Jezus bad voor jou – en Hij bidt nog steeds
Jezus bad niet alleen voor Zijn discipelen — Hij bad ook voor jou In Johannes 17 zien we het hart van Jezus: een gebed vol liefde, waarheid en verlangen dat jij dicht bij de Vader blijft. Harrison Conley neemt je mee door het enige lange gebed van Jezus dat in de Bijbel is opgetekend. Ontdek wat Hij toen bad — en wat Hij nog steeds voor jou bidt vandaag: dat je bewaard blijft in Zijn Naam, gevormd wordt door de waarheid van Zijn Woord, en één blijft met andere gelovigen in liefde. ✝️ Leer hoe Jezus’ voorbede jou vandaag kracht en zekerheid geeft, en waarom eenheid zó belangrijk is in een verdeelde wereld.
-
Hallo, vriend. Wist je dat er in een van de evangeliën een fantastisch, lang gebed is opgetekend dat onze Heer Jezus gebeden heeft?. We vangen een glimp op van hoe Hij met de Vader praat. En het is zo rijk aan waarheid. Pastor Harrison Conley, onze zoon en hoofdvoorganger in onze kerk, heeft gepreekt aan de hand van dit gebed van Jezus. Dus doe je gordel om en hou je vast, want dit is heel rijk. Sla je bijbel eens open bij Johannes 17. Een korte waarschuwing: wat we zo gaan lezen, is een heel uniek hoofdstuk. Ik mag wel zeggen, ongeëvenaard in de hele Bijbel. Dat zeg ik omdat we hier één gebed vinden dat door Jezus wordt uitgesproken tot de Vader. Naast een paar korte opmerkingen en gebeden is dit het enige diepgaande, langere gebed van Jezus in het hele Nieuwe Testament. Jezus bidt om drie specifieke dingen. Allereerst bidt Hij voor Zichzelf. Dat zien we in de eerste 5 verzen. Ten tweede bidt Jezus voor Z’n discipelen, in de verzen 6-19. En ten slotte maakt Hij een overgang en bidt Hij voor ons. Wat mooi: Hij bidt voor iedereen die wil komen, in de verzen 20-26. Vandaag wil ik het sectie voor sectie doornemen. Ik belicht een paar dingen voor ons en bespreek ’t hoofdthema van elke sectie. Elk van die thema’s leert ons iets unieks over de Heiland en Z’n hart voor Zichzelf, Z’n hart en verlangens voor Z’n discipelen en Z’n hart en verlangens voor Z’n gemeente. Dit is de eerste sectie, dus de verzen 1-5. We zien dat Jezus bidt voor Zichzelf. Het hoofdthema hier is Jezus’ afhankelijkheid van de Vader om Z’n beloften te vervullen. In vers 1 begint Hij met de woorden: “Vader, het uur is gekomen.”. “Het uur is gekomen,”
wat verwijst naar Gods plan om de mens te verlossen. Een plan dat al bestond vóór de grondlegging van de wereld. Namelijk dat God de Zoon in het vlees in Zijn schepping zou stappen en Mens zou worden, Jezus, om de mens van z’n zonde te redden. Tot dit moment in Jezus’ leven en bediening hoorden we Hem telkens weer zeggen dat Z’n uur nog niet gekomen en de tijd nog niet vervuld was. Dat zegt Hij in Johannes 2 en 7, en ook in hoofdstuk 8. Maar hier, in Johannes 17, staan we aan het randje van Gods verzoenende plan voor de redding. Binnen 12 uur hangt Jezus aan een kruis, als Plaatsvervanger voor de zonde. En Jezus zegt tegen de Vader: “Vader, het uur is gekomen.”. Dit is het moment waarop Ik Uw opdracht moet afmaken. “Het uur is gekomen. Verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijkt.”. Jezus bidt dat de Vader de Zoon zou verheerlijken. Dat verzoek van Jezus is niet egoïstisch. Elke keer dat Hij spreekt, kijkt Jezus naar het kruis en zegt Hij: God, Ik wil dat Uw heerlijkheid door deze daad geopenbaard wordt. En dit moeten we goed begrijpen: Hij staat niet in de overlevingsstand, is niet in paniek en niet bang voor wat er komt. Integendeel: Z’n ogen zijn opgericht. Hij ziet een groter plan, een groteren visie, voorbij het kruis en is vastbesloten om God de Vader erdoor te verheerlijken. De wereld kijkt naar het kruis en ziet geen heerlijkheid. De wereld ziet in het kruis schaamte, dood, verlies en pijn. Maar Jezus ziet het kruis als de ultieme openbaring van Gods heerlijkheid. Want Jezus wist, Hij begreep, dat Z’n leven en Z’n doel in handen van de Vader lagen. Dus Hij voegde Zich volledig naar de wil en de timing van de Vader. Vandaar die uitdrukking: “Het uur is gekomen.”