingegeven om Jezus te verraden. Dan lezen we in vers 21: “Toen Jezus deze dingen gezegd had, raakte Zijn geest in beroering en Hij getuigde en zei: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u dat een van u Mij zal verraden.”

     

    Interessant. Satan geeft Judas iets in, het gaat verkeerd… Hij is samen met de andere discipelen, en alles lijkt en klinkt in orde. Maar Jezus’ geest is ineens in beroering en Hij zegt: “Een van u zal Mij verraden.” Net als Paulus: die ergerde zich en was bedroefd omdat dat waarzegstertje de juiste dingen zei, maar er iets niet klopte. En daar moeten wij als gelovigen naar leren luisteren. Want de Heilige Geest laat het je zien. Bij sommige mensen… Je wilt heus niet vitten en zoekt ook niet in elke hoek een kwade geest. Dat zou raar zijn. Maar soms kom je als gelovige een bepaald iemand tegen en je weet niet wat het is, maar er klopt ergens iets niet. Ergens… klopt er iets niet. Laatst belde ik ’s avonds laat m’n zoon. Hij is nu de hoofdvoorganger van onze kerk in Cottonwood. Ik had iemand gezien die we allebei kennen. En toen ik diegene zag, die we allebei kennen… Er was nog iemand bij diegene. Dat bedroefde mij, en m’n geest was in beroering. Ik weet niet wat daaruit komt, en ik wil niet vitten. Ik doe niets overhaast, en voorlopig is het onderwerp van m’n gebeden. Maar zo wil de Heilige Geest ons allemaal leiden. Dus als iets je bedroeft en je geest in beroering is neem dan de tijd om erover te bidden en duw niet door. Kijk maar wat God tegen je zegt. Ik heb nog veel te zeggen, maar geen tijd meer. Hopelijk was dit je tot zegen. Tot kijk.

  • Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vond je de uitzending fijn?

Stuur het dan door of deel het op sociale media om anderen ook te bemoedigen!

Ook interessant voor jou?
artikelen

God heeft je geroepen tot leiderschap – geloof je dat?

uitzending

Daartoe ben je geroepen!

Product

Ontdek Gods kracht voor jou – studiegids

Steun ons werk

Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!

Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.