Wat draagt jou in moeilijke tijden? – Filippenzen
Geef jij snel op, of blijf je staan wanneer het moeilijk wordt? Angst, tegenslag en verkeerde keuzes kunnen je afhouden van het leven dat God voor je heeft. Wat is het geheim van mensen die hun geloof tot het einde bewaren? In deze uitzending deelt Bayless Conley een perspectief dat jouw kijk op beproevingen kan veranderen.
-
Hallo, vriend. Fijn dat je kijkt. We zijn bezig met een reeks uit het boek Filippenzen. We zitten nog in hoofdstuk 1. Paulus zegt hier een aantal fantastische dingen. Hij zit in een Romeinse cel, maar tot bevordering van het evangelie, zo blijkt. De hele pretoriaanse garde heeft nu van Jezus gehoord en mensen die angstig waren, preken nu onbevreesd het evangelie. En dan zegt hij een paar dingen waarbij je zou denken dat hij aardig aanmatigend doet. Maar denk erom: Paulus was een man van het geloof. En hij begreep dingen die wij ook moeten begrijpen. In vers 19 schrijft hij aan de gelovigen in Filippi: “Want ik weet dat dit alles tot mijn redding zal leiden…”
Ook wel vertaald als ’tot bevrijding’ of ’tot vrijheid’. “…door uw gebed en de ondersteuning van de Geest van Jezus Christus”. En bovendien zegt hij in vers 20: “Overeenkomstig mijn reikhalzend verlangen en hoop dat ik geenszins beschaamd zal worden”.
Dus Paulus zegt: Jullie bidden voor me… Namelijk specifiek voor z’n vrijlating. Niet in het algemeen, en dat heb ik al besproken: Geen algemeen gebed van ‘Heer, zegen Paulus en sta hem terzijde’. Nee, het was een specifiek gebed voor een specifiek doel. En Paulus spreekt van een ‘reikhalzend verlangen’. Het betekent letterlijk dat je je hoofd uitsteekt en strak naar de horizon kijkt, omdat je daar iets verwacht. Dus Paulus verwachtte de bevrijding, want zij baden, en de Geest was al aanwezig. Ik heb een reikhalzend verlangen en wil God grootmaken door het leven of door de dood, als het zover zou komen. Maar hij zegt in wezen, parafraserend: Ik ben nog niet klaar om te gaan. M’n race is nog niet gelopen. God is nog niet klaar met me. Dus hij zegt: Ja, ik wil naar de hemel en Jezus zien. Ik wil de engelen horen zingen en die plek aanschouwen. Maar, zegt hij: “In het vlees te blijven is noodzakelijker voor u”. “Ik heb de begeerte om heen te gaan en bij Christus te zijn want dat is verreweg het beste”. Eigenlijk ‘het anker ophalen en afvaren’. Het is maar een verplaatsing voor een christen, m’n beste. We lichten het anker en zetten koers naar de hemel. Je sluit je ogen als je sterft, en opent ze weer in de hemel. Je houdt niet op te bestaan en verdwijnt niet zonder bewustzijn onder de grond. ‘Als we uit het lichaam uitwonen, wonen we in bij de Heer,’ staat er. En Jezus zit ter rechterzijde van de Vader in de hemel. Dus Paulus heeft de begeerte om heen te gaan, en kan niet goed kiezen. En dat is heel raar om te horen, als je de principes van het geloof niet kent. Paulus zegt: Ik wil graag sterven en naar Jezus gaan en ik weet niet wat ik moet kiezen. Hij zit vastgeketend aan een bewaker in een Romeinse cel en doet of hij een keus heeft. Maar hij heeft een keus. Hij noemt zichzelf geen gevangene van Rome, maar van Jezus Christus. Hij wist Wie er de Baas was, en Dat was niet Rome. En dus zegt hij in Filippenzen 1:24: “Maar in het vlees te blijven is noodzakelijker voor u. En dit vertrouw ik…”
En dat ‘vertrouw’ is de Griekse stam van het woord voor ‘geloof’. Het wordt in het hele Nieuwe Testament vertaald als ‘vertrouwen’ en ‘geloof’. ‘Dus door dit vertrouwen in de Heer…’ “weet ik dat ik zal blijven leven en bij u allen zal blijven tot uw vordering en blijdschap van het geloof opdat uw roemen in Christus Jezus overvloedig is door mijn hernieuwde aanwezigheid bij u”.