. Overdenk dat even. En intussen stel ik ons een vraag: Voegen wij ons in ons dagelijks leven naar Gods timing en Gods plan?. Vertrouwen we daarop, ook als het moeilijk is?. Want dat deed Jezus. Ik wil ook vragen, als het gaat om ons dagelijks leven, onze keuzes en ons handelen, in hoeverre we bezig zijn met het verheerlijken van God vergeleken met het zoeken van onze eigen heerlijkheid?. Of dat nu op het gebied van onze carrière, van relaties of onze eigen ambities is. Als Jezus bad dat de Vader in Hem verheerlijkt zou worden, moet dat dan ook niet ons gebed en ons grote verlangen zijn?. Hij bad: “Vader, het uur is gekomen. Verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijkt.”. Vóór we naar sectie 2 gaan, wil ik je nog op één zinnetje wijzen, in vers 3. Jezus geeft hier de duidelijkste definitie van het eeuwige leven. Hij zegt dit: “En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God en Jezus Christus, Die U gezonden hebt.”. Als ik de olie in m’n truck moet verversen, kan ik thuis dertig YouTube-video’s kijken over hoe dat moet. Ik kan uit m’n hoofd leren wat die monteurs me laten doen. En je kunt me vragen: Harrison, kun jij de olie van je truck verversen?. Dan kan ik zeggen: Ja, in theorie wel. Maar totdat ik m’n handen vuil maak, het oude filter en de oude olie eruit haal en de nieuwe erin doe, en tot ik m’n handen vuil maak en er fysiek gevoel voor heb, kan ik niet echt de olie van m’n truck verversen. Dat soort kennis verkrijg je door ervaring. Misschien moet ik nu even stoppen en vragen: Ken je Hem werkelijk?. Ken je de Vader, ken je Zijn Zoon, Jezus, Die Hij gezonden heeft?. Want je kunt het eeuwige leven alleen door Jezus ervaren. Hij heeft verklaard: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader,” en niemand ervaart het eeuwige leven, “dan door Mij.”. Als je Hem niet kent, bid ik bovenal voor je dat de Heilige Geest jou door Gods woord je behoefte aan een Heiland openbaart en je je leven aan de liefdevolle handen van Jezus, onze Heiland overlevert. Dat je Hem waarlijk leert kennen. In Prediker 3 staat dat God de eeuwigheid in ieders hart gelegd heeft. Dat betekent dat er uit ieder mens een kreet voortkomt om gekend te worden door z’n Schepper. Een kreet van: Er moet meer zijn dan wat ik voor me zie. Dit leven moet meer inhouden dan 90 jaar op een planeet zuurstof lopen opzuigen. Er moet meer zijn. En ja, dat meer is het kennen van Jezus. “Dit is het eeuwige leven. Dat zij U kennen Vader, de waarachtige God en Jezus, Die U gezonden hebt.”. We duiken nu in sectie 2 van dit fantastische gebed. Hier zien we dat Jezus Z’n aandacht op Z’n discipelen richt. Dat is dus in de verzen 6-19. Het belangrijkste wat we hier zien, is dat de Vader de discipelen bewaart. Ja, dit is een verzoek dat de discipelen de voorziening, de bescherming en de kracht van de Vader ervaren. Dat wordt gepersonifieerd in vers 15: Jezus bidt: “Vader, Ik bid niet dat U hen uit de wereld wegneemt maar dat U hen bewaart voor de boze.”.
Vergis je niet, m’n beste: We hebben een vijand. De boze. De vijand van onze ziel, de duivel. In 1 Johannes 5 staat dat de hele wereld onder de invloed van de boze ligt. Maar als Jezus hier bidt, vraagt Hij niet dat God ze uit de wereld weghaalt. Hij zegt niet: Vader, haal ze eruit, zodat ze de druk en de pijn niet hoeven te voelen. Of haal ze eruit, zodat ze ontkomen aan de vervolging die ze wacht. Hij zegt: Vader, bewaar hen. Bewaar hen. Toen Jezus op aarde was, had Hij de discipelen bewaard. Maar nu gaat Hij Z’n opdracht vervullen en terug naar de hemel. Hij weet ook dat de vijand van hun ziel achter ze aan komt zodra Hij vertrekt. Omdat Hij weet hoe de vijand dat zal doen, bidt Hij alvast dat de Vader ze bewaart en ze de werktuigen geeft om de aanval van de vijand af te slaan. Jezus bidt specifiek om twee dingen. Dat Hij ze op twee manieren bewaart: Eén, in vers 11 zegt Hij: “Bewaar hen in Uw naam.”.
