Je winkelmand (0)

Ga moedig verder in geloof

Welke volgende stap in geloof ligt er voor jou? In deze uitzending kijkt Bayless Conley naar het Bijbelse verhaal van Jozua en laat hij zien hoe Jozua een krachtig voorbeeld kan zijn voor jouw geloof. Met welke mensen omring je je? Wat helpt je om na een mislukking weer op te staan? Ontdek hoe je kunt volhouden en sterke stappen in geloof kunt zetten met vertrouwen op God.

Downloaden als PDF
  • Een van de grootste figuren uit het Oude Testament is Jozua. Je kunt zoveel van zijn leven leren. Hij deed wat dingen fout, maar ook heel veel goed. Er zijn fantastische lessen vervat in wat er in de Schrift staat over Jozua en de verovering van het beloofde land. Daar gaat deze preek over. Pak je pen of tablet en maak aantekeningen. We gaan kijken naar Jozua. We zijn Jozua aan het bestuderen. Zijn invloed hield een volk stabiel tegenover God en dat z’n leven lang. Toen Jozua en de oudsten van zijn leeftijd overleden, lezen we keerde het hele volk zich van God af. Ze hadden zo’n invloed dat ze het volk in het juiste spoor hielden. Terwijl ik de kronieken van z’n leven en werken overdacht sprongen er een paar woorden uit voor me. Vijf in totaal, en die wil ik bespreken in verband met het leven van Jozua. Het eerste woord is ‘geloof’. Hij was een man van rotsvast en actief geloof. Je kunt Jozua’s geloof met drie dingen omschrijven: EĂ©n: Hij luisterde. Twee: Hij stemde in. En drie: Hij handelde. Hij luisterde hij stemde in en hij handelde. En ik wil je aanmoedigen: Als je snapt wat ik nu vertel zal dat je leven veranderen. Ten eerste luisterde hij. “Het geloof is uit het gehoor, en het gehoor door ’t Woord van God.” Romeinen 10:17. EĂ©n: Jozua luisterde en zocht uit wat God beloofd of gezegd had. Hij zocht uit wat God gezegd had. En twee: Z’n hart en woorden stemden in met wat God beloofd of gezegd had. Romeinen 10:9: “Als u met uw mond de Heere Jezus belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft opgewekt, zult u worden gered. Met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot zaligheid.”. 

    Het Griekse woord voor ‘belijden’ betekent ‘hetzelfde zeggen’. Je hart en je woorden moeten overeenstemmen en hetzelfde zeggen als God. In hun context gaan die verzen over de juiste relatie met God. Dat je zonden vergeven worden. Maar het woord ‘gered’ daar… Als je zondagavond samen met ons voor de genezing in gebouw B was: We hebben daar wat tijd aan dat Griekse woord ‘sozo’ besteed. In het Nieuwe Testament betekent het fysieke genezing maar ook vrijheid van drukkende, duistere krachten in je geest. Dat je geestelijk en fysiek gezond bent en je zonden vergeven zijn. Hetzelfde woord wordt soms in één hoofdstuk voor al die dingen gebruikt. Dus geloof werkt hetzelfde op al die drie terreinen. Je hart en je woorden moeten overeenstemmen. Geloof werkt niet als we tegenspreken wat God beloofd of verklaard heeft. Echt niet. Drie: Jozua bracht Gods woord in de praktijk. Hij handelde. Hij handelde naar Gods beloften en zei dat je daden in harmonie moeten zijn met je hart en je woorden wil het geloof werken. Jakobus 2:18: “Ik zal u uit mijn werken mijn geloof laten zien.”. 

