Je winkelmand (0)

Standvastig geloven zonder te twijfelen (2)

God heeft je niet beloofd dat je leven altijd makkelijk zal zijn. Maar Hij geeft je alles wat je nodig hebt om in de stormen van het leven stevig in Hem geworteld te blijven. Bayless Conley laat je zien hoe je de wind kunt trotseren en sterker uit de storm kunt komen.

Downloaden als PDF
  • Deze keer bij Bayless Conley: terwijl je nu kijkt, zit je misschien midden in een storm in je leven. De wind huilt. Hij beukt tegen je kinderen of tegen je gezondheid. Misschien zit je in een orkaan wat je werk betreft. Je wordt aan alle kanten gehinderd. Of je hebt geen geld. Het is foute boel. Beide mensen uit deze gelijkenis van Jezus hoorden het Woord. Het verschil tussen hen was wat ze ermee deden. Degene die het Woord niet in de praktijk bracht, ging ten onder. Degene die het Woord hoorde en ernaar handelde had een huis dat niet instortte omdat het op de rots van Gods Woord was gebouwd.

    Hallo, ik ben Bayless Conley. Hartelijk welkom en heel fijn dat je kijkt. De vorige keer hebben we gesproken over drie verschillende soorten wind die symbool staan voor de uitdagingen van elke gelovige. De winden worden genoemd in het Nieuwe Testament. Het gaat om drie dingen waar we allemaal mee te maken krijgen. Vorige keer ging het over de wind van de twijfel. In het boek Jakobus 1:5 staat: “Als iemand in wijsheid tekortschiet, laat hij die dan vragen aan God Die aan ieder overvloedig geeft en geen verwijten maakt.”

    Maar je moet het vragen vanuit geloof en niet twijfelen. “Wie twijfelt, lijkt op ’n golf van de zee die door de wind voortgestuwd wordt.”

    Zo iemand is onstandvastig en dubbelhartig. Hij zal van God niets krijgen. Wie twijfelt en dubbelhartig is, krijgt niet de wijsheid waar hij om vraagt. Vorige keer ging het dus over het overwinnen van de wind van de twijfel. Ga naar ons YouTube-kanaal of naar de website om de preek te zien. Dat beveel ik je van harte aan. Vandaag ga ik door met een ander soort wind waarmee we als gelovigen allemaal te maken krijgen. Dat is de wind van de valse leer. Vorige keer de wind van de twijfel, en nu de wind van de valse leer. Efeze hoofdstuk 4 vanaf vers 11. Ik lees voor tot en met vers 16. Luister goed. Er staat: “En Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten anderen als evangelisten, herders en leraars… om de heiligen toe te rusten, tot het werk van dienstbetoon tot opbouw van het lichaam van Christus tot wij komen tot de eenheid van het geloof en de kennis van Gods Zoon tot volwassen man, tot de maat van de grootte van Christus’ volheid opdat wij geen jonge kinderen meer zouden zijn heen en weer geslingerd en meegesleurd door elke wind van leer door het bedrog van mensen om op listige wijze tot dwaling te verleiden maar dat wij in alles toe zouden groeien naar Hem Die het Hoofd is, namelijk Christus.”

    “Van Hem uit wordt het hele lichaam samengevoegd en bijeengehouden door elke band die ondersteuning geeft overeenkomstig de mate waarin ieder deel werkzaam is. Zo verkrijgt het lichaam zijn groei, tot opbouw van zichzelf in de liefde.”