En in vers 17 zegt Hij: “Heilig hen, of bewaar hen, door Uw waarheid. Uw woord is de waarheid.”.
Jezus bidt dat ze worden bewaard door Zijn naam en door het woord, door de waarheid. Als Jezus bidt: Vader, bewaar hen in Uw naam bedoelt Hij de Persoon, het karakter en de kenmerken van God. Al die dingen worden aangewezen en geopenbaard door Gods naam. Denk eens aan alle namen die God Z’n volk in het Oude Testament gaf om Z’n macht, Z’n natuur en Z’n karakter te beschrijven. Vanochtend zongen we er al een paar: Jehova Jireh, de Heer onze Voorziener. Jehova Rafa, wat duidt op de Heer als onze Genezer. Jehova Shalom, God onze Vrede. Jehova Tsidkenu, de Heer onze Gerechtigheid, en ga zo maar door. Die namen openbaren Gods Persoon, Zijn kenmerken, kracht en karakter. Dus Jezus bidt: Vader, bewaar ze in Uw naam, in Wie U bent. Bewaar ze in Wat U bent, in het karakter van Uw hart. Bewaar ze in Uw liefde. Bekijk die uitdrukking ‘naam’ eens zo: Het voetbalseizoen is net gestart. Welk van de 32 NFL-teams je ook steunt, ze hebben allemaal een naam. Die naam staat vóór op het shirt van elke speler. Bedenk dan dat elke speler uit een andere plaats komt. Ze hebben allemaal ’n andere achtergrond en spelen elk een eigen rol in het team. Maar wat ze verenigt, is de naam die vóór op hun shirt staat. Misschien mogen ze elkaar niet eens en gaan ze verder niet met elkaar om. Maar op het veld hebben ze één naam. Die naam brengt eenheid en zorgt dat ze één worden. Als het om de gemeente van Jezus Christus gaat wil de vijand van onze zielen, de boze, niets liever dan dat de gemeente verdeeld is. Maar denk erom, Jezus heeft gebeden: “Vader, bewaar hen in Uw naam.”. Wij komen ook uit allerlei plaatsen en hebben allerlei achtergronden. We hebben allerlei opleidingsniveaus en misschien diverse huidskleuren. Maar we dragen dezelfde naam: de naam van Christus, die ons verenigt. De boze wil ons dolgraag verdelen. Zodat ’t niet om de naam Christus gaat, maar om die van een individu of van de organisatie. Hij wil gelovigen in meerdere groepen verdelen. Hoe weet je dat? Kijk maar naar de wereld om ons heen. De vijand verdeelt ons in groepen van ras, gender of politieke kleur of zelfs economische status. Dat wil de vijand de kerk binnen brengen omdat hij allerlei onheil kan aanrichten als hij de gemeente kan verdelen. Maar de grootste angst van de boze, van de vijand van onze ziel is een verenigde gemeente. Verenigde discipelen, die zeggen: Het ene dat me boven alles definieert, is de naam van Christus. Meer dan m’n land van herkomst, m’n huidskleur of politieke kleur. Boven alles ben ik christen en behoor ik toe aan Jezus’ naam. Maar helaas, als je naar het christendom en de Kerk, met een K, overal kijkt lijkt het soms wel of die dingen in omgekeerde volgorde staan. Dat sommigen land van herkomst, huidskleur of politieke kleur boven Jezus’ naam stellen. Daarom is het, als ik uitkijk over deze gemeente, deze familie en eenheid in grote verscheidenheid zie een verademing voor me. Als ik onze gemeente zie, is dat de vervulling van Jezus’ gebed waarin Hij zegt: “Vader, bewaar hen in Uw naam.”