Vrouwen in leiderschap (2)
Mogen vrouwen leiding geven? En zo ja, welke prioriteit hebben haar man, de kinderen en het huishouden? Dit is een vraag die christenen al eeuwen bezighoudt. Bayless Conley geeft je vandaag antwoorden uit de Bijbel – ben je er klaar voor?
-
Hallo, vriend. Ik ben ontzettend blij dat je kijkt. Ik ga verder met de preek van de vorige keer. En mocht je die niet hebben gezien: deze preek staat daar los van. Sommige mensen zullen dit controversieel vinden, maar het is wel echt Bijbels. Als je de Bijbel mooi vindt, zul je deze preek ook mooi vinden. Er is iets dat ik graag met jullie wil delen. De vraag van vandaag is: Roept God vrouwen op in de bediening? Geeft God leidinggevende functies aan vrouwen van Zijn volk? Om daar antwoord op te kunnen geven, moeten we terug naar ’t goddelijke Woord. Ik zou daar graag met een kop thee samen over praten en de Bijbel erop naslaan. Dit is belangrijk. God praat hier veel over in Zijn Woord. En als God ergens over praat, moeten wij dat weten. Er staat geen onzin in Zijn Woord. Het is allemaal belangrijk. We hebben de vorige keer wat vrouwen bekeken. Ik wil drie vrouwen bekijken die profetessen genoemd werden in het Oude Testament. Ze waren werkzaam als profeet. Ze wisten wat Gods plan was en gaven Gods gedachten door aan Zijn volk. Een van hen was Mirjam, de zus van Mozes en Aäron. En we hebben het over Debora gehad. Debora was niet alleen profetes. We lazen dat ze de toekomst heel nauwkeurig voorspelde. Maar mensen kwamen ook bij haar voor rechtspraak. Ze was een richter in Israël. Ze was de enige vrouw in die positie. Ze was ertoe geroepen door God en het volk was het daar blijkbaar mee eens. Wat een geweldige leider was zij. Historisch gezien viel ze in de categorie van Jeanne d’Arc die 27 eeuwen later de Fransen naar de overwinning leidde. De naam Debora betekent honingbij. Een heel passende naam, want ze was heel druk. Druk met honing verzamelen voor vrienden en ze kon haar vijand dodelijk steken zoals de Kanaänieten ontdekten. Aan het einde van haar tijd als een richter had het land veertig jaar rust. Ik bid dat jouw bediening, jouw invloed en jouw bijdrage mensen heel veel rust geven in de Heere. Ik wil graag verder en niet herhalen wat ik al eerder heb gezegd. We gaan verder met een andere profetes genaamd Hulda. In 2 Koningen 22 lezen we over een jonge jongen genaamd Josia. Hij werd de koning van Juda op achtjarige leeftijd. Stel je voor dat je koning wordt op je achtste. Z’n vader en opa dienden allebei afgoden. Josia wist niets van God. Israël was de weg kwijt. Het barstte er van de afgoden. Het land deed aan allerlei heidense praktijken en had God de rug toegekeerd. Zelfs de tempel stond vol met afgoden. We pikken dit verhaal op bij Josia die een paar jaar later bevel geeft om het huis van God te herstellen. De hogepriester vindt daarbij een wetboek. Het is ongelooflijk, maar die mensen halen het huis van God leeg en herstellen het en vinden daarbij een wetboek en weten niet eens wat dat is. Zo ver waren ze verwijderd van God. Ze brengen dat boek naar de koning. Die leest het en beseft dat ze God boos hebben gemaakt en dat Jeruzalem en Israël veel onheil staat te wachten. En om die reden gaan ze naar de profetes Hulda voor advies. Zij zegt: Alles wat in dit boek is geprofeteerd, gaat gebeuren. Dit onheil en dit oordeel zullen over jullie komen. Maar zeg tegen de koning omdat zijn hart week is geworden, zegt de Heere omdat hij zichzelf vernederde, huilde en z’n kleding scheurde dat Ik hem zal zegenen. Dit gebeurt niet tijdens zijn leven. Hij zal al dit onheil niet over zijn volk en land zien komen tijdens z’n leven. En het resultaat hiervan als ze de boodschap van deze profetes doorgeven aan Josia die inmiddels een jongeman is… Lees maar mee in 2 Koningen 23 vers 1-3: “Toen stuurde de koning boden en al de oudsten van Juda en Jeruzalem verzamelden zich bij hem. De koning ging naar het huis van de Heere en met hem iedere man uit Juda en alle inwoners van Jeruzalem de priesters, de profeten en heel het volk, van de kleinste tot de grootste.”
