Wat je moet weten over geloof (2)
Heeft God je ooit iets beloofd en vraag je je af wanneer die belofte eindelijk zal uitkomen? De Bijbel zegt dat we leven door geloof, niet door aanzien, maar soms is dat niet zo makkelijk. In de preek van vandaag wil Bayless je bemoedigen om vast te houden aan Gods Woord en de volgende geloofsstap te zetten. Jouw geloof is de sleutel tot Gods beloften!
-
De Heilige Geest heeft een belofte aan je hart belicht. Die belofte heb je omarmd en je hebt God ervoor bedankt. Je hebt op grond van die belofte gehandeld. Dat soort geloof zal je antwoorden brengen. Welkom bij het programma. Als je de vorige keer hebt gekeken, weet je dat we het hadden over zaken die je als gelovige over het geloof moet weten. Heel basale dingen en toch kennen heel veel mensen die niet. Of ze zijn aan een opfrisser toe wat die dingen betreft. Dit is een ontzettend belangrijke boodschap. Ga zitten. Besteed de komende paar minuten aan een paar belangrijke feiten rond geloof. Hallo, vriend. Welkom bij de boodschap van vandaag. We praten verder over tien feiten die iedere gelovige over het geloof zou moeten weten. Vorige keer hadden we het over het feit dat God iedere christen een mate van geloof heeft toebedeeld. Als jij een gelovige bent, heeft God jou ook die mate van geloof gegeven. Vervolgens kwamen we erachter dat geloof kan groeien. Het groeit doordat je naar Gods Woord luistert en het gebruikt. Geloof moet worden ontwikkeld. Ten derde kwamen we erachter dat geloof zonder daden dood is. Het geloof is een daad. We moeten handelen in overeenstemming met wat we geloven. Als we niet handelen, geloven we niet. Het geloof is een handeling. En aan het eind van vorige keer ging het erover dat geloof door liefde werkt. Geloof werkt door liefde. Als ik verbittering of onvergevingsgezindheid toelaat, zullen die het geloof verstikken. Geloof en liefde werken samen. Dat hebben we vorige keer behandeld. Nu wil ik een ander voornaam facet behandelen. En dat is dit: geloof is van het hart. Je moet goed luisteren, want er zijn veel mensen die dit niet begrijpen. Ik zeg het nog eens: het geloof is van het hart. Romeinen 10:10 luidt: “Want met het hart gelooft men.”
Ik geloof niet met m’n hoofd. Ik geloof niet met m’n lichaam of met m’n gevoelens. “Want met het hart gelooft men.” Het hart verwijst naar de innerlijke mens. Ik ben een geest en heb een ziel, dat is mijn verstand, wil en emoties. En ik bewoon een stoffelijk lichaam. Ik ben een drieledig wezen. Ik ben een wezen met een ziel en een geest en ik leef in een fysiek lichaam. Met mijn geest, met mijn hart, geloof ik. Petrus verwijst in 1 Petrus 3:4 naar de verborgen persoon van het hart. Die ware ik kun je niet zien. Ik heb deze bruine ogen waardoor ik naar buiten kijk. M’n dak is niet meer zo dik bekleed als het ooit is geweest. Ik heb sproeten, een interessant patroontje spuitbusverf. Maar mijzelf zie je niet echt. Je ziet het huis dat ik bewoon. Ik ben een geestelijk wezen. De ware Bayless is verborgen. Denk eens even over deze verzen na. Als je dit begrijpt, zal dat je leven veranderen. In Romeinen 2:28-29 schrijft Paulus: “Niet hĂj is Jood die het in het openbaar is maar hĂj is Jood die het in het verborgene is En dát is besnijdenis, die van het hart is, naar de geest, niet naar de letter. Zijn lof is niet uit mensen maar uit God.”
Dus dat gaat over vanbinnen en vanbuiten. De ware Jood is dat niet naar buiten toe, zijn besnijdenis is niet zichtbaar. De ware Jood is dat naar binnen toe, die heeft een besneden hart in de geest. Dat naar buiten toe slaat op het vlees. Dat naar binnen toe verwijst naar het hart. In 2 KorintiĂ«rs 4:16 zegt Paulus: “De uiterlijke mens vergaat. De innerlijke mens wordt van dag tot dag vernieuwd.”
Er zit meer in je dan je ziet. Er zit een mens in dat lichaam verborgen. In Romeinen 7:22 schrijft Paulus: “Want naar de innerlijke mens verheug ik mij in de wet van God.”