    Jozua’s geloof is heel eenvoudig te beschrijven: Hij luisterde hij zocht uit wat God beloofd en gezegd had hij stemde er met z’n hart en z’n woorden mee in en hij handelde vervolgens naar Gods woorden. Geloof is best eenvoudig. Vanaf de tijd van Abraham had God z’n volk een gebied beloofd. Vandaar de uitdrukking ‘het beloofde land’. En door de profeten had God die belofte aan opeenvolgende generaties herhaald tot de tijd van de uittocht van IsraĂ«l uit Egypte. Die generatie was geroepen om het beloofde land te erven. En Jozua was onderdeel van die generatie. Ik noem maar een paar dingen die God verklaarde over het erven en binnengaan van het beloofde land in de tijd van Jozua. Ze zitten dus nog steeds in Egypte, en God geeft Mozes aanwijzingen. In Exodus 6:5-7 zei God tegen Mozes: “Zeg daarom tegen IsraĂ«l dat Ik de Heere, uw God, ben Die u uitleidt van onder de dwangarbeid van de Egyptenaren.”. “Ik zal u verlossen met een uitgestrekte arm en door zware strafgerichten. Ik zal u tot Mijn volk aannemen en zal U tot God zijn.”. “Weet dan dat Ik de Heere, uw God, ben Die u uitleidt van onder de dwangarbeid van de Egyptenaren.”. “En Ik zal u brengen in het land waarvoor Ik Mijn hand opgeheven heb dat Ik het aan Abraham, Izak en Jakob geven zou. Ik zal het u in erfelijk bezit geven, Ik, de Heere.”. 

    Dus hij leidt ze uit Egypte met al die wonderen. Ze zitten in de woestijn, en het is nog maar een klein stukje tot de grens van het beloofde land. God geeft Mozes dus aanwijzingen. Numeri 33. Ze zijn onderweg in de woestijn. Vers 51: “Spreek tot de IsraĂ«lieten en zeg tegen hen: Wanneer u de Jordaan oversteekt naar het land Kanaän dan moet u alle inwoners van het land van vóór uw ogen verdrijven en al hun beeldhouwwerken en gegoten beelden vernielen en al hun hoogten wegvagen.”. “En u moet het land in bezit nemen en daarin wonen want Ik heb u dat land gegeven om het in bezit te nemen.“. 

    God zet het in de voltooide tijd: ‘Ik heb het u gegeven.’. In het Nieuwe Testament staat dat God de dingen die niet zijn, roept alsof zij er waren. En als God iets in de voltooide tijd zet, mag jij hetzelfde doen. Al die dingen kwamen Jozua ter ore. En ik lees uit Deuteronomium 7 vanaf vers 17: “Wanneer u in uw hart zegt: Deze volken zijn groter dan ik. Hoe kan ik hen ooit uit hun bezit verdrijven?”. “Wees dan niet bevreesd voor hen. Denk steeds aan wat de Heere, uw God met de farao en alle Egyptenaren gedaan heeft.”. “Denk aan de grote beproevingen die de Heere hun gezonden heeft en die uw ogen gezien hebben. De tekenen, de wonderen de sterke hand waarmee de Heere u uitgeleid heeft. Zo zal de Heere, uw God, doen met alle volken voor wie u bevreesd bent.”. “Daarbij zal de Heere, uw God, horzels onder hen zenden totdat zij die overgebleven en voor u verborgen zijn, ook omgekomen zijn.”. “Schrik voor hen niet terug, want de Heere, uw God, is in uw midden een groot en ontzagwekkend God.”. 

    God zegt die dingen telkens opnieuw, en dit zijn maar een paar voorbeelden. “Elke plaats die uw voetzool betreedt, heb Ik u gegeven.”. Ze staan nu aan de grens van het beloofde land en kiezen een leider uit elk van de twaalf stammen. Ze sturen twaalf verkenners naar binnen om hun strategie te bepalen. Ze zijn lange tijd op verkenning in het land, komen dan terug en zeggen: Zoals God zei, vloeit het over van melk en honing. Ze hadden ook wat vruchten mee, maar zeiden toen: Maar… Tien van de verkenners zeiden: Het is alles wat God zei maar er zijn reuzen en ommuurde steden. En Kaleb, die een van de twaalf was… Hij en Jozua waren onder de verkenners. Maar nu neemt Kaleb het woord, in Numeri 13:30: “Toen bracht Kaleb het volk tegenover Mozes tot bedaren, en zei: Laten wij vrijmoedig optrekken en het land in bezit nemen want wij zullen het zeker overmeesteren.”. 