. Zo komen we bij de laatste sectie. Het derde van dit fantastische gebed, de verzen 20-26. Daar zien we Jezus door de gang van de tijd kijken. En Hij bidt voor ons. Wat fantastisch: Hij bidt voor ons, voor iedereen die het geloof vindt door het woord en de getuigenis van de discipelen. Bedenk, als je dit leest, dat Hij bidt voor jou en bidt voor mij. Ik weet niet hoe het bij jou zit, maar voor mij is dat een grote troost. En het mooiste is nog dat dat moment van Jezus’ gebed maar ’n voorloper was van Z’n bediening van gebed die vandaag nog altijd voortduurt. Jezus vervult nu nog de functie van het bidden voor Z’n gemeente. Dat doet Hij zelfs nu, op dit moment. Hij denkt aan jou en bidt voor jou. Hij denkt aan deze gemeente en bidt voor ons. Jezus ligt niet in Z’n relaxfauteuil met een bak nacho’s op schoot naar het voetbal te kijken. Dat is niet wat Jezus doet. Hij zit wel, maar dan aan de rechterhand van de Vader, te bidden. Hij bidt voor jou en voor mij en pleit voor Z’n gelovigen. Dat weet ik omdat Hebreeën 7:25 spreekt van Jezus, onze hemelse Hogepriester ‘Die leeft om voor ons te pleiten.’. Hij leeft om voor ons te pleiten. Hij bidt voor ons. Misschien heb je een moeder of oma die bidt, en ben je daar dankbaar voor. Of misschien denk je dat er niemand voor je bidt. Weet dan: Als je een kind van God bent, bidt Jezus voor jou. En er is niemand anders die ik liever voor me zou laten bidden. Als je wilt weten wat Hij voor je bidt, en wat Hij voor jou in Z’n hart heeft let dan op wat Hij in deze verzen zegt. Want dat geeft een goede aanwijzing van Z’n grote wens voor Z’n gelovigen. Dit is het belangrijkste dat Hij voor ons bidt en we hier zien: Aan het eind van het hoofdstuk bidt Hij om eenheid. Het hoofdthema is dit: Dat wij, jij en ik, Zijn gemeente, Zijn lichaam, één zijn. Je ziet ’t keer op keer, en Hij herhaalt het zo vaak: “Vader, Ik bid dat zij één zijn.”. Kijk eens naar vers 20. Jezus zegt: “Vader, Ik bid niet alleen voor dezen,”
de discipelen “maar ook voor hen die door hun woord in Mij zullen geloven.”. Dat zij, jij en ik, de gemeente, allemaal één zullen zijn “zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U ben. Dat ook zij in Ons één zullen zijn opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt.”. M’n tijd is vervlogen, dus ik geef je een paar zinnetjes om te overdenken. Bij deze laatste sectie moet je opmerken dat Jezus bidt voor eenheid maar niet voor eenvormigheid. Eenheid, maar geen uniformiteit. Hier lopen veel christenen in de val, want ze overzien het christendom en denken: Dit hebben we toch verknald, want er is weinig eenheid in de kerk. Er zijn zoveel stromingen en gebruiken, zoveel verschillende liederen en we onderschrijven niet allemaal dezelfde leerstellingen. Dat hebben we nogal verknald. Maar wat jij nu beschrijft, is geen eenheid maar uniformiteit. Dat iedereen er hetzelfde uitziet, hetzelfde doet en hetzelfde zegt. Daar bad Jezus niet voor. Jezus bad voor eenheid. Hij bid immers: “Ik bid dat zij één zullen zijn zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U ben.”. Vader, en Zoon. Twee unieke Personen, twee unieke uitingen en functies. En toch zijn ze Eén en Dezelfde. Dus die basis van eenheid waartoe wij geroepen zijn is dus dezelfde basis van eenheid als die tussen Vader en Zoon met unieke uitingen en functies in het lichaam van Christus maar gelijkwaardigheid van Personen. Dus wat wij, alle mensen die Gods naam hebben aangeroepen, gemeen hebben is dat we op dezelfde grond, aan de voet van het kruis staan. Dat jij en ik, ongeacht onze afkomst of ervaring allemaal dood waren in onze zonden en overtredingen. Maar we zijn samen levend gemaakt in Christus Jezus. Dit delen alle gelovigen: Een eenheid, geworteld in liefde, gedeeld van aard die alle delen en uitingen van Christus’ ene lichaam bijeenbrengt. Eenheid, maar geen eenvormigheid. Het laatste waarop ik je wil wijzen, is vers 24. Het zou nalatig zijn om dit weg te laten. In vers 24 bidt Jezus: “Vader… Ik wil, Ik wil dat waar Ik ben, zij die U Mij gegeven hebt ook zij bij Mij zijn. Opdat zij Mijn heerlijkheid zien, die U Mij gegeven hebt.”.