“En hij las ten aanhoren van hen al de woorden van het boek van het verbond dat in het huis van de Heere gevonden was.”
“De koning ging bij de pilaar staan en sloot een verbond voor het aangezicht van de Heere om de Heere te volgen en Zijn geboden, getuigenissen en Zijn verordeningen met heel zijn hart en met heel zijn ziel in acht te nemen door de woorden van dit verbond die in de boekrol beschreven zijn, uit te voeren. En het hele volk trad toe tot dit verbond.”
Vervolgens reinigt hij heel Juda van alle overblijfselen van afgoderij en heidense aanbidding. Hij reinigt de tempel en verbrandt alle afgoden en brengt daarmee een profetie in vervulling. Hij gehoorzaamt de woorden in het Boek, tot aan de herinvoering van het Pascha dat al twee generaties niet was gevierd. En vervolgens vindt er een nationale opleving plaats. Het volk komt weer tot God en hoewel er niet veel over haar wordt geschreven speelde de profetes Hulda een belangrijke rol bij die nationale opleving. Zij was een spil in dit hele gebeuren. God gebruikte haar op een geweldige manier. Ze is profetes en geeft Gods gedachten door aan Zijn volk. Denk eens na over deze Hulda. In een tijd waarin een compleet volk z’n toevlucht zoekt tot afgoden en God de rug toekeert heeft zij Hem niet verlaten. Zij is God trouw gebleven en heeft zich geestelijk ontwikkeld. Ze geniet respect. Die mannen hadden ook naar de profeet Jeremia kunnen gaan, hij was een tijdgenoot van Hulda. Maar ze vertrouwden en respecteerden haar. Ze was heel accuraat wat betreft haar profetieën over Juda en over de persoonlijke toekomst van Josia. Ze inspireerde Josia om God te gehoorzamen en door dat te doen speelde ze een heel belangrijke rol bij de terugkeer van een volk tot God. Door haar zien we opnieuw wat voor een belangrijke rol vrouwen kunnen spelen in Gods plannen. Lees het zelf maar een keer. We kennen allemaal Jesaja, van het prachtige boek Jesaja. Een van m’n lievelingshoofdstukken staat daarin: Jesaja 53. Dat hoofdstuk over verlossing, over het offer van Christus en over waarom Hij dat offer bracht, wat Hij daarmee voor ons heeft gekocht. Maar wist je dat Jesaja’s vrouw ook profetes was? Dat staat in Jesaja 8. Ze werd geïnspireerd door Gods Woord en had de gaven van de Geest: Het woord van de kennis, wijsheid en de gave van de profetie. Dus zij was ook profetes. We gaan een stuk verder, naar de tijd vlak na de geboorte van Christus. We lezen over ene Anna in Lukas 2 vers 36: “Ook Anna was er, een profetes een dochter van Fanuel, uit de stam van Aser. Zij was op hoge leeftijd en had na haar meisjesjaren zeven jaar met haar man geleefd.”
“En zij was een weduwe van ongeveer vierentachtig jaar die de tempel niet verliet en met vasten en bidden God nacht en dag diende. En zij kwam er op dat moment bij staan…”
Dat was het moment waarop Maria en Jozef Jezus naar de tempel brachten om Hem voor te stellen. “En zij kwam er op dat moment bij staan en beleed eveneens de Heere en zij sprak over Jezus tot allen die de verlossing in Jeruzalem verwachtten.”
Deze Anna was weduwe geworden na zeven jaar huwelijk en besloot haar leven te wijden aan het dienen van God door te vasten en te bidden. Ze was profetes. Ze vond tijd met God heel belangrijk. Ze was daar op het moment dat Gods Kind daar was. Ze herkende Hem en verkondigde de Verlosser in de tempel, het huis van God. Ze vertelde mensen in Jeruzalem die verlossing zochten over Jezus. Geweldig. Na de opstanding brak de periode van het Nieuwe Testament aan. Werkten er toen ook nog vrouwen in de bediening, als leider onder Gods volk? Daarvoor moeten we opnieuw terug naar de Bijbel en het antwoord is ja. In Handelingen 2 vers 16-18 citeert Petrus de profetie van Joël met Pinksteren. Hij zegt het volgende in Handelingen 2 vers 16-18: “Maar dit is wat gesproken is door de profeet Joël: En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees.”