    Toen hij het volk tot bedaren bracht, was daar zeker niets aardigs aan. Ik stel me voor dat Kaleb ging van: Ophouden. Ophouden, nu meteen. Koppen dicht. Ophouden. ‘We zullen het land zeker overmeesteren.’ We gaan er meteen naartoe en nemen het in bezit. Hij stemde helemaal met God in. Hij had dezelfde reuzen en ommuurde steden gezien en dezelfde harnassen die alle Kanaänieten droegen. Vers 31: “Maar de mannen die met hem opgetrokken waren, zeiden: Wij kunnen tegen dat volk niet optrekken, want het is sterker dan wij.”. “En zij lieten een kwaad gerucht uitgaan over het land dat zij verkend hadden door te zeggen: Het land waar wij door getrokken zijn om het te verkennen is een land dat zijn inwoners verslindt en heel ’t volk dat wij daar gezien hebben, bestaat uit mannen van grote lengte.”. “Wij hebben er ook reuzen gezien, Enaks nakomelingen, afkomstig van de reuzen. Wij waren in onze eigen ogen als sprinkhanen, en zo waren wij ook in hun ogen.”.

    Maar het wordt nog erger. Hoofdstuk 14, vers 1: “Toen begon heel de gemeenschap luid te weeklagen en bleef het volk in die nacht luid jammeren. Al de IsraĂ«lieten morden tegen Mozes en tegen Aäron.”. “Heel de gemeenschap zei tegen hen: Waren wij maar in het land Egypte of in deze woestijn gestorven.”. “Waarom brengt de Heere ons dan naar dit land, zodat wij door het zwaard vallen en onze vrouwen en onze kinderen tot prooi worden van de vijand?”. “Zou het niet beter voor ons zijn naar Egypte terugkeren? Zij zeiden tegen elkaar: Laten wij een hoofd aanstellen en naar Egypte terugkeren.”. 

    Dus nu keren niet alleen de tien verkenners zich tegen wat God herhaaldelijk beloofd en gezegd heeft. Nu doet het hele volk dat. Ze beschuldigen God ervan dat Hij hen en hun vrouwen en kinderen laat doden. Waren we hier maar gestorven, zeiden ze. En God zei: Ga dan maar rondjes om de berg SinaĂŻ lopen. En in de volgende 40 jaar stierf iedereen die oud genoeg was om te vechten. God liet de jongeren erbuiten. Maar de oude generatie stierf helemaal uit, met uitzondering van Jozua en Kaleb. Veertig jaar lang liepen ze in de woestijn rond de SinaĂŻ. Ze kregen precies wat ze zeiden. Jozua kreeg precies wat hij zei en iedereen kreeg precies wat ze zeiden. En veertig jaar later… We zijn nu bij Jozua 1:1. “Het gebeurde na de dood van Mozes, de dienaar van de Heere dat de Heere tegen Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van Mozes, zei: Mijn dienaar Mozes is gestorven. Nu dan, sta op, steek deze Jordaan over u en heel dit volk, naar het land dat Ik aan hen, de IsraĂ«lieten, ga geven.”. “Elke plaats die uw voetzool betreedt, heb Ik u gegeven zoals Ik tot Mozes gesproken heb.”. 

    God zegt 40 jaar later precies hetzelfde. Hij is niet veranderd. Z’n belofte blijft dezelfde. God zegt precies hetzelfde als 40 jaar eerder en 400 jaar eerder, tegen Abraham. God heeft niets veranderd. Dat sommigen Z’n belofte niet erfden, veranderde niets aan Z’n belofte. God is helemaal niet veranderd. En Jozua staat alleen klaar om het beloofde land binnen te trekken omdat hij veertig jaar lang bleef instemmen met God. Laat dat even bezinken. De eerste hindernis aan de overkant, in het beloofde land, was natuurlijk Jericho. Jozua 6:2 luidt: “Toen zei de Heere tegen Jozua: Zie, Ik heb Jericho met zijn koning en zijn strijdbare helden in uw hand gegeven.”. 

