Heb je een sterk of zwak geloof?
Hoe staat het met je geloof – is het momenteel sterk of eerder zwak? Misschien wacht je al een tijdje op een belofte van God en begin je te twijfelen. Deze preek wil je geloof versterken: Gods belofte staat vast, daar kun je op vertrouwen!
-
Hallo, vriend. Je krijgt dadelijk een boeiende boodschap te horen. Het gaat over een man die geen geloof zou moeten hebben, maar wel een groot geloof had. En over een man die juist een groot geloof had moeten hebben, maar ermee worstelde. Daar gaan we geweldige lessen uit trekken. Dus pak je bijbel erbij. We gaan ons samen over het Woord buigen, en heus, het geeft je een oppepper. Als je een bijbel bij de hand hebt, sla die dan op bij Lucas 7. We gaan bijna al onze tijd besteden aan het zevende hoofdstuk van Lucas. Ik ga het hebben over de ups en downs van het geloof. We beginnen met een bekend verhaal. Ik lees vers 1 tot en met 10 uit Lucas 7. Daar staat: “Nadat Hij al Zijn woorden beëindigd had, ging Hij Kapernaüm binnen. De gewaardeerde dienaar van een zekere hoofdman lag op sterven. Hij stuurde de oudsten van de Joden naar Jezus toe. Dezen vroegen Hem zijn dienaar gezond te maken. Ze smeekten indringend en zeiden: Hij is het waard dat U dat voor hem doet. Hij heeft een synagoge voor ons gebouwd. Jezus ging mee, maar toen Hij niet ver van het huis was liet de hoofdman Hem weten: Heer, ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt. Daarom ben ik niet naar U toegekomen. Maar één woord van U en mijn knecht geneest. Want ik heb zelf soldaten onder mij. ik zeg tegen de een: Ga! en hij gaat; en tegen de ander: Kom! en hij komt. Jezus verwonderde Zich over hem en Hij zei tegen de menigte die Hem volgde: Ik zeg u: Ik heb zelfs in Israël zo’n groot geloof niet gevonden. Toen zij die gestuurd waren teruggekeerd waren, vonden zij de dienaar gezond.”
In de Schrift zijn er maar twee zaken waarover Jezus zich verwondert. Het ene is geloof, het andere ongeloof. Als Hij Zich over mij verwondert dan liever niet over m’n ongeloof maar over m’n geloof. En dan het predicaat. Deze man, een heiden, had groot geloof. Er is maar één ander persoon in de Bijbel die volgens Jezus ook een groot geloof had. Ook een heiden, een Kananese vrouw. Zij komt naar Christus namens haar ernstig door een demon bezeten dochter. We gaan het over groot geloof hebben. De hoofdman was officier in het Romeinse leger, met 100 man onder zich. Zo’n beetje te vergelijken met de rang van legerkapitein in onze cultuur. Laten we het eens hebben over deze heidense hoofdman met z’n grote geloof. Die man over wie Jezus Zich verwonderde. In vers 4, toen de oudsten van de Joden naar Jezus kwamen smeekten ze Hem de dienaar van deze man te genezen omdat hij het waard was. Letterlijk: “Hij verdient het dat z’n verzoek wordt verhoord, Jezus”. De oudsten geloofden dat echt en zeiden dat tegen Jezus. Maar de hoofdman zelf vond van niet. Tweemaal zegt hij: “Ik ben het niet waard.” Anderen zeggen dat hij het waard is. En hij: “Ik ben het niet waard om naar U toe te komen. En ik ben het zelfs niet waard dat U onder mijn dak komt”.