Als m’n innerlijke ware ik het Woord van God hoort, is hij verheugd. Hij is geschapen om Gods Woord te geloven en om dat Woord te omarmen. Paulus had het over die andere kracht die in z’n lichaam bezig was. Die zondige natuur die er nog zat. Ooit krijgen wij een nieuw lichaam, geschapen naar Zijn lichaam. Een verheerlijkt lichaam. Maar voorlopig hebben we die schat in een aarden vat. M’n lichaam ontvangt al die signalen die m’n zintuigen doorgeven. Geur, aanraking, smaak, hoe dingen eruitzien. Hoe ik me voel. Die berichten gaan naar m’n hersenen. Maar ik geloof niet met m’n lichaam of m’n verstand. Dat is met m’n hart en m’n geest. De natuurlijke mens geeft natuurlijke informatie door aan onze gedachten. Die informatie wordt ontvangen via de vijf zintuigen. Symptomen, omstandigheden en verschijnselen. Maar geloof hoort bij het hart. Geloof heeft niet te maken met de uiterlijke maar met de innerlijke mens. Luister. Om met het hart te geloven. Romeinen 10:10: “Want met het hart gelooft men.” Met het hart geloven betekent dat we geloven los van wat ons lichaam zegt. Los van wat onze zintuigen aangeven. De fysieke mens gelooft alleen wat zijn fysieke zintuigen en gevoelens ingeven. Maar je geest of je hart gelooft in het Woord los van zien, horen of voelen. “Het geloof is een vaste grond van dingen die men hoopt een bewijs van de zaken die men niet ziet.”
Dan zegt iemand: “Dus jij zegt dat je genezen bent? Er staat dat Hij je ziekten op Zich nam en dat je door Zijn striemen bent genezen. Maar je ziet er helemaal niet genezen uit, Bayless.” En ik zeg niet: “Ik voel me genezen.” Ik ben inderdaad aan het hoesten. Ik zeg alleen dat ik dat volgens Gods Woord wel ben. De grond van de dingen die men hoopt, het bewijs van wat men niet ziet. Het is gebaseerd op de onveranderlijke waarheid van Gods Woord. Ik geloof dat met m’n innerlijke wezen, en ontken niet dat uiterlijke dingen ook bestaan. Ik onthoud ze het recht om over mij te heersen. En het geloof zal die dingen veranderen. Denk aan Jozua, daar bij de muren van Jericho. God zegt: “Jullie moeten een dag lang zwijgend rond de muur lopen.” “Huh,” zegt Jozua. “Wanneer gebruiken we dan de stormram? Wanneer gooien we dan de enterhaken en de speren?” “En dan de tweede dag…” Jozua: “Dan gebruiken we de stormram.” God: “Dan lopen jullie in stilte.” “Meent U dat nou?” “Op de derde dag…” Jozua roept: “Stormrammen, enterhaken, brandende pijlen. We nemen de stad in.” God zegt: “De derde dag lopen jullie stil rond de stad. En dat zeven dagen lang. En op de zevende dag, Jozua lopen jullie 7 keer rond, blazen op hoorns en schreeuwen. Dan vallen de muren.” In de gewone wereld zou Jozua denken: dat meent U toch niet? Dit slaat echt helemaal nergens op, God. Dit is nog nooit vertoond. Maar hij deed wat hem gezegd was. Hij had geen tastbare bevestiging dat het allemaal klopte. Ze liepen zeven keer rond, en hij zei: “En nu schreeuwen. Dan vallen de muren om.” Hij deed wat hem gezegd werd, ook al was er niets dat erop wees dat het zou lukken. Hij deed het op grond van z’n geloof. Noach bouwde de ark vanuit z’n geloof, gewaarschuwd voor wat er nog niet was. Geloof heeft met het hart te maken. Ik kijk niet naar fysieke omstandigheden voor bevestiging van m’n geloof. Dat gebruikte ik als illustratie. Ik zeg niet dat ik me goed voel. Ik ontken die fysieke symptomen niet. Ik zeg niet dat ik niet hoest. Maar ik geloof dat als ik Gods Woord toepas en Hem voor Zijn beloften dank; als ik Zijn woorden omarm en ernaar ga handelen dat dan de wet van het geloof het wint van de wet van ’t ziek zijn en ik genezen word. Ik geloof dat Jezus nu en altijd dezelfde is. Hij genas de zieken bij Galilea, en dat doet Hij nog steeds. Ik kies ervoor m’n vertrouwen in Zijn Woord te stellen. Zijn Woord is eeuwig en het zal al het tijdelijke veranderen. Je lees Gods Woord en vindt Gods beloften. Je handelt ernaar en je innerlijk zal er genoegen in scheppen. Je uitwendige mens zal gevoelens en omstandigheden blijven melden. Die ontken ik ook niet. Maar ik geloof dat Gods Woord mijn omstandigheden zal veranderen. Als we alleen naar de uitwendige mens luisteren, wordt the zegen ons ontnomen. De uitwendige mens zal zeggen dat het onzin is. “De symptomen, de omstandigheden zijn niet veranderd. Zeg nou niet dat God werkt, dat doet Hij duidelijk niet. Kijk om je heen. Het ziet er somber uit.” Dat ontken ik ook niet. Maar ik geloof dat God bezig is. Hij heeft gezegd dat Hij dat zal doen. Dus ik vertrouw erop dat God dat ook doet. Voor dit besluit komen we altijd te staan: ga ik mee met de uitwendige mens of maak ik hem en z’n gevoelens en waarnemingen ondergeschikt aan Gods Woord en aan het hart waarin ik op God vertrouw voor een antwoord. Het geloof verlaat zich voor z’n koers niet op gevoelens en fysieke waarneming.