    God spreekt weer in de voltooide tijd: ‘Ik heb het u gegeven.’. En dan geeft Hij ze nogal vreemde aanwijzingen: Jozua, neem alle strijdbare mannen, de ark en de priesters mee met ramshoorns en bazuinen, marcheer één keer rond de stad en ga terug naar je kamp. En niemand mag een woord zeggen. Absolute stilte. Jozua denkt vast van: okĂ©… En dan? Dan doe je de tweede dag hetzelfde. En dag drie, hetzelfde. Dag vier, hetzelfde. En mondje dicht. Dag vijf en zes, hetzelfde: Rond de stad marcheren, in stilte. Op dag zeven moeten de priesters op hun bazuinen blazen en moet iedereen schreeuwen, en dan vallen de muren. OkĂ©, zegt Jozua, ik doe mee. Besef je wel hoe onzinnig dat is?. En hoe vreemd dat is? Maar Jozua stemde ermee in en deed het. En op de zevende dag, zo staat er in Jozua 6:16 “toen de priesters op de bazuinen bliezen zei Jozua tegen het volk: Juich, want de Heere heeft u de stad gegeven.”. 

    Hij zei precies wat God gezegd had. En ook in de voltooide tijd, net als God. Denk hier even over na. Over het beloofde land zei God: Ik ga u het land geven. Wees niet bevreesd voor de mensen daar, want u zult ze verdrijven. Hij zei: Ze staan weerloos tegenover u, en Ik ben bij u. Jozua zei: God heeft ons het land gegeven. Wees niet bevreesd voor de mensen daar. We zullen ze verdrijven. Ze staan weerloos, en de Heer is met ons. Jozua zei telkens precies wat God gezegd had. Hij nam Gods woorden zelf in de mond. Over Jericho zei God: ‘Juich, want Ik heb u de stad gegeven.’. En Jozua zei: “Juich, want de Heere heeft u de stad gegeven.”. Geloof luistert en zoekt uit wat God gezegd of beloofd heeft en stemt er vervolgens mee in, met hart, woorden en daden. Jozua had een rotsvast geloof. Het tweede woord waar ik bij hem aan denk, is ‘vriendschap’. Jozua had Kaleb. Toen ze terugkwamen, was het zij tweeĂ«n tegen de tien. De tien zeiden: Het gaat niet. En Jozua en Kaleb wilden meteen naar binnen. Ze hadden hetzelfde gezien, maar wisten dat ze weerloos waren omdat God ze dat al verteld had. Vervolgens was het niet meer Jozua en Kaleb tegen de tien maar Jozua en Kaleb tegen het hele volk. Je hebt wat Kalebs nodig om je te steunen en je aan te moedigen om God te vertrouwen in moeilijke tijden. Heb jij Kalebs in je leven? Kies je vrienden zorgvuldig, want jij wordt wat zij zijn. Spreuken 27:17: “Zoals men ijzer scherpt met ijzer. Zo scherpt een mens zijn medemens.”.

    Maar als je vrienden dat niet doen, maken ze je vast bot. En dat moet je niet hebben. Dan nog een woord, heel belangrijk: Namelijk ‘falen’. Jozua leerde van falen, van hemzelf Ă©n van anderen. Allereerst het falen van Mozes. Mozes smeekte God om het beloofde land binnen te mogen, maar God weigerde. Het lukte hem niet om te erven wat God hem beloofd had. Maar Jozua gaf niet op omdat z’n leermeester faalde. Maak van het falen van iemand die je bewondert geen excuus om zelf op te geven. Maak er geen excuus van om je van God af te keren en te ontsporen. Misschien was je vader pastor en bedroog hij je moeder. Misschien was hij een geweldig predikant, maar thuis een monster. Heel naar dat je dat moest doormaken, maar je hebt je eigen relatie met Jezus. Jozua gaf niet op toen Mozes het beloofde land niet binnenging. Jij moet ook niet opgeven. En nog een punt van falen. Jericho was verslagen, en Ai, de volgende stad, was veel kleiner. Ze stuurden een veel kleiner leger, omdat het toch makkelijk zou worden. Maar ze worden jammerlijk verslagen. Ze worden smadelijk verslagen door de soldaten in Ai. Dat hadden ze niet zien aankomen. Wat er daarna gebeurde, lezen we in Jozua 7 vanaf vers 5. “De IsraĂ«lieten waren verlamd van angst door deze gebeurtenissen en hun moed smolt weg. Toen scheurden Jozua en de oudsten van IsraĂ«l hun kleren…” 