Dus Paulus zegt letterlijk tegen ze: Ik zie jullie wel weer. Rome heeft niet de regie. God heeft de regie en ik geloof dat m’n race niet gelopen is en ik meer vrucht zal dragen. Ik zie jullie wel weer. Sommigen vinden dat heel aanmatigend. Hoe kun je dat nou zeggen? Je moet gewoon bidden, en dan zal Zijn wil geschieden. Jezus zei in Gethsemane: “Vader, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan. Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt”. Het was een gebed van wijding en toewijding aan Gods wil die Hem naar het kruis zou leiden, zo wist Hij. Maar Jezus bad dat niet overal en in elke situatie. Hij bad trouwens nooit voor een zieke dat Zijn wil zou geschieden. Dat wordt ons ook nergens opgedragen. In Jakobus, waar hij ons het gebed van toewijding aan Gods wil leert wat de uitkomst daarvan ook is wordt ons geleerd om voor de zieken het gebed van het geloof te bidden: “Laten zij voor hem bidden en hem zalven in Naam van de Heer en ’t gelovige gebed zal de zieke behouden en de Heere zal hem oprichten en zijn zonden zullen hem vergeven worden”. Twee soorten gebed. Dus Paulus bidt niet dat de wil van de Heer geschiedt. Hij zegt dat hij erop vertrouwt dat hij vrijgelaten wordt. Ik zie jullie wel weer, want Rome is niet de baas. Hoe kan hij nou zo’n gebed bidden? Waarom was het niet aanmatigend dat Paulus zo’n gebed uitsprak? Vier dingen. Ten eerste: Z’n leven behoorde Jezus helemaal toe. In Filippenzen 1:1 noemde hij zichzelf de dienstknecht van Jezus Christus. Dat is letterlijk het woord voor een galeislaaf. Iemand die op een schip aan een roeiriem geketend zat en geen eigen wil had. Iemand wiens wil is opgeslokt door die van een ander. Als je zich helemaal aan Jezus geeft en zegt: Mijn leven behoort U toe waar U me ook naartoe stuurt en wat ik ook moet geven, zeggen of doen ik ben de Uwe, ik ben Uw dienstknecht. Dat is één: Je moet Hem toebehoren en niet met één voet in de roeiboot en met één op de kade staan en rotsvast op je verlossing vertrouwen. Ten tweede: Hij was in de wil van God. Ten derde: Hij kon vertrouwen hebben, omdat God niet klaar was met hem. Hij wist dat z’n race niet gelopen was en hij meer vrucht zou dragen. Dat is iets wat je kunt weten. Als je samen met God wandelt… Ik zit hier nu, en zeg dit niet aanmatigend of hooghartig. Maar ik weet dat m’n race nog niet gelopen is. Ik zal meer vrucht dragen en heb nog profiel op m’n banden. Er zijn nog dingen die ik voor de Heer moet doen. En Paulus wist dat ook. Ten vierde kon hij dat zeggen omdat hij geloof had. “Mijn reikhalzend verlangen en hoop,” zei hij. Dat getuigt van geloof. En hier zegt hij dat hij vertrouwt. De stam van het Griekse woord voor ‘geloof’, dus. Ik heb een diep, innerlijk vertrouwen en geloof. Dus hij had vertrouwen. Die vier dingen. Het is niet genoeg om Jezus toe te behoren, of in Zijn wil te zijn of dat God niet klaar is met je. Die drie zijn belangrijk, maar niet genoeg. Je moet ook een actief geloof hebben. Sommigen hebben hun leven aan de Heer gewijd maar zijn voortijdig gestorven. Velen zijn overleden voordat hun vruchtbare seizoen voorbij was omdat ze dwaze of aanmatigende dingen deden. Je kunt de Heer niet met dwaze dingen verzoeken en bevrijding verwachten. God is genadig maar zo kunt u niet leven. Sommigen hebben de Heer oprecht lief, maar voeden zich altijd met rotzooi. En m’n beste, wijsheid staat voorop. Ik zeg een dankgebed voor alles wat me wordt voorgezet en zal m’n gastheer niet beledigen. Maar ik gebruik ook wijsheid. Ik ga geen rotzooi eten en me volstoppen met suiker en ongezonde dingen. Als ik niks anders krijg, moet ik God maar vertrouwen. Maar ik ben verstandig met m’n menu. En sommigen graven hun graf met hun eigen tanden. Ze eten ongezond, te veel en op het verkeerde moment en denken dat God ze redt en ze een lang leven geeft. Niet als je de principes van wijsheid negeert. Je