    We moeten geen kinderen zijn die zich heen en weer laten slingeren door elke wind van leer. Hoe overwinnen we deze wind van de valse leer? Eigenlijk is het heel makkelijk en sluit het aan bij de vorige boodschap. Lees je Bijbel. Vergroot je kennis van de Zoon van God. Sommige mensen laten zich door elke wind van leer meesleuren. Welke wind er ook waait, ze laten zich vangen en meesleuren. Op dit moment ben ik als pastor al ongeveer 42 jaar werkzaam. En in de bediening zelf zit ik nog veel langer. Ik heb mensen gezien… Het nieuwste van het nieuwste, supermooi, wordt ze voorgehouden en ze happen direct toe. In of buiten de kerk, ze laten zich meeslepen. Ik heb het zo vaak zien gebeuren. De verzen uit Efeze die we net lazen spreken over het lichaam dat samengevoegd is. Dat je er niet alleen bij bent, maar ook verbonden bent. Er wordt gesproken over het lichaam als geheel, dat samengevoegd is. Het is in elkaar vervlochten, en elk onderdeel draagt iets bij. Het is het beeld van een kerkgemeenschap. Een belijdende gemeenschap is veilig. Los daarvan heb je die veiligheid niet. Als je in een kerk met andere gelovigen omgaat dan krijg je reacties als je praat over iets geks, of over een rare leer. Ze zullen je bevragen en je waarschuwen wanneer je je inlaat met on-Bijbelse ideeën of mensen die een vreemde leer ventileren. Een wolf is er altijd op uit om jou van de kudde te isoleren. Je bent kwetsbaar wanneer je geen onderdeel uitmaakt van de kudde. “Waar veel raadgevers zijn, daar is de overwinning.”

    Aldus de Bijbel, in Spreuken. Dus doe mee, raak betrokken bij de kerk. Het is goed om erheen te gaan, en sluit je ook aan bij een groepje. Dat biedt veiligheid. Je zult niet zo snel een vreemde leer of on-Bijbelse ideeën omarmen als je vrienden hebt die klaarstaan om je uit te dagen en te bevragen. Het is ook belangrijk… Dit is nummer 3. 1: Lees en ken de Bijbel. 2: Wees onderdeel van een kerk. En 3: Wees je bewust van en onderwerp je aan geestelijke autoriteit. De verzen uit Efeze beginnen met Jezus die bepaalde talenten uitdeelt om apostelen, profeten, evangelisten en pastors toe te rusten. “Om heiligen toe te rusten tot opbouw van het lichaam.” Leg verantwoording af aan leiders in de kerk. Ik doel niet op een harde aanpak, op dictatoriaal leiderschap. Maar we kunnen er niet onderuit dat God leiders benoemt in de kerk die Hij het inzicht en overzicht meegeeft om de kudde te leiden. Luister naar deze verzen uit Handelingen 20:28-29: “Zie dan toe op uzelf en op heel de kudde… te midden waarvan de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft om de gemeente van God te weiden… die Hij verkregen heeft door Zijn bloed. Want ik weet dat na mijn vertrek wrede wolven bij u zullen komen die de kudde niet sparen.”

    Als leider, als pastor heb ik een neus voor wolven. God heeft me het inzicht en overzicht gegeven om de kudde te hoeden, te leiden. De Bijbel zegt het volgende in Hebreeën 13:17, tegen gelovigen: “Gehoorzaam uw voorgangers en wees hun onderdanig want zij waken over uw zielen omdat zij rekenschap moeten afleggen.”

    Dat is nogal wat. Ik moet waken over de zielen van mensen. Ik heb veel te maken met leerstellige kwesties. Soms heb je een nieuwe rage. Dan loopt een groep mensen achter dit aan, of achter dat aan. Een waarheid die wordt opgerekt, een geestelijke strijd, wat dan ook. Zonder namen te noemen bespreek ik die dingen in de preek en vertel ik de mensen hoe het werkelijk in elkaar steekt. Het gebeurt soms ook dat ik zelf of een andere leider in de kerk met één iemand praat over een leer die hij aanhangt of ideeën die hij omarmt. Het kan ook zijn dat zo iemand zich inlaat met mensen die een dubieuze leer aanhangen of on-Bijbels gedrag vertonen. Het is mensenwerk. Onze taak is om te waken over zielen van mensen. Maar we kunnen alleen hen helpen die naar ons luisteren. Dus om de wind van de valse leer te overwinnen kun je drie dingen doen. 1: Lees je Bijbel. Raak vertrouwd met de waarheid. 2: Sluit je aan bij een plaatselijke kerk die bijbelgetrouw is. Jullie wonen overal ter wereld maar er is absoluut een kerk in de buurt die bijbelgetrouw is. Ook al moet je een eindje rijden het is fijn om ergens thuis te horen waar je Gods Woord hoort en beschermd wordt door integere kerkleiders die houden van Jezus en van Gods kudde. En 3: Wees je bewust van en onderwerp je aan de kerkleiders. Dan word je niet meegesleept door welke vreemde leer ook. En dan nog een wind die we als gelovigen moeten trotseren en kunnen overwinnen, namelijk de wind die problemen geeft. In Mattheüs 7:24 zegt Jezus het volgende: “Daarom, ieder die deze woorden van Mij hoort en ze doet zal Ik vergelijken met een wijs man, die zijn huis op de rots gebouwd heeft. En de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis maar het stortte niet in, want het was op de rots gefundeerd.”