“En uw zonen en uw dochters zullen profeteren uw jongemannen zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen dromen. En ook op Mijn dienaren en op Mijn dienaressen zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren.”
In Handelingen 21 vers 8 en 9 lezen we over Filippus die vier dochters had die nog maagd waren en profeteerden. In 1 Korinthe zegt Paulus dit over profeteren: “Wie echter profeteert, spreekt tot mensen woorden van opbouw, vermaning en troost.”
Dus Filippus’ dochters wilden mensen opbouwen, vermanen en troosten. Dat doet de gave van de profetie. In Romeinen 16 vers 1 en 2 schrijft Paulus aan de kerk in Rome: “En ik beveel u Febe, onze zuster, aan die een dienares is van de gemeente die in Kenchreeën is opdat u haar ontvangt in de Heere op een wijze die de heiligen waardig is en haar bijstaat in elke zaak waarin zij u nodig heeft want ook zij heeft zelf bijstand verleend aan velen, ook aan mijzelf.”
Paulus noemt Febe een dienares. Het Griekse woord daarvoor is diakonos. Ze is een diaken in de kerk. Ze heeft de heiligen gediend in Kenchreeën een havenstad vlak bij Korinthe. Paulus gebruikt ditzelfde woord dat hij hier gebruikt voor dienares van de kerk ook in 1 Korinthe 3 vers 5. Daar zegt Paulus: “Wie is Paulus dan, en wie is Apollos, anders dan dienaren door wie u tot geloof gekomen bent?”
Dat is hetzelfde Griekse woord. Paulus gebruikt hetzelfde woord op meerdere plekken om zichzelf te omschrijven en anderen die het evangelie verkondigen. En deze Febe, deze dienares van de gemeente zij sprak tot de mensen. Paulus zegt dat ze haar moeten ontvangen. Dat betekent dat ze haar en haar bediening moeten accepteren. Hij zegt dat ze haar moeten bijstaan, dus ze had een leidinggevende rol. Ze moesten haar bijstaan. Dat betekent dat ze haar moesten helpen en steunen bij haar werkzaamheden. Paulus zegt dat ze bijstand heeft verleend. Ze heeft anderen dus geholpen, beschermd of verdedigd. Op wat voor manier weten we niet, maar ze genoot zeker aanzien in de kerk. De meeste wetenschappers denken dat zij deze zendbrief van de apostel Paulus naar de kerk in Rome heeft gebracht. God zij dank voor Febe. We lezen verder in Romeinen 16 vers 3: “Groet Priscilla en Aquila, mijn medearbeiders in Christus Jezus. Zij hebben voor mijn leven hun hals gewaagd. Niet alleen ik ben hun dankbaar, maar ook alle gemeenten van de heidenen. Groet ook de gemeente bij hen aan huis.”
Priscilla en Aquila waren man en vrouw. Ze waren medearbeiders in Christus. Paulus zegt: Ze hebben hun hals gewaagd. Zonder hen zouden we het Nieuwe Testament zoals wij ’t kennen niet hebben. Dan had Christus Z’n werk niet kunnen voltooien. Dan zouden we deze Bijbel nu niet hebben. Deze man en vrouw speelden daar een belangrijke rol in. Paulus noemt de gemeente bij hen thuis. Waarschijnlijk leidden zij die kerk, dat weten we niet zeker. Maar als iemand anders die gemeente in hun huis had geleid dan had Paulus diegene wel genoemd of erkend toen hij de groeten aan deze gemeente overbracht. Maar dat deed hij niet, dus we kunnen ervan uitgaan dat zij de gemeente leidden. In 1 Korinthe 16 vers 9 wordt de gemeente in hun huis ook genoemd. In Handelingen 18 vers 24-26 zien we dat Priscilla de gave had om te onderwijzen. Handelingen 18 vers 24: “En een zekere Jood, van wie de naam Apollos was, Alexandriër van afkomst een welsprekend man, die kundig was op het gebied van de Schriften kwam in Efeze aan.”
“Deze was in de weg van de Heere onderwezen en, omdat hij vurig van geest was sprak en onderwees hij nauwkeurig de zaken van de Heere maar hij wist alleen van de doop van Johannes.”
“En hij begon vrijmoedig te spreken in de synagoge. En toen Aquila en Priscilla hem gehoord hadden namen zij hem apart en legden hem de weg van God nauwkeuriger uit.”