Ik heb in de loop van de jaren heel wat mensen gesproken. Dan had ik een bepaald gesprek met hen. Ik moet aan een bepaald persoon denken die min of meer staat voor heel veel gesprekken die ik heb gehad. Toen hij naar me toekwam, was hij nogal vijandig. Hij was kwaad op de kerk. En hij was verbitterd jegens God vanwege iets tragisch dat een vriend van hem was overkomen. Het leek of God z’n gebeden niet had verhoord. Dus hij was kwaad op mij als predikant. Hij was kwaad op de kerk. Hij wilde niet meer komen. En kwaad op God. Wat hij tegen me zei was min of meer wat de Joodse oudsten tegen Jezus zeiden. Hij zei: “Deze man was de beste christen die ik ooit heb gekend. Hij was goed, hield van alles waar God van houdt. Hij was de kerk trouw en had een intens zuiver hart. Hij leidde het leven dat daarbij hoort. En toch voltrok zich die tragedie.” Het is nu eenmaal zo dat geen van ons in zulke omstandigheden antwoorden heeft. Sommige dingen snappen we pas in de hemel. En dan maakt het niet meer uit. In Deuteronomium 29:29 staat: “De verborgen dingen zijn voor de Heer.”
Er zijn dingen die je nooit zult weten. Daar moet je mee willen leven. We moeten ons best doen om Jezus te volgen en vertrouwen in Hem te stellen. Maar als iemand zich tot God wendt met het gevoel dat Hij verplicht is een gebed te verhoren — “U bent het me verplicht, God. Wegens goedheid vanbuiten of vanbinnen” — dan zal zo iemand altijd worden teleurgesteld. Wat God voor ons doet, de zegeningen die Hij over ons doet neerdalen komen tot ons dankzij Zijn genade. Ze worden dankzij geloof ontvangen. De hand van het geloof reikt en ontvangt wat de hand van Gods genade schenkt. Die zaken verdien je niet door interne of naar buiten gerichte goedheid. Je kent deze verzen uit Efeziërs 2:8-9: “Want uit genade bent u gered door het geloof in Christus. En dat niet uit u, het is de gave van God. Niet uit werken, opdat niemand zou roemen.”
Door genade ben je gered, niet door de dingen die jij doet. Het is een geschenk van God; niet door werken. Opdat niemand zou roemen. En dat ‘zalig maken’ is hetzelfde Griekse woord als wat vaak als ‘genezen’ wordt vertaald. Jezus genas. Hetzelfde Griekse woord. Door genade word je genezen. Nog een voorbeeld. Romeinen 5:1-2: “Gerechtvaardigd uit het geloof, hebben wij vrede bij God door Jezus Christus. Door Hem hebben wij ook de toegang verkregen door het geloof en wij roemen in de hoop op de heerlijkheid van God.”
Door het geloof hebben wij toegang tot deze genade waarin wij staan. Alles wat God voor ons doet, komt via genade. Vergeving is genade. Genezing is genade. Leiding: Gods genade. Vrede: Gods genade. Kracht en wijsheid: Gods genade. Troost is Gods genade. Alles wat God voor ons doet, is genade. En hoe krijgen we daar toegang toe? “Door het geloof waarin wij staan”. Het is niet gebaseerd op wie wij vanbinnen en vanbuiten zijn en doen. Door de genade op grond van geloof. Dus deze hoofdman had volgens Jezus een groot geloof. Niet zomaar geloof, maar groot geloof. Als ik z’n leven bekijk, zie ik er drie stadia in.
Het eerste stadium was dat hij geloofde dat Jezus ertoe in staat was. Hij geloofde dat Jezus in staat was z’n dienaar te genezen. In vers 3 staat dat toen hij over Jezus hoorde hij de Joodse oudsten liet vragen of Jezus z’n dienaar kon genezen. Wat had hij dan gehoord? Dat Jezus autoriteit had over ziekte. Misschien hadden andere dienaren gepraat over wat ze hadden gezien en gehoord. Ja, doden zijn opgewekt, Hij geneest de melaatsen, opent blinde ogen. Hij heeft de macht om dit te doen. Dus dan stuurt hij de oudsten van de Joden op grond van het feit dat hij weet dat Jezus het kan. Daar begint geloof. Je situatie lijkt misschien onmogelijk, maar wat God aangaat is dat niet zo. Voor Hem is niets te moeilijk. Hij is machtig. En dan het tweede stadium in z’n geloof: hij geloofde dat Jezus bereid was. 1: Hij geloofde dat Jezus in staat was. 2: En dat Hij bereid was. Eerst geloofde hij dat Jezus het kon en later ook dat Hij bereid was. En dan is Jezus niet ver van het huis. Er was een menigte bij Hem. De hoofdman keek vast toe. Daar had je Jezus. Dus Hij was bereid. “U hoeft geen stap meer te verzetten. Spreek een woord en m’n dienaar is genezen”. Zodra hij zag dat Jezus was aangekomen, wist hij dat Hij bereid was. Jij denkt: maar dat wist hij omdat Jezus helemaal naar hem toe was gekomen. Oké, dat is waar. Maar Jezus verliet de hemel en kwam voor jou naar de wereld. Jezus verdroeg de zweepslagen voor jou, Hij droeg de doornenkroon voor jou. Jezus liet Zich aan het kruis nagelen voor jou. Is dat bereid zijn, ja of nee? Romeinen 8:32, over God de Vader: “Hij, Die zelfs Zijn Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft. Zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?”