    “En ieder die deze woorden van Mij hoort en ze niet doet zal zijn als een dwaze man, die zijn huis op zand gebouwd heeft. En de slagregen viel neer en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis, en het stortte in en zijn val was groot.”

    We moeten allemaal stormen trotseren. Elke gelovige krijgt ermee te maken. Problemen komen en gaan, dat is gewoon onvermijdelijk. Of je nu al lange tijd of pas kort gelovig bent. We leven in een gevallen wereld. Een wereld vol moeilijkheden. Terwijl je nu kijkt, zit je misschien midden in een storm in je leven. De wind huilt. Hij beukt tegen je huwelijk en dreigt het te vermorzelen. Je relatie met degene die je trouw hebt beloofd. Hij beukt tegen je kinderen of tegen je gezondheid. Misschien zit je in een orkaan wat je werk betreft. Je wordt aan alle kanten gehinderd. Of je hebt geen geld. Het is foute boel. Problemen zijn er in alle soorten en maten. De wind die problemen geeft waait in het leven van iedereen. Beide mensen uit deze gelijkenis van Jezus hoorden het Woord. Het verschil tussen hen was wat ze ermee deden. Degene die het Woord niet in de praktijk bracht, ging ten onder. Degene die het Woord hoorde en ernaar handelde had een huis dat niet instortte omdat het op de rots van Gods Woord was gebouwd. Twee mensen kunnen in de kerk dezelfde preek horen terwijl de uitwerking tegenovergesteld kan zijn. De één luistert, zegt amen, schrijft dingen op, en doet er niets mee. De ander brengt de boodschap direct in de praktijk. Misschien is het deze boodschap: zegen hen die jou vervloeken. Doe goed voor hen die je haten. Bid voor hen die je hatelijk gebruiken en vervolgen. Sommige mensen horen het aan en doen er niets mee. Anderen zeggen: “Ik wil dit niet. Ik vind dit zo ontzettend moeilijk. Maar ik zal toch aardig zijn tegen m’n collega op het werk die altijd zo agressief en gemeen tegen me doet.” Zij brengen het Woord in de praktijk.

    Toen m’n vrouw en ik trouwden… M’n vrouw is verpleegster. Ze is nog steeds geregistreerd, maar werkt al niet meer sinds we in 1983 Cottonwood Church hebben gesticht. Sindsdien heeft ze fulltime voor de kerk gewerkt. M’n vrouw is echt goud waard. Even een lofzang voor haar. Ze heeft in het begin de hele zondagsschool opgezet. Op zeker moment hadden we 600 kinderen. We hebben het nu over 30 jaar geleden. We hadden 600 kinderen en honderden vrijwilligers. Ze ontwikkelde het programma, bedacht het hele leerplan. Daarna moesten we meerdere mensen inhuren voor wat zij deed. Vervolgens stortte ze zich op een ander onderdeel. Ze trok vrijwilligers aan, het groeide opnieuw de pan uit waarna haar taak weer werd opgevuld door een hele groep. En zo is ze doorgegaan, al zolang de kerk bestaat. Toen we trouwden, werkte ik als hulppastor in een andere kerk. Twee jaar lang, ten dienste van een andere pastor. Janet werkte een paar dagen per week als verpleegster. En ze had een leidinggevende die haar slecht behandelde. We baden voor haar. De Bijbel zegt dat namelijk. Je moet bidden voor mensen die je gebruiken, die je vervolgen. En je moet hen zegenen die jou vervloeken. We baden voor die vrouw en voor de situatie. Ik zei: “Schat, je moet gewoon aardig tegen haar zijn. Reageer met zachtheid, dan ontvang je zegeningen.” De Bijbel leert ons dat. Op zeker moment kreeg Janet zelfs bonussen. Flinke bedragen. Ze zei: “Volgens mij is dit niet de bedoeling. Maar hier staat het.” Ik zei: “Geef het terug.” Maar de leidinggevende zei: “Ik heb ervoor getekend. Je mag het houden.” Janet kwam thuis en zei: “Toch voelt het niet goed. Anderen krijgen dit niet. Ik heb er geen recht op.” Ik zei: “Geef het terug, als dat beter voelt.” Ze ging naar de leidinggevende en die zei tegen haar: “Ik geef je het geld. Neem het aan.” Janet kwam thuis en vertelde dat. Ik zei: “Inpikken en wegwezen.” Dus we stortten het geld op de bankrekening. Die leidinggevende, die haar zo had gehinderd, werd Janets grootste fan. Omdat we het Woord toepasten, draaide God alles om.