moet uiteraard geloven, op het woord vertrouwen en Hem toebehoren. Maar je moet ook wijsheid toepassen. En hoe triest het ook klinkt, sommigen zijn voortijdig gestorven en hebben niet afgemaakt wat God hun opdroeg door overmoed, door de Heere te verzoeken door de principes van wijsheid te negeren. Of doordat ze hun tijd in Gods Woord verwaarloosden. Misschien vraagt iemand die dit hoort: Bedoelt u nu dat we erop kunnen vertrouwen dat God ons een lang, vruchtbaar leven geeft? Ja, dat bedoel ik. Niet los van de factoren die ik net noemde: dat je Hem helemaal moet toebehoren. Ja, je moet je uiterste best doen om in Zijn wil te zijn en je moet Hem vertrouwen. Die factoren moeten meewegen. Maar ik bedoel wel dat je een lang, vruchtbaar leven kunt hebben. Je kunt er niet op vertrouwen dat God het geeft als je je eigen ding doet en je maling hebt aan wat God met je leven wil. Ik was een keer uit eten met wat mensen. Mensen die ik vrij goed kende. We kregen het over zendingsreizen en de zending. En één dame zei nogal luchtig dat God haar als klein meisje als zendeling geroepen had. Maar ze had er geen zin in en had het nooit gedaan. Ik stond perplex. Ze was christen en geloofde in Jezus Christus maar was Gods plan en Gods wil voor haar leven uit de weg gegaan. Je mag niet uit Gods wil zijn. Ik ben geroepen als predikant. Ik denk dat ik een prima advocaat zou zijn. Dat weet ik door m’n manier van denken, naar vraagstukken kijken en analyseren. Ik ben lid geweest… In ons land heb je juryplicht. Als burger word je opgeroepen en nagetrokken om jurylid bij een proces te worden. Daar ben ik vaak voor opgeroepen. Dan zat ik te luisteren naar de advocaat die z’n cliënt verdedigde en dacht: Je verprutst het voor je cliënt. Waarom voer je dit argument niet aan? Waarom voer je dat argument niet aan? Waarom trek je dit niet in twijfel? Dan zag ik ze verliezen omdat hij het niet goed overdacht had. Eén keer werd de jury zelfs met de advocaten in de raadkamer ontboden nadat de zaak was beslist, en vroeg de advocaat van de verliezer of iemand nog vragen had. Ja, ik wel: Waarom hebt u dit en dat niet aangevoerd? Hij begon te stamelen, van… Hij was er niet op gekomen. Dus ik zou wel een goede advocaat zijn. En ik zou graag boswachter zijn. Ik wil best in een hutje in het bos wonen en dat werk doen. Dat zou ik fijn vinden, want ik ben dolgraag buiten. Maar God heeft me niet geroepen om in een hutje te wonen en het bos te beheren. En ook niet om advocaat te worden. Als ik dat deed, zat ik buiten Gods wil ook als ik er enige vreugde aan beleefde en er goed in was. Maar Hij heeft me geroepen om predikant te zijn. Dus om een lang, vruchtbaar leven te leiden moet ik in Zijn wil zijn. Dan moet ik doen wat Hij van me wil. En in Psalmen, in Psalm 91:16 staat ‘dat Hij je met lengte van dagen verzadigt en je Zijn heil zal doen zien.’ Het is een belofte dat God je met een lang leven verzadigt. Ik moedig je aan om heel Psalm 91 te lezen want je kunt die laatste belofte niet los zien van de passage dat we Hem moeten vertrouwen ‘met Zijn trouw als schild en pantser…’ zoals in de eerste verzen, over de schuilplaats van de Allerhoogste en een intieme relatie met de Heer. Je moet aan bepaalde criteria voldoen maar de belofte is dat je verzadigd wordt met een lang leven. Dus Paulus stierf niet in die Romeinse cel en vertrouwde erop dat hij ze weer zou zien omdat hij meer vrucht zou dragen. En hij werd inderdaad vrijgelaten uit die Romeinse cel. Maar werd hij dan later niet onthoofd? Ja, volgens de overlevering werd hij inderdaad vermoord. Maar ik zal je iets laten zien. Ik lees uit 2 Timotheüs 4 vers 6. Dit is ongeveer zeven jaar nadat hij de brief aan de Filippenzen schreef als gevangene daar in Rome. Zeven jaar later, in vers 6 van 2 Timotheüs 4: “Ik word immers reeds als een plengoffer uitgegoten en het tijdstip van mijn heengaan is aanstaande”.