Dus om te beginnen moet je geloof dat de Heer in staat is. Hoe moeilijk je situatie ook is of hoe erg je het ook hebt verpest je moet geloven dat God in staat is. Je moet geloven dat Hij je wil helpen. Maar er is nog een derde stadium in het geloof van de hoofdman. Ten derde verliet hij zich uitsluitend op het woord van Jezus. In vers 7 zegt hij: “Spreek een woord en mijn knecht zal genezen zijn”. Mattheüs brengt het als volgt onder woorden: “De hoofdman zei: Heer, spreek slechts één woord en mijn knecht zal genezen zijn”. “Spreek slechts één woord.” Met andere woorden: Uw woord volstaat. Ik hoef geen teken, ik hoef niet bij m’n gevoelens te rade te gaan. Ik hoef andermans mening niet. Ik hoef niet te zien dat het beter met hem gaat. Ik hoef niet te weten dat z’n conditie vooruit gaat. Het enige wat ik nodig heb, is Uw woord. Groot geloof zegt dat je gelooft dat God in staat en bereid is. En ik heb alleen Zijn woord nodig als bewijs.
En nu stappen we over van een man die het rijk van groot geloof binnenging naar een man die afdaalde in het rijk van een geloofscrisis. We blijven in hoofdstuk 7 van Lucas. We hebben het over Johannes de Doper. Op de plek waar we dit verhaal oppikken zit hij in een duistere gevangeniscel in het paleis van Herodes. Lucas hoofdstuk 7:19: “Johannes liet twee van zijn discipelen aan Jezus vragen: Bent U het Die komen zou, of verwachten wij een ander? De twee zeiden tegen Jezus: Johannes laat vragen of U Degene bent Die komen zou. Op dat moment genas Hij velen van ziekten en aandoeningen en boze geesten. Blinden gaf hij het gezichtsvermogen. Jezus zei: Bericht Johannes wat u gezien en gehoord hebt. Blinden worden ziende, kreupelen kunnen lopen, doden worden opgewekt. Zalig is hij die aan Mij geen aanstoot neemt.”
Of: die zijn geloof niet opgeeft. Of: “Gezegend is hij die niet struikelt vanwege Mij”. Dat is nogal een verschil met de heidense hoofdman van wie Jezus zei dat hij groot geloof had. En Johannes de prediker, de profeet, treffen we in een geloofscrisis aan. Johannes was erbij geweest bij de Jordaan, toen de hemel zich opende. Hij had Gods stem gehoord. God had Johannes al eens toegesproken over Jezus. God had tegen hem gezegd: “Op Wie u de Geest zult zien neerdalen Die is het Die met de Heilige Geest doopt”. Johannes heeft al verkondigd dat Jezus de Messias, de Zoon van God is. Hij heeft anderen ertoe gebracht Jezus te volgen. Johannes was ook een volle neef van Jezus. Z’n moeder was Elizabeth. Toen de zwangere Maria op bezoek kwam bij de zwangere Elizabeth begroetten de twee elkaar, en Johannes sprong op in de buik van z’n moeder. Dat verhaal kreeg hij van jongs af aan te horen. Al voordat hij kon praten vertelde ze hem dat verhaal. Hij is bekend met God. Hij heeft bovennatuurlijke dingen ervaren. Maar in de duisternis van die cel begint Johannes te twijfelen. Hij begint vraagtekens te zetten. Terwijl de hoofdman geen van die dingen had meegemaakt die Johannes had meegemaakt. Hij had Johannes’ kennis niet. En Jezus zei dat hij groot geloof had. “Ik heb alleen Uw Woord nodig, Heer.” En dan hebben we Johannes de prediker, de profeet bezocht door God, toegesproken door God, neef van Jezus. En die zegt: “Ik heb meer nodig. Kunt U me een teken geven? Hoe moet ik weten dat U die Ene bent?” Dus Jezus gaat door met genezen, demonen verdrijven en prediken. Dezelfde dingen die Hij aldoor al heeft gedaan. Niets nieuws. Hij zegt eigenlijk: “Je hebt niets nieuws nodig en dat krijg je ook niet. Ik doe de dingen die ik aldoor al deed. Er is hier geen nieuwe informatie”.