Deze Apollos is al welsprekend. Hij is kundig op het gebied van de Schriften en onderwijst nauwkeurig. Maar toch legden zij hem de Schriften, de weg van Christus, de weg van God nauwkeuriger uit. God zij dank voor Aquila en God zij dank voor Priscilla. We lezen verder in Romeinen 16 vers 7: “Groet Andronicus en Junias, mijn familieleden en mijn medegevangenen die in aanzien zijn bij de apostelen, die al eerder dan ik in Christus waren.”
Ze geloofden dus eerder dan Paulus. Andronicus is een mannennaam en Junias is een vrouwennaam. Die naam werd in die tijd niet aan mannen gegeven. Of ze broer en zus, medegemeenteleden of man en vrouw waren, weten we niet maar ze genoten aanzien onder de apostelen. Zoals dat in de oorspronkelijke taal staat, kun je dat op twee manieren lezen. Je kunt het zo opvatten dat Andronicus en Junias allebei apostelen waren of je kunt het zo opvatten dat ze bekend waren onder de apostelen. Maar hier leden ze omdat ze geloofden in Christus, net als Paulus zelf. Ze waren zijn medegevangenen. Maar het waren duidelijk belangrijke mensen in de kerk. In vers 12 van Romeinen 16 zegt Paulus: “Groet Tryfena en Tryfosa vrouwen die zich veel moeite getroost hebben in de Heere. Groet Persis, de geliefde zuster, die zich veel moeite getroost heeft in de Heere.”
Alle drie vrouwelijke namen. Allemaal vrouwen die veel hebben geleden voor de Heere. In Filippenzen 4 vers 2 en 3 zegt Paulus: “Ik roep Euodia en ik roep Syntyche ertoe op eensgezind te zijn in de Heere. Ja, ik vraag ook u, mijn oprechte metgezel: Help deze vrouwen, die samen met mij gestreden hebben in het Evangelie ook met Clemens en mijn andere medearbeiders van wie de namen in het boek des levens staan.”
Deze vrouwen, Euodia en Syntyche, streden samen met de apostel Paulus. Ze waren medearbeiders en hij zei: Help ze. En blijkbaar hadden Euodia en Syntyche een conflict; ze waren het ergens niet over eens. Als de duivel de kerk niet kapot kan maken gaat hij verwarring zaaien in de kerk. Als er strijd is, is de duivel er ook. Blijkbaar proberen die vrouwen het goed te maken en hij zegt: Help ze. Help ze om het eens te worden en dingen weer goed te maken. Maar we mogen niet vergeten dat Paulus ze medearbeiders noemt. Ze hebben hard gestreden voor het evangelie, samen met hem. Dit zijn bekende vrouwen die respect verdienen. We weten niet precies wat ze deden maar ze speelden een belangrijke rol onder Gods volk. Zalft God vrouwen voor de bediening en plaatst Hij hen in belangrijke functies? Ja, dat doet Hij. In Psalmen 68 vers 12 staat: “De Heere gaf stof tot spreken. De boodschapsters van goede tijding vormden een groot leger.”
In de Amplified Bible staat: “De Heere geeft krachtige stof tot spreken. De vrouwen die het nieuws brachten en publiceerden, vormen een groot leger.”
Een goede vertaling want het woord leger is niet alleen een vrouwelijk Hebreeuws woord het betekent letterlijk vrouwen. “De Heere gaf stof tot spreken. De vrouwelijke boodschapsters van goede tijding vormden een groot leger.”
God gebruikt vrouwen om Zijn woord te verspreiden. Aan wie openbaarde Christus zich als eerste? Aan de vrouw bij de put, in Samaria. Ze zegt: Christus zal ons alles verkondigen. Haar leven was een puinhoop. Waarop Jezus zei: “Ik ben het, Die met u spreekt. Ik ben Christus.” Ze rent de stad in: “Kom, zie Iemand Die mij alles gezegd heeft wat ik gedaan heb. Zou Híj niet de Christus zijn?” Veel mensen in die stad gingen in Jezus geloven door haar getuigenis. Ze gingen naar Hem toe. Toen zei Jezus: “Sla uw ogen op en kijk naar de velden want zij zijn al wit om te oogsten.”