Onlangs kwam ik terug van een visuitstapje. Het was avond toen we terugkwamen, en het was mistig. Dus we stelden de apparatuur in. Je kunt zo’n digitale kaart tevoorschijn halen. Je geeft aan dat je naar de haven wilt, en dat stel je in. Dan geeft zo’n kaart een lijn aan en die volg je. Maar al m’n zintuigen gaven me in dat we de verkeerde kant op gingen. Alles gaf me in dat het niet klopte, dat we de andere kant op moesten. Door de mist zagen we niets, en m’n lichaam schreeuwde: we moeten de andere kant op. Maar volgens het instrument gingen we goed. Dus ik koos ervoor om het instrument te geloven. En we belandden inderdaad in de haven. Wees een christen die met instrumenten kan omgaan. Het instrument is het Woord van God. Dat is ons uitgangspunt ongeacht hoe we ons voelen, of hoe de dingen eruit zien. Niet dat je arrogant of dwaas moet zijn. Maak dat je in gebed en in studie tijd met Zijn Woord doorbrengt. De Heilige Geest heeft een belofte aan je hart belicht. Die belofte heb je omarmd en je hebt God ervoor bedankt. Je hebt op grond van die belofte gehandeld. Dat soort geloof zal je antwoorden brengen. Ik heb m’n zus en zwager eens meegenomen naar een plek in de heuvels, min of meer in de buurt van waar ik nu zit. Een vriend had me jaren terug deze plek laten zien. Je rijdt de heuvels in en op een bepaalde plek ben je aan de voet van een heuvel en het lijkt of de weg omhoog gaat, maar dat is niet zo. Die gaat omlaag. Het is gezichtsbedrog. Ik nam m’n zus en zwager mee en parkeerde onderaan de heuvel. Ik zeg tegen m’n zwager: “Haal je voet van de rem. Zet ‘m in z’n vrij en we rijden de heuvel op.” “Ik heb hier geen tijd voor,” zei hij. “Doe het nou maar.” Hij haalt z’n voet van de rem, zet ‘m in z’n vrij en we reden de heuvel op. Hij begint te roepen: “Niet te geloven. Wat is hier aan de hand? We rijden omhoog. Dat kan helemaal niet.” Alles wat hij zag, alles wat hij voelde, gaf hem in dat dit niet kon. Z’n hele lichaam gaf hem door dat het waanzin was en dat het onmogelijk was. En daar gingen we. “Hoe kan dit?”. Ik zei: “Het is gezichtsbedrog. Ik snap het ook niet.” Hij stapte uit, klauterde omlaag. Onderaan liep hij langs de voet van de heuvel. Hij hurkte en keek naar me op. “Niet te geloven.” We reden de heuvel op. Voor sommigen geldt: haal je voet van de rem. Jij staat met je voet op de rem en zegt: “Daar en daarom geloof ik dit niet. Het werkt vast niet.” God is oprecht en wil graag dat we Hem op Zijn Woord geloven. Zo veranderen omstandigheden. In 2 KorintiĂ«rs 5:7 staat: “Wij wandelen door geloof, niet door aanschouwen.”