    Ja, kleermaker is een goed vak. “Zij wierpen stof op hun hoofd en bogen tot de avond voor de ark van de Heere. Toen riep Jozua uit: Heere, waarom hebt U dit volk de Jordaan laten oversteken? Om ons door de Amorieten te laten ombrengen?”. “Waren wij maar aan de overzijde van de Jordaan gebleven. Heere, wat zal ik zeggen, nu IsraĂ«l voor zijn vijanden gevlucht is? Als de Kanaänieten en alle inwoners van het land dit horen zullen zij ons omsingelen en ons van de aarde wegvagen. Wat zult U dan voor Uw grote Naam doen?”. “Toen zei de Heere tegen Jozua: Sta op. Waarom ligt u zo met het gezicht ter aarde? IsraĂ«l heeft gezondigd en Mijn verbond overtreden.”. “Bovendien hebben zij genomen van wat met de ban gewijd was en ook gestolen, en ook gelogen, en hebben het bij hun huisraad gelegd. Daarom kunnen de IsraĂ«lieten niet standhouden tegenover hun vijanden.”. ‘Sta op, Jozua.’ Sta op. En door een proces ontdekten ze wie de oorzaak van het probleem was. Een IsraĂ«liet, Achan geheten. Hij had de spullen gestolen en in z’n tent begraven. Interessant: De naam Achan betekent ‘onraad’. Les: Als een belofte van God niet wordt ingelost ligt het probleem bij ons, en niet bij God. Jozua lag plat op z’n gezicht: God, waarom hebt U dit laten gebeuren?. We hadden moeten… God, waarom? God, wat is er toch? Waar bent U?. En God zegt: Sta op. Het probleem zit niet bij Mij, maar bij jou, Jozua. Als een belofte van God niet is ingelost, geef Hem dan nooit de schuld. Jij begrijpt of ziet het misschien niet. Wij mensen hebben maar een beperkt inzicht. We groeien in genade, wijsheid en inzicht. Ik weet soms ook ’t antwoord niet, maar wel dat God getrouw is. Ik weet dat Zijn woord waar is, al kan ik niet verklaren waarom sommige dingen gebeuren, en andere niet. Maar ik blijf altijd op God vertrouwen. Ik sta op, beschuldig God niet en geef Hem niet de schuld. Als er iets niet klopt, weet ik dat het aan deze kant zit. Misschien zie ik het pas in de hemel. Ik hoop dat ik wat dingen eerder zie, maar ik weet dat God waarachtig is. Ik blijf Zijn woord geloven, tot het uiterste. Dat moet jij ook leren: Sommigen liggen verslagen en geven God de schuld. En ik zeg zo medelevend als ik kan: Het is tijd dat je opstaat. Sta op. Achan zit niet aan de kant van de hemel. De Achan-onraad zit aan onze kant. Maar het gaat hierom: Jozua deed veel dingen goed maar kreeg ook met tegenslagen en fouten te maken. Maar omdat hij ervan leerde, zegevierde hij. Een van z’n lessen heeft te maken met het volgende woord: ‘formules’. Zeg allemaal maar ‘formules’. Denk eens aan Jericho en de vreemde aanwijzingen die God gaf. Zes dagen in stilte rondgaan, op dag zeven schreeuwen, en de muren vallen. Dat slaat nergens op. Het is gekkigheid. Dus na de nederlaag in Ai zegt God: Jullie moeten ’t opnieuw proberen nu je weet dat het probleem bij jullie ligt, en niet bij Mij. Hij geeft ze aanwijzingen over Ai, in Jozua 8:1: “Daarna zei de Heere tegen Jozua: Wees niet bevreesd en niet ontsteld. Neem al het krijgsvolk met u mee en sta op, trek op naar Ai. Zie, Ik heb de koning van Ai, zijn volk, zijn stad en zijn land in uw hand gegeven.”. 