Hij had het over die mensenmassa die op Hem af kwam. De apostelen hadden net eten gehaald en Hij zei tegen die mensen: De velden zijn klaar om te oogsten. Wie had deze boodschap aan hen doorgegeven? De vrouw bij de put. Die zondige vrouw wier leven Jezus volledig veranderde. Hij vertelde haar over de bron van levend water en over het eeuwige leven. Dr. Isaac Leeser heeft ook een vertaling gemaakt van dit vers van Psalmen 68 vers 12. Hij was een joodse geleerde en vertaalde het zo: “De Heere gaf goede berichten. Die werden overgebracht door een groot leger van vrouwelijke boodschappers.” We hebben een boel besproken en ik zou graag nog veel meer bespreken maar het is wel duidelijk dat vrouwen wel degelijk een rol kunnen hebben in de kerk. Ik wil er wel bij zeggen dat een getrouwde vrouw met gezin een hogere roeping heeft. Namelijk haar gezin. Dat is een hogere roeping. Je huwelijk en de opvoeding van je kinderen zijn je eerste prioriteit. Je allereerste prioriteit is je persoonlijke relatie met de Heere. Dat is één. Op twee staat je man, als je vrouw bent en je geroepen voelt. Op drie staan je kinderen en je gezin en op vier staan andere roepingen. Ik ben geroepen om predikant te zijn. Maar nummer één voor mij is mijn relatie met God dan komt m’n vrouw, dan m’n gezin en dan… Ik kan Christus’ bruid niet verzorgen als ik m’n eigen bruid niet verzorg. Ik kan Gods huishouden niet verzorgen als ik mijn huishouden niet verzorg. Als je gehoor wilt geven aan die roeping van de kerk dan mag dat niet ten koste gaan van je gezin en je huishouden. Ik lees jullie voor uit Titus 2 vers 3-5 uit de New International Readers-vertaling: “Evenzo moeten de oudere vrouwen in hun gedrag zijn zoals het heiligen past: Geen kwaadspreeksters, niet verslaafd aan veel wijn maar leraressen van het goede opdat zij de jongere vrouwen leren hun man en hun kinderen lief te hebben.”
“De jongere vrouwen moeten bezonnen en kuis zijn. Ze moeten zorgen voor hun huishouden, goed zijn en hun eigen mannen onderdanig zijn opdat het Woord van God niet gelasterd wordt.”
Als jij kinderen hebt thuis en je geroepen voelt om predikant of leider te worden en je hebt een man die werkt… Stel dat je geen alleenstaande vrouw bent, maar getrouwd bent en kinderen hebt. Het is niet Gods plan dat een ander je kinderen opvoedt. Het is niet Gods plan dat je kinderen sleutelkinderen worden die hele dagen alleen zijn terwijl jij je roeping vervult. Het is niet Gods plan dat een instelling of andere mensen je kinderen opvoeden. Dat is jouw eerste prioriteit en je hoogste roeping. Je zorgt voor je man, kinderen en andere familieleden en daarna komt de bediening. God vraagt niemand z’n gezin op te geven om het Woord te kunnen verkondigen. God heeft mij nooit gevraagd mijn gezin op het altaar te leggen en ze op te offeren. Ik weet nog dat Janet, m’n vrouw, en ik Harrison kregen, onze oudste zoon en vrij snel daarna kregen we een tweeling. Mijn vrouw onderwijst graag uit de Bijbel. Ze vroegen haar vaak voor bijeenkomsten, maar dat heeft ze jaren niet gedaan. Sommigeb begrepen dat niet, maar ze zei dat ze er eerst wilde zijn voor m’n kinderen, voor m’n gezin, voor m’n huishouden. En daardoor heeft God ons gezegend. Vrouwen kunnen dienen in een bediening en worden door God gebruikt om belangrijke dingen te doen. Dat lazen we in de Bijbel. Maar het huwelijk, kinderen en het huishouden komen eerst. Hopelijk heb je dit als een zegen ervaren en heb ik je aan het denken gezet. “Beijver u om uzelf welbeproefd voor God te stellen.”
Wees net als de mensen in Berea die om deze reden dagelijks de Bijbel bestudeerden. Laat Gods Woord het laatste woord hebben in je leven. Ik bid dat God je rijk zal zegenen. Jezus houdt van je, vriend. Gods zegen.
-
mis geen enkele uitzending
Onze service voor jou: we sturen je wekelijks een email met de link naar de nieuwste uitzending.
Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!
Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.
naar de preektekst
Als je ook regelmatig updates van Bayless wilt ontvangen, vul dan hier je e-mailadres in. Om technische redenen is dit ook nodig als je alleen het script wilt ontvangen.
Geef een reactie