Dat is hetzelfde woord als in de brief aan de Filippenzen: “Ik heb de begeerte om heen te gaan en bij Christus te zijn want dat is verreweg het beste”. Dus het anker lichten en wegvaren. Hij had die begeerte zeven jaar ervoor al. Maar hij moest blijven, omdat God wilde dat hij meer vrucht zou dragen. Z’n race was nog niet gelopen. Maar nu zegt hij: “Het tijdstip van mijn heengaan is aanstaande”. Je kunt het tijdstip van je heengaan kennen. Petrus zei: “Omdat ik weet dat ’t afbreken van mijn tent nu snel zal plaatsvinden”. God had hem het tijdstip van z’n heengaan laten zien. Dus Paulus zegt: Ik ben klaar om het anker te lichten en naar de hemel te varen. In vers 7 zegt hij: “Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden”. “Verder is voor mij weggelegd de krans van de rechtvaardigheid die de Heere, de rechtvaardige Rechter, mij op die dag geven zal. En niet alleen mij, maar ook allen die Zijn verschijning hebben liefgehad”.
Dus Paulus zegt: “Ik heb de goede strijd gestreden”. De strijd die wij moeten strijden, is die van het geloof. “Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden”. Je hebt geloof nodig om een race uit te lopen, maar Paulus zegt: Ik ben klaar. Ik ben klaar om af te varen. Mijn race is gelopen. Ik heb alles gedaan wat God van me wil. Nu ga ik m’n tent opbreken en naar m’n nieuwe villa in de hemel. Ik ga het anker ophalen en ten hemel varen. M’n werk is voltooid en ik ben klaar om m’n beloning te ontvangen. Als je klaar bent, wat maakt het dan uit of God je adem doet stokken of dat ze je als martelaar onthoofden? Wat maakt het nog uit? Volgens Openbaring hebben martelaren zelfs een speciale plek in de hemel. Dus ja, misschien hebben ze z’n hoofd inderdaad wel afgehakt maar wel pas toen hij klaar was. Daarvóór, toen hij in de cel zat en ze de bijl al slepen, zei Paulus: Nee, ik blijf. Jezus is de Baas. God is nog niet klaar met me. Paulus ging pas toen de Heer klaar met hem was. Hij ging als een boom vol fruit. Als een loper die z’n race had uitgelopen. Het gaat door in vers 27 van Filippenzen 1: “Alleen, wandel het Evangelie van Christus waardig opdat ik, of ik nu kom en u zie of dat ik afwezig ben van uw zaken mag horen dat u vaststaat in één geest en dat u samen eensgezind strijdt voor het geloof in het Evangelie”.
Of ik nu kom of niet, zegt Paulus, je moet juist leven. Als sommige mensen weten dat de predikant komt eten, maken ze het huis schoon en verstoppen ze sommige blaadjes. Ze zetten de radio op de christelijke zender en doen het voorkomen of ze altijd naar christelijke muziek luisteren en niet in die blaadjes kijken. Alleen omdat de predikant komt. Maar Jezus is altijd bij je. Dus of Paulus nou langskomt of niet, Jezus is er altijd en jij moet weten dat Hij je ziet en je moet leven, omdat de Heer toekijkt. Dus Paulus zegt: ‘Of ik nou kom of niet, zorg dat je vaststaat in één geest om anderen het geloof te brengen en je eigen geloof te versterken’. Om anderen het evangelie te brengen en gelovigen in die waarheid te sterken. “Dat u vaststaat in één geest.” ‘Geest’ duidt op je motivatie. De Twentieth Century-vertaling luidt: ‘Wees geanimeerd door één geest.’ En met ‘eensgezind’ bedoelt hij je doelgerichtheid. De Williams-vertaling luidt: ‘Dat u met één doel blijft samenwerken’. Dus geanimeerd door één geest en met één doel blijf je samenwerken. Want mensen kunnen hetzelfde doel hebben terwijl ze andere motieven hebben om dat doel na te streven. Zelfs als dat doel het verspreiden van het evangelie is. Eerder zagen we, in Filippenzen 1 dat ze moed gekregen hadden omdat Paulus zich niet bang liet maken. Door zijn gevangenschap kregen ze vertrouwen om te preken. Somigen uit liefde, maar anderen uit afgunst “…om aan mijn gevangenschap verdrukking toe te voegen”. Somigen doen het letterlijk om campagne te voeren en stemmen te werven. Ze doen het voor de aandacht, de volgelingen en het geld. Ze preken de juiste boodschap, maar met de verkeerde motieven. Dus Paulus zegt: Laat ons doel, het preken van het evangelie, hetzelfde zijn maar laat ook onze motieven dezelfde zijn. Terwijl wij samenwerken, jullie en ik, en jullie ons steunen… Ik weet dat er kijkers zijn die voor ons werk bidden. En dit programma wordt overal ter wereld uitgezonden. Ik las vandaag nog We gaan naar ruim honderd landen, en