Sommigen die hier zitten zijn al toegesproken door God. Over je toekomst, over je kinderen. Je gezondheid, jouw situatie. Je bent somber en vraagt of God je een teken geeft. Wie weet krijg je dat niet. Wat God je in de zon heeft verteld, is niet ineens niet waar omdat het stormt. Wat God zei toen het goed ging, is niet onwaar nu het je niet meezit. Wat God zei, is waar. Er zijn er hier… dit weet ik dankzij de Geest. Door m’n gebeden weet ik dat God jullie al heeft toegesproken. Misschien terwijl je het Woord opengeslagen had liggen. Ineens kwam er iets tot leven en je wist dat God je toesprak. Als Hij zegt dat het goedkomt, dan is dat ook zo. Het doet er niet toe hoe het er nu uitziet. Je hebt niets meer nodig dan wat God je al heeft gegeven. Judson was de eerste Amerikaanse zendeling in Birma, begin 19e eeuw. Hij kreeg weinig respons, terwijl hij keihard werkte. De oorlog brak uit en hij werd ingerekend als Britse spion, al was hij Amerikaan. Bijna twee jaar zat hij in een smerige gevangenis, omringd door Birmezen. Hij werd voortdurend gemarteld en uitgehongerd. En terwijl hij daar zat, beviel z’n vrouw. Ze was zwanger toen hij werd opgesloten. Al die tijd ziet hij z’n kind en z’n vrouw niet. Z’n polsen zitten vast aan een stuk bamboe. Z’n ketenen wegen 15 kilo. Een andere gevangene vraagt: “Hoe groot is de kans dat u nu nog heidenen bekeert?” Judson geeft ten antwoord: “Die kans is net zo groot als de beloften van God”. En dan heb je het hier echt wel over een nare situatie. Hij heeft maar weinig bereikt, en nu is het nog erger geworden. Maar hij denkt aan Gods beloften. Uiteindelijk krijgt z’n vrouw hem vrij. Toen hij in 1850 stierf, waren er 100 kerken in Birma. En 8000 bekeerlingen. Hij was klaar met de vertaling van de hele Bijbel in het Birmees. Tot nu, 175 jaar later is het nog steeds de meest gelezen vertaling in wat nu Myanmar heet. Het maakt niet uit hoe het ervoor staat, of er dingen fout zijn gegaan. Ook al zijn er regenwolken en duisternis verschenen dat betekent nog niet dat wat God heeft gezegd niet waar is. Ontspan je maar. God is heus te vertrouwen. Jezus zei ook: “Bericht Johannes dat blinden ziende worden en melaatsen worden gereinigd. Aan armen wordt het Evangelie verkondigd. Zalig hij die aan Mij geen aanstoot neemt.” Alles wat Jezus tegen hen zei, was een rechtstreeks citaat uit de Schrift. Zie Psalm 72, Jesaja 35, Jesaja 61. Stuk voor stuk beloften, rechtstreekse beloften en profetieën over de Messias die zou komen. “Zeg maar tegen Johannes.”