    Ik werd ooit een keer gebeld door een vrouw. Onze kerk was nog heel klein. De vrouw heette Sharon. Ze zei: “Ik ben zo beroerd. Ik heb een akelige griep. Ik val bijna flauw van ellende. Ik las in Jakobus, en daar staat: ‘Is iemand onder u ziek? Laat hij dan de ouderlingen bij zich roepen.’

    Pastor, als u ouderling bent, wilt u me dan zalven en samen bidden?” Ik zei: “Over een kwartier ben ik er.” Ik pakte m’n flesje olie, reed naar haar toe en klopte op de deur. Sharon deed open en zei: “Ik heb zo’n pijn. M’n hoofd knapt uit elkaar.” Ik zei: “Ben je er klaar voor?” Op de drempel zalfde ik haar met olie, bad voor haar. Ze begon te roepen: “Ik heb geen hoofdpijn meer. De koorts is weg.” Ze liep rondjes door het huis, en met opgeheven hand loofde ze God. Toen ik wegging, liep ze nog steeds door het huis en prees God. Ze had het Woord gehoord en ernaar gehandeld. Jakobus zegt: “Wees daders van het Woord en niet alleen hoorders.” Wie alleen hoort en niet doet, bedriegt zichzelf. Aldus Jakobus. Misschien weet ik nog een verhaal. Onze zoon Spencer, de jongste zoon… Als kind zat hij een keer te kijken naar een tekenfilm over de Bijbel. Die specifieke tekenfilm ging over afgoderij. Over Gideon die het afgodsbeeld in z’n vaders huis kapotmaakt. Ik weet het bijna zeker. Het onderwerp van de tekenfilm was in ieder geval dat we alleen God mogen aanbidden, en geen afgoden. Het verhaal werd uitgebeeld door een vos en een wasbeer. Een schattig filmpje met een Bijbelse boodschap. 1 Johannes zegt: “Lieve kinderen, wees op uw hoede voor de afgoden.” Dat is het laatste vers van het boek. Maar goed, Spencer had de tekenfilm uitgekeken. Ik denk dat hij toen een jaar of vier was. Hij liep terug naar de kinderkamer, en opeens hoorden we lawaai. We liepen naar de kamer. Z’n broer, z’n tweelingzus, z’n moeder en ik stonden daar. Spencer keek ons met een grote glimlach aan. Harrison had een honkbalbeker. Z’n team was eerste geworden. Hij was apetrots. En die beker stond altijd boven op z’n kast. Maar de beker was nu kapot. Spencer hield de stukken vast en zei: “Ik heb het gedaan, pap. Ik heb de afgod kapotgemaakt.” Z’n broer was woedend: “Spencer, je hebt m’n honkbalbeker gemold.” Janet en ik kwamen niet meer bij. Hoezo, straffen? Hij had de afgod kapotgemaakt. Hij deed wat er in de Bijbel stond. Hij had hetzelfde gedaan als Gideon in dat Bijbelverhaal. We konden er alleen maar om lachen. Dat is precies het hart waar God naar op zoek is. Een hart dat het Woord hoort en het direct ten uitvoer brengt. Of het Woord nu te maken heeft met je financiële situatie of het Woord nu te maken heeft met je huwelijk, met je gezondheid met het opvoeden van je kinderen met je reactie op een tegenstander, of met het bezoeken van de kerk. Naarmate de terugkeer van Christus dichterbij komt moeten we niet nalaten samen te komen. De Bijbel zegt: “Zoveel te meer als u de grote dag ziet naderen.” Doe dat dan ook. Ik voel dat iemand het nodig heeft, want ik heb dit niet voorbereid. Jij hebt een ervaring met Jezus, maar je gaat niet naar de kerk. Ga naar de kerk. Sluit je aan. Breng Gods Woord in de praktijk. Wees dader van het Woord, niet alleen hoorder. Als je de stormen in je leven wilt overwinnen moet je een dader van het Woord zijn.