naar 22 Spaanstalige landen. Ruim 500 miljoen mensen op de wereld spreken Spaans en wij werken met ze samen en brengen ze het evangelie. En naar de Duits-, Russisch-, Arabisch- en Farsitalige wereld de Frans- en Engelstalige wereld, en allerlei andere talen. En wie voor ons werk bidt, heeft daar deel aan. We zijn partners. Net als met onze donateurs. En daar dank ik jullie voor. En wat je geeft, wordt ‘de vrucht die op uw hemelse rekening toeneemt’. De scharen Spaans-, Duits-, Russisch- en Franstaligen en Nepalees- en Arabischtaligen die we hiermee bereiken is allemaal ‘de vrucht op uw rekening’. Dus ontzettend bedankt voor het meedoen. We begrijpen wel dat wij weliswaar één doel en één motief hebben maar dat anderen het doen om erkenning, promotie of inkomen. Maar daarom doen wij het niet. Niet om erkenning, promotie of inkomen maar uit liefde voor onze Heer, Die ons gered en schoongewassen heeft. En uit liefde en bezorgdheid om anderen, die ergens de eeuwigheid doorbrengen. Hetzij in de hemel, hetzij in de hel. En dit is één manier waarop God ze bereikt: Door al onze sociale media-platforms, door m’n preken in allerlei landen door de televisie en het verkondigen van die boodschappen. Nogmaals, ik wil jullie hartelijk danken. En Paulus… Ik kom er nog even op terug. Paulus had ze net verteld dat sterven voor hem winst was en dat heengaan en bij Christus zijn verreweg het beste was. Als we onze angst voor de dood afleggen, wat kan ons dan nog intimideren? Als wij standvastig blijven strijden voor wat we geloven wordt dat een teken voor onze vijanden van hun ondergang, en onze redding zoals de laatste regels van dit hoofdstuk luiden. Vers 28: “En dat u zich in geen enkel opzicht schrik laat aanjagen door de tegenstanders. Voor hen is dit een bewijs van verderf, maar voor u van zaligheid, van God uit”. Wij zijn standvastig, ongeacht bedreigingen en vervolging. “Aan u is ’t uit genade gegeven in de zaak van Christus niet alleen in Hem te geloven. Maar ook voor Hem te lijden, omdat u dezelfde strijd hebt als die u bij mij gezien hebt en nu van mij hoort”. Geloof vereist actie, en actie brengt niet alleen resultaten maar ook vervolging. Militante, actieve christenen onttrekken vuur aan de duivel. En hetzelfde wat Paulus in Filippi ervoer, vervolging vanwege het evangelie overkomt hem nu hier in Rome. En broeder of zuster, jij wordt misschien ook vervolgd, en ik ook. Misschien nog wel meer in jouw regio, jouw stad of jouw omgeving of in de religieuze omstandigheden en sfeer waaronder jij leeft. Maar ik wil je aanmoedigen en sterken, al word je vervolgd: Geef het niet op. Je zult zegevieren, want de Heer is met je. Hij is hier met jou, en jij zult beloond worden in de hemel. Paulus zei: ‘Op die dag zal de Heer mij belonen.’ “En niet alleen mij, maar ook allen die Zijn verschijning hebben liefgehad”. Die dag is nog niet gekomen. Maar er komt een dag dat jij, ik en allen die de Heer hebben liefgehad en gediend en die geofferd, gebeden of gepreekt hebben Wij die Gods wil gedaan hebben, zullen op die dag voor God komen. Die dag is nog niet gekomen. De Heer zal je belonen en tegen hen die goed en trouw waren, zeggen: Goed gedaan, trouwe dienaar. Dus ik moedig je aan om het geloof te behouden je race uit te lopen en niet op te geven. Want er wacht je een beloning in de hemel. Ik heb je lief, en God heeft je lief. Moge Hij je op machtige wijze zegenen. In Jezus’ naam, amen.
-
mis geen enkele uitzending
Onze service voor jou: we sturen je wekelijks een email met de link naar de nieuwste uitzending.
God is je helper in tijden van nood…
Ken je de meest effectieve en belangrijke apostel in het hele Nieuwe Testament? Dat is Paulus! Dat hij zo succesvol was, was deels te danken aan de consequente, gulle financiële steun van een bepaalde groep christenen. Deze christenen kwamen uit Filippi, waar Paulus mensen tot geloof had gebracht en een gemeente had gesticht. In feite had je in deze stad de allereerste bekeerlingen in Europa.
Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!
Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.
naar de preektekst
Als je ook regelmatig updates van Bayless wilt ontvangen, vul dan hier je e-mailadres in. Om technische redenen is dit ook nodig als je alleen het script wilt ontvangen.
Geef een reactie