Waar het om gaat: in moeilijke tijden moet jij je over het Woord buigen. Je moet tijd doorbrengen met die beloften, die houden je op de been. Die zorgen dat je overeind blijft. Je moet je over de profetieën en de beloften buigen. Ik geef je het Woord. Zorg voor een warme relatie met je bijbel. Als je het moeilijk hebt, vind je kracht in Gods Woord. Het is een licht op je pad. Breng tijd door met het Woord. Doe de tv uit. Stop je telefoon in een la. Je kunt heus een paar dagen zonder sociale media. En verzadig je in Gods beloften. Die zullen je veranderen en zullen je helpen. Ik lees nog wat verzen voor. Lucas 7:24 luidt als volgt: “Toen de boden van Johannes weggegaan waren zei Hij tegen de menigte over Johannes: Waar ging u in de woestijn naar kijken? Wuivend riet? Naar iemand in kostbare kleren gekleed? Zie, zij die prachtige kleding dragen en in weelde leven, zijn in de paleizen. Waar dan naar? Een profeet? Ja, Ik zeg u, zelfs naar veel meer dan een profeet. Deze is over wie geschreven staat: Ik zend Mijn engel voor Uw aangezicht. Die Uw weg gereed zal maken. Want Ik zeg u: Onder de mensen is er geen groter profeet dan Johannes de Doper. Maar de minste in het Koninkrijk van God is groter dan hij.”
Voor mensen kan één enkele gebeurtenis je bepalen. Iets wat je zegt, een heroïsche of opofferende daad. Een enkele negatieve daad die we verrichten kan ons voor altijd in de gedachten van anderen bepalen. Maar niet in de ogen van de Heer. Voor Hem is het de hele reis die ons definieert en niet één daad. Het was de hele reis die Johannes voor de Heer definieerde en niet die ene fout toen hij in de gevangenis zat. Blijf niet hangen in die ene prestatie of die ene fout. De wedren duurt een heel leven. Je hebt nog wat rondjes te gaan. God is nog niet klaar met je. Een rechtvaardig man valt zeven keer en staat weer op. Er staat: “Verblijd u niet over mij als ik gevallen ben, want ik sta weer op”. Je verhaal is nog niet uit. Er ontbreken wat hoofdstukken. Zwelg niet in zelfmedelijden en schaamte. Biecht je zonde op aan de Heer. Laat je zuiveren. Sta op en onderneem iets. Wat doe je als je hier weggaat? Hoe ga je leven? Wat gaan de nieuwe hoofdstukken over je leven zeggen? God zal je niet beoordelen op wat er nu speelt, maar het gaat om de hele reis.
Beste vriend, jij hebt nog wat rondes te gaan. Misschien heb je er een puinhoop van gemaakt. Je kunt nog steeds krachtig eindigen. Dat kan nog steeds. De dingen veranderen als jij verandert. Je kunt een andere kant op gaan, dingen anders aanpakken. Het is niet maar één ding of een reeks dingen die je leven bepalen. God heeft goede dingen voor je in petto. En weet je, de reis met Hem begint met alles aan Jezus te geven. Ik geef je graag de kans om Jezus Christus te omarmen als je Heer en Redder. Er staat: “Wie de Naam van de Heer aanroept, zal gered worden.”
Gered worden heeft niets te maken met rituelen of ceremonies. Het gaat om het hebben van een levendige, sprekende relatie met je Schepper. Dat heb je nodig en daar roept je hart om. Jezus stierf aan het kruis om jouw zonden weg te nemen. Hij werd jouw plaatsvervanger. Wat jij verkeerd gedaan en gezegd hebt werd aan Jezus opgelegd. Hij stierf ruim 2000 jaar geleden aan het kruis als jouw plaatsvervanger. Gods eeuwige gerechtigheid werd ingelost, en Jezus stond op uit de doden. Als je dat gelooft en je vraagt Hem om je Heer te zijn dan kom je in een relatie met God die redding heet. Doe het vandaag nog.
-
mis geen enkele uitzending
Onze service voor jou: we sturen je wekelijks een email met de link naar de nieuwste uitzending.
Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!
Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.
naar de preektekst
Als je ook regelmatig updates van Bayless wilt ontvangen, vul dan hier je e-mailadres in. Om technische redenen is dit ook nodig als je alleen het script wilt ontvangen.
Geef een reactie