    Ik vat samen welke drie dingen vorige keer en nu besproken zijn. In de eerste plaats heb je de wind van de twijfel. Dan bid je God om wijsheid, maar denk je stiekem: “Ik geloof niet echt. Er is niets veranderd. Ik moet opnieuw bidden.” Je wordt dubbelhartig: “Ik weet niet of God me hoort, of Hij antwoordt.” Nee, wees standvastig. Als je bidt, moet je God ook danken en Hem loven voor Zijn antwoord. En je kunt standvastig zijn en de wind van de twijfel overwinnen door Gods Woord in je hart te planten, ernaar te handelen en te overdenken. Je denkt na over Gods Woord, leest het steeds opnieuw, voedt je ermee. En geloof is het natuurlijke bijproduct van het innerlijk aanwezige Woord. Je overwint de wind van de twijfel door middel van het Woord. Dat was de boodschap van vorige week. Vandaag zijn we begonnen met het overwinnen van de wind van de valse leer. Winden van valse leer waaien voortdurend door de kerk. Laat je niet meevoeren door die winden. Wees een liefhebber van de Bijbel. Hou van je Bijbel. Raak betrokken bij een kerk en onderwerp je aan geestelijke autoriteit. Dan de wind die problemen geeft. Om die te overwinnen moet je Gods Woord horen en ten uitvoer brengen. Neem je voor om het uit te voeren op het moment dat je het begrijpt. Laat ik een voorbeeld geven waar je direct iets mee kunt. Jezus heeft gezegd: “Wie tot Mij komt, zal ik niet uitwerpen.” Jezus is gekomen om te redden wat verloren was. “God had de wereld zo lief, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft opdat wie in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.”

    Geloof in Jezus Christus. Schenk Hem je vertrouwen. De Bijbel zegt: “Uit genade bent u zalig geworden, door het geloof. Niet uit werken, opdat niemand zou roemen.”

    Dit is Gods geschenk. Als je gelooft dat Jezus is opgewekt en Hem aanvaardt als Heer, dan word je gered. Geloof je dat Jezus voor je zonden aan het kruis is gestorven? Hij heeft je plaats ingenomen en de straf voor jouw zonden ondergaan. Hij heeft Zijn leven gegeven voor jouw vrijheid, een nieuw leven. Als je gelooft dat Hij daarna uit de dood is opgewekt als je voor Hem buigt en Hem aanvaardt als je Heer dan ontstaat er een band met Hem en de Vader die ‘verlossing’ heet. Laten we samen bidden. Spreek hardop tot God. Zeg: “God, ik kom bij U. Ik geloof met heel mijn hart. Ik geloof dat Jezus Uw Zoon is. Ik geloof dat Hij voor mijn zonden is gestorven en uit de dood is opgewekt. Jezus, ik aanvaard U als mijn Heer.” We horen graag van je, vriend. Ik bid dat God je rijkelijk zegent. Heel graag tot de volgende keer. Moge Gods genade met je zijn. Amen.

  • Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vond je de uitzending fijn?

Stuur het dan door of deel het op sociale media om anderen ook te bemoedigen!

Ook interessant voor jou?
artikelen

God is je helper in tijden van nood…

uitzending

Wat draagt jou in moeilijke tijden? – Filippenzen

Product

Waar is God als het moeilijk is?

Steun ons werk

Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!

Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.