    Dat zijn praktisch dezelfde woorden als voor Jericho. Ik heb je de stad en de koning gegeven. Ze zijn van jou. Nu doen ze het goed bij Ai, en God zegt: ‘Ik heb ze in uw hand gegeven.’. Jericho was uniek en afwijkend. Het was volledig bovennatuurlijk. Maar het was geen formule voor alle andere steden. Ze marcheerden niet rond Ai. God gaf ze zelfs ‘natuurlijke middelen’, zoals sommigen zeggen om Ai te verslaan. In één opzicht is er niets bovennatuurlijks aan: Er wordt niet geschreeuwd en er vallen niet zomaar muren. Het is een volkomen andere manier. Jozua gebruikte de formule voor Jericho nergens anders. Je moet contact maken met God. Sommige geloofsprincipes zijn wel in vrijwel elke situatie toepasbaar maar God is geen formule. Zo kom ik op het vijfde en laatste woord. Ik ben zo klaar, hoor. Het woord ‘familie’. Jozua 24:15: Jozua zegt hier: “Maar als het in uw ogen kwalijk is de Heere te dienen kies voor u heden wie u zult dienen: Ăłf de goden die uw vaderen dienden die aan de overzijde van de rivier woonden Ăłf de goden van de Amorieten, van wie u het land bewoont. Maar wat mij en mijn huis betreft, wij zullen de Heere dienen.”. 

    Somige mensen hier… Jozua zei: ‘Wat mij Ă©n mijn huis betreft.’. Je bent tevreden dat je gezin God dient, maar jij gaat er niet helemaal voor. Je wilt dat je kinderen naar een christelijke school gaan en in de hemel komen. Maar jij doet je eigen ding en weet dat je niet dicht bij God bent. Jozua zei: Wat mij, en m’n huis betreft. Het moet bij jou beginnen, meneer. God roept je op om helemaal mee te doen. Durf je hart en ziel aan Jezus te geven. Je leert en verinnerlijkt de lessen van Jozua’s leven alleen als je in de eerste plaats van de Heer bent. Dat is het allerbelangrijkste, ooit. Het is niet juist om wel Gods hulp, maar niet God Zelf te willen. God, help me toch. God ziet je in die staat, en Hij strekt Z’n barmhartigheid naar je uit. Maar als je zegt: Als Uw hulp alles heeft opgelost, doe ik alles weer zoals altijd… Nee, je moet God ook willen. Maar het zit zo: Wie zonder de Zoon is, is ook zonder de Vader. Jezus zei: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.”. De Zijne worden, je leven aan God geven door je aan Jezus te onderwerpen is het belangrijkste wat ieder mens ooit zal doen. Jezus zei: ‘Je moet wedergeboren worden.’ En Hij bedoelde je geest, de ware jij, die in dat lichaam woont. Als je je hart aan Hem onderwerpt en Jezus Christus als je Heer belijdt dan maakt God je de Zijne. Doe het, vandaag nog.

  • Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vond je de uitzending fijn?

Stuur het dan door of deel het op sociale media om anderen ook te bemoedigen!

Ook interessant voor jou?
artikelen

Bewaar de juiste houding van je hart

uitzending

De mooiste uitnodiging van je leven – Harrison Conley

Product

Set “Geloof” – 2 dvd’s + boekje

korte video

Pasen 2025: Wat betekent de opstanding vandaag voor jou

Steun ons werk

Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!

Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.