HebreeĂ«n 11:1: “Het geloof is een grond van dingen die men hoopt.” Wij gaan onze weg aan de hand van bewijzen van zaken die men niet ziet. Niet aan de hand van wat we zien of voelen. We gaan onze weg aan de hand van geloof. Op grond van wat God zegt. Zijn Woord is een Woord van geloof. Het gehoor komt door het Woord van God. Wij geloven met ons hart. Als we ons hart met Gods Woord vullen kunnen we Hem geloven, ondanks tegenstrijdige omstandigheden. Zijn Woord en Zijn Geest zullen dingen veranderen. Hopelijk luister je nog steeds. Ik zou hierover willen doorgaan. Maar ik heb volgens mij genoeg stof tot nadenken opgeworpen. Wil je daarover nadenken? Ik heb het niet over getikt of dwaas zijn. Ik heb het over om te beginnen heilige tijd doorbrengen in Gods Woord. Laat de Heilige Geest een belofte aan je hart belichten. Je hart zal die belofte omarmen en daar vervolgens als vanzelf naar handelen. En het maakt niet uit wat anderen of wat de omstandigheden zeggen. Je zult weten wat je in je hart weet, en het ware geloof verandert dingen. HebreeĂ«n 11 is een opsomming van mensen die op grond van geloof beloften ontvingen en koninkrijken onderwierpen. In vrijwel elk verhaal staan mensen voor onoverkomelijke problemen. Dingen waarvan hun normale zintuigen zouden zeggen: “Dit gaat niet lukken. We stoppen ermee.” Maar ze handelden naar Gods Woord. Ze geloofden met hun hart, en God veranderde de dingen. Hij is nog altijd dezelfde God, en geloof in God werkt nog steeds. Laat ik hier nog minstens één punt aan toevoegen. Het ligt eigenlijk voor de hand. Hier is het zesde feit over geloof: geloof berust uitsluitend op de bewijzen van Gods Woord.
Geloof berust uitsluitend op de bewijzen van Gods Woord. We gaan onze weg op grond van geloof en niet van wat we zien. Geloof in een Persoon en in wat Hij heeft gezegd. Geloof in God. In Marcus 11:22 zegt Jezus: “Heb geloof in God.”
Dit is niet zomaar een principe. Het gaat om geloof hebben in onze Schepper en in Zijn uitspraken, want God die beloofd heeft kan niet liegen. In MattheĂĽs 8:8 kwam een hoofdman naar Jezus toe omdat z’n knecht op sterven ligt. Het is een hoogst intrigerend verhaal. De hoofdman zegt: “Spreek slechts een woord, en mijn knecht zal genezen zijn.”
Uw woord volstaat. En dan zegt Jezus: “Ik heb zelfs in IsraĂ«l zo’n groot geloof niet gevonden.” Jezus is op dat moment aan een enorme campagne bezig. Reusachtige menigten volgen Hem. Opmerkelijk genoeg gaf deze hoofdman veel om z’n knecht. Dat kwam je in de Romeinse tijd niet vaak tegen. Hij was militair en dan zo meelevend. Hij was van God vervuld, want hij bouwde een synagoge. Hij snakte naar God, gaf veel om z’n knecht, en hij hoorde over Jezus. Maar het enige wat hij vernam, was dat Jezus mensen kon genezen. Hij hoorde dingen van knechten. “Toen ik van u de stad in moest om inkopen te doen zag ik daar een dove. Jezus stak Zijn vingers in diens oren en hij was genezen.” Een ander kwam weer met een ander verhaal. Dus de hoofdman hoorde over een Joodse profeet die zulke dingen kon verrichten. Dus hij stuurt Joodse ouderlingen om Jezus te vragen te komen. In een van m’n naslagwerken staat dat Jezus zich misschien zo’n 30 kilometer verderop bevond; een hele dag reizen. De hoofdman stuurt de Joodse oudsten. Een hele dag reizen. Ze zeggen tegen Jezus: “Deze man heeft een synagoge voor ons gebouwd, dus ga nu maar naar hem toe.”. En Jezus zegt: “Goed, Ik ga erheen.” Wat de discipelen vast helemaal niks vinden. Die denken: er zijn hier een massa mensen en dan gaat U 30 km lopen, en wij dus ook. Voor die ene kerel, die ook nog eens een Romein is?. En Hij: “Vooruit, we gaan.” Vervolgens zijn ze een dag onderweg. Twee dagen nadat de hoofdman de Joodse oudsten heeft gestuurd. Ik stel me voor dat hij aan het ijsberen is in z’n huis. Z’n knecht wordt zieker. En ineens roept een dienaar: “Er komt een menigte aan, meester.” En hij gaat kijken en ziet ze ook. En de dienaar wijst en zegt: “Daar is die man die de dove heeft genezen. Ik herken Hem. Dat is Jezus. Dus Hij is gekomen.” En dan doet de hoofdman iets vreemds. Hij stuurt iemand naar Jezus na die tocht van 30 km, die dag reizen. Hij zegt: “Laat maar zitten. Ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt.” Volgens de Joodse oudsten was hij dat wel, hijzelf vond van niet. Hij was bescheiden. “Spreek een woord, en mijn knecht zal genezen zijn.” “EĂ©n woord volstaat.” De discipelen denken vast: ja lekker, wij zijn een hele dag onderweg. Waarom vroeg je niet 30 km geleden of Hij een woord wilde zeggen?. Maar neem die hoofdman. Alles wat die wist, was dat Jezus in staat was om met één woord te genezen. Hij stond gespannen te wachten. En toen hij Jezus zag, wist hij dat Hij in staat was, en bereid. Geloof weet dat God in staat is, maar ook dat God bereid is. En toen hij dat zag, zei hij: “Hij hoeft niet dichterbij te komen. Laat Hem het woord uitspreken, meer heb ik niet nodig.” Als jij gelooft dat God in staat is, is dat goed, maar het is nog maar het begin. Je moet geloven dat Hij bereid is. Jezus liep 30 kilometer om de bereidheid van de hemel om te genezen te bewijzen. Hij kwam vanuit de hemel naar de aarde. Hij liet de heerlijkheden achter en kwam ter wereld in Bethlehem. In een stal, waar hij in een krib lag. Hij groeide op bij een arme timmerman. Hij bekleedde Zich met een lichaam en ging onder ons Zijn weg. Hij stierf aan het kruis op Golgotha, nadat Hij was gegeseld. Die striemen op Zijn rug was God die op Zijn rug schreef dat Hij wilde genezen, zoals staat geschreven. Zijn bereidheid om aan het kruis voor ons te sterven om Zijn bloed te vergieten en Zijn leven te geven opdat wij tot Gods gezin zouden behoren. Dat toont aan dat Hij ons wil helpen. Als God ons Zijn enige Zoon niet onthield waarom zou Hij ons dan niet vrijelijk alles geven? Hij is niet alleen in staat, maar God zij dank is Hij ook bereid. Geloof berust op het bewijs van Gods Woord van een God die in staat Ă©n bereid is om ons te helpen. Om ons te genezen, te verheffen, te leiden ons te troosten en te onderhouden en in onze behoeften te voorzien. Geloof in God is de sleutel die de zegeningen ontsluit. En geloof in God is de hand die zich verheft en ontvangt wat de hand van God vrijelijk aanbiedt. En geloof is uitsluitend gebaseerd op het bewijs van Gods Woord. Ik citeer uit Zijn Woord: “Wie de Naam van de Heer zal aanroepen, wordt gered.” Misschien heb je nooit Jezus’ naam aangeroepen. Jij denkt misschien: als je wist wat ik op m’n geweten heb, zou je dat niet zeggen. Maar ik zeg dat tegen je op basis van Gods Woord. Hij is ruimhartig voor ieder die Hem aanroept. Jezus zei: “Wie tot Mij komt, zal Ik niet wegsturen.” Als jij de Heer aanroept en je vertrouwen op Jezus Christus stelt zal Hij je redden, je schoonwassen en je een nieuw leven geven. Ik hoop echt dat je Jezus’ naam hebt aangeroepen. Als het helpt, leg dan een hand op je hart en zeg: “Jezus kom in mijn leven. Ik aanvaard U als Mijn Heer en Redder. Was me schoon, verander me. En ik zal U alle dagen van m’n leven volgen.” We horen graag van je. We kunnen informatie sturen die je helpt in je reis met Jezus Christus. Laat het weten als dit een zegen was. En tot de volgende keer. -
Geef een reactie
mis geen enkele uitzending
Onze service voor jou: we sturen je wekelijks een email met de link naar de nieuwste uitzending.
Breng hoop naar de huiskamers – vooral in deze speciale tijd!
Vooral in onzekere tijden vinden we het een geweldige kans om mensen hoop te geven door Gods Woord.
naar de preektekst
Als je ook regelmatig updates van Bayless wilt ontvangen, vul dan hier je e-mailadres in. Om technische redenen is dit ook nodig als je alleen het script wilt ontvangen.
Bayless Conley verkondigt vanuit het woord van God. Erik Scherder is een professor weet niet waar die man in gelooft met zijn vanille vla. Geniet best wel van die vla. De God van de Bijbel zegt mij dat wanneer iemand je iets vergiftigs te eten zal geven dat het je niet zal schaden.
Thnx for sending me the good word of JESUS T help mij om opt rechte pad te blijven . T geeft mij kracht om anderen te helpen / stimuleren om ook t rechte pad te kiezen