Jezus begint met te zeggen: ‘Ik wens.’ Dat moet toch iets betekenen. Namelijk dat Jezus verlangt naar de voltooiing van alle dingen. Het is Zijn grote wens dat z’n gemeente zich rond Hem verzamelt en bij Hem in de hemel is. Jezus verlangt naar de hemelse voltooiing van alle dingen, en dat wij bij Hem zijn van aangezicht tot aangezicht. Dus dan zegt Hij dat Hij wil dat zij bij Hem zijn, waar Hij is. Waarom?. “Opdat zij Mijn heerlijkheid zien.”. “Opdat zij Mijn heerlijkheid zien, die U, Vader, Mij gegeven hebt.”. Mensen vragen me vaak hoe de hemel zal zijn. Geen idee. Nooit geweest. Nee, maar, wat gaan we dan doen?. We zitten daar voor eeuwig, dus wat gaat ons bezighouden?. Ik weet niet alles, maar dit weet ik zeker: Eén ding dat we doen is Jezus’ heerlijkheid zien. En die gedachte… daar kan ik niet bij. Die kan ik niet bevatten. Ik word erdoor verteerd. Het feit dat we Jezus zullen zien van aangezicht tot aangezicht. We zullen de littekens op Z’n handen zien. In Z’n zij en in Z’n voeten. En de littekens op Z’n voorhoofd, van de doornenkroon. Hij is de Enige in de hemel met littekens. Die herinneren ons eeuwig aan wat Hij voor ons gedaan heeft. En we zien Hem van aangezicht tot aangezicht. We kijken in die ogen van vuur, van liefde en mededogen dat zo intens voor ons brandt. Nu vangen we soms een glimp van Zijn heerlijkheid op ‘als door een spiegel in een raadsel.’. Maar op een dag wordt de sluier opgelicht en zien we Hem zoals Hij is. Dan zien we Hem van aangezicht tot aangezicht, en zien we Zijn heerlijkheid. En die heerlijkheid is zo diep, zo mooi, zo enorm en zo betoverend dat hij onze aandacht eeuwig zal vasthouden. Tot slot rond ik af met het lezen van een paar verzen over de hemel en het zien van onze Heiland. Ze zijn ook geschreven door Johannes: Openbaring 21, dus lees maar mee. In vers 1 schrijft hij: “En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en aarde waren voorbijgegaan en de zee was er niet meer.”. “En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem neerdalen van God uit de hemel gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is.”. “En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn.”.
Dan deze mooie belofte: “En God zal alle tranen van hun ogen afwissen en de dood zal er niet meer zijn, en ook geen rouw of jammerklacht. Er zal geen moeite meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.”. “En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw.”. Dat woord ‘nieuw’ staat in de infinitief. Dat wil zeggen, ze zijn nieuw en ze blijven nieuw en morgen en overmorgen zijn ze nog steeds nieuw. “Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar.”. Door naar vers 22: Johannes zei: ‘Maar ik zag geen tempel in die nieuwe stad.’. “Want de almachtige God en het Lam zijn haar tempel. En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen want de heerlijkheid… de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp.”. ‘Wij zullen Zijn heerlijkheid zien.’.
Dan naar de volgende bladzij, naar Openbaring 22:3. Johannes gaat verder: “En geen vervloeking zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daar zijn en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen.”. “Zij zullen Zijn aangezicht zien en Zijn Naam zal op hun voorhoofd zijn.”. “En daar zal geen nacht zijn, en zij hebben geen lamp en ook geen zonlicht nodig want de Heere God verlicht hen. En zij zullen regeren in alle eeuwigheid.”.
Wat een prachtige verzen, uit Openbaring. Dit klinkt wat morbide, maar is het niet: Ik sta vrijwel elke dag wel even stil bij de kortstondigheid van het leven. Dan denk ik aan de hemel en hoe het is om bij Jezus te zijn. Ik heb nog wat profiel op m’n banden, maar dit leven gaat heel snel voorbij. Als je nog geen vrede hebt met God en de redding niet hebt omarmd die Hij je voor niets door Zijn Zoon Jezus aanbiedt dan moet je dat vandaag nog in orde maken. Open je hart voor Jezus Christus want voor je het weet, is er alweer een decennium voorbij. Iemand vertelde dat een aantal vrienden van hem tot z’n verdriet overleden was. Hij wordt ouder, en voor mij geldt hetzelfde. Veel van m’n vrienden zijn al overleden. Het leven is kort, de eeuwigheid is lang. De hemel is echt, de hel is heet, dus geef vandaag nog je leven aan Christus.
-
mis geen enkele uitzending
Onze service voor jou: we sturen je wekelijks een email met de link naar de nieuwste uitzending.
Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!
Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.
naar de preektekst
Als je ook regelmatig updates van Bayless wilt ontvangen, vul dan hier je e-mailadres in. Om technische redenen is dit ook nodig als je alleen het script wilt ontvangen.
Geef een reactie